Zaterdag 19/06/2021

InterviewBeatrice de Graaf

‘De opeenvolging van tekort, roeping, overgave en strijd keerde terug bij alle veroordeelde terroristen die ik sprak’

Beatrice de Graaf: ‘Ik voerde lange gesprekken met mensen die weten dat ze daar nog jaren zullen zitten. Dat was soms erg deprimerend.’ Beeld Hilde Harshagen
Beatrice de Graaf: ‘Ik voerde lange gesprekken met mensen die weten dat ze daar nog jaren zullen zitten. Dat was soms erg deprimerend.’Beeld Hilde Harshagen

De gerenommeerde radicaliserings-expert Beatrice de Graaf voerde met 23 veroordeelde terroristen intense gesprekken over hun motieven. ‘Ze wilden zichzelf zuiveren door middel van geweld.’

In haar boek Radicale verlossing gaat de Nederlandse historicus en terrorisme-expert Beatrice de Graaf op zoek naar de diepe drijfveren van veroordeelde terroristen. Wat geloven zij echt als ze beweren dat ze hun terreurdaad in naam van een hogere instantie pleegden? Ze trok daarvoor onder andere naar de zwaarbewaakte terrorismeafdelingen van de gevange- nissen in Vught en Rotterdam (De Schie). De Graaf sprak er uitvoerig met 23 terrorismegedetineerden die tussen 2013 en 2020 opgesloten werden.

Waren uw gesprekken met veroordeelde mannelijke terroristen een helse klus?

“Vaak verliet ik de gevangenis met een bezwaard gemoed. De Schie en Vught zijn geen fijne plekken. Medewerkers en directies waren altijd heel vriendelijk en behulpzaam. Maar telkens wanneer ik door die sluizen naar binnen stapte, voelde ik beklemming. Er hing een bordje: ‘In geval van gijzeling laten we u hier achter’. Ik wist dus meteen: hier raak ik niet meteen weg als de ellende losbarst.”

BIO • geboren op 19 april 1976 in Putten (NL) • professor geschie­denis van de na­tio­nale betrek­kingen (Universiteit Utrecht) • onderzoekt veilig­heid en (contra)- terrorisme vanaf de 19de eeuw tot nu • medeoprichter van Centre for Terrorism and Counter­terrorism (Universiteit Leiden) • fellow in het Pro­gram on Extremism (George Washing­ton University)

Op de zwaarbeveiligde afdelingen is troosteloosheid troef?

“Gevangenen en medewerkers proberen er het bes­te van te maken. Zo hebben de gedetineerden er een tv en mogen ze zelf koken. Maar het zijn natuurlijk wel gevangenissen. Ik voerde lange gesprekken met mensen die weten dat ze daar nog jaren zullen zitten. Dat was soms erg deprimerend. Pas op, ik ga ervan uit dat hun straffen rechtmatig zijn. Toch blijven het mensen met gevoelens.”

U sprak hen in de bezoekersruimte?

“Heel soms sprak ik hen kort in hun cel. Lange gesprekken vonden in bezoekersruimtes plaats. Afhankelijk van het soort gevangenis verschilden die nogal. Hoe strenger het regime, hoe minder plaats er was voor sociaal contact. Vandaag zitten in Nederland ongeveer 40 terroristen hun straf uit. Toen ik met mijn interviews begon, waren het er 36. Ik sprak er 23.

“Sommige gedetineerden bleken me te kennen van mijn passages als terrorisme-expert op tv. Ik dacht eerst dat ze daar aanstoot aan zouden nemen, maar dat vonden ze juist goed. Ik merkte ook vrij vlug dat ze ondanks de hoge beveiliging contact met elkaar hadden. Na een paar interviews lieten andere gedetineerden me weten: ‘Je was bij Ahmed. Waarom kwam je niet bij ons langs?’” (lacht)

De veroordeelde jihadisten keken niet op u neer omdat u een vrouw bent?

“Dat zal ik natuurlijk nooit weten. De eerste gesprekken voerde ik op de terroristenafdeling van Vught. Die gevangenis werd toen geleid door de inmiddels gepensioneerde Yola Wanders, een vrouw. Zij had een goede verstandhouding met haar gedetineerden en introduceerde me bij hen. Het is best mogelijk dat zij een vrouw minder bedreigend vonden. Er zat soms glas tussen ons, waardoor er vanzelf afstand was. Ik zorgde er ook altijd voor om netjes gekleed te zijn. Van in het begin speelde ik open kaart. Ik stelde me voor als onderzoeker die over hun geloof wou schrijven en voegde eraan toe dat ikzelf ook gelovig ben.”

