Vrijdag 03/04/2020

De Palestijn als aanwezige afwezige

Alweer een mythe minder: Nur Masalha. 'A Land without a People'

Ludo Abicht

Israël is in meer dan één opzicht een merkwaardig land: terwijl de regering volop de vijftigste verjaardagsviering van de staat voorbereidde, zond de staatstelevisie een historische reeks uit die de officiële versie van de geschiedenis ronduit tegensprak. Tot ergernis van de zionisten, die zoiets als een slag in het gezicht ervoeren, en tot verbazing van de antizionisten, die zoiets nooit mogelijk hadden geacht.

Deze reeks, en de polemiek erover - Israël is een staat vol enthousiaste ruziemakers - was de neerslag van tien jaar ernstig archiefwerk door joodse en Palestijnse onderzoekers die nu al geschiedenis hebben geschreven als 'de nieuwe historici'. Jonge Turken als Benny Morris, Ilan Pappé, Simcha Flapan, Avi Sjlaïm en Tom Segev, maar ook gevestigde autoriteiten als Zeev Sternhell zijn al tien jaar lang de mythen over het ontstaan van de staat vakkundig aan het slopen, zoals onder meer blijkt uit het uitstekende overzichtswerk van Dominique Vidal, Le péché originel d'Israël (1998).

Een van hen is de Israëlisch-Palestijnse historicus Nur Masalha, die in 1992 ophef maakte met zijn gedetailleerde studie over het deportatiedenken in het zionisme van 1882 tot de stichting van Israël ('Expulsion of the Palestinians. The Concept of "Transfer"', in Zionist Political Thought 1882-1948). Zijn nieuwe boek, A Land without a People. Israel, Transfer and the Palestinians, dat net als het vorige bijna uitsluitend berust op documenten uit de Israëlische Staatsarchieven en de Centrale Zionistische Archieven in Jeruzalem, is daar een vervolg op.

De problematiek werd in 1969 doodnuchter samengevat door Mosje Dajan in een toespraak in Haïfa: "Er werd in dit land nergens gebouwd waar vroeger geen Arabische bevolking woonde." Daarmee maakte deze onverdachte zionist brandhout van de door de officiële propaganda decennialang gebruikte, maar historisch valse slogan 'een land zonder volk voor een volk zonder land'. Zowel de joodse kolonisten als, uiteraard, de Palestijnen wisten vanaf het begin dat het beeld van een woestijn, af en toe doorkruist door wilde nomaden, die dan tot bloei werd gebracht, volstrekt niet klopte. David Ben Goerion omschreef het doel van het zionisme daarom ook heel realistisch als volgt: "Zo veel mogelijk land en zo weinig mogelijk Arabieren."

Het eerste werd bereikt door het verdeelplan van de Verenigde Naties in 1947, de verovering van ongeveer 80 procent van het grondgebied in 1948-'49 en ten slotte de overwinnig tijdens de Zesdaagse Oorlog in 1967, toen Israël niet alleen het hele Mandaatgebied, maar bovendien de Sinaï en de Golan in handen kreeg. Na juni 1967 droomden alleen de ultrazionisten nog van verdere gebiedsuitbreidingen in Jordanië en Libanon. Het tweede werd in 1949 grotendeels verwezenlijkt door de verdrijving van ongeveer 750.000 van de 900.000 Palestijnen die via de Wet op de Terugkeer (van joden) van 1950 effectief buiten de grenzen van Israël werden gehouden en, in 1967, door de vlucht van nog eens honderdduizenden uit de kampen, steden en dorpen van de Westelijke Jordaanoever naar Jordanië.

Masalha beschrijft de verschillende plannen die de regering tussen 1949 en 1967 uitwerkte om ook de overgebleven Palestijnse bevolking uit de nieuwe joodse staat te verwijderen, onder meer de 'Operatie Libië', waarbij Palestijnen aangemoedigd werden om te 'ruilen' met naar Israël immigrerende joden uit Libië, de 'Operatie Haferferet' van 1956, een massamoord in het dorp Kfar Qassim die als doel had zoveel mogelijk Palestijnen op te schrikken en naar Jordanië te doen emigreren, en ten slotte de plannen om de bevolking van de in 1956-'57 bezette Gazastrook naar Jordanië en Syrië te verdrijven. Het resultaat van deze pogingen was mager: de Palestijnse bevolking van Israël weigerde te vertrekken en groeide intussen aan tot ongeveer één miljoen, nu iets meer dan 18 procent van de totale Israëlische bevolking.

