Woensdag 20/11/2019

Interview

De ouders van Mawda praten voor het eerst: “De autoriteiten hebben voorlopig nog niets voor ons gedaan”

Ali Shamdin, Amir Perhast en zoon Mohamad: ‘Terugkeren naar Irak is echt geen optie. Mijn schoonfamilie zou mijn vrouw zeker vermoorden.’ Beeld Aurélie Geurts

"Ik denk niet dat wij ooit nog rust zullen vinden. Onze enige hoop is dat we dicht bij Mawda kunnen leven." De ouders van de in mei doodgeschoten peuter doen hun relaas, tussen rouw en hoop op regularisatie.

Ali Shamdin (25) en Amir Perhast (24) begroeten ons in dezelfde zwarte kleren die ze droegen op de begrafenis van hun dochter op 30 mei, toen honderden mensen meestapten in een witte mars. Op hun borst prijkt nog altijd de foto waarop Mawda een hoedje draagt en je aankijkt met een deugnietenblik die voor altijd bevroren is. De hand op de mond.

Al die tijd hebben de ouders van Mawda gezwegen. Tot nu. Ze willen het volledige verhaal vertellen. Dat gaat met enkele pauzes want het oudere broertje van Mawda, Mohamad, kan niet zolang stil zitten. Door de gebeurtenissen is hij dan ook veranderd, zeggen zijn ouders: “Hij zoekt voortdurend excuses om zich kwaad te maken en is soms wat onhandelbaar”, zegt de papa.

“Hij vraagt vaak naar zijn zus. ‘Waar is ze naartoe?’ ‘Waarom heeft de politie haar vermoord?’ Ik probeer er niet te veel over te vertellen, omdat hij nog zo klein is. Ik ben bang dat hij het niet kan verwerken. Het is voor ons als ouders al zo moeilijk, wat moet dat voor hem zijn?”

De familie woont tijdelijk in een Brussels appartement, dankzij een gulle vrijwilliger van het burger­platform aan het Noord­station dat migranten onderdak biedt.

Maar ons gesprek vindt plaats in het kantoor van hun advocaat Olivier Stein, van Progress Lawyers Network, die met dit interview hoopt om vaart te krijgen in het gerechtelijk onderzoek, waarin hij weinig vertrouwen heeft: “We vrezen dat er van in het begin geprobeerd is om de waarheid te verdoezelen”, zegt Stein.

“Het parket heeft gelogen dat Comité P een onderzoek naar de verantwoordelijkheid van de politie had geopend en onmiddellijk weer gesloten. Dat was een doelbewuste, flagrante leugen. Vervolgens is er op een erg selectieve manier bepaalde informatie wel en andere dan weer niet gedeeld met het publiek. Volgens mij is dat alleen maar zo omdat er een agent bij betrokken was en parket en politie te dicht bij elkaar staan. Ik vraag me af of we wel kunnen spreken van een correct en onafhankelijk onderzoek.”

Tegelijk hopen de ouders dat er snel nieuws komt over hun regularisatie. “Het is erg moeilijk om te moeten wachten en in het ongewisse te blijven”, zegt Ali Shamdin. “Ik ben de Belgische bevolking erg dankbaar voor haar steun, maar de autoriteiten hebben voorlopig nog niets voor ons gedaan.”

Willen jullie wel in België blijven, na alles wat er gebeurd is?

Ali Shamdin: “Ja. Het enige wat ons voorlopig een beetje troost en kalmte biedt, is dat we een keer per week naar het graf van Mawda kunnen gaan en haar kunnen aanspreken. Dat doet me deugd. Ik kan me niet voorstellen hoe het moet voelen als dat niet meer zou kunnen.”

Waarom zijn jullie ooit uit Irak vertrokken?

Ali Shamdin: “Verboden liefde. Mijn vrouw heeft haar vader in 1996 verloren in de oorlog en haar moeder is ook dood. Ze had niemand meer en de familie wilde haar uithuwelijken aan een neef.

“Maar ondertussen werd ik verliefd op haar. Ik ben haar hand gaan vragen, maar de familie ging niet akkoord. Ongeveer een jaar hebben we stiekem een relatie gehad, maar op een bepaalde avond hebben ze ons betrapt. We konden gelukkig vluchten, naar een sjeik die zich over ons wilde ontfermen, maar toen zijn de bedreigingen begonnen.”

Haar familie bedreigde jullie? Hoever ging dat?

