Woensdag 12/05/2021

'De ontdekking van Balzac

'Verschrikkelijk hoe Maupassant nog steeds in het hoekje van de pulpliteratuur wordt geduwd. Zonder dat je het beseft ben je wereldliteratuur aan het lezen'

Bart Van Loo

Parijs retour. Literaire reisgids voor Frankrijk

Meulenhoff/Manteau, Amsterdam/Antwerpen, 414 p., 22,50 euro.

Gesprek met Bart van Loo, in het zog van de Franse negentiende-eeuwse schrijvers

was als de lokroep van een vrouw'

door dirk leyman

'Een mens is pas echt een mens te noemen als hij een of andere hartstocht bezit. Een man zonder hartstocht (...) is een wanstaltig wezen, een embryonale engel aan wie geen vleugels zijn gegroeid", zo schrijft Honoré de Balzac in Neef Pons. Het is een uitspraak die Bart van Loo (1973) op het lijf is geschreven. Sinds meer dan een decennium is deze Antwerpse leraar passioneel verslaafd aan de negentiende-eeuwse Franse literatuur. Van Loo, die praat als een ratelslang, behoort tot het uitstervende ras van volbloed francofielen. Zonder verpinken kan hij zijn onstuimige betoog verfraaien met bijdehante citaten uit Les misérables van Victor Hugo of De drie musketiers van Alexandre Dumas. Zijn bewondering voor deze klassieke marathonschrijvers - of mag je het dweepzucht heten? - leidde tot een ambitieus project dat hem in alle uithoeken van la douce France bracht. In navolging van Pierre H. Dubois in zijn onvolprezen Schrijvers in hun landschap (1983) ging Van Loo - als een "David tegen meerdere Goliaths" - zijn helden achterna. Uiteindelijk kregen acht romantenoren, onder wie de minder bekende Alphonse Daudet en zelfs George Sand, een bloemrijk portret én parcours, zodat je nu "hun leven en hun romans kan binnenrijden". Daarbij liet de onvermoeibare Van Loo geen grafsteen, herdenkingsplaat of putdeksel onberoerd en maalde hij in pakweg vier jaar ettelijke duizenden kilometers af. "Zou iemand ooit gespierde kuiten hebben gekregen van literatuur?", vraagt hij zich terecht af.

Wie zich op sleeptouw laat nemen door Van Loo's ongetemperde enthousiasme zal in Parijs retour een aangename metgezel vinden. Als kennismaking met deze beroemde oeuvrebouwers is zijn boek uitermate geschikt. Van Loo doet er alles aan om de lezer te behagen. Hij grossiert in het pikante detail en de pakkende anekdote en (her)leest zijn lijfauteurs van haver tot gort. Een betere propagandist kunnen ze zich amper indenken. Tegelijk knelt daar het schoentje. In al zijn schwärmerei bezondigt hij zich geregeld aan een snuif egotripperij of slaat hij aan het fabuleren - zoals bij een aantal té persoonlijke brieven aan Gustave Flaubert. Iets te vaak houdt Van Loo halt om te zwijmelen bij een onbeduidend literair relikwie en je wordt wel een keer nerveus van de hijgerige toon vol exclamaties. Het boek laat zich het prettigst lezen in goed gedoseerde schuifjes. Volg de spraakzame gids, maar verlaat je daarbij niet op de slordige kaartjes achter in het boek. Of was het toch de bedoeling de lezer op een dwaalspoor te brengen?

Parijs retour is bedoeld als een vuistdik eerherstel voor de monstres sacrés van de Franse literatuur. U wilde Hugo, Balzac, Zola en Maupassant uit het 'hoekje van misplaatst intellectualisme en stoffige saaiheid kegelen', schrijft u. Waar liggen de kiemen van uw missie?