Uit zionistisch oogpunt werd deze demografische problematiek echter pas dramatisch na de verovering van de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook, toen er nog eens zo'n twee miljoen Palestijnen bijkwamen. Als men die gebieden annexeerde, en de Palestijnen dus Israëlische staatsburgers werden, zouden er al voor het midden van volgende eeuw meer niet-joden dan joden in Israël wonen en zou bijgevolg het joodse karakter van de staat hoogstwaarschijnlijk door de meerderheid wettelijk worden weggestemd. En een apartheidsstelsel invoeren met ongelijke rechten en plichten voor joden en niet-joden kon niet.

Maar zou een derde oorlog niet benut kunnen worden om nog eens een massale uittocht van Palestijnen te veroorzaken? Het voorstel werd wel intern besproken, maar om begrijpelijke redenen verworpen. Dat gold evenzeer voor het voorstel van extreem nationalistische en ultra-orthodoxe partijen en organisaties als Moledet en Goesj Emoeniem om alle niet-joden dan maar met geweld over de grens te zetten, want dat zou zelfs voor de VS, de trouwste sponsor van Israël, onaanvaardbaar zijn. De vrijwillige emigratie, in Newspeak transfer ('overplaatsing') genoemd, bleef ten slotte als enige mogelijkheid over.

De privé-meningen van invloedrijke politici en professoren willen nogal eens verschillen van hun officiële stellingnamen. In hun dagboeken en brieven schrijven ze dat ze ervan dromen die "Arabieren" eindelijk kwijt te zijn, voor de buitenwacht spreken ze van humanitaire plannen, zodat de arme Palestijnen "niet eeuwig in deze ellende moeten blijven vegeteren, maar in het wijd open buitenland, van Syrië tot Australië, een veel beter leven kunnen leiden".

In de eerste jaren na de bezetting van de Palestijnse gebieden werden, vooral door de regering van de Arbeiderspartij, allerlei emigratievoorstellen geformuleerd en uitgetest. De bewoners van met de grond gelijk gemaakte wijken en dorpen werden systematisch in bussen gestopt en aan de Allenbybrug bij Jericho over de grens gezet. Masalha onderscheidt vier categorieën van gedeporteerden. Eén, zij die beschuldigd waren van 'ophitsing' of lidmaatschap van een 'illegale organisatie'. Twee, mensen die naar hun eigen huizen en land wilden terugkeren en als 'infiltratoren' werden opgepakt ('present absentees'). Drie, politieke gevangenen die op een bepaald moment de keuze kregen tussen een langere gevangenisstraf of emigratie en min of meer 'vrijwillig' de ballingschap verkozen. En ten slotte de grootste groep: zij die om een formeel-juridische reden als illegalen werden uitgewezen, bijvoorbeeld studenten die uit het buitenland wilden terugkeren, mensen die vergeten hadden hun papieren te vernieuwen of die in 1967 niet geregistreerd waren. Vaak werd slechts één lid van het gezin door een uitwijzingsbevel getroffen, maar men rekende er terecht op dat de rest de vader of moeder in ballingschap zou volgen.

Het verhaal is eentonig, maar dat is niet de schuld van de auteur. Het komt erop neer dat Israël en zijn bondgenoten zullen moeten kiezen tussen het aanvaarden van de Palestijnse realiteit en het respecteren van de minimale rechten van de Palestijnen en het voortzetten van de "sluipende deportatiepolitiek" die er onmiskenbaar nog steeds op gericht is het hele land Araberrein te maken. Alle plechtige verklaringen ten spijt.

Nur Masalha, A Land without a People. Israel, Transfer and the Palestinians 1949-1996, Faber and Faber, Londen, 246 p. Distributie voor België: AMP-PVD. Nur Masalha neemt deel aan het debat 'Vijftig jaar Israël' op zondag 27 september om 16 u. in de Stadsfeestzaal.

In hun dagboeken schrijven Israëlische politici weleens dat ze ervan dromen de 'Arabieren' kwijt te zijn, voor de buitenwacht spreken ze van humanitaire plannen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234