Zondag 17/10/2021

De pijn van het groeien

Gerda De Preter

Hard tegen hard

‘Live forever. Die tomorrow’, is het motto van de drie helden in de nieuwe jongerenroman van Gerda De Preter. Sombere Lars Hollander vertelt het bizarre, dramatische verhaal. Hoe hij na een breuk tussen zijn ouders en een schimmig incident in zijn vroegere school in een nieuwe omgeving gedropt wordt. En hoe hij verstrikt raakt in een wespennest van wraak en onontwarbare intriges, gedirigeerd door een stelletje enigmatische bendeleiders. De charismatische Maan en zijn - ogenschijnlijk - sukkelige en slaafse assistent Bernie lijven hem meteen in als bloedbroeder. Maan ziet in de ondoorgrondelijke Lars een soulmate en een perfecte handlanger om Lennard en diens acolieten een en ander betaald te zetten. Meteen sleept Gerda De Preter je mee in een ruige microkosmos van treinsurfers, knipmessen, skaters, cultfilms en popiconen. De - weliswaar té kwistig en nadrukkelijk rondgestrooide - film-en songquotes ondertitelen het verhaal. ‘Live fast, die young and leave a beautiful corpse’ wordt voor de verwarde Lars een dankbare levensfilosofie waarachter hij zich graag verschuilt. Het gaat hard tegen hard, in deze roman over jongelui die het leven als een ‘chickie run’ willen beleven en een uitdagend spel spelen met de dood: “Ze cirkelden voortdurend om elkaar heen, als twee straathonden op zoek naar de geur van angst.” Langzaam maar zeker draait Lars mee in een spiraal van waanzin, geweld en haat. Vriendin Emma, de oude Giuseppe met zijn nostalgische Cinema Paradiso, en de belezen huisbaas Finn met een Joods verleden en een groot hart zorgen voor een verademend tegenwicht.

De Preter bouwde haar boek op als een lange flashback. Veel wordt verzwegen en moet door de lezer bij elkaar worden gepuzzeld. Een handig procedé dat de ongrijpbaarheid en de verwarring alleen maar groter maakt. Hier is een stiliste aan het woord: Gerda De Preter schrijft flitsende dialogen en roept indrukwekkende beelden op. In de beschrijving van de haast diabolische Maan, bijvoorbeeld, meteen de eerste glimp die Lars van hem opvangt ergens op een spoorwegberm: “Zoals hij daar stond leek het alsof hij heer en meester was van de dingen. Ik besefte dat hij niet zomaar wuifde, maar wat hij zag wilde omlijnen, sturen zelfs, als een architect die met brede armgebaren een groots plan ontvouwde, of de dirigent van een symfonieorkest.” Een filmisch beeld, dat meteen de fascinatie voor de cinema en de hele popcultuur van de jaren tachtig aankondigt, een rode draad overigens in het hele boek.

Na poëtische boekjes voor kleinere kinderen, en een pakkend verhaal over pesten in Anna was hier, verkende Gerda De Preter met succes een nieuwe biotoop.

