Woensdag 28/10/2020

ReportageExplosie Beiroet

De oorlog in Syrië overleefd, en nu dit: Ahmed al Hajj verliest zijn vrouw en twee dochters in de Beiroet-explosie

Ahmed al Hajj bij de puinhopen in de wijk Karantina, waar hij woonde tijdens de ramp op 4 augustus. Hij keert nog elke dag terug naar de ruïne van zijn oude huis.Beeld RV

Weinigen zijn zo hard geraakt door de explosie in Beiroet als Ahmed al Hajj. Hij overleefde de burgeroorlog in het grimmigste stukje Syrië, om nu alsnog zijn vrouw, twee dochters en huis te verliezen.

In het Beiroet van na de explosie is het verhaal van Ahmed er een van de buitencategorie. Vraag dat maar aan de buren die hem condoleren. Zelf zijn ze ook zwaar getroffen. Huis verwoest. Gewond geraakt. Arm in een mitella. Borstkas in het verband.

Maar, zegt een buurman: “Dit is niets vergeleken bij wat Ahmed heeft meegemaakt.”

Ahmed al Hajj, een gedrongen man, zit op een steen tegenover de restanten van zijn huis. Hij lacht afwezig naar de buren die zich om hem heen verdringen. Ahmed overleefde met zijn gezin de oorlog in het grimmigste stukje Syrië. Vluchtte naar de Libanese hoofdstad Beiroet. Bij de explosie die vorige week het centrum van Beiroet verwoestte, stortte zijn huis in. Zijn echtgenote en twee van zijn dochters kwamen om het leven.

Ook de onderbuurvrouw stierf in het puin. Eén huis met vier doden, dat is een trieste uitschieter in de statistieken van de explosie in Beiroet.

Vervuild

Ahmed woonde tijdens de ramp in Karantina ('Quarantaine'), de wijk waar in de Ottomaanse tijd zeevarenden met besmettelijke ziekten werden ondergebracht. De wijk wordt aan drie kanten omgeven door de haven waar op dinsdag 4 augustus de verwoestende explosie plaatsvond. Een achtvakssnelweg scheidt Karantina van een welvarend stadsdeel.

De meeste inwoners van Beiroet doen het arme en vervuilde Karantina alleen aan als ze op de snelweg per ongeluk de verkeerde afslag nemen. Duizenden Syrische vluchtelingen vonden hier de afgelopen jaren een thuis. Zo ook Ahmed, een 47-jarige dagloner uit de Syrische stad Idlib, waar het leger van de Syrische president Assad al jaren een verbeten strijd voert tegen rebellen. Na de luchtaanvallen op Idlib beschouwde hij Karantina als “een soort Zwitserland”.

Ahmed had geluk, althans zo leek het voor de explosie. Anders dan de meeste Syriërs woonde hij met zijn gezin niet in een treurige woonkazerne, maar huurde hij een etage in een fraai oud huis, gebouwd in of vlak na de Ottomaanse tijd.

Een huis in de wijk Karantina, die aan drie kanten wordt omgeven door de haven waar de verwoestende explosie plaatsvond.Beeld RV

Christelijke middenklasse

Niet alles in Karantina is armoede. Her en der in de wijk staan charmante Ottomaanse huizen die al voor de explosie half vergaan waren. Deze huizen zijn het domein van een christelijke, op Frankrijk georiënteerde middenklasse. De bewoners voelen zich qua religie en levensstijl verbonden met het rijke stadsdistrict aan de andere kant van de snelweg.

De christenen in Karantina hebben moeite met de Syriërs die hun wijk overspoelen. Zoals de 88-jarige voormalige buurtkapper Emile Abou Nehme uitlegt in zijn huis vol antiek en afbeeldingen van de heilige Maria: Syriërs, dat is “geen Parijs. Niet zoals de Fransen”.

Hoe raakte Ahmed, een soennitische moslim uit Idlib-stad, met zijn vrouw Khaldiyeh en vier dochters verzeild in deze oude, christelijke wereld? Ahmed, met een innemende glimlach: “Ik hou van iedereen en iedereen houdt van mij.”

Zo kon het gebeuren dat Ahmed met zijn gesluierde vrouw en dochters inwoonde bij de 84-jarige Elie Halabi en zelfs met hem bevriend raakte. Elie is christelijk. En dat niet alleen. Elie maakte tijdens de Libanese burgeroorlog jarenlang jacht op moslims. Beter gezegd: hij schoot ze dood.