Zouden ze u even vriendelijk ontvangen hebben als u zichzelf als atheïst had voorgesteld?

“Ook dat weet ik niet. Ik denk dat ik vooral hun vertrouwen won door hen ernstig te nemen. Vught ligt vlak naast een concentratiekamp­museum en is een zeer naargeestige plek. In 1942 bouwde de Duitse bezetter op deze plek Kamp Vught, een doorgangskamp voor Joden op weg naar de vernietigingskampen. Elke ochtend fietste ik van het station van ’s Hertogenbosch naar Vught, langs de prikkeldraad en de oude kampbarakken. Ik reed langs de executieplaats waar de Duitsers verzetslui ophingen. Daarna fietste ik door een grote ijzeren poort de gevangenis binnen. Soms sprak ik daarover met de gevangenen. Of ik vroeg naar hun kinderen en vertelde dat ik er zelf ook heb. Velen hadden een gezin; hun vrouwen wonen nog in Turkije of elders.”

U gaf veel van uzelf prijs in die gesprekken?

“Ik hanteerde een bijzondere interviewtechniek: de life story-approach. Dat wil zeggen dat de interviewer een open gesprek over iemands levensloop chronologisch opbouwt, met oog voor de breek- en keerpunten. Ik begon altijd bij het begin. ‘Wie is je vader?’, vroeg ik dan. ‘Hoe kwam hij in Nederland?’ De meeste jongens hebben Marokkaanse roots en zijn ook bijna allemaal in Nederland geboren. Een jongen vertelde me dat zijn vader in de mijnen in Limburg had gewerkt en dat hij dat pas onlangs had ontdekt. Op zulke momenten voelde ik die jongens loskomen uit hun gevangenisstress. Vragen zoals ‘Hoe was je als kind? Waar voetbalde je?’ braken het ijs. Intussen peilde ik naar hun spirituele ontwikkeling, geloofsopvoeding, rituelen en religieuze praktijken. Want net dat wilde ik weten.”

Zit er een gezamenlijk patroon in hun individuele verhalen?

“In de terrorismewetenschap is dat een belangrijke vraag, want als er een patroon is, levert dat misschien inzicht in toekomstig terrorisme op. Alleen legt mijn onderzoek geen biografisch of sociaal-psychologisch patroon bloot. Het enige patroon is dat het mannen zijn tussen 18 en 25. Hun veelal Nederlands-Marokkaanse afkomst hangt samen met hun islamitische opvoeding. Er zitten geen bekeerlingen tussen; die treffen we eerder bij de vrouwen aan. Sommigen zijn vrij orthodox opgevoed, anderen weer helemaal niet. Een aantal volgde een hogere opleiding en een paar waren dakloos. Er kunnen dus nauwelijks conclusies getrokken worden als ‘ze hebben geen goede opleiding’ of ‘ze waren werkloos’. Meer dan de helft had wel een klein strafblad voor vergrijpen zoals overlast en diefstal. Collega’s voerden daar al eerder onderzoek naar. Hun conclusie luidt dat dat niet typisch is voor terrorismeverdachten, maar wel voor de sociaal-economische en etnische groep.”

Uw gesprekken leverden dus niet meteen iets op dat voorspellend kan zijn voor later terrorisme?

“Nee, maar dat was ook niet de bedoeling. Ik wou de relatie tussen religie en terrorisme nauwkeuriger in kaart brengen. In de media is er vooral aandacht voor twee nogal eendimensionale standpunten. Aan de ene kant zijn er de mensen die stellen dat terrorisme niets met de islam te maken heeft — ‘want dat is een godsdienst van vrede, moslims willen geen terrorisme en de jihadistische terreur is in de eerste plaats een uiting van persoonlijke frustraties en uitsluitingsmechanismen’. Aan de andere kant zijn er degenen die vinden dat religie inherent gewelddadig is. De jihadterreur volgt dan bijna automatisch uit de heilige geschriften.