"Dat ik als een missionaris van de Franse zaak word gezien, vind ik een leuk neveneffect. Maar eigenlijk is dit boek vooral het gevolg van een jeugdige passie. Sinds mijn twintigste heb ik een zwak voor de negentiende-eeuwse Franse literatuur. Vooral de ontdekking van Balzac was als de lokroep van een vrouw, die ik niet anders kon dan beantwoorden. Toen ik Le lys dans la vallée las, Balzacs roman over een 'onmogelijke liefde', ben ik voor de allereerste keer van mijn sokken geblazen. Balzac is als geen ander in staat om allesverterende hartstocht over te dragen. Maar ook Victor Hugo met Les misérables en Zola met Germinal laafden mijn dorst naar verhalen van vlees en bloed. Ik wist toen al dat ik er iets mee zou aanvangen. Het heikele punt was een toegankelijke invalshoek te vinden. Op een gegeven moment werd ik voor het tijdschrift Tertio op een Maupassantmissie gestuurd naar Normandië. Daar kreeg ik de juiste combinatie te pakken: lezen, nareizen tot in de details en er vervolgens over schrijven."

U hamert erop hoe verrassend leesbaar én modern deze schrijvers zijn gebleven.

"O ja, daar kijk je telkens weer van op. Regelmatig geef ik aan vrienden een klassieker van Maupassant, Balzac of de Lettres de mon moulin van Alphonse Daudet cadeau. Ze zijn altijd een beetje ontgoocheld met dat dorre presentje, maar na lezing moeten ze toegeven dat het geweldig meevalt. Je kunt er niet omheen dat de Franse negentiende-eeuwse auteurs de moderne roman een nieuw gezicht hebben gegeven. Zola bracht de taal van de straat als een vreemd lichaam in de literatuur binnen, waarmee hij het pad effende voor Céline. Kijk ook naar de invloed van Zola en Balzac op Michel Houellebecq, die toegeeft dat je zijn boeken niet ten volle kunt snappen zonder Balzac en Zola in het achterhoofd. Een voorbeeld: een centraal personage van La possibilité d'une île heet Esther. Dat verwijst natuurlijk naar Balzacs Splendeurs et misères des courtisanes, waar een van de heldinnen ook Esther heet. Wat verzucht het personage Daniël - uiteraard in een heel moderne context - over Esther? Tja, ze heeft kleine borsten, een goddelijk lijf en ze kan fantastisch vrijen, maar tot liefde, nee, daar is ze niet meer toe in staat. Laat dat tekort nu helemaal de problematiek van Balzac zijn... Bij iemand als Tom Wolfe merk je krek hetzelfde. Neem zijn roman A Man in Full. Daar is Charlie Croker een man die door mateloze ambitie te gronde wordt gericht. Opnieuw ten voeten uit Balzac. Geloof me, met uitzondering van een paar experimentele hoogstandjes valt negentig procent van de hedendaagse romanproductie nog steeds onder het feilloze recept van een Balzac."

Waarom koos u uitsluitend voor romanciers en liet u Franse negentiende-eeuwse dichters als Baudelaire, Nerval of Rimbaud links liggen? Verrassend genoeg ontbreken ook Stendhal én Proust, toch een echte prozavernieuwer, maar is er wel een hoofdstuk over de 'provinciaal' Alphonse Daudet?

"Dat is een puur persoonlijke keuze. Ik ben een prozavreter en wilde me uitsluitend toespitsen op de schrijvers die mij in de ban sloegen. Daarom heb ik van meet af aan geen dichters opgenomen. Stendhal was oorspronkelijk wél geselecteerd. Maar het boek was te dik aan het worden en ikzelf was, na acht literaire queestes, uitgeput geraakt. De uitgever heeft dan met pijn in het hart beslist om Stendhal te laten vallen. Proust heb ik niet opgenomen omdat ik hem hoofdzakelijk tot de twintigste eeuw reken. Hoewel hij in 1896 debuteerde met Les plaisirs et les jours, verscheen zijn hoofdwerk A la recherche du temps perdu pas vanaf 1913."

'Flaneren is een wetenschap, het is de gastronomie van het oog', schreef Balzac. Het is vaak hilarisch te lezen hoe grondig u bij het spoorzoeken te werk gaat. Waarin ligt het ware genot van het nalopen van plekken die soms enkel in de verbeelding bestaan?

