Donderdag 17/10/2019

De partijen, schakel tussen kiezer en verkozenen

Het politieke bedrijf zonder partijen kunnen we ons niet voorstellen. Toch rept de grondwet met geen woord over de organisaties die het parlement en de regering bestieren. Partijen vormen de tussenschakel tussen de kiezer en zijn verkozenen. De partijen stellen een programma op en regelen de verdeling van de kandidaten op de lijst. Meteen spelen ze een wezenlijke rol bij de samenstelling van het parlement.

De verschillende partijen worden gemakshalve onderverdeeld in al dan niet traditionele partijen. Christen-democraten, liberalen en socialisten zijn politieke stromingen die tijdens de vorige eeuw het levenslicht zagen. Traditionele partijen lijken ook voorbestemd om regeringen te vormen. In 1968 splitste de christen-democratische familie zich in twee taalvleugels. Liberalen en socialisten volgden in 1971 en 1979.

In 1846 werd de liberale partij opgericht. De partij viel van meet af aan ten prooi aan twee stromingen. Links-liberalen werden de pleitbezorgers voor de verlaging van het cijnskiesrecht (stemrecht was afhankelijk van het betalen van belastingen) en voor menswaardiger arbeidsomstandigheden. Aan de rechterzijde floreerden de werkgevers. Het anticlericalisme hield de rangen min of meer gesloten. In 1962 werd de partij opengesteld voor gelovigen en niet-gelovigen (PVV), met een electorale boom tot gevolg. Een vernieuwings- en verruimingsoperatie genereerde in 1992 de VLD.

De Katholieke Partij zag in 1884 het levenslicht. Het was een product van de schoolstrijd, het confessionele aspect werd het bindmiddel bij uitstek. De partij zou echter een flinke kluif hebben aan de arbeidersvleugel die na de Rerum Novarum-encycliek (nog steeds het feest van de christelijke arbeidersbeweging) een steeds groter gewicht in de schaal legde. Na de Tweede Wereldoorlog werd geprobeerd om de verschillende standen (boeren, arbeiders en middenstand) op een constructieve manier met elkaar te laten samenwerken en ontstond het letterwoord CVP, de Christelijke Volkspartij.

De Belgische Werkliedenpartij werd in 1885 opgericht en zette zich van meet af aan in voor de ontvoogding van de arbeiders. Na de Tweede Wereldoorlog volgde de naamsverandering in BSP, later SP. In 1919 ontstond de communistische partij. Sinds 1985 heeft die partij geen vertegenwoordigers meer in het parlement.

Tot op de dag van vandaag spelen sociale (lees: de invloed van de overheid in het maatschappelijke proces) en levensbeschouwlijke breuklijnen nog steeds een belangrijke rol, maar gaandeweg dienden zich andere thema's aan. De communautaire perikelen genereerden eerst de Volksunie. Later, na het Egmont-debacle, kwam daar het Vlaams Blok bij. Vanaf de jaren negentig legde de VU steeds meer sociaal-economische accenten. Het Vlaams Blok wierp zich op het vreemdelingenthema en groeide zo uit tot een extreem-rechtse, zelfs racistische partij. Begin jaren tachtig kristalliseerde zich rond het milieuthema een nieuwe partij: Agalev.

Sinds de verkiezingen van 1991 worden steeds vaker pleidooien gevoerd rond de herverkaveling van het politieke landschap. De veelheid van partijen zorgt immers voor versplintering en dat maakt besturen niet eenvoudig. Zo wordt op dit ogenblik gewerkt aan de hergroepering van de linkerzijde via Het Sienjaal van Norbert De Batselier (SP) en Maurits Coppieters (VU). Anderen pleiten dan weer voor partijvernieuwing via constructies zoals ID21, al is het ideologische profiel daarvan erg vaag. Onvrede met het belastingstelsel of de moeilijke verwerking van het Dutroux-drama genereerde Vivant en de PNPb van Paul Marchal. (BBR)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234