Amir Perhast: “Het was een verschrikkelijk stressvolle tijd. Al sinds de dood van mijn ouders behandelde mijn familie me niet goed, dus ik vreesde het ergste.

Ali Shamdin: “Zoals algemeen geweten is bij Koerden in onze streek: als je zonder medeweten van de familie een relatie hebt met een meisje, dan heet dat ontvoering. Om hun eer te zuiveren, nemen ze wraak door de man te doden. Als we niet tot bij die sjeik waren geraakt, dan waren we vermoord.”

En u werkte op dat moment als bouwvakker? Of in het Koerdisch leger, als peshmerga? We lezen daarover onduidelijke informatie.

Ali Shamdin: “Ik werkte als bouwvakker. Ik had vrienden die peshmerga waren en sta ongetwijfeld op foto’s met hen, maar ik ben nooit peshmerga geweest. Veel mensen beweren me te kennen en doen bepaalde uitspraken over mijn leven, maar ik heb helemaal geen familie of vrienden in Europa. Ik vermijd contact met andere Koerden, omdat ik nog altijd vrees dat haar familie wraak neemt.

Mawda werd op 30 mei begraven. Vader Ali, moeder Amir en broertje Mohamad dragen nog altijd een foto van Mawda op hun borst. Beeld Tim Dirven

“We zijn moeten vluchten nadat Mohamad was geboren en de sjeik niet meer voor ons drie kon zorgen. Hij heeft via officiële weg Iraakse paspoorten voor ons geregeld en op 11 januari 2016 zijn we dan vertrokken. We zijn met het vliegtuig tot in Turkije geraakt. En daar hebben we met een andere groep vluchtelingen de boot naar Griekenland genomen.”

Was het duur om tot in Europa te geraken? Hebben jullie een beroep moeten doen op mensensmokkelaars?

Ali Shamdin: “Ik had al wat gewerkt en spaargeld verzameld en de sjeik heeft ons financieel gesteund. We hebben onze paspoorten betaald en de vlucht naar Turkije, maar de grootste uitgave was de mensensmokkelaar om tot in Griekenland te geraken. Ik denk zo’n 5.000 euro voor ons samen. Vanaf Griekenland waren de grenzen op dat moment open in Europa en hebben we verder gereisd via trein, per bus en te voet.”

Waarom trokken jullie toen naar Duitsland?

Ali Shamdin: “Eigenlijk hadden we geen bepaald land in gedachten, gewoon een plek waar we ons leven veilig konden verder zetten. Ik wilde met mijn vrouw en kind in alle veiligheid een nieuw leven beginnen. Het is uiteindelijk Duitsland geworden, maar ik heb er spijt van. Mijn leven ging kapot in Duitsland.”

Wat ging er mis in Duitsland? Jullie hadden daar toch een asielaanvraag ingediend?

Ali Shamdin: “De omstandigheden waren erg slecht in het opvangcentrum van Mönchen­gladbach. We sliepen in tenten in een grote zaal. De accommodatie was slecht en dagelijks kwamen bussen met vluchtelingen aan. We waren bovendien bang dat er mensen tussen zaten die ons kenden en door de familie gestuurd waren om wraak te nemen. Geen enkele nacht konden we rust vinden.

Amir Perhast: “We zaten er met veel te veel mensen bij elkaar gepropt en regelmatig was er een vechtpartij. Ik was toen zwanger van Mawda en had geen enkele privacy. Maar ik voelde me vooral niet veilig.”

Na de geboorte van Mawda zijn jullie dan uit Duitsland vertrokken?

Ali Shamdin: “We zijn naar Frankrijk gegaan en van daaruit via een vrachtwagen naar het Verenigd Koninkrijk. Ik moest toen niet betalen, want ik had ons verhaal gedaan. Die mensen wisten dat ik niet veel geld had, waarop ze ons gratis de oversteek lieten maken. Veel mensen wilden helpen zodra ze ons verhaal hoorden.

“We werden in Groot-Brittannië onderschept in de vrachtwagen en ze hebben ons dan meegenomen naar een hotel in Londen. Daarna stuurden ze ons naar Cardiff en vervolgens kregen we een huisje toegewezen in Newport. We hadden het er goed en voelden ons veilig.”

Was dat het eerste moment sinds lang dat u enige rust vond?

