Zondag 19/01/2020

De onsterfelijke volksheld

Stan Ockers was klein en tenger, maar uit zijn dunne beentjes schudde hij fenomenale prestaties, met als hoogtepunt het WK van 1955 in Frascati. Goed één jaar later maakte een fatale val in 'zijn' Sportpaleis abrupt een einde aan zijn leven. Stan Ockers was de grootste volksheld die Antwerpen heeft gekend en al die tijd is men Stanneke nooit vergeten.

DOOR TONY LANDUYT

BRUSSEL l Ikzelf heb de fatale val van Stan Ockers live meegemaakt, een tragisch moment dat me eeuwig zal bijblijven. Ik was net twaalf geworden en al een drietal jaar liep ik met vader tijdens de wintermaanden mee naar het Sportpaleis om de wielerhelden van toen aan het werk te zien. Het was 29 september 1956.

Het Antwerps Sportpaleis opende zijn deuren voor een nieuw baanseizoen. Het hoofdnummer van de openingsmeeting was de Grote Prijs van de Antwerpse Sportpers, een koers over 50 kilometer met alle grote wegrenners van dat ogenblik. Zoals altijd hadden we onze vaste stek: op de staanplaatsen tegen de balustrade even voorbij het ingaan van de bocht voorbij de aankomst. Daar hadden we een uitstekend zicht over de hele baan en vooral op de aankomstlijn.

De wedstrijd van de tenoren was pas goed op gang of aan de overzijde van de aankomst lagen plots drie renners tegen het ovaal: Stan Ockers, Gerrit Voorting en Rik Van Looy. "Ja, ik lag erbij", herinnert Van Looy zich de val. "Nest Sterckx was lek gereden en kwam opnieuw de piste in. Net op dat ogenblik kwam het peloton, aangevoerd door Ockers, aangerend. Stan moet even achterom hebben gekeken en botste tegen Sterckx aan. Voor ik goed en wel besefte wat er gaande was, lagen we met drie tegen de grond. Het is de eerste en enige keer in heel mijn carrière dat ik bij een val even groggy ben geweest. Maar eens terug op de wereld ben ik weer opgestapt en reed de wedstrijd uit."

Ockers werd aan de rand van piste verzorgd en even later naar het hospitaal in Merksem overgebracht. De dood was niet ver meer. Ockers had een schedelbreuk en een hersenbloeding opgelopen. Twee dagen vocht hij in de kliniek in Merksem voor zijn leven. Helaas.

Die zaterdagavond kon niemand zich op dat ogenblik de ernst van zijn val inschatten. "Ook wij niet", zegt Van Looy. "Ik ben ervan overtuigd dat de wedstrijd was stopgezet als men had geweten hoe ernstig het gesteld was met Ockers."

Toen Van Looy later het droeve nieuws van Ockers vernam, joegen koude rillingen door zijn lichaam. "Natuurlijk was ik aangeslagen, zoals de hele wielerwereld en al die fans van Ockers", zegt Van Looy. "Stan was meer dan een collega waarmee ik al drie jaar in het profpeloton verbleef. Ik had twee idolen, Rik Van Steenbergen en Stan Ockers. Begrijpelijk dat zijn dood me zeer getroffen heeft."

Alleen de oudere generatie heeft Ockers van nabij gekend, maar zelfs bij jonge Antwerpenaren doet de naam Stan Ockers een belletje rinkelen. Sabrina Ockers, kleindochter van zijn intussen ook overleden broer en verzorger Jos, krijgt wel vaker de vraag of zij familie is van Stanneke. Patrick Janssens (sp.a) was pas elf dagen oud toen Ockers overleed, maar de Antwerpse burgervader weet heel goed wat de renner voor de wielersport en Antwerpen betekend heeft. Ockers als citymarketing.

