Dinsdag 24/05/2022

De onzichtbare heersers van de beurs

Niemand weet wie ze zijn. Hun rekenmethodes zijn een goed bewaard geheim. Maar ze jagen elke Europese regering de stuipen op het lijf. Want de drie grote ratingbureaus - Standard & Poor’s, Moody’s en Fitch - bezitten een haast goddelijke macht om een land tot het bankroet te brengen. Vraag dat maar aan Griekenland.

Kredietbeoordelaars Standard & Poor’s, Moody’s en Fitch doen Griekse crisis escaleren

Zaaien de ratingbureaus nodeloos paniek of behoeden ze beleggers voor meer onheil? De discussie barst los nadat Standard & Poor’s het Griekse staatspapier afgelopen week degradeerde tot ‘rommel’. De Griekse financiële crisis laaide daardoor weer in alle hevigheid op en sloeg uit naar de hele eurozone. S&P gooide mogelijk nog meer olie op het vuur door ook de kredietwaardigheid van Portugal en Spanje terug te schroeven. Daardoor dreigen ook die landen het moeilijk te krijgen om goedkope leningen te vinden op de financiële markten.

De Spaanse regering is woest op S&P. De argumenten van de kredietbeoordelaar houden volgens Madrid geen steek. De betaalkracht van Spanje hebben we lager moeten inschatten, zegt S&P, omdat de economische motor er de komende zes jaar zal sputteren. “Waar halen ze het?”, foeterde Spaans economieminister José Manuel Campa gisteren. “Hun ramingen gaan duidelijk onder de schattingen die niet alleen door onze regering, maar ook door de meeste nationale en internationale statistici zijn gemaakt.”

Ook elders in Europa kunnen beleidsmakers nauwelijks hun ergernis verbergen over de opeenvolgende ratingverlagingen. Ze stellen zich vooral vragen over de timing van de rapporten. De schokgolven op de financiële markten hebben de hele eurozone gedestabiliseerd, net nu Griekenland, de eurolanden en het Internationaal Monetair Fonds onderhandelen over het reddingsplan voor Athene.

“Wie is Standard & Poor’s, vraag ik me af”, zo schamperde de woordvoerder van Eurocommissaris voor Economische Zaken Olli Rehn. “Wij verwachten dat de kredietbeoordelaars, zeker in deze moeilijke en gevoelige periode, handelen op een verantwoorde en rigoureuze manier. We zullen nauwgezet blijven opvolgen wat er gebeurt”, klonk het bij zijn collega-Eurocommissaris Michel Barnier, bevoegd voor de financiële markten.

De kredietbeoordelaars wordt willekeur verweten. Terwijl S&P zijn rating voor Spanje al twee keer heeft verlaagd sinds de economische crisis, blijven Moody’s en Fitch hun toprating voor Spanje behouden. “We mogen de welvaart van Europa niet afhankelijk maken van de ratingbureaus”, verklaarde Peter Bofinger, economisch topadviseur van de Duitse regering.

Standard & Poor’s, Moody’s en Fitch zijn de ratingbureaus die de markt domineren. Ze beoordelen de kredietwaardigheid van overheden, banken en grote bedrijven wereldwijd. Als drie schikgodinnen bepalen ze het lot van de aandelen- en obligatiekoersen. Wie een slecht rapport krijgt, mag zich aan zware klappen op de beurs verwachten.

“Er zijn maar twee supermachten in de wereld: de VS en Moody’s”, zo verklaarde opiniemaker Thomas Friedman midden de jaren 90 al. “De VS kun je vernietigen door bommen te werpen, Moody’s kun je vernietigen door je obligaties te downgraden. En geloof me, het is soms niet duidelijk wie er meer macht heeft.”

De ratingbureaus zijn geen overheidsinstellingen, maar privébedrijven. “De burgerwacht van de obligaties”, noemde de New Yorkse economieprofessor Nouriel Roubini hen daarom gisteren. “Zij lopen nu weg van Griekenland, Spanje, Portugal, het Verenigd Koninkrijk en IJsland. Spijtig genoeg doen ze dat nog niet in de Verenigde Staten.”

