Woensdag 21/10/2020

De pastoor verkrachtte, de bisschop betaalde zwijggeld

‘Mijn zoon Joël (...). Ik verheug me op wat je me zei over een regelmatige

psychologische begeleiding.

Ik denk dat dat

zeer nuttig zal zijn.’

‘Beste Joël, verlang je dat eerwaarde Gilbert Hubermont iets voor

je doet?’

In zijn flatje in Sint-Gillis deelt Joël Devillet zijn leven met een hond en twee papegaaien. Hij heeft geen relatie. Hij heeft er nooit één gehad en acht zich er ook niet toe in staat. “Kinderen zal ik nooit hebben”, zegt hij. “Ik vertoon me ook niet meer in Aubange, mijn geboortedorp. Men zegt daar dingen als: ‘Mensen die zoiets hebben meegemaakt, worden later zelf ook dader.’ Daarom woon ik hier, anoniem, in de drukte van Brussel. Ik weet niet of het waar is wat ze zeggen. Dat als ik vader zou worden, dat ik dan zou worden zoals zij. Het idee alleen doet me blokkeren. Het maakt me bang van mezelf.”

In Aubange, diep in de provincie Luxemburg, raakt de kleine Joël vanaf zijn achtste gefascineerd door de Kerk. Zijn vader raakte invalide na een ongeval en stortte zich in de drank. De jongen voelt zich verstoten en wordt misdienaar en koorknaap in de parochie Notre Dame du Rosaire. Hij droomt ervan om zelf ooit priester te worden en kan het goed vinden met de pastoor, een soort tweede vader. In 1987 wordt de oude pastoor geveld door kanker en komt er een nieuwe, veel jongere. De in 1960 geboren Gilbert Hubermont weet zich bij de jeugd in Aubange in geen tijd zeer populair te maken. Hij is een van de eersten in het dorp met een Nintendo. Op woensdagnamiddag verdringen Joël en zijn vriendjes elkaar in het salon van de pastorij om elkaars scores te verbeteren.

Hoe het ene spel uitmondt in het andere staat 15 jaar later beschreven in een requisitoir ter doorverwijzing van Hubermont naar de correctionele rechtbank te Aarlen. ‘Verkrachting’, ‘veelvuldige seksuele penetratie’, ‘met als verzwarende omstandigheid dat hij een gezag uitoefende op het slachtoffer’. Het strafdossier situeert de feiten tussen 1987 en 1991. Het maakt melding van bijna wekelijks seksueel misbruik. “Hij ging week na week een stap verder”, zegt Devillet. “Het begon met strelingen. Protesteerde ik, dan zei hij ‘Laisse-toi faire!’ Op zo’n gebiedende toon: laat je doen.”

Devillet was zeventien toen hij voor het eerst hulp ging zoeken, in eerste instantie binnen de Kerk. “Ik was jong, naïef en vooral diepgelovig”, zucht hij. “Ik wou geen schandaal, ik wou enkel dat het stopte, dat iemand tegen hem zei: dat mag niet. Ik heb er in 1990 een eerste keer over gesproken met monseigneur Musty (de toenmalige Naamse hulpbisschop Jean-Baptiste Musty, nvdr). Die luisterde wel, maar heeft nooit wat ondernomen. Toen een jaar later André Léonard benoemd werd tot bisschop van Namen (waar ook de provincie Luxemburg onder valt, nvdr) heb ik ook hem aangeschreven. Hij kende Gilbert Hubermont goed, want die was pas enkele jaren daarvoor was afgestudeerd aan het groot seminarie in Namen. Nog in 1991 bracht Léonard als nieuwe bisschop een bezoek aan Aubange. Ik heb hem toen gedurende een kwartier apart gesproken, in zijn auto, voor de kerk. Ik vertelde hem wat de pastoor had gedaan. Hij luisterde, en zei verder niets. Het gesprek ging verder over mijn voornemen om zelf ook priester te worden. ‘Dan moet je hard studeren’, zei hij. Hij beloofde dat hij voor mij zou bidden.”