‘Vele jongens voelden zich thuis zondige losers. Dan reisden ze liever naar de woestijn als heilige strijder.’
 Beeld AFP
‘Vele jongens voelden zich thuis zondige losers. Dan reisden ze liever naar de woestijn als heilige strijder.’Beeld AFP

“Beide stellingen zijn onwetenschappelijk en statistisch niet correct. Maar dat wil niet zeggen dat we zomaar voorbij kunnen aan het feit dat de daders zélf een beroep doen op hun geloof. Waarom worden ze niet ernstig genomen wanneer ze zeggen dat ze door een roeping gedreven worden? Dat ze naar het kalifaat wilden om daar mee te vechten in ‘de laatste strijd’?”

Dus is het tóch de islam?

“Toch niet, want dit is niet wat de meeste moslims willen. Bovendien, wat is dé islam? Basmala zeggen voor het eten? We hebben het hier over een zeer specifieke keuze van een relatief kleine groep. Geloof speelt daarbij natuurlijk een rol. Maar hoe? Voor veel wetenschappers is dat moeilijk te onderzoeken, omdat het niet experimenteel na te bootsen is. Je kunt wel onderzoeken hoe gelovigen zich gedragen, maar het wordt lastig zodra het gaat over wat er in iemands hoofd speelt. Als het over jihadisten gaat, luidt het oordeel weleens: ‘Het is psychisch; die man is schizofreen’. Als wetenschapper stammend uit de verlichtingstraditie vind ik: zolang niet vastgesteld is dat iemand de hele tijd in een psychose leefde, moet je hem ernstig nemen wanneer hij over zijn motieven voor bepaalde handelingen vertelt.

“Tijdens mijn gesprekken met de veroordeelde terroristen ervoer ik dat ze worstelden met een besef van schuld en boete. Ik ben zelf heel strikt protestants opgevoed en herkende dat gevoel meteen. Eerst dacht ik: ‘Opgepast, dit is jouw calvinistische vooroordeel’. Om dat uit te sluiten, ging ik erover praten met verschillende arabisten van mijn universiteit. Ik wilde weten hoe het met schuld en boete in de islam zit, want ik spreek zelf geen Arabisch.”

Veel gedetineerde terroristen ook niet. Uit uw gesprekken met hen blijkt dat velen nauwelijks de Koran gelezen hebben.

“Bent u indertijd katholiek opgevoed? Dan weet u wellicht ook dat gelovige katholieken in de kerk een kaarsje branden en een kruis slaan zonder ooit de Bijbel gelezen te hebben. Mijn beeld van geloof is niet dat een moslim de Koran uit zijn blote hoofd moet kennen, of een katholiek de catechismus. De socioloog Emile Durkheim schreef dat de verticale dimensie van geloof zich ook altijd horizontaal uit. Geloof is ook: de praktijken volgen en rituelen uitvoeren die bij jouw religie horen, de ‘praxis’. Naar de kerk of de moskee gaan, is net zo gelovig als de Bijbel of de Koran lezen. Via de arabisten kwam ik te weten dat termen als zuivering, boetedoening, overgave en schuld ook in de islam voorkomen. Alle gedetineerden die ik sprak waren verbonden door hun zoektocht naar de zuivere praktijk, naar wat ze moesten doen om in hun beleving een goede moslim te zijn.

Beatrice de Graaf: 'De opeenvolging van tekort, roeping, overgave en strijd keerde terug in alle verhalen van de veroordeelde terroristen die ik sprak.' Beeld Hilde Harshagen
Beatrice de Graaf: 'De opeenvolging van tekort, roeping, overgave en strijd keerde terug in alle verhalen van de veroordeelde terroristen die ik sprak.'Beeld Hilde Harshagen

“Soms hadden ze een strafblad, waren ze geen goede zonen, voelden ze zich slechte gelovigen of worstelden ze met een spiritueel tekort. Maar materieel kwamen ze meestal niets tekort. Ze bezaten flatscreens, bankstellen en koffiezetapparaten, en toch voelden ze zich een loser. Tot ze die filmpjes binnen kregen van kinderen die in Syrië werden afgeslacht. Amerika, Rusland en Europa lieten begaan. Op internet circuleerden oproepen daar iets aan te doen: om geld te schenken en kledij in te zamelen. Sommigen engageerden zich bij islamitische vrijwilligersorganisaties. De in 1989 geboren Amin vertelde dat zijn huis vol lag met kleren. Continu was hij in de weer met het vervoeren van ladingen kleren naar de moskee.

