Zondag 22/05/2022

De oppervlakte van God

Blootgesteld aan fenomenen en epifenomenen waar hij geen raad mee weet, neemt het opperfenomeen mens zijn toevlucht tot de fysica en de metafysica: eerst wurmt hij de werkelijkheid in een systeem om vervolgens te leven in de veronderstelling dat de realiteit eraan beantwoordt. Een alternatief is de 'patafysica, de wetenschap die in het leven werd geroepen door Alfred Jarry, schepper van Ubu Roi, maar ook van de Roemruchte daden en opvattingen van Doctor Faustroll, patafysicus, postuum uitgegeven in 1911.

De etymologie van de 'patafysica (epi meta ta fysica) verduidelijkt de apostrof die aan het woord voorafgaat, al was het alleen maar om met de verzwegen 'é' de bourgeoisie te epateren door af te wijken van de spellingsregels. In de 'patafysica zijn de afwijkingen de norm; alle verschijnselen zijn gelijkwaardig, ook de bijzondere gevallen. "Omdat het epifenomeen vaak toeval is, zal de 'patafysica vooral de wetenschap van het bijzondere zijn."

De 'patafysica is bovendien "de wetenschap van de denkbeeldige oplossingen, die op symbolische wijze aan omtrekken de mogelijke eigenschappen van objecten toekent". De grenzen van het rationeel mogelijke zijn er om ze te verleggen. Zo berekent Jarry de oppervlakte van God, bespreekt hij de talloze betekenissen van de woorden "ha ha" en levert hij commentaar bij de praktische vervaardiging van een machine om in de tijd te reizen.

In veelkleurige bewoordingen beschrijft Jarry deze machine in een tekst waarmee hij de lebensraum van zijn 'neo-wetenschappelijke roman' vergroot: 'De tijdmachine' kleeft als een patatekst aan de eigenlijke avonturen van Faustroll. Die zijn samen te vatten als een reis van Parijs naar Parijs over zee. Volledig in de traditie van Rabelais en de baron van Münchhausen reist hij van het ene fantastische eiland naar het andere, in het gezelschap van de deurwaarder Panmuphle (verpersoonlijking van de gevestigde orde) en de baviaan Bosse-de-Nage.

Elk hoofdstuk is aan een beroemde tijdgenoot opgedragen, maar Jarry beperkt zich niet tot zijn collega's uit de kunstwereld, zoals Mallarmé, Beardsley of Gauguin. Ook wetenschappers verdienen die eer, zoals Charles-Vernon Boys: zijn onderzoekingen op het vlak van de capillariteit liggen aan de basis van Faustrolls technieken om zijn bed waterdicht te maken, met de bedoeling het tot een schip te transformeren.

Van de zevenentwintig boeken die hij bezit (een bonte verzameling van Baudelaire tot Verne, met daartussen onder meer Ubu Roi) kan Faustroll alleen de essentie meenemen op reis. Uit Duizend-en-één-nacht is dat bijvoorbeeld het oog van de derde Derwisj, uit Verne de tweeëneenhalve mijl van de aardkorst, en uit Ubu Roi de vijfde letter van het eerste woord van het eerste bedrijf. Dat is de extra 'r' in het openingswoord 'Merdre' waarmee Jarry het verbod omzeilde om scabreuze taal op het toneel te bezigen, en toch groot kabaal veroorzaakte tijdens de première van 1896.

Voortdurend zet Jarry vaste betekenissen van woorden op losse schroeven door ze in ongerijmde contexten te plaatsen. Verschuivingen, metamorfosen en dislocaties bepalen het grillige verloop van dit verhaal "met de kalme eenvormigheid van de chaos". De gebeurtenissen lijken vaak ingegeven door de woorden zelf en door de eigenzinnige etymologie die Jarry eraan toekent. Het woord 'bisschop', bijvoorbeeld, doet op episcopale wijze aan 'pisces' of vissen denken; Faustroll wordt dus door een 'zeebisschop' uitgenodigd op een menu met kreeft - wat leidt tot een fabel over de kreeft en het blikje cornedbeef. Het grote verschil tussen het "kleine, automobiele, levende blik" (de kreeft) en het blik cornedbeef is dat het laatste kruiselings over Faustrolls borst hangt, als het foedraal van een verrekijker waardoor hij mensen en dingen onder de loep neemt.

Telkens opnieuw wordt de betrouwbaarheid van de menselijke waarneming in twijfel getrokken. De betrekkelijkheid van onze kennis komt ook ter sprake in het negende hoofdstuk, 'Faustroll kleiner dan Faustroll', opgedragen aan William Crookes en volledig gebaseerd op een idee van deze fysicus: laat een minuscule homunculus een waterdruppel op een koolblad waarnemen en aan den lijve ondervinden wat oppervlaktespanning is; dan blijkt hoezeer de wetenschap afhankelijk is van de subjectieve waarnemer.

Maar het inzicht dat over fysische verschijnselen geen absoluut geldige uitspraken te doen zijn, leidt niet tot het verwerpen van de wetenschap. Integendeel, lang voor de Two Cultures van C.P. Snow, sloeg Jarry een brug tussen de zogenaamde harde en zachte wetenschappen, als een soort Richard Powers van de vorige eeuwwisseling. Het recente DNA-onderzoek zou ook Jarry ongetwijfeld gefascineerd hebben, met name de bevinding dat de menselijke ontwikkeling voornamelijk een kwestie is van afwijkingen van het geijkte patroon.

Het is overigens opvallend hoe vaak uitvindingen in de fysica 'per toeval' gebeuren. Dit is hetzelfde toeval waarvan de onvoorspelbaarheid voortdurend botst met ons onbevredigbaar verlangen om er vat op te krijgen. En uit die botsing komt volgens Camus het absurde voort. Hoe groter de nostalgie naar het absolute, hoe absurder de situatie. Het tragische van de Faust in ons heeft altijd ook wel iets trolligs. Faustroll wordt dan ook terecht beschouwd als de voorloper van het surrealisme en het absurd theater.

Op 11 mei 1948, in het jaar "75 PE" van de Patafysische Era, werd bovendien het Collège de 'Pataphysique opgericht. Raymond Queneau, Boris Vian, Eugène Ionesco en Jacques Prévert zijn slechts enkele van de vele leden die deel hebben uitgemaakt van dit college; een van de subcommissies is Oulipo - de Ouvroir de Littérature Potentielle. De wetenschap der denkbeeldige oplossingen wordt nog steeds druk beoefend. Rutger Kopland gaf onlangs enkele aanzetten tot de ontwikkeling van een euro-patafysica, bij wijze van rebellie tegen "onze van fysica en metafysica doordrenkte taal die ons de wereld laat zien en haar voor ons verborgen houdt". In plaats van de epifenomenen in het stramien van een natuurwet te wringen verliest de patafysicus nooit uit het oog dat het, omgekeerd, de gebeurtenissen zijn die ten grondslag liggen aan onze wetten. Deze gelden overigens alleen in de meeste gevallen, dat wil zeggen: de minst uitzonderlijke uitzonderingen.

De Roemruchte Daden en opvattingen van Doctor Faustroll, patafysicus zijn patapuik vertaald en geannoteerd door Liesbeth van Nes en Pieter de Nijs, en in 1994 verschenen bij Uitgeverij Perdu.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234