Maandag 21/06/2021

De opstand van de adel

De Vendée is een uithoek van Frankrijk, 200 jaar na de Franse Revolutie nog altijd berucht om zijn 'boerenopstanden' daartegen. In werkelijkheid leidden katholieke nobiljons de oorlog: zij wilden geen gelijkheid, vrijheid en broederlijkheid. Zo ook aan de start van de Tour. Vanaf vandaag geeft de verzamelde adel van het peloton present: ze willen allen winnen, niet één heeft een boodschap aan gelijkheid en broederlijkheid, en allen willen vooral hun eigen vrijheid afdwingen. In de Vendée ruikt de Tour vanaf dag één naar kruitdamp.

Tweet van Fabian Cancellara, even na zes uur 's avonds: "The window is open... They are testing already the tour song for the podium... Mmm i like. Our hotel is just 1 km from the finish line." Die boodschap is perfect in lijn met alles wat hier de voorbije dagen te horen was: als een vriendelijk woord omver kan blazen, als een glimlach kan doden, dan sterven de komende weken wat toprenners een pijnlijke dood.

Het moet symbolisch zijn. Uitgerekend op dezelfde plaats in de Vendée waar het verzamelen geblazen is voor 'Le Grand Départ', zij het aan de andere kant van het dorp, in het domein 'Le Puy du Fou', won Lance Armstrong in 1999 de proloog, droeg hij zijn eerste gele trui en vestigde hij een heerschappij waarvan de nasleep tot vorig jaar zou duren, toen hij in de eerste Alpenetappe kraakte en definitief begaf. In die zin is deze nieuwe Tourstart in de Vendeé het jaar één van de post-Armstrong-periode: eindelijk eens een Tour de France die níét om de zevenvoudige Tourwinnaar draait, de ex-kankerpatiënt, de nooit bij een controle op doping betrapte, immer door dopingverhalen en -onderzoek achtervolgde krachtpatser.

Armstrong kon niet alleen fysiek verwoestend uithalen, hij was ook vooral psychisch dominant. Zijn persconferenties waren door hem gehoste talkshows, een mannelijke, blanke variant van Oprah Winfrey, één uit Texas nog wel. Texas, 'the Lone Star State'. Zo was Armstrong ook, a lone star, even confronterend voor de Tourorganisatie als voor zijn concurrenten en zelfs ploegmaats die iets te eigengereid waren of te ambitieus werden. Zoals Tyler Hamilton, Floyd Landis, vooral Alberto Contador.

In het post-Armstrong-tijd lijkt alles ook anders dan Armstrong. Weg het superieure cynisme. Weg de zelf opgepookte naijver, de iedereen besluipende argwaan, de ijzeren hiërarchie - eerst the Boss, dan niets, dan nog altijd niets, en vervolgens zijn vrienden en vriendjes, en een zeldzame tegenstrever voor wie hij respect kon opbrengen, en voor de vijanden van die Boss uiteindelijk ook niets meer.

Vandaag zijn alle renners vriendelijk, voorkomend en professsioneel. En ze spreken hun talen, en doen dat welbespraakt. Dat is het nieuwe professionalisme, en wellicht is die houding wel schatplichtig aan de Armstrong-tijd. De tijd is voorbij dat een wielrenner niet meer kan communiceren. Zelfs Alberto Contador kan dat. De laatste superieure ploegmaat van Armstrong, zijn grootste antipode ook, hoe hij zich bij Astana door de eigen ploegleiding en zijn eigen ploegmaat liet destabiliseren. Vreselijke persconferenties waren het met Contador: 'hombre', kreunde hij bij elke vraag, tijd kopend met weer een 'tambien', nog wat stopwoorden gebruikend, stoplappen vooral, gemeenplaatsen die we zelf niet konden bedenken: zo slecht, zo nietszeggend.

