Zondag 18/04/2021

De ontembare leeuwen van Tongerlo

In de stille Kempen bereidt de nationale ploeg van Kongo zich op de nakende Afrika-cup voor. Ver van huis, maar niet uit het oog van de natie. Integendeel zelfs, het reilen en zeilen van de simba's wordt door allerhande spionnen nauwlettend geobserveerd. Misstappen worden niet geduld, gelijkspelen tegen een Belgische tweedeklasser kan echt niet. Terwijl de spelers conditie en tactiek bijspijkeren, voert de aalmoezenier van de ploeg een achterhoedegevecht. Amuletten helpen niet, alleen de trainer en de Goede God kunnen het verschil maken.

Erik Raspoet

Foto's Filip Claus

Het is ijzig koud in de Kempen. Over het bevroren oefenveld jagen de leeuwen, goedgemutst en in trainingspak gestoken. Les indomptables simbas, de ontembare leeuwen, heten ze in Kongo. Ondanks die koosnaam zijn ze wel degelijk afgericht. Trainer Watunda Iyolo, een beer van een man met een stem als een klok, heeft zijn manschappen goed onder de duim. Sprinten, zich opdrukken, sit-ups, schieten op doel, hij doet hen zwoegen. "Il fait froid", roepen de spelers naar de schaarse toeschouwers aan de zijlijn. Mijn mededeling wordt er met ongeloof ontvangen. Dit weekend belooft nog kouder te worden, tot min zes alstublieft. "C'est impossible", mopperen de aalmoezenier en de verzorger van de Kongolese internationals tegen elkaar. Drie weken geleden zijn ze in het trainingscentrum Sporta in Tongerlo neergestreken. Recht uit Zuid-Afrika, waar ze in de zomerse hitte een stage van een maand hadden afgewerkt. Er staan nog meer abrupte temperatuurschommelingen op het programma. Volgende week reizen ze door naar Turkije en vervolgens naar Burkina Fasso om er enkele oefenwedstrijden af te werken. De odyssee moet uiteindelijk stoppen in Mali, waar in januari de Afrika-cup wordt betwist. Een campagne van drie maanden, zelden heeft een nationale ploeg zich zo grondig op een toernooi voorbereid. Er staat dan ook veel op het spel, over het oefenveld van Sporta draaft de hoop van een hele natie. Ontembare leeuwen, het klinkt veel beter dan rode duivels. Ooit deden de Kongolese voetballers die naam alle eer aan. In 1974 bijvoorbeeld was Zaïre het allereerste Afrikaanse land dat aan een WK mocht deelnemen, de simba's golden destijds als de voetbaltrots van het donkere continent. Inmiddels is Kongo op de Fifa-ranking naar een schamele zevenenzeventigste plaats verzonken, en ging de kwalificatie voor het WK 2002 verloren na smadelijke nederlagen tegen Tunesië en godbetert Madagascar. Eerherstel, dat is wat heel Kongo straks, in Mali, van de simba's verwacht.

Jos Van Crieckingen is niet echt onder de indruk van zijn gasten. "Het niveau van een tweede- of derdeklasser in België", schat de pater-voetbalkenner. "Ik heb ze op training geobserveerd. Kracht en techniek in overvloed. Ze schieten als een kanon, maar vaak meters over het doel. Ze bewegen ook te weinig zonder bal, zodra ze een pas hebben gegeven, denken ze dat het spel voorbij is. Tactisch doorzicht, dat ontbreekt. Natuurlijk, dit is hun beste elftal niet. De topspelers moeten nog komen, die zijn nog aan de slag bij Europese clubs." Voor Jos is het alsof een jeugddroom eindelijk uitkomt, zij het dan in een fel verwaterde versie. Toen hij vijftig jaar geleden bij de norbertijnen van Tongerlo intrad, gloorde aan de einder de tropenzon. Helaas, toen hij anno 1964 klaargestoomd was voor de missie, trokken de Mulelisten een definitieve streep door zijn rekening. Alle norbertijnen werden gerepatrieerd, Jos zelf heeft Kongo nooit gezien. In de plaats kreeg hij een andere missie toegewezen: een terrein van dertien hectare palend aan de abdij, met sporthal, oefenvelden en verblijfsaccommodatie. Zijn voorganger heeft er een standbeeld mee verdiend. Pater Van Cle, uit brons gehouwen met zijn lange pij en onafscheidelijke fiets, bekommerde zich tijdens het interbellum om het geestelijke en materiële heil van boksers en wielrenners. Sporta, met de a van apostolaat was geboren. Wist pater Van Cle veel dat zijn geesteskind na de oorlog tot een belangrijke speler in de Belgische sportwereld zou uitgroeien. Sporta is nu veel meer dan een trainingscentrum, achter de naam schuilt ook een sportieve thinktank en een sportsyndicaat dat bemiddelt bij sociale conflicten tussen spelers en clubs.