Tikkeltje te wild

Elie was een gevreesde strijder voor de Kataeb Partij, een christelijke militie waarvan de mensenrechtenschendingen zelfs naar Libanese normen een tikkeltje te wild zijn. De leider van de Kataeb Partij, Samir Geagea, is de enige krijgsheer uit de burgeroorlog die na afloop een langdurige gevangenisstraf heeft uitgezeten.

“Ik ben de Kataeb Partij”, zegt Elie. In 1981 raakte hij zwaargewond in de strijd. Zijn baan bij een telecombedrijf moest hij opgeven. De inmiddels hoogbejaarde Elie slijt zijn dagen sindsdien onder de portretten van Samir Geagea op het kantoor van de Kataeb Partij in Karantina. Dat kantoor, vol oorlogsmemorabilia, fungeert als een inloophuis waar veteranen herinneringen ophalen aan de goede oude tijd. Over de strijd tegen de Palestijnen in Karantina. Elie had een checkpoint vlak bij zijn huis. Palestijnen mochten daar niet doorheen. Schoten ze er bij Kataeb weer eens honderden dood, dat werk.

Het is fijn om elke dag koffie te drinken met de maten van weleer, maar veel geld verdient Elie daar niet mee. En de hoogbejaarde veteraan hecht, zoals hij het uitdrukt, “aan een verzorgd voorkomen”. Goede pakken. Zijn vader was kleermaker. Het soort kleermaker dat zijn auto’s contant afrekende. Elies familiekapitaal is verdampt na decennia veteranenpensioen en de economische crisis in Libanon. “We zijn van de bovenklasse gegaan naar waar we nu zijn.”

Elie aarzelt daarom niet als Ahmed op straat komt te staan. Zijn 63-jarige schoonzus Claudette, in alles de verpersoonlijking van christelijk Libanon, is na het overlijden van haar man weliswaar in het huis blijven wonen, maar de bovenste verdieping is nog vrij. Hij kan de huuropbrengst goed gebruiken.

Anders dan de anderen

Natuurlijk weet Elie dat Ahmed een moslim is, net als de Palestijnen die hij vroeger omlegde. Maar Ahmed is in zijn ogen anders dan andere moslims. Soms helpt hij in de gaarkeuken van de maronitische kerk aan de andere kant van de snelweg. “Ik ga daar soms ook bidden”, zegt Ahmed. Daarmee gooi je hoge ogen onder de christenen van Karantina.

Bovendien kennen Elie en Ahmed elkaar al langer. Een vluchtverhaal is in het echt soms rommeliger dan op papier. Zo is het ook met Ahmed. Hij kwam niet pas in 2014 voor het eerst naar Libanon, toen de luchtaanvallen in Idlib te erg werden. Als jonge vrijgezel woonde Ahmed ook al eens in Karantina, zijn kostje bij elkaar scharrelend met een duwkar vol levensmiddelen. Zo heeft hij Elie voor het eerst ontmoet, ergens medio jaren negentig. Ahmed is dus weliswaar een Syriër, maar in de ogen van Elie hoort hij inmiddels thuis in Karantina.

Hoe verschillend ze ook zijn, de mannen blijken het als huisgenoten uitstekend te kunnen vinden. Ahmed en Elie houden beiden van Sabah Fakhri, een beroemde volkszanger uit Aleppo. Ahmed zingt ’s avonds zijn liedjes. Elie begeleidt hem daarbij op de mandoline die hij van zijn vader heeft geërfd.

Het huis van Elie ligt pal aan de haven. In zijn jeugd was het nog een vissershaven. Zoals andere oudere inwoners van Karantina herinnert hij zich hoe er vroeger gevist werd: met lijnen aan sponsjes. Elie was enthousiast geweest toen de haven ging groeien en de opslagloodsen nog slechts door één straat gescheiden werden van zijn achtergevel. “Wij dachten: een grote haven brengt welvaart.”

Ahmed, opgegroeid in Idlib, ver van zee, vond de haven fantastisch. Zo dicht bij een haven “maakt het niet uit welk geloof je hebt en is iedereen welkom”.

“Kom je koffie drinken?”, vraagt Elie hem op dinsdag 4 augustus. Ahmed hakt die dag een boom om in de tuin bij een dame die een paar straten verderop woont. “Als ik klaar ben met werken”, appt Ahmed terug. Rond een uur of zes ’s avonds hoort Ahmed een raar, ploppend geluid.

En dan ineens: woefff!

Chaos

De klap die vanuit de haven Beiroet verwoest, raakt hun oude huis als eerste. Ahmed rent ernaartoe en ziet chaos. Bergen gele steen. De bovenverdieping van het huis wankelt heen en weer. Vanuit het puin klinkt geschreeuw.