Voor de grote Eddy Merckx, begin de jaren vijftig nog een broekje, was Ockers het voorbeeld en inspiratie voor zijn latere Tourcarrière. Ockers was zijn idool. Met de familie op vakantie aan zee zat Merckx aan het transistorradiootje gekluisterd om de prestaties van Ockers in de Tour te volgen en als hij met zijn vriendjes een geïmproviseerd wedstrijdje reed, was hij Ockers. "Ik was supporter van Stan Ockers", zegt Merckx. "Ik was elf toen hij stierf. Zijn dood heeft me zeer getroffen."

Het leed was grenzeloos. Iedereen treurde om die kleine wielerheld die pas op latere leeftijd tot volle wielerrijpheid was gekomen, met als hoogtepunt het WK in Frascati. Daar, in de buurt van Rome, werd de toen 35-jarige Ockers wereldkampioen onder een verzengende hitte. "Klein van ras, groot van klas", schreef wijlen René Marteleur, alias De Wieltjeszuiger, in de toenmalige Volksgazet.

Als wereldkampioen werd zijn populariteit nog groter. Hij wekte sympathie bij iedereen. Door zijn prestaties en zijn levenshouding is hij wellicht een van de populairste sporters die België ooit gekend heeft. Ockers was een kind van de straat dat met de fiets opperste roem verwierf. Zijn afkomst heeft hij nooit verloochend en daardoor werd hij het symbool van de kleine man.

Ockers verstond de kunst om zijn populariteit hoog te houden. Als hij niet op pad was om te fietsen, begaf hij zich frequent onder zijn supporters en het gewone volk. In zijn café Drie Koningen aan de Gemeentestraat groette hij persoonlijk iedere bezoeker en knoopte maar al te graag gesprekken aan met zijn klanten.

Maar Stan Ockers was niet bij iedereen geliefd. Zeker niet bij zijn collega-renners. "Ik bewaar geen goede herinneringen aan Stan Ockers", zegt zijn tijdsgenoot Raymond Impanis. "Ik werd meerdere keren door hem geflikt. Ockers was leep. Een pure wieltjeszuiger die zich kon verstoppen als geen ander. 'Stan mee of niet mee maakt niet veel uit. Hij rijdt toch nooit op kop', zei de Zwitserse Tourwinnaar Ferdi Kübler ooit."

Na Luik-Bastenaken-Luik 1955 was de liefde tussen Impanis en Ockers helemaal verstoord. "We reden met twee voorop", vertelt Impanis. "Stan had daags voordien de Waalse Pijl gewonnen. Ik maakte hem duidelijk dat als ik Luik-Bastenaken-Luik won, het seizoen voor ons beiden geslaagd was. Stan was akkoord. Tot hij op 100 meter van de finish plots van achter mij wegvlamde en won. Neen, ik kan weinig positiefs over Ockers vertellen."

Op 1 oktober 1956 stopte het leven in Borgerhout toen de dood van zijn belangrijkste inwoner bekend raakte. In het Antwerps Sportpaleis, waar zijn lichaam werd opgebaard, passeerden tienduizenden langs de kist voor een laatste groet. Ik ook, zonder pa. En op 3 oktober stond heel Antwerpen op straat om zijn volksheld naar zijn laatste rustplaats op het kerkhof van Silsburg te begeleiden. Tienduizenden bezorgden Stanneke een koninklijke uitvaart.

In Borgerhout is Stan Ockers een legende. Een straatnaam heeft hij er al sinds 1959. Nu komt daar ook nog een gedenkplaat bij. Vijftig jaar na zijn dood is Ockers nog niet vergeten. Dat blijkt nu uit de grootscheepse activiteiten die naar aanleiding van zijn 50-jarig overlijden worden opgezet. Pol Sopido, supporter en Ockers' vriend van het eerste uur, is één van de stuwende krachten achter die herdenking. "Zoals Stan was er maar één. Hij verdient dit waardig eerbetoon."

Op 1 oktober 1956 stopte het leven in Borgerhout. En Stan Ockers werd een legende

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234