Is hij nooit naar Kongo gegaan, Kongo is nu tot hem gekomen in de gedaante van een forse delegatie. Zestien spelers en zeventien begeleiders met ronkende titels. Sélectionneur adjoint, préparateur physique, soigneur masseur, in het gezelschap zit zelfs een arbitre accompagnateur die de spelers moet leren hoe ze op het veld gele en rode kaarten kunnen vermijden. "De keuze voor Sporta heeft niks met apostolaat of liefdadigheid te maken", helpt Jos een misverstand uit de wereld. "Het verblijf is geregeld via Sporting Lokeren. Geen toeval, want de voorzitter van Lokeren heeft uitstekende relaties in Kongo. Maar vergis je niet, het is de Kongolese staat die alles betaalt. Bij het inchecken gooide de delegatieleider prompt een voorschot van tweehonderdduizend frank op tafel. Geld is geen probleem, zei hij." Helemaal gerust is pater Jos er toch niet op. Gisterenmorgen hing Belgacom nog aan de lijn. Of ze beseften dat er al voor honderdtwintigduizend frank naar Kongo was getelefoneerd? 's Avonds werd de delicate kwestie aan een hoge official van de ambassade voorgelegd. Telefoonkosten betalen we niet, stoof die op, sluit meteen alle lijnen af. Het vervolg maak ik live mee wanneer trainer Watunda briesend de lobby binnenstuift. Wat is dat nu? Zijn lijn is dood, en dat terwijl zijn vrouw in Kinshasa op een telefoontje zit te wachten. Pater Jos probeert het uit te leggen, maar het order van de ambassade wordt weggehoond. De bondsdokter, de aalmoezenier, de assistent-trainers, de toegesnelde Kongolezen zijn het allemaal roerend eens. De man van de ambassade heeft hier niks te vertellen. "Ce type est un gonflé", zegt Watunda minachtend.