“Maar het geweld tegen Syrische mannen, vrouwen en kinderen stopte niet en na een tijd vonden ze liefdadigheid niet genoeg. Toen kwam er een aanbod om radicaal te breken én hun eigen leven in de weegschaal te leggen voor het hogere doel. Die opeenvolging van tekort, roeping, overgave en strijd keerde terug in alle verhalen.”

Ze verlangden naar ‘radicale verlossing’, naar het doen van iets wat hun eigenbelang en zelfs de horizon van hun eigen leven overstijgt?

“Ja. Het begrip ‘verlossing’ is gebaseerd op onderzoek van de psycholoog Dan McAdams. In zijn boek The Redemptive Self schrijft hij dat hem opviel hoe nogal wat cliënten uit zijn praktijk hun levensverhaal opbouwden rond negatieve, levensbedreigende situaties zoals kanker, verslaving, een conflict met de politie of verlies van een geliefde. Na de rampspoed krabbelden ze op om hun leven een positieve draai te geven. Sindsdien wilden ze iets voor anderen betekenen. McAdams noemt hen ‘generatieve’ persoonlijkheden: mensen die na een enorme tegenslag iets positiefs willen bijdragen aan de samenleving en daarover getuigen.

“‘Verlossing’ is voor McAdams het psychologisch ervaren van bevrijding van leed in samenhang met engagement voor een betere wereld. Het klinkt misschien vreemd, maar dit concept pas ik toe op terroristen en noem ik ‘radicale verlossing’: zij omarmen McAdams’ begrip van ‘verlossing’ op een radicale, gewelddadige of geweldsverheerlijkende wijze. Zichzelf in een zelfmoordaanslag opblazen, kan dan het summum van radicale verlossing zijn. Het tegenovergestelde is ook waar: in lijn met McAdams kan zo’n daad van opoffering uitmonden in immense frustratie. Verlossing wordt dan bederf en teleurstelling.”

Om hun fouten uit het verleden te herstellen en van hun schuldgevoel af te raken, sloten de jonge mannen waar u mee sprak aan bij Al Qaida of IS?

“Op een bepaald moment besloten ze dat het roer in hun leven radicaal om moest. In de islamitische jongerencultuur is elkaar punten voor zuivere daden toekennen heel gewoon. Veel jonge moslims wereldwijd zijn verwoed bezig met hasanat, of het verzamelen van punten om in het paradijs te komen. Het is vergelijkbaar met het oude katholieke aflatensysteem: je hemel verdienen door het verrichten van goede daden. De islamitische jongerencultuur is daarvan doordrongen. Op populaire fora zoals Maroc.nl gaat het voortdurend over hasanat, over punten verdienen door je moeder te helpen, actief te zijn in de moskee of flink je best te doen op school.

“Maar dat willen scoren kan ook radicaal worden. Zo vertelde de in 1985 geboren Fadil me hoe hij punten en zo het paradijs wou verdienen door in Syrië kleine moslimkinderen uit de klauwen van Assad te redden. Al mijn gesprekspartners voelden de behoefte om iets goed te doen, zichzelf te zuiveren en voor eens en altijd van dat strafblad af te raken. Door naar het kalifaat te verhuizen om moslims te gaan bevrijden, verdienden ze in één klap voldoende hasanat. Ze losten zo niet alleen hun eigen schuld in, maar ook die van familieleden.

“De in 1995 geboren Ahmed was verslaafd aan cannabis en raakte zo op het criminele pad. Hij had bij zijn drugsdealers een schuld uitstaan van duizenden euro. Zij zaten hem op de hielen. Op het internet zag hij wervende filmpjes van IS. Die speelden helemaal in op die jongerencultuur van hasanat en het verrichten van goede daden. In de periode 2011 tot 2015 kregen IS-rekruten maandelijks een flinke vergoeding handje contantje. Via Duisburg reisden ze probleemloos naar Turkije, om vandaar de grens over te steken naar IS-gebied. Voor Ahmed en vele anderen leek dat een perfecte uitweg. Ze hadden een slecht betaald baantje in een supermarkt, ze moesten hun dealer nog een pak geld, en hun ouders zeurden hen de oren van het hoofd. Ze voelden zich een zondige loser. Dan reisden ze liever naar de woestijn, waar ze door IS goed betaald werden en als heilige strijder hun hemel konden verdienen.”

Naast de wervende, glimmende IS-reclamefilmpjes waren er toch ook de gruwelvideo’s met bloederige onthoofdingen?

