Donderdag 20/01/2022

De oorlog om de geheimen VANwikileaks

De website zou slechts korte tijd bestaan en dan voorgoed in cyberspace verdwijnen, zei Julian Assange. Ze moesten dus snel zijn. En dit, zo omcirkelde hij enkele woorden op een gele servet, is het paswoord voor de site. Eenmaal dat ingegeven, konden ze de ‘Afghan war logs’ downloaden, een reeks documenten waarin ieder Amerikaans militair incident in Afganistan gedetailleerd stond beschreven. Een van de aanwezige journalisten moffelde de servet haastig weg in zijn reistas, tussen zijn vuile kleren. Assange bleef intussen voortdurend om zich heen kijken, op zijn hoede voor luistervinken.

Het was een opmerkelijk drietal dat die dag, op 21 juni 2010, meer dan zes uur doorbracht in het café van Hotel Leopold, in de Europese wijk in Brussel. Julian Assange, die nog geen beroemdheid was, probeerde uit te vissen of zijn gesprekspartners, twee journalisten van de Britse krant The Guardian, voldoende betrouwbaar waren om zijn geheimen te delen. Die geheimen hielden het grootste lek van officiële documenten ooit in, met niet alleen de bijna honderdduizend documenten van de oorlog in Afghanistan, maar ook de bijna vierhonderdduizend bestanden over de Irakoorlog, bestanden van militaire rechtbanken op Guantanamo Bay én nog eens een kwart miljoen diplomatieke berichten van VS-ambassades in de wereld.

Bij Assanges twee gesprekspartners, Ian Traynor, Europa-correspondent voor The Guardian, en zijn collega, de bekende onderzoeksjournalist Nick Davies, begon het te kriebelen. Dit was journalistiek vuurwerk, beseften ze. Iets wat in hun gezicht kon ontploffen, maar evengoed voor een gigantisch journalistiek festijn kon zorgen. Traynor en Davies konden na enkele uren inpraten Assange overtuigen de ruwe documenten niet zomaar te dumpen op de WikiLeaks-website, maar ze eerst aan hen te geven, zodat ze de berichten konden filteren.

Die dag luidde het begin in van een historische samenwerking tussen een gerespecteerde, oude Britse krant - die journalistieke waarden als check en dubbelcheck hoog in het vaandel droeg - en het nieuwe fenomeen WikiLeaks, een klokkenluiderssite die een rauwe vorm van transparantie nastreefde. Een samenwerking die enkele maanden zou duren en zou leiden tot de publicatie van het grootste lek ooit in de geschiedenis. Een grillige samenwerking zou het worden, met ups en downs. Met een immer wispelturige Assange, die zich niet stoort aan afspraken en heftige ruzies uitlokt, en met twee partijen die in de eerste plaats hun eigen belangen nastreven en uiteindelijk uit elkaar vielen. De saga staat beschreven in het boek WikiLeaks, Inside Julian Assange’s War on Secrecy (uitgeverij Guardian Books) van twee andere journalisten van diezelfde krant: onderzoeksjournalist David Leigh en Luke Harding, de Moskou-correspondent die afgelopen week nog zelf nieuws werd omdat Rusland hem de toegang verbood.

‘Go to Brussels’

In het voorjaar van 2010 waren er wel meer journalisten geïnteresseerd in Julian Assange en WikiLeaks. De uitgelekte video Collateral Murder - met beelden van het helikopterincident waarbij VS-militairen schoten op onbewapende burgers en Reutersmedewerkers in Bagdad - had iedereen met verbijstering geslagen en de klokkenluiderssite op de kaart gezet. Maar Nick Davies was de eerste die besefte dat WikiLeaks en Assange the biggest story on the planet waren.

Davies is een gerenommeerde onderzoeksjournalist die werkt voor The Guardian en The Observer. Hij is ook de auteur van Flat Earth News, een wereldwijd spraakmakend boek over de teloorgang van krantenjournalistiek. Hij was vorig jaar niet eens bezig met WikiLeaks, maar pelde toen al een jaar lang laag voor laag af van het afluisterschandaal rond de tabloid News of the World. De zaak lokte vorige maand nog het ontslag uit van Andy Coulson, de woordvoerder van premier David Cameron en ex-hoofdredacteur van het pulpblad.

Enkele dagen voor het marathongesprek in Brussel las Nick Davies in de krant over de arrestatie van ene Bradley Manning, de jonge militaire inlichtingenanalist die vanuit Bagdad de documenten naar WikiLeaks had gelekt. Verbijsterend, vond hij. En: een goudmijn. “Het was niet moeilijk om te zien dat er een veel groter verhaal in zat.” Hij kon Assange na veel zoeken lokaliseren in de Belgische hoofdstad. Davies belde prompt naar Alan Rusbridger, de hoofdredacteur van The Guardian. Die zei alleen maar: “Go to Brussels”.

Nick Davies kon Assange overtuigen om met The Guardian in zee te gaan, en ook The New York Times in het grote spel te betrekken. Later kwam ook het Duitse tijdschrift Der Spiegel erbij.

Julian Assange bleek een vreemde vogel. Een soms wat slonzige man die voortdurend andere gsm-nummers had, gecodeerde e-mails stuurde, nooit meer dan enkele dagen op eenzelfde locatie bleef en altijd op zijn hoede was. Soms vermomde hij zich zelfs als oud vrouwtje om mogelijke achtervolgers van de CIA af te schudden. Assange werkte vaak hele nachten door - niemand wist in welke tijdzone hij eigenlijk leefde - sliep een gat in de dag en vergat zich vaak te wassen of andere kleren aan te doen.

Vervolg op pagina 32

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234