Dinsdag 26/01/2021

De opmars van de boswachters

De Tefaf, die gisteren in Maastricht zijn deuren sloot, is de grootste kunst- en antiekbeurs ter wereld. Het is de exponent van een kunsthandel waarin het geld steeds sneller rolt en bedragen met negen nullen allang geen uitzondering meer zijn. In de achtdelige reeks 'Kunst te koop' belichten we de voor- en achterkant van de kunstmiljarden.

Speurwerk dreigt helemaal geprivatiseerd te worden

'De privé-sector moet zelf voor het politiewerk zorgen', zegt een voormalige topman van Scotland Yard. Doordat de politiemensen geen vuist kunnen maken tegen de oprukkende kunstcriminaliteit, nemen steeds meer privé-organisaties en bekeerde stropers hun taak over. Of hoe het speurwerk helemaal geprivatiseerd dreigt te raken.

Brussel / Eigen berichtgeving

Rudy Pieters

De Schreeuw, het wereldberoemde schilderij van Edvard Munch, had een van de vele schilderijen kunnen worden die we misschien nooit meer zouden terugzien. Maar kort nadat het in 1994 gestolen werd uit het Nationaal Museum in Oslo, liepen de dieven in de val van de politie. De Londense toprechercheur Charles Hill had zich uitgegeven voor een vertegenwoordiger van het Amerikaanse Getty. Het bijzonder kapitaalkrachtige museum wilde zogezegd een losgeld betalen in ruil voor een langdurig bruikleen van het doek.

Nu is Charles Hill gepensioneerd en heeft hij een privé-detectivebureau, samen met een andere collega van Scotland Yard. Ze zijn lang niet de enige politiemensen die van pet veranderen. Een ander bekend voorbeeld vinden we in het Gardner Museum in Boston, waar in 1990 'de diefstal van de eeuw' plaatsvond. De elf schilderijen ter waarde van 13 miljard frank (320 miljoen euro) - er zitten Rembrandts en Vermeers tussen - zijn nog steeds spoorloos. Dus heeft het museum twee jaar geleden een voormalige FBI-officier in de arm genomen.

Steeds meer wordt de strijd tegen de kunstcriminaliteit een zaak van de privé-sector. Het maakt er de hele kunsthandel, waar het zo al vol schimmige figuren loopt, niet bepaald transparanter op. "Er is een groeiende vraag naar privé-onderzoeken van kunstmisdaden omdat de politie zich grotendeels heeft teruggetrokken uit dit soort werk", vertelde Charles Hill onlangs aan The Art Newspaper. "Met uitzondering van de kunstbrigade van de Italiaanse carabinieri, hebben de politiediensten gewoonweg de tijd, het geld of de wil niet om zeer gespecialiseerde misdaden zoals kunstdiefstal of kunstfraude gedetailleerd te gaan onderzoeken. Scotland Yard heeft zijn activiteiten in dit domein zo sterk teruggeschroefd dat ze eigenlijk zinloos zijn geworden. De verantwoordelijkheid rust nu op de schouders van de privé-sector, die zelf voor het politiewerk moet zorgen. Waar dat gepast is, kunnen voormalige politiemensen daarbij helpen."

De verzekeringsmaatschappijen hebben op een wel heel erg drastische manier het heft in eigen handen genomen door het Art Loss Register (ALR) op te richten, ondertussen 's werelds grootste databank van gestolen of vermiste kunstvoorwerpen. Meer dan honderdduizend items zitten er nu in, waarvan veertig procent indertijd door de nazi's gestolen werd van joodse verzamelaars. Sinds zijn oprichting tien jaar geleden heeft het ALR al meer dan duizend werken teruggevonden, met een gezamenlijke waarde van meer dan 3 miljard frank (75 miljoen euro). De helft van de vondsten gebeurt door de eigen kunsthistorici die dag in dag uit veilingcatalogi zitten uit te pluizen.

Ook een prestigieuze beurs als Tefaf maakt sinds vorig jaar gebruik van het ALR. Na de kolossale blunder van 1998 konden ze in Maastricht ook niet anders. Er waren toen doodleuk schilderijen aangeboden met de collectie-Schloss als provenance (herkomst), "een van de beroemdste gevallen van nazi-roofkunst", zegt de Nederlandse journalist Henk Schutten, auteur van het boek Kunstmaffia. "Dat was heel erg schrijnend. Zelfs in de catalogus stond als provenance gewoon de collectie-Schloss. Hoe dat erdoorheen heeft kunnen glippen, is mij een volstrekt raadsel."