Hij weet: zijn vrouw Khaldiyeh (42) en zijn dochters Latifah (22), Diana (18), Dima (16) en Joud (13) zijn allemaal thuis. Hij heeft hen die middag nog gezien tijdens de lunch. Het donkere dienstmeisje van Claudette, de schoonzus van Elie die ook in het huis woont, kookte die dag voor iedereen. Zoals zoveel Libanezen heeft Claudette een buitenlands dienstmeisje dat als een soort lijfeigene bij haar inwoont.

Op een foto die vlak na de explosie is gemaakt, is te zien hoe de benen van een van zijn dochters onder de dakrand uit bungelen.

Bevroren toekijken

Je hebt mensen die bij een ramp bevroren toekijken en mensen die gelijk gaan handelen. De buurman, Johnny Khawand, een beer van een kerel die onafscheidelijk is van zijn Honda-motor, is sinds jaar en dag vrijwilliger bij het Libanese Rode Kruis. Johnny vreest, in tegenstelling tot andere bewoners in Karantina, al langer voor het gevaar dat in de havenloodsen ligt opgeslagen. “Er waren geruchten.”

Johnny aarzelt geen moment. Via de gevaarlijk losstaande trap van de belendende woning weet hij Dima te redden, Ahmeds een-na-jongste dochter. Ze is ongedeerd. Ook Diana, altijd lachen, vrienden met iedereen, “precies zoals ikzelf”, zegt Ahmed, wordt levend maar zwaargewond onder het puin vandaan gehaald. Ze ligt sindsdien bewusteloos op de intensive care.

Anderhalf uur na de klap dondert de bovenverdieping van het huis naar beneden. Daarna klinkt er geen geschreeuw meer.

Beeld grafiek dm

Professionele reddingswerkers

Het duurt uren voordat professionele reddingswerkers van het Rode Kruis arriveren. Ze bergen Latifah, de oudste dochter, een serieus meisje dat er prat op gaat dat ze nooit wil trouwen. Onder andere omstandigheden had ze misschien willen studeren, maar daarvoor is geen geld. Dus werkt Latifah in een naaiatelier, om haar jongere zusjes te onderhouden. “Ze hield gelukkig veel van naaien.”

Daarna vinden de reddingswerkers het lichaam van de kleine Joud, die nog op school zit. Tot slot wordt zijn vrouw Khaldiyeh uitgegraven. “We hadden samen de oorlog in Syrië overleefd. En nu dit.”

Haar dienstmeisje overleeft de ramp, maar ook Claudette wordt dood in het puin gevonden. Voordat in Beiroet een nieuwe dag aanbreekt, zijn in het huis aan de haven vier doden geborgen.

Op de begane grond blijkt de oude Elie slechts lichtgewond. De man die zo houdt van mooie pakken, draagt nu geleende kleren van zijn dochter. Zijn mandoline en het geërfde tafelzilver, een van de laatste aandenkens aan de welvaart van vroeger, zijn verzwolgen in het puin. Gelukkig weet hij dat de Kataeb Partij hem nooit in de steek zal laten. Meer tijd dan ooit brengt hij door op het partijkantoor.

Hulp en condoleances

Sinds de ramp keert Ahmed elke dag terug naar de ruïne van zijn woning. Staart naar de gele stenen, de matrassen, de gordijnen. Een leger aan hulpverleners heeft inmiddels door dat hij het ergste verhaal heeft van iedereen in Karantina. Christelijke opbouwwerkers houden hem voor dat “de Bijbel en de Koran hetzelfde zijn”. Westerse organisaties staan klaar om hem te helpen met het aanvragen van visa naar Europa.

Achter hem breekt een gevecht uit bij een voedseluitdeling. Ruim een week na de ramp lijdt Karantina honger. Buurman Johnny, die met gevaar voor eigen leven een van zijn dochters redde, wil geen kwaad spreken. Maar toch. Hij ziet liever dat Ahmed zich niet meer in Karantina vertoont. Alle hulporganisaties richten zich op deze Syriër, terwijl Libanezen zoals hij het nakijken hebben. “Zo veel mensen zijn alles kwijt en alle hulp gaat naar Ahmed.”

Andere buren komen hem condoleren. De plaatselijke voorzitter van de Kataeb Partij schudt Ahmed de hand. “Hoe gaat het met je dochters?” Bij de plaatselijke snackbar, het eerste etablissement in de wijde omtrek dat de deuren weer heeft geopend, stellen de uitbaters op zijn Libanees vragen die elders misschien niet zo rechtstreeks zouden worden gesteld.

“Hadden ze een snelle dood?”

“Ja”, zegt Ahmed, en begint te snikken.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234