Pastoor Hubermont is in 1990 overgeplaatst naar een andere parochie - die van Flawinne, bij Namen - maar blijft zijn kleine vriend in Aubange bestoken met briefjes en smeekbedes om eens op bezoek te komen, wat Devillet af en toe ook doet. "Elke keer weer zei hij vooraf dat het er hem om ging alles eens uit te praten", zegt hij. "Een goed gesprek. Het eindigde elke keer met mijn hoofd tussen zijn benen."

In 1994, nadat hij zijn diploma hoger onderwijs heeft behaald, begint Joël Devillet aan zijn studies in het groot seminarie. Hij is dat jaar één van 25 roepingen in het hele Waalse landsdeel, en komt zo nog dichter in de entourage van bisschop Léonard te staan. Hij kiest de broer van de bisschop, kanunnik Jean Léonard, als zijn biechtvader. Het is hij die van mening is dat de jonge student-priester hulp nodig heeft. Joël Devillet is buitengewoon introvert en verlegen en is ook nog eens erg klein van gestalte. Hij wordt naar een therapeut in Leuven gestuurd, die hem voor vier sessies per maand 5.000 frank (125 euro)aanrekent. Door her en der bij te klussen, onder meer door de uitzendingen van eucharistievieringen op lokale radiozenders te verzorgen, weet de jongen maandelijks rond te komen, maar op een dag in 1996 wordt het hem te veel. Er is hem verteld dat binnen het bisdom zoiets bestaat als een ecclesiastische rechtbank.

“Zo'n rechtbank gaat normaal enkel over zaken als het verbreken van een kerkelijk huwelijk”, zegt Joël Devillet. “Ik was nog steeds vastbesloten om zelf priester te worden. Ik wou geen schandaal, ik wou het binnen de kerk houden. Daarom legde ik daar, en enkel daar, een verklaring af.”

De verklaring wordt opgenomen door Jean-Marie Huet, de juridische vicaris en als dusdanig de rechterhand van bisschop André Léonard. Na vier maanden krijgt Devillet te horen dat de klacht zal worden geseponeerd, want pastoor Hubermont is gehoord en hij ontkent bij hoog en bij laag. "Ik heb de juridische vicaris toen de briefjes laten zien die de pastoor me in de loop der jaren zoal had gestuurd", zegt Devillet. “Er werd besloten om in het bisschoppelijk paleis een confrontatie te organiseren tussen ons, met al die briefjes op tafel. En in aanwezigheid van de juridische vicaris.”

Het resultaat van de confrontatie is een A4’tje, gedateerd op 14 november 1996. De gezamenlijk ondertekende tekst laat zien hoe de pastoor reageert als hem de verklaring van Devillet wordt voorgelegd: “Vraag van eerwaarde Huet aan eerwaarde Hubermont: Is het waar? Antwoord van eerwaarde Hubermont: Ja, behalve voor de zin ‘ik beleefde hier geen plezier aan’ Eigenlijk wou ik stoppen, maar Joël vroeg me om verder te doen.”

De pastoor lijkt niet echt vertrouwd met de strafwet. Voor het wetboek maakt het weinig of niks uit of een jongen van 15 plezier beleefde (of veinsde) aan seks met een volwassen man. Het is onder alle omstandigheden verkrachting.

Gilbert Hubermont blijft gewoon op post als pastoor in Flawinne. Hij organiseert er af en toe een kamp voor jongeren uit Aubange. Hij trekt ook met een groep kinderen uit zijn parochie naar Parijs voor een uitstap in Disneyland. Het hele gezelschap overnacht in één en dezelfde tent.

