Woensdag 29/01/2020

De ongrijpbare Jordaens

Nooit eerder werd in Frankrijk een overzichtstentoonstelling gewijd aan de Antwerpse barokschilder Jakob (of beter: Jacques) Jordaens. Men wil hem uit de schaduw van Rubens en Van Dyck halen. 'Het is een hardnekkig cliché dat hij de simpele schilder van de gezapige Antwerpse burger was. Wij willen het héle plaatje laten zien', zegt curator Alexis Merle du Bourg. Eric Rinckhout

'Jordaens had ambitie. Maar, in tegenstelling tot Rubens en Van Dyck, heeft hij Italië nooit bezocht. Toch had hij een goede kennis van de antieke cultuur. En zijn woonhuis in Antwerpen(vlak bij de Hoogstraat, ER)is een echt stadspaleis. Dat zegt veel over de man en zijn status", steekt curator Alexis Merle du Bourg van wal. "Het zijn die eigenschappen die meestal weggemoffeld worden in het beeld van Jordaens." De Franse curator spreekt met kennis van zaken: hij kent Antwerpen en het oeuvre van Jordaens door en door, hoewel hij eigenlijk Rubensspecialist is. Hij schrijft voor hetCorpus Rubenianumeen boekdeel over het ontstaan van de Medici-cyclus van Rubens, die nu in het Louvre hangt.

Artistieke wereld

Jacques Jordaens (1593-1678) is in Frankrijk geen onbekende. Zijn werk werd al in de 17de eeuw gretig verzameld door de adel en later ook door kunstenaars. Courbet (naakten) en Delacroix (portretten) zijn duidelijk beïnvloed door Jordaens, zegt de curator. Maar de vergelijking met de 'internationaal gerichte, geraffineerde hoveling Rubens' speelde altijd in zijn nadeel: Jordaens werd vaak afgeschilderd als de grappige, dikbuikige oom die de familiefeesten opvrolijkt met enkele kwinkslagen - onder de gordel bovendien. Natuurlijk is hij de schilder van volkse feesten vol geraas en gebral: de overbekende koekjesdoosschilderijen, zoalsDe koning drinkt. En die hangen ook in Parijs.

De tentoonstelling opent met een plattegrond en impressies van het 17de-eeuwse Antwerpen: schilderijen van de rede en van de Grote Markt. De stad was dan wel over haar economisch hoogtepunt heen, ze was nog wel degelijk een belangrijk artistiek centrum. Ook de kunstnijverheid beleefde hoogdagen. In het Petit Palais in Parijs wordt dan ook een weelderig Antwerps interieur getoond met schilderijen, sculpturen, een kunstig ingelegde tafel, een fraaie luchter en een kabinetkast.

Jordaens werd geboren in een familie van lakenhandelaars en lijstenmakers, en groeide op in een artistieke wereld. Hij werd 'Jacus' gedoopt en signeerde zijn Nederlandstalige brieven met 'Jacques', niet 'Jacob'. Het ronduit schitterende familieportret van Jordaens zelf, zijn echtgenote, dochter en dienstmeid, getuigt van het geraffineerde zelfbeeld van de kunstenaar. Het werk, dat tot de collectie van het Prado in Madrid behoort, is groot en toont de levensgrote figuren ten voeten uit. "Jordaens beeldt zichzelf als virtuoos af met een luit, hét symbool voor de familiale harmonie", zegt Alexis Merle du Bourg. Op de achtergrond zien we een beeldje van Amor op een dolfijn, een knipoog naar de antieken en naar Rubens, die zo'n sculptuur in zijn tuin zou hebben gehad.

Ruw en provocerend

Maar er is meer: Jordaens schildert ook een zelfportret, waarbij hij een beeldje van Venus en Amor in zijn handen heeft: hij toont zichzelf dus als kunstkenner en refereert tegelijk aan een bekend schilderij van Titiaan. Jordaens wilde duidelijk laten zien dat hij niet van de straat was en zijn klassieken kende. De tentoonstellingJordaens en de antiekeneind vorig jaar in Brussel maakte dat al duidelijk.

Daarna treden we een kerkinterieur binnen, of althans een sobere evocatie van een middenschip en enkele zijkapellen. Hier hangt Jordaens als religieus schilder. Het altaarstuk is een zelden getoond werk,Christus aan het kruis(begin 1620), afkomstig uit de Fondatie Terninck in Antwerpen, een liefdadigheidsinstelling die in 1697 werd gesticht. Het is nog altijd een zorgcentrum en bezit een fraaie kunstcollectie, die een goed bewaard geheim is. Curator Alexis Du Bourg lacht en is erg trots op deze bruikleen. "Ja, weinig mensen weten van het bestaan van dit schilderij. Een sterk werk, met reminiscenties aanDe lanssteekvan Rubens."