Hoe komt het dat de ratingbureaus zoveel macht hebben? Het antwoord: doordat een groot deel van de beurshandel loopt via computers.

De wiskundige bollebozen van S&P, Moody’s en Fitch maken economische modellen en baseren zich daarop om een beleggingsproduct een score of rating te geven. Die varieert doorgaans van triple-A (topkwaliteit) tot D (default of wanbetaler). Beleggingsproducten worden onderverdeeld in twee categorieën: ‘investment grade’ of kwaliteitspapier, tegenover ‘speculative grade’ of ‘junk’ (‘rommel’).

Investeerders gebruiken de ratings als waardemeter voor de risico’s op hun beleggingen. Veel grote spelers, zoals pensioenfondsen en andere institutionele investeerders, zijn sinds de financiële crisis hyperallergisch voor elk risico en vragen hun vermogensbeheerders ‘rating triggers’ in te bouwen bij grote beleggingen.

Als de rating van een obligatie verslechtert, begint er meteen een lichtje te knipperen op het computerscherm van de vermogensbeheerder. Hij moet dan de aankopen in die obligaties beperken of bevriezen. Degradeert een obligatie tot de rommelstatus, dan kan de vermogensbeheerder vaak niet anders dan de obligaties in portefeuille te verkopen. Sommige pensioenfondsen mogen volgens hun eigen statuten immers alleen maar in kwaliteitspapier beleggen.

Omdat er wereldwijd duizenden alarmlichten tegelijkertijd beginnen te knipperen, ontstaat zo een massale verkoopgolf op de financiële markten. Dat mocht Griekenland ervaren, dat de koersen van zijn staatsobligaties tot ongekende diepten zag zinken. Het spiegelbeeld van die crash was dat de markt de Grieken geen nieuw geld meer wil lenen, tenzij aan een astronomische rente.

Uit recent onderzoek van zakenkrant Wall Street Journal is gebleken dat grote koersdalingen niet noodzakelijk toe te schrijven zijn aan roekeloze speculanten, maar evengoed in gang gezet werden door ‘gewone’ vermogensbeheerders, die niet meer doen dan de ingebouwde veiligheidsmechanismen van hun klanten respecteren.

Elk van de drie grote ratingbureaus is een honderdtal jaar geleden ontstaan op Wall Street. Aanvankelijk verkochten ze hun onafhankelijk advies aan beleggers. Maar in de jaren 70 kwam er een merkwaardige omslag. Niet de kopers, maar de verkopers van financiële producten moesten betalen voor de toekenning van een kredietrating. Een goede rating kreeg immers het aureool van een keurmerk, waarmee de verkoper kon uitpakken. Tot vandaag zijn het de bedrijven of overheden die een kredietwaardering op hun aandeel of obligatie opgeplakt willen zien, die de factuur betalen.

Uit vrees voor een wildgroei aan ratingbureaus beperkte de Amerikaanse wetgever in 1975 het terrein tot de drie huidige spelers van vandaag. Daardoor ontstond een oligopolie met drie. S&P, Moody’s en het kleinere Fitch veroverden daarna de hele wereld.

Door hun New Yorkse wortels worden ze dikwijls verweten de financiële wereld vanuit een te Angelsaksische bril te bekijken. Die kritiek gaat echter maar gedeeltelijk op, want hun analistenteams zijn over de hele wereld gestationeerd, onder meer in Parijs, Londen en Frankfurt.

Het belang van de kredietbeoordelaars voor het financiële systeem wordt almaar groter. Ze ontwikkelen immers ook aanvullende activiteiten, zoals het ontwerp en de verdeling van financiële producten in opdracht van banken. Ze worden zo zowel maker als beoordelaar van beleggingsproducten. “Dat creëert belangenconflicten waar we van af moeten”, verklaarde Duits minister van Buitenlandse Zaken Guido Westerwelle gisteren. “Er staan torenhoge Chinese muren tussen onze ratingdiensten en onze commerciële afdelingen”, is de standaardrepliek van de ratingbureaus.