Documenten uit die tijd laten zien hoe het bisdom van Namen de zaak tracht af te handelen. Eén van die documenten is een bankafschrift waaruit blijkt dat pastoor Hubermont op 19 januari 1999 de som van 5.000 Belgische frank stort op de rekening van de vzw Bisdom van Namen. Met als mededeling de naam van de therapeut. De pastoor stortte zijn schuld voor drie maanden in één keer. Een ander document, op briefpapier van het bisdom (8 januari 1999) spreekt van een op 14 november 1996 beklonken afspraak dat de kosten voor de therapie van Devillet zullen worden gedeeld door drie partijen. Pastoor Hubermont betaalt een derde, Devillet zelf ook een derde en het bisdom het resterende derde van het honorarium van de psychotherapeut.

“Dat is de afspraak die is gemaakt op het moment van de bekentenis”, zegt Devillet. “Uiteindelijk zijn de betalingen maar een paar keer verricht. Ik ben meestal zelf alles blijven betalen. Niet lang, want die therapeut was waardeloos. Hij liet me neerliggen op een bank en zei me dat ik mijn ogen moest sluiten en luisteren naar het kloppen van mijn hart. Hij schonk zich dan een whisky-cola in en vroeg me na een uur hoe ik me voelde. Dat was het, mijn uurtje therapie. De therapeut is enkele jaren later zelf pastoor geworden. In Namen.”

Begin 1998 gebeurt het onvermijdelijke. Er zijn klachten over de wijze waarop Hubermont in Flawinne met de allerjongste parochianen omgaat. Opnieuw heeft hij een jongen verkracht en op 12 januari 1998 stelt hij een schriftelijk verklaring op voor de bisschop: “Ik verbind mij ertoe om (...) mijn eind 1996 begonnen psychotherapie voort te zetten. Ik verbind me er ook toe om me niet meer in het gezelschap te bevinden van kinderen of jonge adolescente minderjarigen zonder de aanwezigheid van andere volwassenen.”

Ook het nieuwe voorval kan het bisdom van Namen er niet toe brengen om de pastoor af te zetten. Hij krijgt een nieuw baantje toegewezen als dienaar van God. Met behoud van zijn priesterwedde kan hij aan de slag als maatschappelijk assistent in een home voor mentaal gehandicapten in Bonnerue bij Libramont. Hij krijgt er gratis logies in de pastorij en in het dorp wordt hij al snel beschouwd als mijnheer pastoor. Hij begint opnieuw missen op te dragen, onder meer in het kerkje in het dorpje Bras. Hij springt ook af en toe in voor erediensten in naburige dorpen.

Documenten uit die tijd laten zien hoe bisschop Léonard het hele reilen en zeilen met meer dan gemiddelde belangstelling volgt. De documenten laten onmiskenbaar zien dat hij weet dat deze priester bij herhaling kinderen heeft misbruikt. Er is onder meer deze met de hand geschreven brief van de bisschop, gedateerd op 11 oktober 1998: “Mijn zoon Joël (...). Ik verheug me op wat je me zei over een regelmatige psychologische begeleiding. Ik denk dat dat zeer nuttig zal zijn. Hou me op de hoogte van het resultaat.” Er volgt er nog één op 1 augustus 1999. Het is blijkbaar een reactie van de bisschop op de vraag van Devillet waarom het bisdom de pastoor de hand boven het hoofd blijft houden en waarom ze wil voorkomen dat de zaak voor justitie wordt gebracht: “Ons doel is natuurlijk niet om onze broeder te verpletteren maar om hem te redden en anderen te redden (...). Een goede begeleiding kan eventueel volstaan.'”

Er volgt nog een briefje op 22 november 2000: “Beste Joël, verlang je dat eerwaarde Gilbert Hubermont iets voor je doet? Zou dat opportuun zijn? Hoe dan ook, als dat zo is, preciseer je gedachte. Ik zegen je van harte. André-Mutien Léonard, bisschop van Namen.”

