Vrijdag 22/11/2019

De oorlog, door de oren van de tolk

Het Joegoslaviëtribunaal nadert met de veroordeling van Ratko Mladic zijn einde. Vierentwintig jaar van processen, vertaald door tolken van wie velen zelf de oorlog ontvluchtten. Drie van hen vertellen. 'Wij zijn allemaal wel een beetje beschadigd door ons werk.' Jorie Horsthuis

Ik ben generaal Ratko Mladic", klinkt een vriendelijke vrouwenstem op 3 juni 2011 door de koptelefoon van de Nederlandse rechter Fons Orie. "Ik ben geboren op Goede Vrijdag, in 1943." Terwijl de Bosnische Serviër zichzelf in zijn moedertaal introduceert, herhaalt de tolk zijn woorden bijna gelijktijdig in het Engels. De spanning is voelbaar: dit is de eerste zittingsdag van het proces tegen de voormalige generaal, die onder andere verantwoordelijk wordt gehouden voor de etnische zuiveringen in Srebrenica. Jarenlang is hij voortvluchtig geweest, totdat hij eindelijk werd gepakt en naar Den Haag werd overgebracht. Zodra de rechter de aanklacht tegen hem voorleest, raakt Mladic geagiteerd. Nu gaat ook het volume van de tolk omhoog. "Meneer Orie, ik wil die tekst graag ontvangen die u zojuist hebt voorgelezen, met die onaangename beschuldigingen", zegt de vrouwenstem. "Zulke monsterlijke woorden heb ik nog nooit gehoord."

Martina Fryda-Kaurimsky (53) moet er nu om lachen. "Als tolk vertaal je alles wat er in de rechtszaal wordt gezegd, dus ook de dingen die je zelf nooit hardop zou durven uitspreken", zegt ze. "Soms moet je schelden, agressief zijn, beledigingen uiten aan het adres van de rechter of de hoofdaanklager. Dat voelt altijd heel ongemakkelijk." Mladic heeft het zelfs een paar keer zo bont gemaakt, dat rechter Orie hem moest laten verwijderen uit de rechtszaal. Al fulminerend werd de voormalige generaal dan afgevoerd. "De enige manier om ermee om te gaan, is je gevoel uit te schakelen", zegt Martina. "Je te richten op je taak: tolken."

Drie talen tegelijk

Met de veroordeling van Mladic, wegens genocide (in Srebrenica), misdaden tegen de menselijkheid en schendingen van het oorlogsrecht, komt er na 24 jaar bijna een einde aan het Joegoslaviëtribunaal. Later deze maand volgt nog een uitspraak in hoger beroep tegen zes Bosnische Kroaten en op 31 december sluit het tribunaal definitief zijn deuren. In zijn 24-jarige bestaan zal het 161 personen uit de Balkan hebben berecht - een unicum in het internationaal strafrecht. De rechters, aanklagers en verdedigers komen van over de hele wereld en duizenden getuigen hebben inmiddels hun verhaal gedaan. Om alles goed te laten verlopen, worden de processen gevoerd in drie talen tegelijkertijd: het officiële Engels en Frans, en de taal uit het voormalige Joegoslavië, die nu diplomatiek B/K/S (Bosnisch/Kroatisch/Servisch) wordt genoemd. Soms kwam daar nog Albanees bij, of Macedonisch. In totaal hebben de tolken zo'n tachtigduizend dagen simultaan vertaald.

Toch zijn de meeste aanwezigen in de rechtszaal zich nauwelijks bewust van hun werk. Tolken opereren het liefst achter de schermen en zijn in de meeste gevallen ook nog nooit in de media aan het woord geweest. "Een goede tolk is een onzichtbare tolk", zegt Martina. "Zolang wij geen fouten maken, vergeten mensen dat wij er zijn. Maar zodra er iets misgaat, zijn de rapen gaar."

Bijna alle verdachten uitten tijdens hun proces weleens kritiek op een vertaling, maar de kroon spande Vojislav Seselj, de Servische politicus die werd aangeklaagd voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. "Meneer de president, die tolken van jullie lijken nauwelijks onderwijs genoten te hebben", foeterde hij een paar maanden nadat zijn proces was begonnen, in 2008. Hij was zeer verbolgen over de vertaling van het woord zvanje uit de militaire terminologie, dat in de rechtszaal was vertaald als 'rang', maar volgens hem 'titel' had moeten zijn.

