Woensdag 01/12/2021

De opmars van het levensbeschouwelijke toerisme

Hoe ouder jongeren worden, hoe minder zin ze hebben in godsdienstlessen. Bij de overstap van lager naar secundair onderwijs zeggen ze de godsdienstleraar massaal vaarwel. Twee derde van de jongeren in het gemeenschapsonderwijs kiest op dat ogenblik voor niet-confessionele zedenleer, bijna het dubbele van de scholieren in het basisonderwijs. 'Godsdienst is een privé-zaak geworden. Nu is de trend dat ouders hun kinderen zelf laten beslissen.' Inmiddels ondergaan de godsdienstlessen zelf, noodgedwongen, een grondige facelift.

Van de 53.074 leerlingen die tijdens het schooljaar 1998-'99 ingeschreven waren in het lagere gemeenschapsonderwijs, volgden er 31.440 katholieke godsdienst (59,2 procent) en 16.323 niet-confessionele zedenleer (30,7 procent). In het secundair onderwijs van het gemeenschapsonderwijs volgen in het lopende schooljaar 40.421 van de 68.669 leerlingen niet-confessionele zedenleer (58,8 procent) en 21.061 voor katholieke godsdienst (30,6 procent). Dat blijkt uit cijfers van het departement Onderwijs die minister Vanderpoorten verstrekte op vraag van CVP-parlementslid Bart Desmet.

Herman Lombaerts, verantwoordelijk voor de lerarenopleiding aan de faculteit godgeleerdheid van de Leuvense universiteit, is niet verwonderd. "De verhoudingen tussen godsdienst en samenleving zijn de voorbije jaren grondig gewijzigd. Godsdienst is een privé-zaak geworden, is uit het publieke leven verwijderd", zo zegt hij. "Steeds meer mensen staan afstandelijk tegenover ideologische connotaties. Dat leerlingen in het middelbaar overschakelen op zedenleer, is een symptoom daarvan. Statutair zijn het wel de ouders die moeten beslissen over de keuze van hun kind, maar in de praktijk is de trend dat ouders hun kinderen zelf laten beslissen. Maar deze cijfers moeten genuanceerd worden: ze gelden enkel voor het gemeenschapsonderwijs. Wie echt doordrongen is van het katholieke geloof, kiest voor het vrije onderwijs."

Volgens de godsdienstleraar van het atheneum in Deurne, die zijn naam liever niet in de krant wil, spelen evenwel ook andere, meer wereldse motieven. "Veel hangt af van de specifieke situatie", zo zegt de man. "Natuurlijk heb je leerlingen die een overtuigde keuze maken, al tref je die vooral aan in het vrij onderwijs. Dit zijn mensen die desondanks voor het gemeenschapsonderwijs kiezen omdat ze overtuigd zijn van het pluralistische project. Maar er is ook een grote groep van wat ik zoekenden zou noemen. Die weten niet zo best wat ze willen en laten zich door andere motieven leiden. Wat kiest mijn vriendje?, bijvoorbeeld. Of wie is de leraar? Hoe ziet zijn of haar programma eruit? Er bestaat zowaar een vorm van levensbeschouwelijk toerisme. Vaak zie je dat leerlingen, als ze van graad wisselen, overschakelen van godsdienst naar zedenleer, of andersom. De bedoeling is dan om te kijken wat de andere te bieden heeft. Ze shoppen als het ware tussen de levensbeschouwelijke vakken. Jawel, die mentaliteit komt steeds duidelijker aan de oppervlakte."

Lombaerts is ervan overtuigd dat de inrichtende machten te weinig doen om dat levensbeschouwelijke toerisme tegen te gaan. "We klagen al langer", zo zegt hij, "dat er een sterke concurrentie bestaat tussen de verschillende vakken om leerlingen te winnen. Dit is geen nieuw fenomeen, al verschilt het van school tot school. Soms gaat het zover dat men elkaar leerlingen wil afsnoepen met bijvoorbeeld een gemakkelijk programma", niet helemaal verrassend doelend op de leraars zedenleer. "Soms werken die zelfs samen om scholieren te lokken."

Maar die opmerking bestrijdt Peter Michielssens, de coördinerende inspecteur-generaal op het departement Onderwijs en de man die de administratieve leiding heeft over de inspectie levensbeschouwelijke vakken. De inhoudelijke leiding is in handen van de geloofsgemeenschappen. "Soms stapt er wel eens iemand over omdat de wervende kracht van de ene leraar nu eenmaal groter kan zijn dan die van een andere. In beide richtingen." En glimlachend: "Ik heb desondanks het gevoel dat er een sterk oecumenische geest leeft, om in de religieuze sfeer te blijven. Mijn ervaring leert me dat er een harmonische samenwerking bestaat. Ik ervaar helemaal geen concurrentie."

Michielssens denkt dat de kanteling in de statistieken, op het ogenblik van de overstap van lager naar secundair, vooral te maken heeft met een sociologische evolutie. "Er zijn minder gelovigen, en dat vertaalt zich in de cijfers. Bovendien zijn vele gelovigen slechts gelovig op de grote momenten, zoals eerste en plechtige communie. Voor de kinderen is dat allemaal achter de rug op het ogenblik dat ze naar het middelbaar trekken. En dan laten hun ouders hen de keuze."

Het verslapte geloof heeft ook gevolgen voor de inhoud van de godsdienstlessen zelf. Steeds vaker hebben de leraren het in de klas over het fenomeen godsdienst op zich, op vraag van de leerlingen die de voorbije jaren geconfronteerd werden met de sterke opmars van de islamitische godsdienst in hun onmiddellijke leefomgeving. In het lager onderwijs volgen inmiddels 4.406 leerlingen islamitische godsdienstles, in het secundair zijn dat er 4.488. Ook worden steeds meer leerlingen vrijgesteld van godsdienstonderwijs, niet zelden omdat ze tot een sekte behoren.

Gemiddeld worden per school 3,6 levensbeschouwelijke vakken georganiseerd. Lombaerts: "In principe moeten godsdienstlessen vanuit het rooms-katholieke perspectief gegeven worden. Maar in de context van een pluralistische samenleving kun je dat niet volhouden. Anders dreigt er een conflict: de leerlingen komen immers veel meer dan vroeger in contact met niet-christelijke godsdiensten. In de praktijken verkennen we dan ook die andere godsdiensten. We hebben het over godsdienst als fenomeen, en proberen het christendom daarin te situeren. In de hoop dat de leerlingen zo beter hun eigen identiteit leren te begrijpen."

'Als leerlingen van graad wisselen, schakelen ze vaak over van godsdienst naar zedenleer, of andersom'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234