“Inderdaad. Voor het eerst konden we even tot rust komen en samen een normaal leven leiden. Toekomstplannen maken. Mijn grootste droom was dat ik mijn kinderen een goed leven kon bezorgen. Ik had een mooie kamer ingericht voor mijn zoon, met speelgoed dat ik voor hem gekocht had. Ik wilde in het Verenigd Koninkrijk aan de slag gaan, als bouwvakker, maar eigenlijk was elke job goed. Ik trek snel mijn plan.”

Uiteindelijk moesten jullie terug naar Duitsland?

Ali Shamdin: “Na een maand of tien moesten we terug omdat ze erachter waren gekomen dat onze vinger­afdrukken in Duitsland genomen waren. De Dublin-procedure.”

Amir Perhast: “Mawda was een jaar toen we werden uitgewezen.”

Beeld Aurélie Geurts

Ali Shamdin: “Het was een van de moeilijkste dagen van mijn leven. Ze sleurden mijn vrouw over de grond om haar mee te nemen. Ik zei hen dat ze mijn vrouw en kinderen daar moesten laten, zodat ze in veiligheid zouden zijn, en enkel mij terugsturen. Maar ze wilden niet luisteren. Zo zijn we naar een ander opvang­centrum in Mönchengladbach gebracht. Enkele maanden later werd onze asielaanvraag geweigerd. Ik ben in beroep gegaan tegen de beslissing en heb de rechter alles opnieuw grondig uitgelegd, ook alles van die eerwraak. Maar ik denk dat hij ons verhaal niet ernstig nam.”

Nadat jullie duidelijk niet welkom waren in het Verenigd Koninkrijk, hebben jullie toch opnieuw geprobeerd om de oversteek te doen?

Ali Shamdin: “Ik had me geïnformeerd bij mensen die we in het Verenigd Koninkrijk hadden leren kennen. Ze zeiden dat ze me niet meer zouden terugsturen nu mijn dossier in Duitsland afgesloten was.

“En ik was vooral bang dat Duitsland me na de afgewezen asielaanvraag zou terugsturen naar Irak. Die bezorgdheid heb ik trouwens ook nu nog. We hebben nog altijd geen zekerheid dat we kunnen blijven. En terugkeren naar Irak is echt geen optie. Ik zou nog liever op straat leven. Ik maak me vooral zorgen om mijn vrouw. Haar familie zou haar zeker vermoorden.”

Hoe verliep die tweede reis?

“In Mönchengladbach namen we de trein naar Duinkerke. Ondertussen wisten we hoe het er daar aan toeging: we waren er al geweest en ook vrienden en medevluchtelingen maakten ons wegwijs. Deze keer moesten we wel betalen voor de trip naar Engeland: 10.000 pond (11.400 euro, red.) voor het gezin. Ik kon dat geld lenen van enkele vrienden en de bedoeling was dat ik in Engeland ging werken en het bedrag later zou terugbetalen.”

Hoeveel pogingen hebben jullie ondernomen om in Groot-Brittannië te geraken?

Ali Shamdin: “In totaal zes à zeven pogingen. Twee daarvan verliepen via parkings in België. We werden op een vrachtwagen gezet, maar de chauffeurs kwamen er telkens op uit en verwittigden de politie. De agenten namen ons dan voor enkele uren mee naar het politiekantoor. Ze namen vingerafdrukken, maar we zijn nooit verhoord geworden.”

Mevrouw Perhast, u ondernam die pogingen samen met uw twee kleine kinderen. Hoe ervoer u dat?

Amir Perhast: “Het was natuurlijk moeilijk. In het politiekantoor zaten we met onze twee kleine kinderen opgesloten in een kleine cel. Toen de kinderen honger kregen, gaven ze ons slechts een klein broodje en één glas water. Meer niet.”

Ali Shamdin: “Het was moeilijk, maar wat konden we doen? Eerlijk gezegd heb ik er nooit bij stilgestaan om op het Europese vasteland te blijven. Duitsland was een bijzonder slechte ervaring geweest en aan ons verblijf in Groot-Brittannië hadden we wél goede herinneringen. We waren ervan overtuigd dat Groot-Brittannië voor ons de beste optie was.”

Klopt het dat u ook in een koelwagen hebt gereisd?

Ali Shamdin: “Dat was een angstaanjagende ervaring. De exacte dag herinner ik me niet meer. Maar het was ongeveer rond middernacht toen we in de vrachtwagen stapten.