"De tolken die hier werken, maken extreem grote en elementaire fouten", klaagde hij, en een paar maanden later verzocht hij de rechtbank om een tolk te laten verwijderen om een soort-gelijk incident. "Desastreus", noemde hij de vertaling.

Woordenlijsten

Martina loopt naar haar tolkencabine, het kleine hokje grenzend aan rechtszaal 1, waar niet alleen Seselj maar ook de voormalige politieke en militaire leiders als Milosevic, Karadzic en Mladic zijn berecht. "Juist vanwege alle nuanceverschillen maken we op onze afdeling zo nauwkeurig mogelijke woordenlijsten", zegt ze, en ze laat een A4'tje zien met alle militaire rangen en standen uit de verschillende legers die op de voormalige Balkan met elkaar hebben gevochten.

Door het grote raam hebben Martina en haar collega's een goed overzicht over de rechters, aanklagers, verdachten en getuigen. Een grote kaart van de Balkan ligt op de grond in de hoek. "Oorspronkelijk hing die aan de muur, maar dat is nu niet meer nodig", zegt Martina. "Inmiddels kennen we alle plaatsen wel uit ons hoofd." De tolken werken in duo's en wisselen elkaar elk halfuur af. "Als simultaantolk moet je tegelijkertijd kunnen luisteren, vertalen en spreken, dat vergt veel concentratie." Als tolk was ze gewend dat het voldoende is om de essentie van wat iemand zegt samen te vatten, de betekenis goed over te brengen. "Bij het tribunaal is het anders: je moet zo dicht mogelijk bij de originele tekst blijven - elk woord telt. Aan het eind van de dag zijn we bekaf."

Begin 1995 werd Martina, die naast Servo-Kroatisch vloeiend Engels, Duits en Frans sprak, door het tribunaal gevraagd om als tolk te komen werken in Bosnië, waar de oorlog nog in alle hevigheid woedde. Srebrenica was toen nog niet ingenomen door de militairen van generaal Mladic; het tribunaal was twee jaar eerder opgericht. "Als freelancer werkte ik voor de internationale onderzoekers die op zoek waren naar getuigen van oorlogsmisdaden", vertelt ze. "We werkten tot diep in de nacht, reisden van plek naar plek en hoorden de gruwelijkste verhalen." Ze vond het zwaar, maar voelde tegelijkertijd dat ze iets belangrijks aan het doen was. "Ik hielp bij het documenteren van oorlogsmisdaden. Getuigen waren opgelucht dat ze hun verhaal bij ons kwijt konden en hoopten dat er echt iets mee gedaan zou worden. Ik voelde mij erg verantwoordelijk."

Na een paar jaar vroeg het tribunaal of ze in Den Haag wilde komen werken. "Ik kwam precies op het eerste hoogtepunt van de rechtszaken, in 1999. Iedereen was gespannen: de eerste oorlogsmisdadigers werden eindelijk voor het gerecht gebracht, na jaren van onderzoek. De verwachtingen waren hoog, maar dat moesten we nog wel waarmaken."

De gevangenis in Scheveningen, waar de verdachten gevangengehouden werden, werd in die tijd gekscherend weleens het 'nieuwe Joegoslavië' genoemd: de aangeklaagde Serviërs, Kroaten en Bosniërs leefden harmonieus met elkaar samen, kookten voor elkaar, keken samen naar voetbalwedstrijden. Hetzelfde gebeurde in de tolkencabines: etniciteit maakte niet meer uit. "Op de Balkan waren we misschien vijanden geweest, maar in Den Haag probeerden we de oorlog niet tussen ons in te laten staan."

Toch heeft die oorlog de levens van de meeste tolken van het Joegoslaviëtribunaal getekend. "In de tijd dat Sarajevo belegerd werd door de Bosnische Serviërs, studeerde ik Frans", vertelt Elmedina Podrug (54), die in 2002 naar Den Haag kwam. "Terwijl ik naar de universiteit liep, hielden scherpschutters de straten in de gaten. Er werd continu geschoten, levensgevaarlijk." Om te kunnen overleven, werkte ze als tolk voor Franse journalisten. Dat werd moeilijker toen de bibliotheken in de stad werden geplunderd, en er geen Frans boek of woordenboek meer over was. "Maar ik had een doel: afstuderen", zegt Elmedina. "Dat heeft me erdoorheen geholpen."

