Zondag 07/03/2021

De persvrijheid en hoe ze te schofferen

Professor mediarecht Dirk Voorhoof (Universiteit Gent en Universiteit Kopenhagen) wijst op de ongrondwettelijkheid en het gevaar van het eenzijdig verzoekschrift. Na Humo, TV Familie en Dag Allemaal weten ze nu ook bij Telefacts wat het betekent als een rechter na de procedure van eenzijdig verzoekschrift een stuk niet laat verschijnen of de uitzending van een tv-programma verbiedt. Voorhoof vindt dat er dringend moet opgetreden worden tegen onbetamelijke journalistiek, maar noemt de procedure ook in strijd met de grondwet én gevaarlijk. "Er lopen in dit land politici, bedrijfsleiders, politiemensen, ambtenaren en zelfs magistraten rond die wel eens op slechte gedachten zouden kunnen komen."

Een opiniestuk (dus ook dit) ontkomt er niet aan om een meestal complexe problematiek te vernauwen en met een paar krachtige maar eenzijdige argumenten een bepaalde positie te verduidelijken. Meestal snel, snel. Daar is op zich niets mis mee, omdat anderen evengoed in de mogelijkheid zijn om een opiniestuk te publiceren, argumenten te weerleggen of onjuiste gegevens te corrigeren. Desnoods kan men de auteur van het opiniestuk "verdwazing" toeschrijven, of gebrek aan deskundigheid. Moet allemaal kunnen. Op het einde van de discussie, als het stof wat is gaan liggen, komen toch telkens weer de contouren wat duidelijker tot uitdrukking en kunnen er (beleids)beslissingen genomen worden.

Wat voor een opiniestuk geldt, is echter niet van toepassing op een rechterlijke beslissing. De rechter mag een problematiek juist niet eenzijdig beoordelen, moet kennis nemen van alle argumenten van de partijen en op basis van grondig beraad, reflectief, even de tijd nemen om na te denken en dan een beslissing te nemen, rekening houdend met fundamentele rechtsprincipes, concrete wettelijke bepalingen en tegengestelde belangen die in het geding zijn.

Het principe dat elke partij het recht moet hebben om zich te verdedigen en haar argumenten, rechten en belangen aan de rechter duidelijk te maken, vindt slechts hoogst uitzonderlijk geen toepassing. Dat is het geval bij een kortgedingprocedure op eenzijdig verzoekschrift, zoals dit is geregeld in het Gerechtelijk Wetboek (art. 584 en 1025 ev). Er zijn inderdaad gevallen van uiterste hoogdringendheid waarin een beroep moet gedaan kunnen worden op de rechter om in een paar uur tijd een voorlopige, beschermende maatregel afgekondigd te zien of een feitelijkheid te doen ophouden, bijvoorbeeld tegen een buurman die onmiddellijk moet stoppen een deel van een gemeenschappelijke muur neer te halen. Of een bevel dat een privéonderneming stante pede moet ophouden in een natuurgebied werken uit te voeren. De rechter, in dit geval de voorzitter van de rechtbank, beslist dan, halsoverkop, op basis van het luttele en per definitie eenzijdige, maar alarmerende bewijsmateriaal dat de eiser voorlegt. Er is even geen tijd om de andere partij op te roepen en in deze fase een recht op verdediging te geven. Moet kunnen.

Achteraf, op derdenverzet of nog later in beroep of in een procedure ten gronde, kunnen dan alle partijen worden gehoord, kunnen alle argumenten op een rijtje worden gezet en kan de (voorlopige) maatregel bevestigd of ingetrokken worden. De snelheid en efficiëntie van zo"n rechterlijke tussenkomst heeft ertoe geleid dat ook in mediazaken steeds vaker een beroep wordt gedaan op deze procedure om een publicatieverbod van een krant of weekblad uit te lokken of de uitzending van een tv-programma op de valreep geschrapt te zien.

Censuur
De procedure op eenzijdig verzoekschrift in mediazaken stelt nochtans heel bijzondere problemen. Zo is er ten eerste het door artikelen 18 en 25 van de grondwet ingevoerde verbod van preventieve maatregelen en censuur. Er is geen discussie over dat dit verbod ook geldt voor de rechterlijke macht, dus ook voor rechterlijke beslissingen. Ook de rechter moet immers de grondwet naleven. Maar eminente juristen zijn in staat om dit euvel te omzeilen. Van verboden preventieve censuur is volgens het Hof van Cassatie (29 juni 2000) immers maar sprake als er nog geen verspreiding is, of beter: van censuur is geen sprake van zodra er enige verspreiding is. Een rechterlijk bevel om een bepaald nummer van een krant of weekblad uit de rekken in de krantenwinkels te laten halen, is dan inderdaad geen preventieve maatregel, want er is al een verspreiding. Ja, maar wat dan met een uitzendverbod van een tv-programma dat nog niet is uitgezonden? Ook daar weet het Hof van Cassatie raad mee. Het verbod van censuur staat toch immers in het grondwetsartikel dat verwijst naar de drukpersvrijheid, en radio en televisie, dat is natuurlijk iets heel anders dan drukpers. Voor radio en televisie geldt dus geen verbod van censuur (Hof van Cassatie 2 juni 2006). Het mag dus geen verwondering wekken dat de voorzitters van de rechtbanken een opening benutten die hen door de rechtspraak van het Hof van Cassatie is aangereikt.