Het Art Loss Register ziet zichzelf als een aanvulling op het politiewerk. "Wij zijn blij dat die organisaties bestaan, wij werken daarmee samen, maar ze werken niet zoals de politie", zegt Dirk Deklerck van de Belgische federale politie (Art Research Team). "Ze werken in een bepaalde richting, in de richting van hun broodheren. Het is een private organisatie. Als een particulier een aangifte doet en het Art Loss Register het werk terugvindt, dan strijkt het 15 procent op, wat uiteraard zeer goed betaald is.

"Organisaties als het Art Loss Register zouden natuurlijk graag gebruikmaken van politionele gegevens. Ze mogen gebruik maken van de 14.000 voorwerpen in de Interpol-databank, die ook op cd-rom verkrijgbaar is." Maar Interpol seint enkel de waardevolste kunstvoorwerpen, in de nationale databanken zitten nog honderdduizenden voorwerpen meer. "Het Art Loss Register zou al die gegevens natuurlijk graag willen, ze proberen bij ons binnen te geraken. Maar als ze op basis van die gegevens hun 15 procent zouden opstrijken, dan kan dat deontologisch niet."

En dan hebben we tot slot Michel van Rijn, de beruchte Michel van Rijn, ooit een belangrijk kunstsmokkelaar en oplichter die helemaal tot de top van de kunstmarkt wist door te dringen - zijn naam dook zelfs op in het onderzoek naar de kunstroof in het Gardner Museum. Hij tracht nu zijn leven te beteren door zelf jacht te maken op gestolen en vervalste kunstvoorwerpen en door de politie interessante informatie toe te spelen. De stroper die boswachter is geworden. Niet toevallig is hij een van de hoofdrolspelers in het boek van Henk Schutten. "Hij is de grootste autoriteit op dat gebied", zegt Schutten over zijn landgenoot. "Maar", zegt Dirk Deklerck, "omdat hij zoveel jaren aan de andere zijde gestaan heeft, is zijn credibiliteit bij de politiediensten niet altijd zo groot. We proberen er zoveel mogelijk uit te filteren ten voordele van de klant."

Van Rijn is een flamboyante verschijning. Op zijn website poseert hij als een personage uit een hardboiled detective: snorretje, net pak, witte borsalino. In de kunstwereld is hij gevreesd en gehaat. Zeker bij de Tefaf zien ze hem niet graag komen. Hij was de man die op de Schloss-schilderijen wees en daarmee grote beroering deed ontstaan. Vorig jaar nagelde hij ook de Brusselse verkoper van Nok-oudheden aan de schandpaal. De terracotta's mogen Nigeria normaal gezien niet uit, ze staan zelfs op de Red List van meest bedreigde archeologische voorwerpen van Afrika, maar Van Rijn vond er een handvol in de stand van Emile Deletaille, op de koop toe een van de keurmeesters op de beurs. De Nigeriaanse ambassade liet de beeldjes in beslag nemen, de Nederlandse justitie trad in actie. Enkele maanden later breide Van Rijn nog een vervolg aan zijn Nok-kruistocht door in de Brusselse antiekzaken zelf op zoek te gaan naar nog meer beeldjes. Met succes.

Dit jaar hebben ze hem niet gezien op de Tefaf. Had hij zelf ook aangekondigd op zijn website. "Op de een of andere manier heb ik er niet zo'n zin meer in. Ik heb gestolen holocaustschilderijen ontmaskerd, gestolen en gesmokkelde Afrikaanse (Nok-)grafkunst, gestolen en gesmokkelde antiquiteiten. Wat kun je dan nog meer ontmaskeren?"

Morgen het slot van 'Kunst te koop': een interview met Henk Schutten, auteur van het boek Kunstmaffia.

'De politiediensten hebben de tijd, het geld of de wil niet om gespecialiseerde misdaden zoals kunstdiefstal of kunstfraude gedetailleerd te onderzoeken'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234