Adrenaline

Toen de oorlog voorbij was, verdwenen ook de journalisten, en daardoor was er steeds minder werk voor haar. Ze besloot bij het Joegoslaviëtribunaal te solliciteren. "Mijn vader en zus waren erg bezorgd toen ze hoorden dat ik naar Den Haag zou verhuizen. Niet eens zozeer vanwege het feit dat ik oog in oog zou komen te staan met oorlogsmisdadigers, maar vanwege het weer. 'Het is daar zo vochtig en koud!', zeiden ze. Maar iemand van ons moest vertrekken, mijn familie had het geld nodig."

Haar nieuwe collega's waren onder de indruk toen ze hoorden waar zij vandaan kwam, ze was de eerste tolk uit de geruïneerde stad die iedereen tijdens de oorlog zoveel in het nieuws had gezien. 'Sarajevo?', vroegen ze. 'Hoe is het daar?' Ze konden zich er geen voorstelling bij maken."

Elmedina werd direct in het diepe gegooid toen ze in Den Haag aankwam: haar werd gevraagd om te tolken in de zaak tegen de Bosnisch-Servische generaal Stanislav Galic, die verantwoordelijk werd gehouden voor de belegering van Sarajevo. "Tijdens de zittingen zat ik permanent vol adrenaline", zegt ze.

Op de foto's die door de aanklagers werden getoond, kon ze haar eigen buurt zien. Sommige getuigen die werden opgeroepen, kende ze persoonlijk. "Ik dwong mezelf om me te richten op de technische aspecten van mijn werk: de woorden en zinnen die ik moest vertalen. Zo kon ik me staande houden." Pas als ze 's avonds thuiskwam, kon ze alles wat ze overdag had gehoord op zich in laten werken. "Talloze vragen spookten door mijn hoofd: hoe zou ik hebben gehandeld als ik getuige was geweest? Wat zou ik hebben gezegd? Ik moest antwoorden vinden op die vragen om weer wat rust te vinden, maar vooral in het begin lukte dat niet. Ik heb veel slapeloze nachten gehad."

Ondertussen werkte Elmedina 's avonds haar woordenlijsten bij en verdiepte ze zich in militaire structuren, pathologische analyses en juridische regels - alles om zich goed voor te bereiden op een nieuwe dag vol getuigenverhoren en ingewikkelde discussies tussen de rechters, aanklagers en verdedigers. Af en toe wond ze zich op over wat er in de rechtszaal gebeurde. "Soms bleek dat een getuige zat te liegen, recht voor onze neus. Dan bleef een aanklager of verdediger maar doorvragen en doorvragen, totdat duidelijk werd dat het verhaal van geen kanten klopte. In enkele gevallen wist ik het zelf al eerder, vooral als het over Sarajevo ging en ik zelf de details precies kende. Het frustrerende is dat je als tolk op zo'n moment machteloos bent; je kunt niet ingrijpen in het proces. Het enige wat je kunt doen, is blijven vertalen, en hopen dat die persoon door de mand valt."

Woedend

Die machteloosheid voelen de tolken wel vaker in de rechtszaal. "Soms probeert een aanklager of verdediger een getuige te sturen", zegt Simonida Stosic (52), die sinds 2000 bij het tribunaal werkt. 'Dus eigenlijk probeert u te zeggen...', en dan vullen ze het aan met wat hen beter uitkomt. Nee, denk ik dan, dat bedoelt hij helemaal niet! Vaak gooien ze het dan ook nog op de vertaling: dat die niet helemaal accuraat is, en dat zij wel even zullen helpen. Daar kan ik echt woedend van worden, eigenlijk zou ik het door mijn microfoon willen schreeuwen. Gelukkig hebben de rechters het meestal na een tijdje wel door."