Tegen die tijd zit Devillet al niet meer in het seminarie. “Ik kreeg na drie jaar te horen dat ik dan toch niet geschikt werd geacht om priester te worden”, zegt hij. “Wellicht is dat ook zo. Ik heb wel sterk het gevoel dat men mij enkel tot het seminarie heeft toegelaten om tijd te kopen. In 1996 werd me duidelijk gemaakt dat een klacht bij het gerecht direct het einde zou betekenen van mijn jongensdroom om priester te worden.”

De verjaringstermijn voor seksueel misbruik was in die tijd vijf jaar, te rekenen vanaf het laatste vergrijp. Door een wetswijziging werd dat vanaf 2000 tien jaar, te rekenen vanaf de dag waarop het slachtoffer 18 jaar wordt. Joël Devillet is geboren op 7 juni 1973. Zijn zaak zal met andere woorden strafrechtelijk verjaren op 7 juni 2001. “Pas toen ik dat vernam werd het me allemaal duidelijk. Al die kleine beloften en financiële tussenkomsten, dat laatste briefje van bisschop Léonard: het had allemaal maar één doel. Tijd rekken. Na de bekentenissen, eind 1996, is de juridische vicaris voor me op de knieën gaan zitten, smekend: of ik alsjeblieft, in godsnaam, niet naar de rechtbank zou stappen. Ik moest denken aan de Kerk, aan haar goede naam, aan alle mensen die zich ervoor inzetten.”

In april 2001, twee maanden voor de deadline, stapt Devillet dan toch naar de rechtbank. Hij heeft zich inmiddels van God afgewend en zo valt ook het allerlaatste obstakel weg dat hem daarvan kan weerhouden. “Ik wist wel dat het, puur strafrechtelijk, allemaal niet veel zin had”, zegt Devillet. “Ik was enkel nog uit op erkenning als slachtoffer.”

Bijna gelijktijdig met het indienen van de klacht krijgt pastoor Hubermont dan toch zijn C4. In de ontslagbrief schrijft bisschop André Léonard dat “een nieuwe canonieke missie” slechts kan overwogen als de pastoor drie voorwaarden vervult: “Het snel hervatten van een ernstige therapie. Een andere woonplaats vinden dan de pastorie van Bonnerue. Zich blijven onthouden van alle contacten met minderjarigen.” Tussen haakjes wordt toegevoegd “onder de 18 jaar”.

In werkelijkheid verandert er weinig of niets. Pastoor Hubermont blijft gewoon in de pastorie wonen, zeker tot in 2008. In het diocesane jaarboek van het bisdom, editie 2008, prijkt zijn naam op pagina 226 nog steeds als verantwoordelijke priester in de parochies Bras en Bonnerue. Hij krijgt een nieuwe baan bij een andere vzw die zich ontfermt over mentaal gehandicapten. “En hij bleef ook, zij het occasioneel, missen opdragen”, zegt Joël Devillet. “Voor de mensen in het dorp was en bleef hij mijnheer pastoor. De ontslagbrief had als unieke doel het imago van bisschop Léonard te vrijwaren. Om iets in handen te hebben om op een gegeven moment tegen de publieke opinie te kunnen zeggen: ‘We hebben hem wel ontslagen.’ Maar tussen de bekentenis en het ontslag lag vijf jaar. Vijf jaar, waarin pastoor Hubermont op z’n minst in Flawinne één ander slachtoffer heeft gemaakt. Of juister gesteld: er was één kind dat het, zoals ik, heeft aangedurfd om te praten.”

Gilbert Hubermont wordt op 9 januari 2002 ondervraagd door de Naamse onderzoeksrechter André Monhoval. Het levert een proces-verbaal van verhoor op met een paar opmerkelijke passages. “Joël Devillet was vragende partij voor affectie”, aldus de pastoor. “Hij kwam bij mij en kwam geregeld op mijn schoot zitten. Dat was eind 1988, hij was toen inderdaad vijftien jaar. Ik ben begonnen met strelingen (...), en er is van zijn kant nooit verzet geweest. Hij kwam regelmatig bij mij thuis en telkens hij kwam, kroop hij op mijn schoot. Het is ongetwijfeld correct dat ik bij een of andere gelegenheid zijn broek heb uitgetrokken, maar het is lang geleden en ik herinner me de omstandigheden niet meer zo goed. U vraagt me of ik gemasturbeerd heb. Mijn antwoord is ja. U vraagt me of ik hem heb gevraagd mij te doen masturberen. Mijn antwoord is: ja, aan het eind van mijn verblijf in Aubange. Niet in het begin. Ik heb Aubange verlaten begin 1991.”