Hier en daar hangt wat vroeg werk waarin we Jordaens zien aarzelen en zoeken: de menselijke anatomie heeft hij dan nog niet helemaal onder de knie, het perspectief is soms wat knullig. Maar in een van de zijkapellen hangt een topwerk:De vier evangelisten(Louvre, 1625-30). Het is ruw, virtuoos en provocerend, alleen al door het feit dat Jordaens drie oude gerimpelde mannen en één jonge knaap gebruikt, die hij, net als Caravaggio, zo van de straat lijkt te hebben geplukt en dicht bij elkaar geschaard in close-up brengt. Een ongedwongen snapshot. Evangelisten? Het kunnen evengoed daklozen of bedelaars zijn.

"Jordaens heeft de invloed van Caravaggio ondergaan", aldus de curator. "Jordaens ging niet naar Italië, maar Italië kwam wel naar hem. In een internationale stad als Antwerpen was hij door kopieën en gravures goed op de hoogte van de Romeinse en Venetiaanse schilderkunst." We mogen bovendien niet vergeten dat in die jaren in de Sint-Pauluskerk van Antwerpen een échte Caravaggio hing: deMadonna van de Rozenkrans, nu in het Kunsthistorisch Museum van Wenen.

Protestant

De tentoonstelling heeft nog meer verrassingen in petto, zoals snel geborstelde studiekoppen (Jordaens op z'n best), een prachtig portret van zijn dochter (ze was een van zijn favoriete modellen en we zien haar opgroeien in de loop van de tentoonstelling) en een deel van de triomfboog die, ter ere van de nieuwe gouverneur der Spaanse Nederlanden, in 1635 in Antwerpen werd opgericht. Dergelijke triomfbogen waren tijdelijke bouwsels, daarom is het des te verrassender wanneer er fragmenten van overblijven.

Genreschilderijen, zoalsDe koning drinkt,Zo d'ouden jongen zo piepen de jongenenKen u zelvenschilderde Jordaens op groot formaat, normaal gereserveerd voor religieuze taferelen bijvoorbeeld. "We weten niets van opdrachtgevers of eerste eigenaars", zegt Alexis Merle du Bourg. "Maar de werken vertellen wel iets over de dwarsligger en provocateur die Jordaens was. Onder de oppervlakte van de vrolijke braspartij zit mogelijk heel wat kritiek verscholen, zoals op het slechte beleid van Spanje in de Zuidelijke Nederlanden." De curator wijst op soortgelijke antiautoritaire trekken in mythologische scènes en historiestukken, zoals het satirischeBanket van Cleopatra, waar Jordaens burleske elementen in een ernstig tafereel introduceert.

Daarbij komt nog dat Jordaens ook als protestant een buitenstaander was. Hij zal zijn geloof uiteraard nooit in het openbaar hebben beleden - dat zou hem toen zijn hoofd hebben gekost. Hoewel: in de jaren 1650 kreeg hij een boete voor 'schandalige geschriften', dat kan alleen op protestantse meningsuiting slaan. Jordaens kreeg opdrachten voor de muurschilderingen in de residentie van de Hollandse stadhouder, Huis Ten Bosch in Den Haag, en voor het Amsterdamse stadhuis, en werd wel degelijk als calvinist begraven, niet in Antwerpen maar net over de grens, in het Nederlandse Putte.

Diverse handen

Jordaens verrast nog met enkele sterke tekeningen van mensen en dieren. Opvallend is wat een begenadigd honden- en koeienschilder de man was. Die koeien zouden later niemand minder dan Van Gogh inspireren tot een kopie.

Jordaens werd 85: erg oud, zeker in de 17de eeuw. Het werk uit de laatste twee decennia is bijzonder wisselvallig. Hij had een goeddraaiend schilderijenfabriekje, maar de kwaliteit van de productie ging zienderogen achteruit. Ook in vroeger werk zie je vaak grote kwaliteitsverschillen en diverse handen aan het werk. Maar in Parijs hangt veel verbluffend sterk werk dat een grote invloed had op 19de-eeuwse schilders als Courbet en Delacroix. Het grondige onderzoek naar die ongrijpbare Jordaens mag nu echt beginnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234