Simonida vertrok in 1992 uit Belgrado, destijds de hoofdstad van Joegoslavië. "Ons land werd voor onze ogen verwoest, ik vond het vreselijk. Mensen gingen zo makkelijk mee met de propaganda. Als dit de meerderheid is, dacht ik, dan moet ik wegwezen hier." Jaren later stond ze oog in oog met Slobodan Milosevic, nadat hij was overgebracht naar Den Haag. "Hij hield ellenlange speeches, gebruikte zijn ruimte bij het tribunaal om zijn propaganda voort te zetten."

In het begin voelde het vervreemdend voor haar en haar collega's om de stem te vertolken van hun eigen president, die zo veel levens had geruïneerd. Ondertussen kwam hij, net als veel anderen in de beklaagdenbank, steeds meer over als een broze, oude man. "Tijdens de zittingen maakte hij af en toe vriendelijke gebaren naar ons, hij zei aardige dingen over de tolken. Maar ik negeerde dat altijd. Wat hij heeft aangericht, zal ik nooit vergeten."

Toch waren er andere processen die haar nog meer raakten dan die tegen Milosevic. "Een van de eerste zaken die ik deed, in 2000, ging over de 'verkrachtingskampen' in het Bosnische Foca", zegt ze. "Toen ik hoorde waar deze verdachten toe in staat waren geweest, was ik sprakeloos. Maandenlang ben ik daar echt ziek van geweest." Als tolk probeerde ze zich te distantiëren, professionele afstand te bewaren. "Maar als je dag in, dag uit naar die getuigen luistert, die vrouwen die helemaal gebroken zijn: dat lukt gewoon niet. Wij tolken zijn allemaal wel een beetje beschadigd door ons werk."

Om de ellende van zich af te praten, gaan sommige van haar collega's 's avonds met elkaar naar het café. Simonida zoekt liever de buitenlucht op. "Den Haag is een prachtige stad", zegt ze. "Ik geniet van de vrede die hier heerst, de veiligheid. Dat kun je je niet voorstellen als je nooit een oorlog hebt meegemaakt."

Ondanks alle gruwelijkheden hebben de tolken ook af en toe lol onder elkaar. "Misschien wel juist dóór de gruwelijkheden", zegt Simonida. "Zo nu en dan moeten we gewoon even ontladen." Precies op het moment dat de spanning oploopt, of als de concentratie hoog is, kan het opeens gebeuren. "Als de ander een woord verkeerd vertaalt en daardoor eigenlijk het tegenovergestelde zegt, of als een boer uit een of ander afgelegen dorp zo erg mompelt in zwaar dialect dat we hem nauwelijks kunnen verstaan. Dan draaien we ons met onze ruggen naar elkaar toe om maar geen oogcontact te maken, want een lachstuip in de tolkencabine is het ergste wat je kan overkomen als je in een serieuze zaak zit."

Nu het einde van het tribunaal in zicht is, zijn de meeste tolken al uit Den Haag vertrokken: naar Brussel, om voor de EU te werken, naar andere internationale instituten, of terug naar hun geboortegrond. Net als Martina en Elmedina blijft Simonida tot het eind van dit jaar, totdat ook de laatste Kroatische generaals door het tribunaal zijn berecht. Met voldoening kijkt ze terug op haar werk. "Natuurlijk zijn er beslissingen waar ik het niet mee eens ben en zijn er fouten gemaakt", zegt ze. "Maar moet je je eens voorstellen dat het tribunaal nooit in het leven zou zijn geroepen: dan zouden de leiders van toen misschien nog steeds aan de macht zijn geweest."

Toch kan ze haar trots lang niet altijd delen met het thuisfront, wat geldt voor veel van haar collega's uit voormalig Joegoslavië. "In Belgrado zijn ze heel kritisch voor het tribunaal", vertelt ze. "Ze vinden dat er showprocessen worden gehouden, geloven niet in de onafhankelijkheid van de rechters en beklagers en zijn verbouwereerd dat er nauwelijks Kroaten en Bosnische moslims worden bestraft, terwijl die toch ook gruweldaden hebben verricht. Sommigen geloven zelfs dat beklaagden als Milosevic geen natuurlijke dood zijn gestorven in hun cel. Ze vertrouwen blind op de media, daar word ik soms wel een beetje depressief van."

In Belgrado laat Simonida bijna nooit weten dat ze voor het tribunaal werkt - ze kijkt wel uit. "En dat adviseer ik ook mijn dochter: klets niet te veel over ons leven in Den Haag."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234