Dode telefoonlijnen en betuttelende officials, het zijn maar kleine kopzorgen voor de trainers. Hun voornaamste uitdaging: een hecht team smeden van een spelersgroep die deels uit miljonairs en deels uit armoedzaaiers bestaat. Nu ja, armoedzaaiers. Een lokale topspeler verdient in Kongo een paar honderd dollar per maand, keeper Kalemba Lukoki vangt bij landskampioen Tepe Mazembe zelfs vijfhonderd dollar. Fortuinen naar Kongolese maatstaven, peanuts vergeleken met de contracten van de vedetten die in Europa spelen. Lembi en Lukunku zijn zulke succesvogels, ze maken bij Club Brugge en Standard het mooie weer. Nog een trap hoger staan Nonda Shabani van Monaco en Iwala van Newcastle, hun namen brengen in de wijken van Kinshasa en Lubumbashi duizenden straatjochies aan het dromen. Voetbal is waanzinnig populair in de République Démocratique du Kongo. Derby's als Veta tegen Daring lokken in Kinshasa makkelijk honderdduizend toeschouwers naar het Stade des Martyrs. Ondanks de oorlog gaan de competities trouwens gewoon door, met dien verstande dat clubs uit Kisangani, Goma of Bukavu niet meer in het stuk voorkomen. Ook al wordt de helft van het land door rebellen gecontroleerd, de prestaties van de simba's blijven een staatszaak. Zelfs hier, in het afgelegen Tongerlo, rusten de ogen van de natie op de nationale ploeg. Toen de spelers het voorbije weekend hun eerste uitgangspermissie in twee maanden kregen, brak in Kinshasa de kritiek los. Verscheidene voetballers werden in de Matonge-wijk opgemerkt, het kloppend hart van de Kongolese diaspora in Brussel. Er was geen vergissing mogelijk, ze liepen in trainingspak, het fiere RDC-logo duidelijk zichtbaar. Radio, televisie, kranten, de hele Kongolese pers sprak er schande van. Niet gehinderd door enige feitenkennis werden taferelen geschilderd van slemppartijen waarin internationals betrokken waren. 's Anderendaags kreeg Médard een ongeruste telefoon uit Kinshasa. Moleka Nzulama, minister van Jeugd en Sport, wilde er het fijne van weten. Het kostte Médard weinig moeite om zijn baas te sussen. Dat een dagje ontspanning na twee maanden heus niet overdreven is, dat een bezoekje aan vrienden en familie heus geen gevaar oplevert voor de conditie. De brand was snel geblust, maar het voorval toont aan hoe omstreden de België-trip wel is. Heel Kongo vraagt het zich af. Wat, behalve spierverrekkingen en longontstekingen, hebben de simba's in de Belgische winter te zoeken? Als ze het Médard vragen, dan krijgen ze een gelaagd antwoord. Eigenlijk heet hij Lusadusu Basilwa. Hij is een slanke man met een zachte stem, de tegenpool van trainer Watundu, met wie hij nochtans een tandem vormt. Als technisch directeur bepaalt hij de strategie van de nationale ploeg en de Kongolese voetbalbond. Minzaam als altijd schudt hij het hoofd. Nee, dit is geen avontuur. En jawel, de blootstelling aan de Belgische winter is een ideale voorbereiding op de Africa-cup, ook al kunnen de temperaturen in Mali straks tot veertig graden oplopen. We moeten het bekijken als een manier om het karakter van de jonge spelers te stalen. Maar bovenal moeten we het interpreteren als een geografische en logistieke noodzaak. Want laten we wel wezen, de beste spelers bevinden zich niet in Kongo maar in Europa. Aan het einde van de jaren tachtig kwam de exodus op gang. Kongolese clubs zaten in geldnood, managers zwaaiden met pakken dollars, de handel in voetballers nam een hoge vlucht. Niet alleen gevestigde waarden, ook prille beloften werden naar Europa verscheept. Sommigen slaagden, velen echter belandden in tweede of derde klasse als het al niet in provinciale afdeling was. Meer dan eens eindigde de droom in een asielcentrum of erger nog, in de illegaliteit, want dit verhaal gaat niet alleen over sport maar ook over mensenhandel. Hoe dan ook, voor de selectie van de nationale ploeg rees er een probleem. Hoe moesten ze vanuit Kinshasa de prestaties van al die buitenlandse 'profs' in de gaten houden? Spelen voor het vaderland is niet alleen eervol, het kan ook lucratief zijn. Een goede prestatie op een belangrijk toernooi staat garant voor een vette transfer. En dus werd er gelobbyd dat het niet meer mooi was. Zelfverklaarde voetbalkenners maakten deals met spelers. Zoveel commissie voor een wervend scouting-rapport bij de Kongolese voetbalbond. Ministers werden bij het telefoonwerk ingeschakeld. Dat speler zus of zo absoluut incontournable was. En zo kon het gebeuren dat de nationale ploeg wemelde van de buitenlandse profs. Met klinkende adelbrieven die perfect verdoezelden dat ze in België of Frankrijk al lang waren weggezakt tot het niveau van bankzitter in tweede nationale. Afijn, Médard had schoon genoeg van het gekuip en gooide het over een andere boeg. Tijdens deze maand in Tongerlo kan hij zich zelf vergewissen van het vormpeil van zijn kandidaat-internationals. Het is dan ook een komen en gaan in het trainingskamp. Gisteren werd een speler uit Zwitserland met een onvoldoende weggestuurd, vandaag mogen twee Kongolezen komen tonen wat ze in de zweite Bundesliga hebben bijgeleerd. Tegelijk kan Médard golden boys als Shabani, Iwala en Lembi contacteren en aanporren. In het verleden was het enthousiasme van Europese toppers voor de nationale ploeg niet altijd even groot. Een maand Afrika-cup mag dan wel een onvergetelijke ervaring zijn, bevorderlijk voor het behoud van een basisstek bij een Europese topploeg is het niet. Médard maakt er geen geheim van: hij zal twijfelaars desnoods op hun patriottische plicht wijzen. Is de nationale ploeg niet het cement van de natie, een natie die door buitenlandse legers wordt belaagd? "Maar dit verblijf is ook goed voor de interne competitie", rondt Médard het rijtje voordelen af. "Onze lokale spelers kunnen hier bewijzen dat ze niet bang zijn voor Europese tegenspelers, en dat ook zij tegen barre weersomstandigheden bestand zijn. Beschouw het als een schot voor de boeg van de profs. Luiaards hoeven we niet, iedereen moet vechten voor zijn plaats."