“Veel jongens die ik sprak vertrokken vóór 2014 naar het kalifaat. Ze reisden niet lang na de Arabische Lente af, toen zowel de Nederlandse als de Belgische overheid nog zeiden: ‘Het is afschuwelijk wat Assad zijn burgers in Syrië aandoet’. Al Qaida-in-Irak, de voorloper van IS, was toen natuurlijk al in het gebied actief. Maar de onthoofdingsfilmpjes van IS circuleerden nog niet. De meeste jongens sloten zich aan bij Jabhat al-Nusra, een Al Qaida-filiaal. Later zweerden ook zij trouw aan IS. Een paar van mijn gesprekspartners maakten na 2014 de overstap en zagen die gruwelvideo’s wel. De meesten zeggen nu dat IS te ver ging met die filmpjes. ‘We wilden tegen Assad strijden en de Syriërs bevrijden.’ Ze veroordelen de onthoofdingen niet, maar distantiëren zich ervan. Een van mijn gesprekspartners verdedigt ze. Hij was strijder bij IS en vindt de afschuwelijke levende verbranding van de 26-jarige Jordaanse piloot Mu’ath al-Kasaesbeh in 2015 terecht.”

De 26-jarige Jordaanse piloot Mu’ath al-Kasaesbeh werd in 2015 op de brandstapel door IS om het leven gebracht. Beatrice de Graaf: ‘Een jongen zei tegen me dat de verbranding van die piloot terecht was. Mijn maag draaide om.’
 Beeld REUTERS
De 26-jarige Jordaanse piloot Mu’ath al-Kasaesbeh werd in 2015 op de brandstapel door IS om het leven gebracht. Beatrice de Graaf: ‘Een jongen zei tegen me dat de verbranding van die piloot terecht was. Mijn maag draaide om.’Beeld REUTERS

Ik sprak de voorbije jaren een paar terug­gekeerde Belgische Syrië-strijders. Wat mij opviel: ze vertelden allemaal dat ze nooit hadden deelgenomen aan gevechten of executies. Allemaal waren ze ziekenbroeder of kok, of ze hadden pech gehad. Dat merk ik ook in de gesprekken die u voerde.

“Ik schrijf ook dat ik niet al hun verhalen kan verifiëren. Ik focus op de rol van hun geloof, maar kan me niet uitspreken over wat ze daar wel of niet uitspookten. Ik denk niet dat ik vergoelijk. Een aantal van mijn gesprekspartners kwam uit eigen beweging terug omdat ze teleurgesteld raakten in het systeem. Het waren geen diehard veteranen. De mensen die ik in Nederland sprak, zijn degenen die het in het kalifaat niet hebben gered.

“Je keert niet zomaar terug, tenzij je teleurgesteld bent in wat daar plaatsvindt. De Syrië-strijders die u en ik in België en Nederland spraken, zijn de mannen die voor de tweede keer zichzelf als loser zien. Dat zijn dus degenen bij wie dat heilige ideaal van verlossing omslaat in het tegendeel: in bederf. Hun relaas is er een van nieuwe teleurstelling en frustratie. Ze bleken niet de heilige strijd te voeren. IS leverde niet wat ze hadden gehoopt en het lukte niet om in Syrië of Irak een mooi leven uit te bouwen.

“Ze proberen nu hun gevangenisstraf zo beperkt mogelijk te houden en ik merkte ook wel dat ze niet altijd het achterste van hun tong lieten zien. Sommigen wilden niet zeggen of ze aan de frontlijn hadden gevochten. De jongeman die me vertelde dat hij het uitstekend vond dat de Jordaanse piloot levend verbrand werd, was een uitzondering. Dat vond ik een heel heftig moment. Hij is een hartelijke jongen met wie ik fijne gesprekken voerde. Ineens zei hij: ‘Die verbranding was een terechte straf’. Mijn maag draaide om.”

Ik correspondeerde een tijdje met een jongen van 18 nadat hij in juni 2014 naar Syrië vertrokken was. Anderhalf jaar later blies hij zichzelf op in een zelfmoordaanslag. Dat waren zeer bizarre chatsessies: die jongen leek totaal gehersenspoeld.

