Zaterdag 14/12/2019

De oorlog tegen de verdraagzaamheid

Wilders en co. richten hun pijlen niet alleen op islamitische extremisten. Zijn succes heeft hij te danken aan het gevoel dat verdraagzaamheid een vorm van verraad is

Ian Buruma fileert de volksmennerij van Geert Wilders

Ian Buruma is hoogleraar democratie, mensenrechten en journalistiek aan Bard College in New York. Zijn nieuwste boek heet Murder in Amsterdam: The Death of Theo van Gogh and the Limits of Tolerance.@4 DROP 2 OPINIE:Als 'verdraagzaamheid' in een land als Nederland een scheldwoord wordt, weet je dat er iets grondig in het honderd loopt. De Nederlanders hebben zichzelf altijd als het verdraagzaamste volk ter wereld beschouwd. In rustigere tijden zou niemand aanstoot hebben genomen aan de kersttoespraak van koningin Beatrix. In die toespraak brak ze een lans voor verdraagzaamheid en voor "het respect voor de minderheden in de samenleving". Maar Geert Wilders, leider van de rechtse Vrijheidspartij, walgde zo van die "multiculturele onzin" van de koningin dat hij voorstelde om haar haar grondwettelijke rol in de regering af te nemen.

Wilders is een populaire volksmenner. Zijn partij heeft negen zetels in het Nederlandse Parlement en hij vergelijkt Mein Kampf van Hitler met de Koran. Hij wil de Nederlandse grenzen sluiten voor moslimmigranten en brult dat de moslims die al in Nederland wonen en er ook willen blijven de Koran moeten verscheuren. In zijn ogen is verdraagzaamheid tegenover de islam niet meer dan een laffe concessiepolitiek. Hij denkt dat Europa het gevaar loopt "geïslamiseerd" te worden. "Binnenkort zal Nederland meer moskeeën dan kerken tellen", zegt hij. "De ware Europeanen moeten het lef hebben om voor zichzelf op te komen en om de westerse beschaving te redden."

Wilders roept op om de Koran te verbieden, maar toch beschouwen hij en zijn aanhangers de absolute vrijheid van meningsuiting als een westers geboorterecht. In haar toespraak zei Beatrix dat de vrijheid van meningsuiting niet hetzelfde is als de vrijheid om andere mensen te beledigen. Wilders is het daar hoegenaamd niet mee eens. De politieke correctheid mag de kritiek op de islam, hoe beledigend ook, niet in de weg staan.

Wilders neemt elke gelegenheid te baat om de (vaak heel beperkte) verdraagzaamheid van de moslims op de proef te stellen. Zijn recentste provocatie is een kortfilm waarin hij de islam aan de kaak stelt. De film is nog niet in de zalen, maar zorgt nu al voor paniek. Wilders heeft de wereldpers gehaald met zijn exploten en dat is opmerkelijk voor een Nederlandse politicus die weinig in de melk te brokken heeft. De Nederlandse ambassades zetten zich schrap. Ze vrezen voor gewelddadige demonstraties en de regering overweegt speciale veiligheidsmaatregelen te nemen.

Bepaalde commentatoren scheren Wilders, een katholiek die is geboren en opgegroeid in een provinciestadje, over dezelfde kam als zijn moslimvijanden. Ze noemen hem een ware gelovige. Zijn enige drijfveer is Europa "joods-christelijk" te houden. Maar dat is misschien een afleidingsmanoeuvre. Zijn oorlog tegen de islam is ook, en misschien wel in de eerste plaats, een oorlog tegen de culturele en politieke elite, tegen de Nederlandse intelligentsia, tegen de eurocraten van Brussel en tegen de ruimdenkende koningin.

Zijn toespraken zijn doorspekt met referenties naar de arrogante elites die geen voeling meer hebben met de gevoelens van de man in de straat. 'Verdraagzaamheid' is zwak en elitair. Het is typisch voor mensen die vervreemd zijn van de harde werkelijkheid, voor mensen die niet in contact komen met de gewelddadige en onhandelbare buitenlanders die een bedreiging vormen voor het fatsoenlijke Nederlandse volk.

Die kijk op de elitaire verzoener beperkt zich niet alleen tot Nederland. De gestudeerde Joodse activisten in Israël die de Israëlische misdaden tegen de Palestijnen aanklagen, de pacifisten die geloven dat onderhandelen beter is dan geweld te gebruiken en die vinden dat zelfs de Arabieren hun rechten hebben, worden afgedaan als "goede zielen". De gewone man, die met beide voeten in de echte wereld staat, weet natuurlijk wel beter: de harde lijn, wars van alle compromissen, is de enige manier om iets te bereiken.

In de Verenigde Staten is het woord liberal voor de populistische radiopresentatoren en de rechtse politici synoniem geworden voor 'snobistische slappeling van de oostkust' of, erger nog, met 'New Yorkse intellectueel'. De liberals zijn niet alleen softies, maar duidelijk ook on-Amerikaans.

De elites worden geassocieerd met volksvreemdheid, verdraagzaamheid en kosmopolitische steden, maar dat is niets nieuws. De elites spreken vaak vreemde talen, en de grote steden stellen zich meestal verdraagzamer en meer open op tegenover een bevolking met verschillende nationaliteiten. Het moderne populisme - denk maar aan de Amerikaanse politici die opkomen, of die zogezegd opkomen, 'tegen Washington', of de Franse populisten die het over het la France profonde hebben - staat altijd afkerig tegenover de grote steden. Brussel, de hoofdstad van de Europese Unie, staat symbool voor alles wat de populisten, zowel rechts als links, haten. En de moslimmigranten wonen in Amsterdam, Londen of Marseille, en niet in de kleine gemeenten waar de rechtse populisten sterk staan.

Maar toch werkt de politiek van de haat nog het best als ze is geënt op reële angsten. De mensen hebben ook redenen om bang te zijn voor de economische globalisering, de pan-Europese bureaucratie, de enorme en niet altijd gecontroleerde instroom van immigranten en de agressie van de radicale politieke islam. Die angst is in het verleden al te vaak genegeerd.

Niet alleen de Nederlanders, maar veel Europeanen, hebben het gevoel dat ze in de steek worden gelaten terwijl de wereld om hen heen razendsnel verandert. Ze hebben het gevoel dat de multinationals meer macht hebben dan de natiestaten, dat de rijke en gestudeerde stedelingen het veel beter hebben dan zij en dat de gewone mensen in de provincies aan hun lot worden overgelaten. De democratisch verkozen politici zijn voor hen niet alleen vleugellam. Ze zijn ook overstag gegaan voor die grotere krachten die de gewone man bedreigen. Ze beschouwen verdraagzaamheid niet alleen als een zwakte, maar ook als een vorm van verraad.

De moslimdreiging is natuurlijk geen verzinsel. Een kleine groep ideologische extremisten pleegt echt geweld in naam van de islam. En dat zullen ze ook blijven doen. Maar de haat tegen de islam is veel dieper geworteld.

Wilders en aanverwanten richten hun pijlen niet alleen op de islamitische extremisten. Zijn succes heeft hij te danken aan het gevoel dat verdraagzaamheid een vorm van verraad is. En, zoals zo vaak het geval is, heeft de afkeer van de elites een uitlaatklep gevonden in de afkeer van buitenstaanders die er anders uitzien en er vreemde gewoonten op nahouden. We moeten het islamitische extremisme bestrijden, maar we mogen ons daarbij niet laten meeslepen door het buikgevoel van de niet-denkende massa. Daar is nog nooit iets goeds uit voortgesproten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234