Donderdag 15/04/2021

'De perfecte moord bestaat niet. Dat zijn sterfgevallen die niet goed zijn onderzocht'

'Wat van een lichaam overblijft als het van tienduizend meter hoogte naar beneden stort? U zou ervan versteld staan hoe intact dat nog is. Tenminste, aan de buitenkant.' Het slachtoffer van de parachutemoord, de vermoorde Annick Van Uytsel, de gewurgde Gaby Hessels: allemaal gingen ze na hun dood door de handen van wetsdokter Wim Van de Voorde. Het diensthoofd van het Centrum voor Forensische Geneeskunde leidt aan de KU Leuven zijn eigen CSI unit. Ook in het echte leven worden forensische artsen steeds vaker betrokken in misdaadonderzoeken. 'Maar de wet hinkt achterop.'

DOOR SUE SOMERS / FOTO'S FILIP CLAUS

Onder de grote poort naar binnen, rechts naar de liften, tweede verdieping, de gang door en de pijltjes volgen. Aan de telefoon kon het niet makkelijker klinken. Maar wanneer we ons aanbieden in het Centrum voor Forensische Geneeskunde, zijn we op onze hoede. We willen niet op een karretje stoten met een lijk waarvan een arm plots onder een laken uitvalt. Of een verkeerde deur opendoen waarachter een autopsie in volle gang is. De kale gangen van het uitgestorven universitair ziekenhuis Sint-Rafaël in de Leuvense binnenstad zijn ook niet van die aard dat ze bezoekers geruststellen. De lift rammelt en het tl-licht knettert. Alles ademt verleden, vergankelijkheid, leegte. In zijn bureau stelt diensthoofd Wim Van de Voorde ons gerust. "Lijken vind je hier niet. Die liggen in de mortuaria van Gasthuisberg. Het enige wat we hier nog doen, is onderzoek op botten en consultaties van levende mensen."

Levende mensen? In een forensisch centrum?

"Misverstand één", lacht Van de Voorde. "Een forensisch centrum doet meer dan lijkschouwingen. Van de 700 à 800 dossiers die we hier per jaar behandelen, hebben er 300 betrekking op levende mensen. Het gaat om slachtoffers van steekwonden of van een schietpartij die door het gerecht naar het ziekenhuis zijn gestuurd om de aard en ernst van verwondingen vast te stellen."

De overige dossiers betreffen dissecties, onderzoeken van overtuigingsstukken op biologische sporen, psychiatrische expertises en wedersamenstellingen. En elk jaar worden het er meer. Het Centrum voor Forensische Geneeskunde staat niet langer op zichzelf: het is een heus interfacultair instituut voor forensische wetenschappen, dat experts in verschillende vakgebieden verenigt.

"We werken met Jan Tytgat voor toxicologie en met Jean-Jacques Cassiman voor dna-onderzoek", somt Van de Voorde op. "Er zijn branddeskundigen die zijn opgeleid aan de KU Leuven, ingenieurs die zich hebben gespecialiseerd in beeldverwerking. Wist u dat beeldanalyse een courante praktijk is in het forensisch onderzoek? Daarmee kunnen we littekens herkennen of nummerplaten heel precies lezen. Met filmbeelden kunnen we ook verdachten die we alleen kennen van op foto's identificeren via hun oor. Net zoals vingerafdrukken zijn geen twee oren dezelfde. Op basis van schedels doen we zelfs driedimensionale gezichtsreconstructies. De techniek staat niet stil."

De spil van dat alles is de wetsdokter. Om hem draait het forensisch onderzoek, hij is degene die rapporten schrijft en zijn conclusies overmaakt. "De tijd van alleen werken is voorbij", stelt Van de Voorde. "Er zijn zoveel disciplines in de forensische wetenschappen dat een geïntegreerd instituut bijna een noodzaak is."

Vrijwel elke universiteit heeft tegenwoordig haar forensisch centrum. Dat is het gevolg van de 'verwetenschappelijking' van misdaadonderzoeken. De tijd dat speurders met een scherp observatievermogen, een analytische geest en een vlammend kruisverhoor verdachten tot bekentenissen dwingen, is voorbij. Bewijzen moeten er zijn, het liefst zo hard mogelijk. Het begon met het fameuze haartjesonderzoek in het dossier Dutroux-bis, eind jaren negentig. Sindsdien gaat geen groot gerechtelijk dossier voorbij of de wetenschap staat centraal: de spermasporen van Abdellah Ait Oud op de kleren van Nathalie en Stacy, het gsm-onderzoek van Leopold Storme in de Marollenmoord, de dna-sporen op de vuilniszak van de vrouw die haar baby dumpte.