“Karim, een broer van een Syrië-ganger, vertelde mij hoe hij zijn oudere broer Hassan gehersenspoeld zag worden. Hassan was niet eens erg religieus. Hij was vroeger commando geweest in het Nederlandse leger. ‘Het verlangen te laten zien wie hij was en wat hij kon, om zich tegenover zijn broer, vrouw en familie als een echte man en moslim te presenteren, dreef hem in de armen van de internetronselaars van IS’, zei Karim. Hassan vertrok naar het kalifaat en stierf daar op 1 januari 2015 bij de slag om Fallujah. Karim had tot de laatste dag contact met zijn broer. ‘Het leek alsof hij steeds minder in de eindoverwinning geloofde’, zei hij. ‘Maar omdat hij alle schepen achter zich verbrand had, vond hij dat hij niet meer terug kon.’ Aan het einde huilde Hassan aan de telefoon. ‘Kom alsjeblieft terug’, smeekte Karim. Maar Hassan weigerde. ‘Ik heb te veel misdaan en vlieg bij terugkomst meteen in de gevangenis. Ik móét sterven voor Allah.’

“Volgens Karim was Hassans martelaarschap eerst en vooral een wanhoopsdaad. Geen radicale verlossing, maar radicale wanhoop.

“Er is geen happy end: niet voor de slachtoffers van IS en terrorisme, maar ook niet voor al deze jongens in de gevangenissen. Hun Nederlandse of Belgische identiteit is intussen afgenomen en zodra ze vrijkomen, worden ze uitgeleverd aan Marokko. De meesten zijn daar niet geboren. Er is voor hen geen weg terug meer.”

Maakt die ‘uitzichtloze toekomst’ hen op termijn opnieuw gevaarlijk?

“Alle onderzoek wereldwijd concludeert dat recidivisme onder terrorismeveroordeelden erg laag is. Het percentage schommelt tussen 3 en 5 procent. Misschien komt dat juist omdat tijdens een langere gevangenschap het relaas van verlossing omslaat in een relaas van bederf en wanhoop. Ze zijn dan niet langer een gevaar voor de samenleving, maar voor zichzelf.”

U sprak ook met een paar voor terreur veroordeelde rechts-extremisten. Trof u bij hen dezelfde nood aan radicale verlossing aan als bij de veroordeelde jihadisten?

“Ik vond het interessant om uit te zoeken of dat geloof in heilige verlossing enkel bij religie voorkomt of ook bij seculiere religies, bij ideologieën. Ik stelde veel overeenkomsten vast tussen religie en ideologie. Radicale politieke ideologieën roepen mensen ook op tot overgave aan bepaalde rituelen. Er is ook geloof in een utopische heilstaat én het idee dat je door middel van geweld jezelf kunt zuiveren. Dat vond je in de jaren 1970 en 80 al terug bij de links-revolutionaire terroristische Rote Armee Fraktion (RAF). Maar ook vandaag bij rechts-extremisten; ook zij willen zich van hun loserleven verlossen. Ze dromen bijvoorbeeld van een zuivere natiestaat en zien zichzelf als een wraakengel.

“De 21-jarige Robert Aaron Long voelde zich bezoedeld door zijn verslaving aan seks en porno. Hij wou eens en voorgoed afrekenen met de demonen uit zijn verleden. De Aziatische vrouwen in de massagesalons van Atlanta zag hij als verleidsters. Hij schafte zich een geweer aan en begon op 16 maart van dit jaar aan zijn raid, waarbij hij acht mensen doodde. Vermoedelijk speelden ook racisme en white supremacy een rol. Dat verlangen naar radicale zuivering, het daadwerkelijk willen vechten tegen verleiding en schuld, zag ik ook bij sommige jihadisten. Idem voor Anders Breivik. Het patroon voor radicale verlossing wordt sterker als er een validatie aan vasthangt door een heilig geschrift of bestaande religieuze organisatie.”

‘Bij de sluizen in de gevangenis hing een bordje: ‘In geval van gijzeling laten we u hier achter.’ Ik wist dus meteen: hier raak ik niet meteen weg als de ellende losbarst.’ Beeld Hilde Harshagen
‘Bij de sluizen in de gevangenis hing een bordje: ‘In geval van gijzeling laten we u hier achter.’ Ik wist dus meteen: hier raak ik niet meteen weg als de ellende losbarst.’Beeld Hilde Harshagen

De door u opgetekende verhalen van rechts-extremisten Martijn en Peter, allebei veroordeeld voor een mislukte aanslag in 2016 op een moskee in Enschede, vond ik nogal zielig.