“Op dat moment stond de koelinstallatie niet aan. Het was pas toen de chauffeur doorhad dat wij in de koelruimte zaten, dat hij de installatie aanzette. We waren erg bang en bonkten op de wanden. Maar de chauffeur weigerde de deuren te openen en wachtte tot de politie was gearriveerd. Al die tijd bleef de vrachtwagen op de parking staan.”

Hoelang duurde het vooraleer de politie kwam?

Ali Shamdin: “Ongeveer twee uur.”

Vond u achteraf dat u een te groot risico had genomen door met twee kleine kinderen in een koelwagen te stappen?

Ali Shamdin: “Het is belangrijk om te weten dat de koelinstallatie in het begin niet aanstond. Maar los daarvan: als je moet vluchten, weet je niet altijd wat uiteindelijk het beste voor je is. Is het beter om het risico te nemen om je geboorteland te verlaten en zo verlost te zijn van de problemen die je daar hebt? Of is het beter om het risico te nemen om thuis te blijven en zo je leven in gevaar te brengen? Onze inschatting was dat het veel te gevaarlijk was om in Irak te blijven. En toen onze asielaanvraag in Duitsland werd afgewezen, was het ook daar te gevaarlijk geworden voor ons. De kans was te groot dat ze ons terug naar Irak zouden sturen.”

Hebben jullie ook gehoord wat de Belgische politicus Bart De Wever zei over uw ouderlijke verantwoordelijkheid in de dood van Mawda, en dat jullie niet enkel slachtoffers zijn? Wat vinden jullie van die uitspraak?

Ali Shamdin: “Omdat ik de landstaal niet ken, weet ik niet precies wat er gezegd is. Mensen hebben mij bepaalde zaken verteld over de uitspraak van die Belgische politicus; ik weet niet of ik het allemaal wel goed begrepen heb. Maar ik vraag me wel af waarom die politici niet in de eerste plaats zelfkritiek aan de dag leggen. Vinden zij het normaal dat hun agenten kinderen in een bestelwagen doodschieten? Er was geen reden om te schieten.

Amir, de moeder van Mawda. Beeld Aurélie Geurts

“Ik kan u vertellen dat ik zeer boos ben over die beschuldiging dat mijn vrouw en ik medeverantwoordelijk zouden zijn voor de dood van Mawda. Ik had het gevoel dat ze met hun woorden niet enkel Mawda maar ook onze zoon hadden doodgeschoten. Zoveel pijn deed dat. Wij zijn enorm kwaad omdat die politici geen rekening hielden met onze situatie. Zij hebben er niet eens bij stilgestaan dat onze dochter net was doodgeschoten en nog begraven moest worden. Onbegrijpelijk is het dat ze de verantwoordelijkheid in onze schoenen probeerden te schuiven, terwijl ze zelf in de fout zijn gegaan.

“Ik vraag me zo stilaan af of het voor die mensen wel zo belangrijk is dat er in deze zaak gerechtigheid geschiedt. De politieagent is nog altijd niet aangehouden, hij loopt nog altijd vrij rond. Ik heb het gevoel dat ze hun verantwoordelijkheid niet willen nemen.”

Kunt u die noodlottige nacht van 17 mei, de nacht waarin Mawda om het leven kwam, beschrijven?

Ali Shamdin: “Het was ongeveer 11 uur ’s avonds toen we vanuit het kamp in Grande-Synthe met de bestelwagen naar België vertrokken. Toen we in België waren, stopten we op een parking. De chauffeur stapte uit en met een andere man ging hij de parking checken. Wij dachten dat we daar zouden uitstappen. Maar de chauffeur kwam terug, stapte in en we reden de parking af. ‘Ik heb het gevoel dat we achtervolgd worden’, zei hij. Tien à vijftien minuten later hoorden we de sirene van een politiewagen. Toen wisten we zeker dat we achtervolgd werden. In het begin was er maar één politiewagen, maar dat werden er steeds meer.”

Wat gebeurde er in de laatste minuten voor het schot?

Ali Shamdin: “We zagen dat er politiewagens achter ons en naast ons reden. Enkele passagiers van de bestelwagen besloten daarop om een raam te breken en hun kind voor het raam te houden. Ze wilden aan de politie tonen dat er kinderen aan boord waren. Op een bepaald moment zag ik in de politiewagen naast ons een agent die zijn arm uit het raam stak, hij had een pistool vast. Hij schoot. Bijna gelijktijdig met het schot raakte de bestelwagen een vrachtwagen die voor ons reed. Iedereen werd door elkaar geschud. Er was paniek.