Wat de pastoor lijkt te willen aangeven is dat hij met bepaalde seksuele handelingen pas is begonnen nadat Joël Devillet achtereenvolgens zestien en meerderjarig werd. “Als Devillet verklaart dat wij samen naakt in een bed lagen”, zo laat de pastoor de onderzoeksrechter acteren, “dan staat het vast dat dit niet in Aubange gebeurde”. Hij betwist ook dat hij zich ooit zou zijn te buiten gegaan aan sodomie.

Geheel volgens verwachting spreekt de correctionele rechtbank in Aarlen Gilbert Hubermont op 5 februari 2004 vrij op grond van verjaring. Voor Devillet kan - vreemd genoeg - de strijd dan pas echt beginnen. Hij lanceert een burgerlijke procedure, die er deze keer op is gericht een schadevergoeding te bekomen van wat hem is ontnomen. De klacht is deze keer niet enkel gericht tegen pastoor Gilbert Hubermont, maar ook tegen monseigneur André-Mutien Léonard, bisschop te Namen. Devillet bekomt in februari 2007 een tussenvonnis waarin de rechtbank oordeelt dat de feiten op burgerlijk gebied nog niet zijn verjaard. De rechtbank stelt een neuropsychiater aan die de opgelopen psychische schade in kaart moet zien te brengen. De verslagen maken melding van “wantrouwen ten aanzien van een intieme relatie”,“weigering om vader te worden uit vrees voor herhaling van abusief gedrag”, “minimaal zelfbeeld”, “schaamte”...

Van aartsbisschop Léonard eist Devillet een schadevergoeding van 125.000 euro. Een deel van dat bedrag geldt als equivalent van lonen die hij had kunnen verdienen als hij niet drie jaar lang zijn tijd had verloren op het seminarie in Namen, een ander deel vertegenwoordigt morele en psychologische schade. En nog een ander deel al die keren dat hij 5.000 frank moest ophoesten om een uur lang op een bankje te gaan liggen bij een pseudo-therapeut in Leuven. De zaak is nog steeds hangende. In een recent advies aan de rechtbank acht gerechtsdokter Philippe Jocquet Devillet voor 50 procent gehandicapt en legt hij de verantwoordelijkheid daarvoor in aanzienlijke mate bij het bisdom van Namen.

“Bisschop Léonard heeft mij in het seminarie simpelweg gemanipuleerd”, zegt Devillet. “Hij wist zeer goed wat hij deed. Hij heeft er al die jaren alles aan gedaan om te beletten dat ik als slachtoffer mijn rechten kon doen gelden voor een rechtbank. Hij heeft al die jaren toegelaten dat een pedofiele pastoor die ten aanzien van zijn eigen bisdom bekentenissen aflegde, al zijn gezagsdragende functies verder kon blijven uitoefenen. Dit is de man die vorige week vrijdag op tv kwam verkondigen dat hij garant staat voor een transparante Kerk in dit soort zaken. Ik moet u zeggen dat ik van mijn stoel viel.”

Joël Devillet: misbruikt op zijn vijftiende door de pastoor. De pastoor bleef op post, bisschop Léonard liet hem een papiertje ondertekenen waarin hij moest beloven bij te dragen tot de kosten voor de therapiedoor Douglas De Coninck en marijke libert

‘Ons doel is natuurlijk niet om onze broeder te verpletteren maar om

hem te redden (...). Een goede

begeleiding kan eventueel volstaan.’

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234