Velen zijn geroepen, weinigen uitverkoren. Van de veertig lokale spelers die in Zuid-Afrika werden getest, schieten er nog zestien over. En nog is de afvalrace niet voorbij. Heel wat van de jongens die zich op het oefenplein van Sporta afbeulen, zullen Mali nooit halen. Pasteur Robert maakt een voor zijn vak oneerbiedige vergelijking. "Het is zoals de miss België-verkiezing van vorige week", zegt de protestantse aalmoezenier. "We hebben met de hele ploeg zitten kijken. Je had het kabaal moeten horen toen de naam van de laureate bekend werd. Vendu, riep iedereen, waarom kiezen ze uitgerekend het kleinste en molligste meisje van de hoop? Wel, zo gaat het ook in het voetbal. De selectie is ondoorgrondelijk, het zijn niet altijd de beste spelers die overblijven." De afvallers weten het: pasteur Robert staat altijd paraat met een woord van troost. Toch is dat niet de reden waarom hij in september tot de allereerste aalmoezenier van de simba's werd gebombardeerd. Pasteur Robert fungeert als sportpsycholoog met bijbel. Voor iedere wedstrijd verkoopt hij peptalk uit het Nieuwe Testament. Hij laat me zijn favoriete psalmen zien. Het nummer 32, guide au moment de la décision. Of het nummer 46, courage pour les jours d'effroi. Zijn reizende vakbibliotheek omvat voorts een beduimeld boek waarin olympische kampioenen de Goede God als hoeksteen van hun succes aanprijzen. We mogen daar vooral niet lacherig over doen, want op de schouders van pasteur Robert rust een loodzware verantwoordelijkheid. In feite werd hij aangesteld om de simba's voor een dodelijk gevaar te behoeden: de maraboets of féticheurs. "Het is begonnen onder Mobutu", vertelt hij. "Onder zijn regime maakten maraboets zelfs officieel deel uit van de nationale ploeg. Bij belangrijke interlands werd uit iedere provincie een féticheur overgevlogen. Daarom hebben we in 1974 het WK verloren. We hadden een ijzersterk team, maar onze spelers wisten niet meer naar wie ze moesten luisteren, naar de trainer of naar de maraboets. Het resultaat is bekend. We hebben in Duitsland drie keer verloren, van Joegoslavië zelfs met negen tegen nul." Pasteur Robert mag hameren zoveel hij wil op zijn sportevangelie. Dat amuletten niks veranderen aan de prestaties. Fysiek, tactiek en techniek, ziedaar de heilige drievuldigheid van het voetbal. En voor de inspiratie kan alleen de Heilige Vader zorgen. Toch weet hij het zeker: ook dit keer reizen gri-gri's en wonderzalfjes mee in de spelerskoffers. Maar nu wordt er tenminste over gewaakt dat féticheurs geen toegang meer krijgen tot de kleedkamer. In het verleden is het vaak genoeg gebeurd. De féticheur stopte een amulet in de kous van de speler op de massagetafel. Dat was dan de speler die het eerste doelpunt zou scoren. Hij en niemand anders, zoniet zou de match faliekant aflopen. "Kun je nagaan wat het effect was", zegt pasteur Robert. "Alle ballen gingen naar die speler. Andere aanvallers durfden niet naar het doel te schieten, zelfs al bevonden ze zich in een kansrijke positie. Het viel ook voor dat de féticheur het resultaat voorspelde. We winnen met twee-nul, zei hij bijvoorbeeld. Na vijf minuten stond het echter nul-één en sloegen onze mannen in paniek. Trainers en bondsdokters werden er gek van. Sommige maraboets begonnen zelfs het dieet voor te schrijven. De spelers moesten een bord fufu (een brij op basis van maniok en bataat, red.) eten, heel stipt dertig minuten voor de aftrap. Fufu ligt als een baksteen op de maag, die spelers konden geen vin meer verroeren."