“Ze waren zeker wat zielig, maar ze pleegden wel een aanslag. Martijn zag zich geroepen om voor zijn volkswijk ‘het goede’ te doen door een molotovcocktail tegen een moskee te gooien. Hij wou de vrouwen en meisjes redden van de ‘tsunami aan hitsige migranten’. Hij en Peter werden in januari 2016 getriggerd door het nieuws van vluchtelingen die in Keulen vrouwen lastigvielen. ‘2.500 aanrandingen’, vertelden ze me. Met hun actie wilden ze iets ondernemen voor hun gemeenschap. Ook zij ‘offerden zich op’. Bij hun arrestatie drong snel door: ‘Help, wat hebben wij gedaan!’”

Ze waren allebei lid van de extreemrechtse club Demonstranten Tegen Gemeenten en deelden in chatgroepen racistische en antisemitische memes. Het waren maar grapjes, zeiden ze tegen u. Mij deed dat heel sterk denken aan onze extreemrechtse jongerenclub Schild & Vrienden. ‘Eindbaas’ Dries Van Langenhove noemt die memes ook ‘grapjes’. Dat zijn het niet?

“Nee. Op internetfora en in chatgroepen zwepen jongeren elkaar op om te scoren, of het nu om die antisemitische memes gaat of over de hasanat. Dat is de TikTok-mentaliteit: elkaar uitdagen en met je filmpjes en memes likes verzamelen. Stephan Balliet probeerde op 9 oktober 2019 in een synagoge in het Duitse Halle binnen te dringen om daar een bloedbad aan te richten. Hij kreeg de deur niet open en ging dan maar schieten in een kebabzaak. Balans: twee doden. Hij live-streamde zijn actie met een camera op zijn helm en met rapmuziek op de achtergrond om likes te verzamelen. Hij zei: ‘Ik wil hoger scoren dan Brenton Tarrant (de aanslagpleger van Christchurch in Australië op 15 maart 2019, de 51 dodelijke slachtoffers maakte, red.), maar ik ben een loser want het lukt me niet.’ Die memes zijn dus niet zo onschuldig. Ze horen bij dit soort van opzwepende, radicaliserende mediapraktijken.”

Het lijkt alsof het jihadisme vandaag bij ons aan het wegebben is?

“De aantrekkingskracht van het kalifaat is ondermijnd. Het territorium is opgerold en psychologisch kreeg IS een grote klap. Een van mijn gesprekspartners zei dat hij eerst geloofde dat IS de Premier League aanvoerde. ‘Zij waren de overwinnaars. Maar net als Al Qaida bleken ze gewoon losers te zijn.’

“Dat wil niet zeggen dat jongeren niet langer radicaliseren. Er worden in België en Nederland nog regelmatig jonge mensen opgepakt met plannen voor een aanslag. Het aanbod is verminderd: er zijn minder aantrekkelijke plekken waar ze met hun radicale energie naartoe kunnen. Onderschat niet hoe goed IS was in het bespelen van de gemoederen van jonge moslims. Zo verspreidden ze in Engeland een poster met daarop de slogan: ‘Sometimes people with the worst pasts create the best futures’. Een crimineel verleden prezen ze aan als voordeel bij het deelnemen aan de heilige strijd.

“Er hoorde een filmpje bij waarin een jongen met een bivakmuts een paar keer in de lucht schiet om zijn woorden kracht bij te zetten. Tegen al die jongens met een strafblad zei hij: ‘Diep vanbinnen weet je wat je aan het doen bent, en dat je niet verandert. Je draait rond in kringetjes, je weet wel, ik ben eigenlijk een moslim in mijn hart, ik ben een moslim in mijn hart, het ware geloof is in mijn hart. Maar waar ben je wanneer we je nodig hebben om hoofden af te hakken, waar ben je wanneer ze onze kinderen en onze vaders afslachten, of onze vrouwen verkrachten?’

“IS-rekruten hoefden niet eens hun crimineel verleden af te zweren. In het kalifaat mochten ze een crimineel zijn voor Allah. Dat wervende aanbod is voorlopig verdwenen.”

De eerste die erin slaagt om in het gat te springen dat IS achterliet, heeft prijs?

“Die trekt snel weer jongeren aan. Want het zoeken naar radicale zuiverheid is van alle tijden.”

Beatrice de Graaf, Radicale verlossing. Wat terroristen geloven, Prometheus, 383 p., 29,99 euro

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234