De banken gebruiken de ratings ook als maatstaf voor de betrouwbaarheid van hun grote kredietnemers en om de kwaliteit van hun eigen kapitaalbuffers in te schatten.

Omdat zoveel partijen hun ratings als maatstaf nemen, hebben Moody’s, S&P en Fitch een officiële status gekregen, tegen wil en dank. En dat terwijl ze zelf nauwelijks aan controles onderworpen zijn. Hun analistenteams zijn per sector onderverdeeld en stemmen in beperkt comité over elke rating. Als later zou blijken dat het team gespecialiseerd in overheidsobligaties de Griekse staatsfinanciën verkeerd inschat en een foute rating de wereld ingestuurd heeft, dan kan dat team niet voor de gevolgen verantwoordelijk gesteld worden. “Er wordt ons van alles en nog wat verweten. Onze ratings zijn geen beleggingsadvies. Het meet de kredietkwaliteit, meer niet. We doen maar één ding: we meten de waarschijnlijkheid op een wanbetaling”, verklaarde Carol Sirou, directeur van S&P Parijs, vorig jaar in deze krant.

Al sinds de Aziëcrisis van twaalf jaar geleden blijkt dat de ratingbureaus er stevig naast kunnen zitten. Moody’s en S&P zagen die Aziatische muntencrisis niet aankomen. De dotcomcrisis evenmin. Ook de boekhoudfraude van Enron en Parmalat kwam pas op het laatste nippertje op hun radarscherm.

Tijdens de recente bankencrisis kwamen de ratingbureaus opnieuw zwaar onder vuur te liggen omdat ze de beleggers te laat waarschuwden voor de rampzalige financiële situatie bij AIG, Lehman en de IJslandse banken. De ratingbureaus hebben erkend dat ze fout zaten tijdens de kredietcrisis, maar zeggen hun modellen intussen aangepast te hebben. Sirou: “Ja, we hebben fouten gemaakt. Maar we zijn niet de oorzaak van de kredietcrisis.”

De ratingbureaus werden door sommige beleidsmakers verweten nu ook de Griekse crisis aangewakkerd te hebben. Economen als Geert Noels (Econopolis) of Nick Kounis (Fortis Nederland) vinden die kritiek onterecht. “Dat komt me voor alsof er naar zondebokken wordt gezocht. De kredietbeoordelaars lopen eerder achter de feiten aan dan dat ze de marktontwikkelingen in gang zetten. Het is al weken duidelijk dat de Grieken grote moeite zullen hebben met het terugbetalen van hun schulden en dat de situatie in landen als Portugal, Spanje en Ierland zorgelijk is. Het wijzen op kredietbeoordelaars geeft de indruk dat Europa tamelijk radeloos is”, zegt Kounis.

Volgens sommige waarnemers zijn de beleidsmakers ook slecht geplaatst om kritiek te uiten, omdat ze het driekoppige monster mee hebben gevoed. Zowel de Europese Centrale Bank, de Bank of England als de Amerikaanse beurstoezichthouder SEC maken voor hun eigen beleidsbeslissingen gebruik van de scoretabellen van de ratingbureaus en versterken zo hun onaantastbaarheid.

De ECB hanteert de ratings bijvoorbeeld als criterium bij haar leningen aan commerciële banken. Als ook Moody’s en Fitch het Griekse staatspapier afwaarderen tot rommel, dan mogen die banken geen Grieks staatspapier meer inbrengen als onderpand, zo stellen de eigen ECB-regels. “Waarom creëert de ECB niet zijn eigen ratingsysteem?”, vraagt analist Martin van Vliet van ING zich af.

Westerwelle wil nog een stap verder gaan en vindt het hoog tijd voor de oprichting van een volwaardig Europees ratingbureau. “De Europese Unie moet dringend een eigen, onafhankelijk kredietagentschap oprichten”, vindt de Duitse buitenlandminister.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234