Fufu staat niet op het menu in Sporta, maar met behulp van stevige hoeveelheden pili-pili smaakt zelfs kabeljauw met mousselinesaus. In de keuken weerklinkt intussen zacht gemor. De Kongolese delegatie is weer eens anderhalf uur te laat aan de middagdis verschenen. Besef van tijd hebben ze duidelijk niet, moppert een ontstemde keukenpiet. Pater Jos neemt de chaos filosofisch op. "Ik heb gisteren nog een boutade gehoord", zegt hij. "Jullie, blanken, hebben het uurwerk. Maar wij, zwarten, hebben de tijd. Zo redeneren ze over de hele lijn. Een echt programma is er niet, er wordt constant geïmproviseerd. Eerst huren ze voor twee weken, plotseling willen ze een hele maand blijven. Ook voor ons is het improviseren geblazen. Dit weekend hebben we hier het Europees kampioenschap country- en westerndansen, heel Sporta is al twee jaar volgeboekt. Ik vrees dat we een aantal Kongolezen naar een hotel moeten doorverwijzen." Pater Jos neemt zijn rol als gastheer ernstig. Hoe graag had hij de culturele horizon van zijn gasten niet verruimd. Een excursie tijdens de vele vrije uurtjes, dat moest toch kunnen. Ver hoefden ze niet te lopen, de prachtige abdij van Tongerlo ligt om de hoek. "Maar nee", zegt de norbertijn met spijt in de stem. "Als het niet om te voetballen is, komen ze niet buiten. Het zal wel met de koude te maken hebben zeker."

Koude of niet, vanavond moeten ze de deur uit. Om te voetballen tegen Ingelmunster, de bus vertrekt al om vier uur. De eerste oefenmatch tegen Club Brugge werd bijna afgelast. De spelers van Club stonden al klaar om terug huiswaarts te keren, toen de simba's arriveerden, ruim een uur te laat. Dat zal vandaag niet gebeuren, trainer Watundu heeft het zijn manschappen ingepeperd. De bus loopt vlotjes vol, slechts één speler laat op zich wachten. "Mais enfin", vliegt Watundu uit, "waar blijf je zitten? Het is altijd dezelfde die te laat komt." Even later zal pasteur Robert mij de ware toedracht van dit prozaïsche tafereel onthullen. De speler in kwestie is geen verstrooide ziel, evenmin ondervindt hij moeilijkheden bij het strikken van zijn veters. "Hij werkt met een féticheur", fluistert de aalmoezenier. "De andere spelers hebben mij getipt. Hij wacht tot iedereen het gebouw heeft verlaten, vervolgens trekt hij zich in het toilet terug, en daar, als niemand hem ziet, prevelt hij een bezwering. Helemaal volgens de instructies van de féticheur. Ik heb er geen goed oog in, zijn prestaties beginnen eronder te lijden. Binnenkort neem ik hem eens apart."