"Het belang van forensische wetenschappen is niet meer weg te denken uit het gerechtelijk onderzoek", zegt Van de Voorde. "Maar dat besef staat in schril contrast met de middelen die justitie vrijmaakt. Van de pot voor de gerechtskosten moeten zowel telefonieonderzoeken als vertalers worden betaald. Dat zijn tijd- en geldverslindende onderzoeken. Veel parketten denk daarom twee keer na voor ze een deskundige aanstellen, waardoor onderzoeken soms worden verknoeid. Als dan drie jaar later voor de politierechtbank een verkeersongeval wordt uitgevochten en advocaten alles uit de kast halen om de verzekering toch maar niet te laten betalen, worden wij plots wel aan het werk gezet."

Dat steekt, moet Van de Voorde toegeven. "De stijgende gerechtskosten moeten dringend worden doorgelicht. Ik vraag me af hoe lang de universiteit het nog gaat pikken dat wij constant in de rode cijfers zitten. Zolang er zotten zijn als wij die dag en nacht werken tegen het tarief waarmee de hobbyisten destijds werden vergoed, hoor je het gerecht niet klagen. Maar de tijd dat gerechtelijke expertises werden doorgeschoven naar wetsdokters met een andere hoofdjob is voorbij. We zijn professionelen geworden die verlangen navenant te worden vergoed."

Heeft die miskenning te maken met de onwetendheid over het takenpakket van een wetsdokter?

"Ongetwijfeld. Men vindt het vanzelfsprekend dat wij erbij worden gehaald als het om moord gaat. Het is minder geweten dat forensische artsen ook bij andere overlijdens hun nut kunnen bewijzen. In Groot-Brittannië moet elke dode die de laatste veertien dagen niet bij een arts is langsgeweest sowieso door een coroner worden onderzocht. In Zwitserland bestaat zelfs een aangifteplicht. Daar wordt bij elk ongewoon overlijden een wetsdokter aangesteld."

Waarom is het zo belangrijk om ook bij 'gewone' overlijdens een forensisch arts in te schakelen?

"De arts die de dood verklaart, moet op de overlijdensakte vermelden of hij al dan niet 'gerechtelijk geneeskundig bezwaar' inroept. Dat betekent dat de dokter vermoedt dat een misdaad in het spel is. Maar hoe kan een mug-arts, die niet op de hoogte is van de situatie van een patiënt, een misdrijf op voorhand uitsluiten? Een zelfmoord is in negen op de tien gevallen ook werkelijk een zelfmoord. Maar in 10 procent van de gevallen gaat het om een ongeval, of om doding. Studies in Duitsland hebben uitgewezen dat voor elke ontdekte doding er één onbekend blijft. In België spreek je dan van 150 onopgemerkte dodingen per jaar.

"Al die jaren in het vak hebben me geleerd dat niets is wat het lijkt. Zo had ik op mijn tafel eens een man van wie iedereen dacht het een uitgemaakte zaak was. De buren hadden hem al een paar dagen niet meer gezien en verwittigden de hulpdiensten. Die vonden hem dood in bed. De man stond bekend als een alcoholicus, de redenering was snel gemaakt: dood gedronken. Maar de urgentiearts tekende gerechtelijk geneeskundig bezwaar aan tegen het overlijden. In de autopsiezaal ontdekten we een schedelfractuur, veroorzaakt door de inslag van een stomp voorwerp. Bleek dat de man enkele dagen voor zijn dood op straat in elkaar was geslagen door een groepje jongeren. Hij had zich nog naar huis kunnen slepen, waar hij aan zijn verwondingen overleed."

Hoe komt het dat zoveel dodingen niet aan het licht komen?

"In ons land is het zo geregeld dat elke arts het overlijden van een persoon kan verklaren, zelfs een familielid van de overleden, ondanks het bestaan van gespecialiseerde centra zoals het onze. Een wetsdokter inschakelen is geen plicht. In het buitenland is dat ondenkbaar. België kampt met de restanten van de code Napoléon uit 1804. Er zijn wel wetsvoorstellen ingediend om de situatie te veranderen, maar ondertussen blijven we achterop hinken.

"Het is niet vanzelfsprekend dat een arts die de dood verklaart dat doet met een forensische bril. Tenslotte worden ze opgeleid om mensen te genezen, niet om doden te onderzoeken. Ik kan duizend-en-één voorbeelden opsommen van misdaden die om die reden pas later aan het licht zijn gekomen."

"Een begrafenisondernemer die bij de lijktooi merkt dat een dode gaatjes van geweerschoten in de rug heeft. Een val van de trap die een duw blijkt. Tijdens mijn stage in Zürich werden we naar het overlijden van een jonge moeder geroepen. Ze had zich opgehangen in de kinderkamer, bij de wieg met de baby. Zelfmoord, dachten we, maar de leider van het onderzoek vond het verdacht. Een jonge moeder zou zich nooit verhangen in het bijzijn van haar kind."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234