Blijft er nog een tweede probleem: een verbod tot uitzending van een tv-programma of een publicatieverbod van een artikel in een weekblad, is dat nog wel een voorlopige maatregel? Want een dergelijke rechterlijke beslissing komt er eigenlijk (meestal) op neer dat de hoofdredacteur of het medium zelf moet procederen om alsnog de uitzending "op antenne" te krijgen of het artikel gepubliceerd te zien.

Op zich al een gewrongen situatie: dat men eerst via de rechter moet passeren om iets uitgezonden of gepubliceerd te zien, staat wel erg op gespannen voet met het principe van de persvrijheid. In derdenverzet komt men bovendien terecht bij dezelfde rechtsinstantie, vaak bij dezelfde rechter die eerder het verbod oplegde en die zichzelf dus al na enkele dagen of weken zou moeten tegenspreken. Een moeilijke oefening. Want het opheffen van een publicatie- of uitzendverbod impliceert dat de rechter toen, op eenzijdig verzoekschrift, zich een beetje in de luren heeft laten leggen door de oorspronkelijke verzoeker en dus al te voorbarig, louter op basis van eenzijdige informatie, ten onrechte een verbod heeft uitgevaardigd. Of dat de rechter te weinig rekening heeft gehouden met een aantal fundamentele rechtsprincipes.

Niet zelden laat de rechter in derdenverzet het oorspronkelijke verbod overeind. Toch zijn er voorbeelden dat het ook anders kan, zoals onlangs in de zaak tegen Dag Allemaal. Na verweer door Dag Allemaal bleek namelijk dat de mevrouw met het geamputeerde been die bezwaar had gemaakt tegen de publicatie in het weekblad van haar zogenaamde privéfoto"s en had aangevoerd niets te maken te hebben met amputatiefetisjisme, zichzelf met haar handicap adverteerde met foto's op de website www.ampulove.org. Op basis van het verweer door Dag Allemaal trok de rechter het publicatieverbod toen weer in. Maar ondertussen had het magazine in kwestie wel een volledige oplage van een nummer uit de handel moeten halen. Ten onrechte dus, zo bleek na tegensprekelijk debat.

Meteen illustreert deze case dat de rechter op eenzijdig verzoekschrift een niet te rechtvaardigen en veel te drastische beslissing heeft genomen, bovendien op een terrein van de persvrijheid waar elke vorm van overheidstussenkomst sowieso al heel gevoelig ligt. De rechter gaat in dit soort zaken vaak ook al te voortvarend over tot het onmiddellijk afkondigen van een verbod tot verspreiding van een volledig nummer of tot uitzendverbod van een volledig programma, terwijl toch maar bepaalde onderdelen schijnbaar problematisch zijn. In veel gevallen kan, zoals in andere landen gebruikelijk is, een rechterlijk bevel tot rectificatie volstaan, of een verplichte inlassing van een mededeling waaruit blijkt dat een artikel of reportage voorwerp is van een rechtsgeding of door de betrokkene als lasterlijk of beledigend wordt beschouwd. Op die manier kan via procedure op eenzijdig verzoekschrift wel vlug via een voorlopige maatregel gevat worden opgetreden, zonder echter op disproportionele wijze de bijl te zetten in het basisprincipe van de persvrijheid.

Als het gaat om inbreuken op de privacy of rechten van slachtoffers of minderjarigen, kan een verbod eventueel wel gerechtvaardigd worden, maar dan pas na minstens de omroep, de krant of het tijdschrift de mogelijkheid te hebben gegeven om binnen zeer korte termijn aan de rechter hun versie van de feiten en hun juridisch verweer, desnoods summier, toe te lichten.

Onbetamelijke journalistiek
De boodschap is zeker niet dat Dag Allemaal, TV Familie of Telefacts ongemoeid en ongegeneerd het privéleven mogen negeren of de goede naam en reputatie van anderen mogen besmeuren. Het is zelfs hoog tijd dat er wat assertiever opgetreden wordt tegen onbetamelijke "journalistiek", zoals die steeds meer uitzaait in tal van weekbladen en ook is gaan insijpelen bij andere media.

Een recent voorbeeld, de zaak-Lefevere tegen Het Laatste Nieuws, bewijst overigens dat dit ook kan, hoewel in die zaak de rechter dan weer wat al te assertief is te werk gegaan door het toekennen van 600.000 euro schadevergoeding, te betalen door de journalist en hoofdredacteur. Een ongewoon hoge schadevergoeding naar Belgische normen, het lijkt wel een punitive damage, een vorm van bestraffende schadevergoeding die niet is toegestaan. Maar deze uitspraak bewijst ten gronde wel dat er rechtsmiddelen, klachtprocedures en vorderingen bestaan die in overeenstemming zijn met de grondwet en met de fundamentele basisprincipes van de rechtsstaat.

Het komt niet aan de snelrechter in kort geding toe om met een juridische bokshandschoen deze basisprincipes een dreun te geven. Voorafgaande controle en censuur door de rechter is iets wat de grondwetgever uitdrukkelijk niet gewenst heeft. De deur te wijd laten openstaan voor procedures op eenzijdig verzoekschrift is bovendien bijzonder gevaarlijk. Want er lopen in dit land ook politici, bedrijfsleiders, politiemensen, ambtenaren en zelfs magistraten rond die wel eens door de uitspraken in de zaken-TV Familie en -vtm-Telefacts op slechte gedachten zouden kunnen komen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234