"Als onversneden romanticus geniet ik er mateloos van het decor van een roman binnen te wandelen. Aan literair reizen beleef je als auteur minstens driemaal plezier. In de leeszetel lees je eerst de romans zelf en ploeter je je door biografieën of secundaire literatuur. Stilaan daagt er een reisroute, scherp je je potloodjes, leg je je notitieboekjes klaar en pak je je koffers. Vervolgens toets je wat je gelezen hebt aan de werkelijkheid. Soms is dat heel pover, maar vaak ook heel rijk. Bovendien leer je een land op een heel onorthodoxe manier kennen. Terug thuis wil je je belevenissen zo snel mogelijk vastleggen. Ik word voortgedreven door die wisselwerking tussen het verlangen vooraf en de herinnering."

Parijs is in uw boek de plek waar alle spoorzoekerij vertrekt én eindigt. Bij de meeste negentiende-eeuwse romanciers merk je die onblusbare drang naar Parijs. Hoe verklaart u die?

"Parijs vervulde in de negentiende eeuw de rol van New York in de twintigste eeuw: 'If I'll make it there, I'll make it anywhere.' Parijs fungeerde voor de meeste Franse schrijvers als een ware magneet - en in wezen is dat nog altijd zo. Balzac en Zola maken als ambitieuze jongelingen al vroeg de trek naar Parijs. Victor Hugo idealiseerde de stad en schreef dat ze 'een bewaarmiddel voor de ziel was', 'de top van het mensdom, je vindt er alle beschavingen in het klein...' Toch kun je er niet omheen dat er een gigantische kloof gaapt tussen het platteland en Parijs. Het is een spanning die voortdurend opduikt in die negentiende-eeuwse romans, zoals bij Balzac en zijn Verloren illusies, maar ook bij Flaubert, Balzac en Zola. George Sand is de uitzondering op de regel. Zij maakt de omgekeerde beweging en trekt zich terug op het platteland van de Berry."

Een ander terugkerend element is het 'hormonale schrijverschap'. Het leek wel of literatuur en vrouwen communicerende vaten waren. Na het schrijven moest er van bil worden gegaan.

"Prat gaan op hun libido was bij Dumas of Hugo de normaalste zaak van de wereld. Om de haverklap botste ik op verhalen over hun bedprestaties. Zo is er de anekdote rond Dumas, die door zijn uitgever in zijn werkkamer wordt opgesloten omdat hij dringend een verhaal moet afwerken. Twee uur later is de tekst klaar maar intussen is hij wel uit het raam geglipt om zijn voorschot op te maken bij een prostituee om de hoek. Victor Hugo wordt op zijn tachtigste dan weer betrapt door de zedenpolitie terwijl hij in het Parijse Bois de Boulogne met een hoer aanpapt. Zou het ironie zijn als hij op zijn zeventigste schrijft: 'Praten kost me moeite. Een redevoering mat me even erg af als drie zaadlozingen', om er na enig nadenken aan toe te voegen: 'Vier zelfs'? Ook Maupassant was een vrouwenverslinder. Wanneer hij ontdekt dat hij syfilis heeft, is het alsof er een last van hem afvalt: 'Eindelijk!', roept hij uit. Zo had je wel meer vreemde gedachtekronkels. Tijdens het werk aan een boek masturbeerde Balzac zo weinig mogelijk, omdat hij vreesde dat er aldus inspiratie wegvloeide. Ook Flaubert vond op latere leeftijd dat seks contraproductief was voor het schrijfwerk."

Parijs retour zit tjokvol van dat soort geestige anekdotes. Ik lag in een deuk bij een verhaal over Dumas, die het begrip 'bordkartonnen personage' wel heel letterlijk nam?

"De schepper van d'Artagnan beoefende zowat alle genres door elkaar. Om het een beetje overzichtelijk te houden voorzag hij elke tekst van een kleur: rood was theater, wit was proza, enzovoort. Voor zijn krantenfeuilletons zoals De drie musketiers moest hij dagelijks precies vijftien pagina's afleveren, met op het eind zo'n typische cliffhanger. Om het noorden niet kwijt te raken, had hij zijn talloze personages in karton uitgeknipt. Die stonden op zijn werktafel geposteerd. Als er eentje stierf, dan gooide hij het mannetje tegen de vlakte. Op een winderige dag had een van zijn kamerdienaars het raam opengezet en werden een aantal van de kartonnen figuurtjes omvergeblazen. De brave man zette ze zo goed en kwaad als het kon recht en de volgende dag schreef Dumas ijverig verder. Gevolg: in de volgende aflevering kregen een aantal personages een herrijzenis, anderen waren plots dood. Dumas had niets in de gaten tot hij een pak boze lezersbrieven kreeg."