Contador versus de Schlecks

In het jaar één van de post-Armstrong-tijd zat daar een andere Contador. Paradoxaal genoeg: voor het eerst helemaal in de positie van Armstrong. In de tang door een slepende dopingzaak, gekweld door het feit dat de journalisten zijn uitleg niet zomaar geloven, gekwetst in zijn eigenliefde dat hem dit moet overkomen, terwijl in eerste instantie niets gevonden was bij de gewone dopingcontrole. En elk jaar wat meer werd Contador ook de vijand van de Franse pers, het lokale publiek: het lot van elke buitenlander die 'hun' Tour de France domineert. Dat was al zo bij Eddy Merckx, dat werd erger met Lance Armstrong of Alberto Contador. Geen koelere zoen voor een Tourwinnaar dan die van een Française.

Het heeft Alberto Contador harder gemaakt. Opener ook - of is dat de invloed van zijn nieuwe ploegleider Bjarne Riis. De Iberische blik is nog altijd donker, maar de ogen fonkelen al feller. En hij bijt bij vragen van zich af. Zelfbewust, snedig, een enkele keer zelfs snerend, op de persconferentie van zijn team Saxo Bank. Paul Kimmage, ex-renner en een bijzonder kritisch journalist, werd prompt terechtgewezen toen hij in een vraag een feitelijke fout maakte. Contador pakte hem in: wegwezen. Vorig jaar was Contador kwetsbaar in de Tour, dit jaar was hij superieur in de Giro. Afwachten of hij op Franse wegen die loodzware Ronde van Italië verteerd heeft.

"Wij hopen van niet", lachen de Schlecks. Ontspannen, broederlijk, vol zelfvertrouwen, babbelend en uitleggend, met de flair van de immer zorgeloze jeunesse dorée. Wie is tegen de Schlecks - behalve dan Contador. En Bjarne Riis, de ploegleider die hen sinds het begin van hun carrière mee groot maakte, en met wie ze vorig jaar braken. Ze lieten doorschemeren 'dat het niets persoonlijks was, louter professioneel', dat het 'een uitdaging' is om eindelijk in een Luxemburgs team te rijden, het nieuwe Lépoard. Maar het was natuurlijk wél pijnlijk. De hele kern van Saxo ging mee naar Léopard: behalve de Schlecks en de halve staf oude krijgers als Jens Voigt en Stuart O'Grady, jonge krachten als Jakob Fuglsang, en dus krachtpatser Fabian Cancellara.

Zowel het oude Saxo als het nieuwe Léopard huldigen dezelfde cultuur, en 'uitstekende, het liefst intelligente' communicatie is daarvan de pijler. Dat is dus de erfenis-Armstrong. Maar die communicatie moet niet grimmig zijn, wel wat de Fransen séduisant noemen: een mengeling tussen verleiden en overtuigen. "Wij rijden niet tegen Riis", "Alberto is onze vijand niet", "Wij willen natuurlijk wel de Tour winnen, "Dit is wellicht het beste team ooit" - wie weet een knipoog naar het Deense Carlsberg, "probably the best beer in the world". Benieuwd of de Deen Riis dat zo begrepen heeft. Met de breedste glimlach neemt de adellijke jonkheid haar uitgangsposities in voor de bijna Dertigdagige Oorlog.

Het moet trouwens lang geleden zijn dat nog zo veel 'prinsen van het peloton' verzamelden bij een start van de Tour de France. Door het feit dat Alberto Contador (nog) niet geschorst is en toch aan de start verschijnt, geven nagenoeg alle toprenners aanwezig - dat was in de voorbije jaren wel even anders. De beste klimmers, de snelste sprinters, de machtigste tijdrijders, de meest onverbeterlijke aanvallen: alle prinsen van het peloton zijn present. De belangrijke afwezigen zijn letterlijk op één hand te tellen. Ten eerste Dennis Mensjov, vorig jaar nog derde, en eventueel zijn ploegmaat en oud-winnaar Carlos Sastre, omdat hun ploeg Geox geen wildcard kreeg. Dan Vuelta-winnaar Vicenzo Nibali en de Spaanse klimmer Joaquin Rodriguez, die beiden na de Giro op de Vuelta mikken. Ten slotte de onfortuinlijke Colombiaanse klimmer Juan Mauricio Soler, in 2007 nog winnaar van de bolletjestrui en bezig aan een sterke comeback, tot hij in de Ronde van Zwitserland zwaar viel en enige tijd in een kunstmatige coma werd gehouden. En dat moet het bij benadering zijn.