“Mawda lag in de armen van haar moeder en ik zag dat ze aan het bloeden was. Ik heb haar vastgenomen, hield haar in mijn armen. De bestelwagen kwam tot stilstand en iedereen stapte uit. Zes à zeven agenten stonden ons met wapens op te wachten. Ze stonden daar alsof ze IS-strijders moesten oppakken, met pistolen die ze op de mensen richtten. Het was brutaal, heel onaangenaam.

“Ik smeekte hen om een ziekenwagen te bellen. ‘Please, please, ambulance!’, riep ik. Maar ze reageerden niet. In plaats van mij te helpen, pakten ze Mawda af. Ze grepen me vast, draaiden mijn arm om waarna een van hen me op de grond dwong en op mijn borstkas ging zitten. Ik kon nog net zien hoe een andere agent Mawda probeerde te reanimeren.”

Wanneer is de ziekenwagen gekomen?

Ali Shamdin: “Ik denk dat we toch een half uur hebben moeten wachten. Op dat moment hebben we gesmeekt opdat mijn vrouw met de ziekenwagen kon meegaan. Maar ze lieten dat niet toe. In plaats daarvan hebben ze ons allebei in de boeien geslagen en namen ze ons mee naar het politiekantoor, waar we werden opgesloten. Pas de volgende dag kregen we te horen dat Mawda dood was.”

Het wordt stil. Beide ouders kijken strak voor zich uit. Het geduld van kleine Mohamad is nu helemaal op. Hij wil weg uit dit kantoor. We spreken af dat we nog enkele vragen zullen stellen, om daarna het interview af te ronden en de familie rust te gunnen.

Weet u wat er met de chauffeur van de bestelwagen is gebeurd?

Ali Shamdin: “Neen, ik heb geen idee. Ik was erg gechoqueerd door wat er met Mawda was gebeurd en had geen aandacht meer voor de chauffeur. Tussen het bestuurderscompartiment en de passagiersruimte was een doorgang. Het is best mogelijk dat hij tussen de andere passagiers is gesprongen. Maar ik weet niet of hij dat gedaan heeft. Zoals ik al zei: ik was zodanig bezig met Mawda dat ik niet meer weet wat er met de chauffeur is gebeurd.”

Verwijten jullie het de chauffeur dat hij bij het zien van de politiewagens plankgas gaf in plaats van op een veilige manier te stoppen?

Ali Shamdin: “Eerst en vooral: laten we niet vergeten dat de belangrijkste verantwoordelijkheid bij de politie ligt. Ze hadden tal van opties om met al die wagens de bestelwagen te stoppen. In tweede instantie is ook de chauffeur van de bestelwagen verantwoordelijk omdat hij is blijven verder rijden. Maar de politie had nooit mogen schieten. Zeker niet nadat we hen hadden getoond dat er kinderen en vrouwen aan boord waren.

“Een politieagent moet in staat zijn om op zulke momenten na te denken en juist te reageren. De politie had de bestelwagen desnoods kunnen volgen tot die zonder benzine viel.”

In het begin van ons gesprek zeiden jullie dat jullie elke week naar het graf van Mawda gaan om met haar te praten. Wat vertellen jullie haar?

Ali Shamdin: “Ik probeer haar keer op keer uit te leggen dat het mijn bedoeling was om haar gelukkig te maken. ‘Ik wilde je gelukkig maken, Mawda’, zeg ik dan. ‘Ik wilde voor jou een goede toekomst. Maar men heeft het mij niet gegund om goed voor jou te zorgen. Het spijt me heel erg dat ik daarin niet geslaagd ben.’”

Mawda’s moeder begint te huilen. “Ik vertel haar net hetzelfde. Dat het mij spijt dat ik haar niet heb mogen geven wat ik zo graag wilde geven.”

Er valt een stilte. Uiteindelijk neemt vader Ali nog even het woord. “Bedankt voor dit gesprek. Maar ik denk niet dat ik een seconde zal kunnen vergeten wat er die nacht gebeurd is. Ik denk niet dat wij ooit nog rust zullen vinden. Onze enige hoop is dat we dicht bij Mawda kunnen leven.”

Dit interview kwam tot stand met een beëdigd tolk die simultaan vertaalde van het Koerdische Sorani naar het Nederlands.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234