Schreef Alexandre Dumas zijn boeken trouwens wel zelf? U wijst erop dat hij een heel korps 'hulpjes' ter beschikking had, onder wie de zich wegcijferende Auguste Macquet?

"Dumas was in feite een hypergetalenteerde eindredacteur. Zijn medewerkers deden opzoekingen voor de grote historische fresco's als De graaf van Monte Christo en Reine Margot. In zijn topperiode had hij zelfs iemand in dienst die zijn interpunctie verzorgde. Knettergek: hij nam niet de moeite om komma's en punten te schrijven. De rol van Auguste Macquet bestond erin om voorzetten te geven van pakweg zeventig bladzijden. Dumas kruidde vervolgens het zaakje met zijn beroemde dialogen en maakte er dertig swingende pagina's van. Je kunt het vergelijken met Steven Spielberg: hij heeft ook een gigantisch team onder zijn commando, maar zorgt er wel voor dat zijn films uitdrukkelijk zijn stempel dragen."

De sportieve Guy de Maupassant, die beweerde met 'zijn ingewanden' en niet met zijn hersenen te schrijven, wilt u - terecht - ontdoen van zijn stigma als lichtvoetig kortverhalenschrijver.

"Verschrikkelijk hoe Maupassant nog steeds in het hoekje van de pulpliteratuur wordt geduwd. Komt het omdat hij zich bij leven het imago van boulevardschrijver te gretig liet aanleunen? Best mogelijk. Maar in zijn verhalen peilt de getourmenteerde ziel Maupassant nochtans zonder hoogdravendheid messcherp naar de menselijke psyche. Zonder dat je het beseft ben je wereldliteratuur aan het lezen. Van de acht auteurs die ik ben nagereisd, is Maupassant allicht de meest getalenteerde. Hij schreef ook met weinig doorhalingen of verbeteringen. Maar in tegenstelling tot Balzac en Flaubert was hij te gemakzuchtig en niet gebrand op een plaats in het pantheon van de wereldliteratuur."

George Sand komt in Parijs retour heel wat minder uit de verf. U typeert haar, niet erg vleiend, 'als pijprokende nymfomane in mannenkleren'. Moest Sand de vrouwelijke eer redden?

"Nee hoor, want ik kon echt niet om haar heen. Sand is als vrijgevochten vrouw de eerste die haar geld verdient met schrijven. Bovendien verzamelde ze een pak vooraanstaande kunstenaars en componisten van die tijd rond zich: Toergenjev, Flaubert, de Musset, Delacroix en natuurlijk Chopin, die haar in haar landhuis in Nohant kwamen bezoeken. Toch is haar feminisme ook dubbelzinnig. Ze mocht dan overdag in haar historische roman Mauprat wel schrijven dat een vrouw moet kunnen kiezen voor haar eigen leven en haar minnaars, tegen de avond zou ze voor één kus van de man op wie ze stapelverliefd is, meteen al haar teksten verscheuren."

Parijs retour is een ongegeneerd francofiel boek. Het is haast een vies woord in een tijdperk waarin de Angelsaksische literatuur de blits maakt.

"Tja, het ziet ernaar uit dat ze me binnen een jaar of tien als een curiosum zullen komen filmen. (lacht) Vlamingen en Nederlanders hebben steeds minder voeling met de Franse cultuur, wat bizar is omdat Frankrijk tenslotte het vakantieland bij uitstek is. Wij worden dan ook bedolven onder Angelsaksisch slijk. Er zou meer aandacht moeten komen voor degelijke literaire vertalingen, in het bijzonder de Franse klassiekers. Wees maar zeker dat daar nog een publiek voor bestaat."

'Zelfs Michel Houellebecq geeft toe dat je zijn boeken niet ten volle kunt snappen zonder Balzac en Zola in het achterhoofd'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234