JAN SIMOEN

Vechten tegen dyslexie

In de Slashreeks van Querido doen gerenommeerde jeugdauteurs dienst als ghostwriters voor jongeren met een bijzonder levensverhaal. De initiatiefnemer van het interessante project, Edward van de Vendel, beet in 2008 de spits af met De gelukvinder, een adembenemend verhaal over de odyssee van een Afghaanse vluchtelingenfamilie. Voor het eerst kwam er onlangs ook een onmiskenbaar Vlaams slashboek. Jan Simoen is een gewiekste infiltrant in de jongerenwereld. Hij beheerst het idioom van Vlaamse jongelui als geen ander, hij kent hun besognes, hun sores en hun levensstijl van binnen en van buiten. Dat was al duidelijk in zijn vaak bekroonde Slecht en in zijn geestige Sigiboeken. In Ik ben Alice waagt hij zich aan het aangrijpende verhaal van een jong meisje. Alice is 16, zit op een Steinerschool en heeft het zeer naar de zin. Het leven ziet er ondanks haar dyslexieprobleem en haar gescheiden ouders, voor even althans, glorieus uit. Ze is populair, speelt briljant toneel, heeft vriendjes overhoop, fuift en zuipt als de beesten... Tot ze bij toeval en ongewild eetstoornissen krijgt en ze, voor ze er erg in heeft, een probleemgeval wordt voor zichzelf, voor haar moeder en haar therapeuten. Bovendien hangt een beslissend eindwerk van vijftig geschreven pagina’s haar als een zwaard van Damocles boven het hoofd. Een onmogelijke opdracht voor de dyslectische Alice, die op Google moet checken hoe je sneeuw moet spellen: “Sneuw. Sneew. Snueew. Snuew. Ik wist het echt niet meer.” Simoen schreef het verhaal van Alice doodeerlijk en met respect voor zijn bron op. Hij bleef dicht op de huid van zijn vertelster, en nam meteen ook het wijdlopige, kwetterende en ‘coole’ spreekstijltje over, met het onvermijdelijke gevloek en fuck en shit in overvloed. ‘Grote literatuur’ en stilistische hoogstandjes kom je in dit boek dan ook nauwelijks tegen. Het komt wél erg direct en authentiek over: de capricieuze stemmingswisselingen, de ergerlijke toon van de begeleiders, de moeizame relatie met een vaak radeloze moeder en met de vriendinnen. Het getetter van een pubermeisje van vandaag is erg herkenbaar: soms vol branie over wilde exploten en plannen, en dan weer balorig fulminerend over die stomme volwassenen en therapeuten. Ontroerend kwetsbaar ook, klinkt het, bij momenten. Simoen geeft de wisselende ‘moods’ overtuigend weer: van complete chaos en radeloosheid in het hoofd van zijn ‘informante’ tot het bevrijdende gevoel van victorie over de ziekte én over de vermeende domheid. Aan het eind van het boek loopt een nieuwe Alice, met mooie cijfers en met haar vriendinnen in haar blootje door het nachtelijke Gent: “Nog nooit had ik me zo licht en vrij gevoeld, en voor mijn part had het écht uren mogen duren.” Een document humain waar je even stil van wordt.

Jean-Claude van Rijckeghem & Pat van Beirs

Brutaal wicht

Met Jonkvrouw, de vaak bekroonde roman over Margaretha van Male, bedacht het schrijversduo Van Rijckeghem/Van Beirs een eigen genre. Geen slaapverwekkende historische evocatie van een vervlogen tijdperk, dat boek. Wél een verfrissend portret van een brutaal wicht tegen een boeiende politieke en sociale achtergrond. In Galgenmeid doen ze het nog eens over. Het procedé is bijna identiek: door het spannende levensverhaal van een jong meisje heen wordt een episode uit de geschiedenis springlevend. Uitleggerig wordt het nooit. Het boek begint in Antwerpen aan het eind van de zestiende eeuw. In de Nederlanden woedt de strijd tussen de Spanjaarden en de geuzen van Oranje. Gitte Niemandsdochter - anders dan in Jonkvrouw een fictief personage, maar al even eigenwijs - is vertelster van dienst. In het Antwerpse Maagdenhuis achtergelaten door haar liederlijke moeder Rosse, probeert ze te overleven. Eerst als hulpje bij Peer en zijn rare kermisgasten, dan als getalenteerde zakkenrolster samen met Karel de Kerkpisser, en later in Sevilla als vermeende dochter van de Spaanse hertog van Almendraje en spionne voor Oranje. Vloekend en vechtend als een kerel en met een cynische, brutale bek baant ze zich met slimme leugens en onweerstaanbare charme een weg door het leven. Keer op keer redt ze het, Gitte, ‘beurzensnijder, zwerfvuil en galgenvlees’: uit de ‘sjarel’ of de Antwerpse gevangenis, uit de strop, uit de Spaanse klopjacht na haar ontmaskering. “Jij kunt de dood wegdansen als je wilt”, zegt haar eerste maatje. Onder haar taaie pantser kreeg Gitte ook een kwetsbaar randje mee: hopeloos verliefd op haar loeder van een Spaanse Don Domingo en overstromend van moederlijke affectie voor haar kleine Francisca. Van Rijckeghem en Van Beirs zijn succesvolle scenaristen (hun scenario voor Aanrijding in Moscou werd in 2008 bekroond in Cannes), en dat laat zich voelen. Het boek leest als een film: vinnige dialogen, korte snedige zinnen, een uitgekiende afwisseling van wervelende actie en beschrijvende scènes. Het gore stinkende Antwerpen van de arme luizen, de schaatsers op de bevroren Schelde, de zuiderse markten, de haven en het Moors gedecoreerde paleis van de hertog in Sevilla: je ruikt het, je hoort het en je ziet het voor je ogen. Aan het eind krijgt de roman regelrechte westernallures: de auteurs vergalopperen zich even in te veel gedoe, hitsige pistolero’s en gekrijs. Maar hun originele formule blijft het doen: een interessant stuk geschiedenis, schijnbaar achteloos verpakt in een goed geschreven en gecomponeerd verhaal en met een eigenzinnige heldin in de hoofdrol.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234