Maar verder verzamelden alle topfavorieten: Alberto Contador versus de broers Andy en Fränk Schleck, met oud-Girowinnaar Ivan Basso op de loer, de Nederlandse belofte Robert Gesink, 'onze' Jurgen Van den Broeck, de immer aanklampende Cadel Evans, en verderop ander schoon volk als Roman Kreuziger, Andreas Klöden, Levi Leipheimer, Janesz Brajkovic, Bradley Wiggins, Christian Vandevelde, misschien Nicolas Roche of de pas ontbolsterde John Gadret: de top tien in Parijs is nu al overboekt.

Wegsluipend talent

Dan mogen die favorieten nog niet te veel ruimte geven aan de sterke aanvallers, mannen die van alles wat kunnen, vooral vooraf afgesproken plannen dwarsbomen: Alexander Vinokoerov hoort daar bij, good old George Hincapie, die vanaf vandaag het record van zestien Tourdeelnames met Joop Zoetemelk deelt, Samuel Sanchez, Luis-Leon Sanchez, Damiano Cunego, misschien dit jaar dan toch eens.

En een trapje lager is er al dat wegsluipend talent, renners die van roekeloosheid een deugd maken, de gauwdieven van het peloton, voor iemand het weet hebben ze een rit meegegrist. Het is bij uitstek een Franse specialiteit, met nationaal kampioen Sylvain Chavanel en zijn spitsbroeder Jerôme Pineau, met Thomas Voeckler, de 'local d'étappe' - van alle eerste Vendée-etappes, eigenlijk -, en een eindeloze reeks Fransen als Sandy Casar of Romain Feillu. Maar er zijn ook buitenlanders die op zo'n rit azen: Juan-Antonio Flecha kon het lang geleden ooit en probeert elk jaar opnieuw, en hij inspireert ambitieuze rittenkapers als Simon Gerrans, Thomas De Gendt of Björn Leukemans. En wanneer toont Boasson Hagen, misschien wel de grootste belofte van zijn generatie, wat hij echt kan?

Hagen kan ook sprinten en tijdrijden, maar ook alle topsprinters en supertijdrijders staan aan de start. Tegen de klok is er Fabian Cancellara, naar verluidt een verre afstammeling van zowel Herakles als Samson, wegens geen voorjaarsklassieker gewonnen eerzuchtiger dan ooit, klaar om de ploegentijdrit te helpen winnen en nu zondag al het geel te grijpen. En hij zal niet alleen willen maar ook moeten vlammen, met Lars Boom, David Millar, Luis-Leon Sanchez en Tony Martin.

Maar dan moeten ze wel de ploegen van de sprinters voorblijven. En ook die zijn er echt allemaal. Als Tom Boonen wil winnen - en hij kreeg op zijn ploegvoorstelling niet één keer over zijn lippen dat een etappezege echt een must is ("we zien wel", "we kijken van dag tot dag") - moet hij voorbij de in de voorbije drie Tours schier onklopbare Mark Cavendish, voorbij Alessandro Petacchi, de enige die Cavendish op Franse wegen al man-tegen-man wist te kloppen, en dan zijn er wereldkampioen Thor Hushovd of Tyler Farrar. En hopelijk is zijn eigen ploegmaat Gerald Ciolek niet sneller dan hij.

En dan is er bovenal De Man, de alleskunner, dus ook de sprinter (en toch weer niet helemaal) Philippe Gilbert. Misschien niet de snelste, zelfs niet de sterkste, maar zonder discussie de beste. Ook de succesvolste. De te kloppen man. Fabian Cancellara staat alvast klaar. Voorkomend en onverbiddelijk, genadeloos en toch glimlachend, zoals dat deze generatie past en deze Tourorganisatie zint.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234