Voetballers zijn monogame wezens, ze staan op en ze gaan slapen met het zwart-witte leder. De buschauffeur weet dan ook perfect hoe hij zijn passagiers op deze lange rit moet vermaken. Trefzeker floept hij de cassette in de videospeler, even later rollen de mooiste doelpunten uit de Premier League 1995-1996 over de monitor. In de bus klinken oohs en aahs, alsof ze het spektakel live meemaken. Gekruiste schoten in de winkelhaak, waanzinnige retro's, virtuoze dribbels, dat is het soort voetbal waar ze in Kongo van houden. Even later, we schuiven intussen al aan in de Kennedytunnel, beleven we met zes jaar uitstel de finale van de Champions League tussen Juventus en Ajax. Del Piero, Vialli, Davids, Kluivert, ze worden op de bus als oude bekenden begroet. Meer dan een rib zouden ze opofferen om ooit in die voetbalschoenen te mogen staan. Tussen twee prangende fasen door maak ik kennis met mijn buurman. Philippe Ntambidila wa Ntambidila, een van de vijf Fifa-scheidsrechters van Kongo, de man die over de fairplay van de simba's waakt. Hij heeft al voor hete vuren gestaan. Kongolese supporters zijn van het fanatieke soort, meer dan eens is een scheidsrechter voor woedende tifosi op de vlucht moeten slaan. "Maar", zegt hij, "alles hangt af van je uitstraling. Een goede scheidsrechter is een scheidsrechter die niet bang is om in de laatste minuut een penalty tegen de thuisploeg te fluiten. Wel, zo'n scheidsrechter ben ik." Waarom hij, in weerwil van deze kwaliteiten, niet werd geselecteerd om op het WK of op de Afrika-cup te fluiten? "Politiek", meesmuilt hij, "Afrika mag een beperkt aantal scheidsrechters leveren. Welnu, de Arabische en West-Afrikaanse landen hebben alle plaatsen ingepikt, ze hebben meer invloed bij de Fifa dan Kongo."

Ingelmunster is geen Juventus of Ajax, maar de nummer twee uit de Belgische tweede klasse staat wel borg voor een stevige oefenpot. Van nul-twee over twee-twee naar drie-drie, het scoreverloop is uitermate boeiend. In de tweede helft komt de mist opzetten, vijftig toeschouwers duiken nog wat dieper in hun kraag. Radio trottoir heeft zijn werk gedaan, heel wat Brusselse Kongolezen hebben de weg naar West-Vlaanderen gevonden. Er klinkt gejuich wanneer kort voor de negentigste minuut een penalty valt. Philippe heeft zijn reputatie waargemaakt. Hij heeft een strafschop gefloten, op het laatste nippertje, tegen de thuisploeg. In de dug-out van Ingelmunster wordt gefoeterd. De man in het zwart heeft het altijd gedaan. Maar voor de simba's is het een geschenk uit de hemel. De Kongolezen op de tribune zijn immers geen neutrale toeschouwers. Met de gsm aan het oor rapporteren ze de esbattementen aan het thuisfront. Want vriendschappelijk of niet, in Kinshasa wordt deze match met klamme handen gevolgd. Radio en televisie hebben reeds tijdens de rust de stand van zaken omgeroepen, compleet met wedstrijdanalyse. Morgen staat een uitgebreid verslag in alle kranten. Le Phare, La Tempête des Tropiques, Le Potentiel, Le Palmarès, aan onze Kongolese confraters hoef je niet te vertellen dat sport beter verkoopt dan wat dan ook. Geld om een journalist met de nationale ploeg mee te sturen, hebben ze niet. Maar niet getreurd, iedere krant heeft in Brussel wel een correspondent met een gsm die de nationale voetbaltrots nauwlettend in de gaten houdt. Niet alleen de trainers, ook pasteur Robert haalt opgelucht adem. "Wat een geluk van die penalty", zegt hij. "Drie-drie had echt niet gekund. Gelijkspelen tegen een Belgische tweedeklasser, er zou in Kinshasa een storm van kritiek opsteken. Moeten jullie daarvoor een maand lang op hotel in België zitten? Met deze overwinning kunnen we de critici de mond snoeren. Het is hier geen club Méd, er wordt hier hard gewerkt." We zetten koers richting Tongerlo, een speler heeft de bus gemist. Te lang in de vestiaire gebleven om in alle eenzaamheid zijn magische formule te prevelen. Pasteur Robert schudt het hoofd. Dekselse féticheurs, morgen moet hij er echt wat aan doen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234