Vrijdag 20/09/2019

Interview

De onderwijskwaliteit daalt: ‘Zwakke scholen worden nooit gesloten’

Dirk van Damme en Dirk Jacobs. Beeld Illias Teirlinck

Aan de vooravond van het schooljaar fileren experts Dirk Van Damme en Dirk Jacobs ons onderwijs. ‘Alles staat of valt met het leer­krachten­probleem’, vindt Jacobs. Zijn collega is het daarmee eens, al zal dat zowat de enige keer zijn tijdens het gesprek.

Wonen of werken in Vlaanderen doen ze al lang niet meer. Maar het maakt ook dat ze beiden de kunst van het parler-vrai kunnen hanteren: ze hoeven geen blad voor de mond te nemen.

DIRK JACOBS: • geboren in Brugge in 1971 • professor in de ­sociologie • hoogleraar aan de Université Libre de Bruxelles sinds 2004 • wordt tot de ­progressieve zijde gerekend • inhoudelijke focus verschoof van ­integratie naar ­onderwijs • een van de ­geestelijke vaders van het Excellentiepact in Franstalig België

DIRK VAN DAMME: • geboren in Gent in 1956 • pedagoog en ­gezaghebbende stem in het ­onderwijsveld • ­bestuurder Gemeenschaps­onderwijs (2003-2004) • kabinetschef ­minister van ­Onderwijs Frank ­Vandenbroucke (2004-2008) • werkt sinds 2008 voor de OESO, nu als ‘senior counselor’ van het onderwijs­directoraat

Dirk Van Damme (63) is voormalig kabinetschef van onderwijsminister Frank Vandenbroucke (sp.a). Tegenwoordig is hij senior counselor van het onderwijsdirectoraat van de OESO. Anderhalf jaar geleden trok hij in deze krant aan de alarmbel: de kwaliteit van het Vlaamse onderwijs gaat in sneltempo achteruit. Volgens Van Damme had het onderwijs zich blind gestaard op de kansen van de zwakste leerlingen, waardoor het niveau over de hele lijn naar omlaag was gehaald.

Hoe vaker hij de stelling tijdens het interview herhaalt, hoe meer Dirk Jacobs gaat steigeren. Jacobs (48) is onderwijssocioloog aan de Brusselse ULB en een van de geestelijke vaders van de onderwijshervorming ten zuiden van de taalgrens.

“N-VA is er alleszins in geslaagd het onderwijsdebat perfect te kaderen in hun frame: kwaliteit versus gelijke kansen”, ergert hij zich op weg naar het Parijse café waar het gesprek plaatsvindt.

Quo vadis, onderwijs?

Lees zondag de Extra Digitale Editie van De Morgen, helemaal gewijd aan onderwijs. Lees en herlees onze meest relevante onderwijsverhalen.

Download nu de tablet app van De Morgen

De kwaliteit van het onderwijs is een van de hete politieke hangijzers. In de nota die Bart De Wever naar voren schoof voor de Vlaamse regeringsvorming, schreef hij: ‘Het streven naar excellentie moet primeren boven een verkeerd begrepen gelijkheidsstreven dat leidt tot nivellering en niveauverlaging.’ Moet het gelijkekansenbeleid op de schop? Van Damme: “Gelijke kansen zijn niet van tafel geveegd, en niemand pleit daarvoor. Ik ben ook absoluut voor het behoud van de GOK-financiering (Gelijke Onderwijskansen, red.), ook voor de correctie in financiering van scholen op basis van GOK-indicatoren. Maar er is wel degelijk een probleem met de dalende kwaliteit van het onderwijs. En het gelijkekansenbeleid heeft ertoe geleid dat velen dat probleem niet durven te zien. Dat geldt met name voor de linkerzijde, waar ik me nog altijd toe reken. Let wel, Vlaanderen is ook absoluut niet goed in het garanderen van gelijke kansen voor elke leerling. Ook daar zijn onze indicatoren dramatisch. Ik zou niet willen dat het streven naar meer kwaliteit ervoor zorgt dat we gelijke kansen vergeten. We zouden perfect in staat moeten zijn beide te combineren.”

Dirk Jacobs: “Er is een aanname in het debat geslopen: de causale relatie tussen gelijke kansen en een tanende onderwijskwaliteit. Dat oorzakelijk verband is helemaal niet aangetoond, maar wordt in het politiek discours wel gemaakt. We moeten opletten dat we niet in die val trappen.”

Lees nu

📘 De genderkwestie op school: roze rugzak vs. Barcelona-bic

🗓️ Lerarentekort én nieuwe eindtermen: voor directeurs is het begin van het schooljaar een race tegen de klok

❓ Het gemoderniseerde secundair onderwijs: wat betekent dat voor uw kind?

Dirk Van Damme: “De daling op kwaliteit zie je echt zeer scherp. Het is onverantwoordelijk om dat niet te zien en de koppeling met het gelijkekansenbeleid niet te maken. Die causale band haal ik uit talloze gesprekken met mensen uit het onderwijsveld, maar ook met beleidsverantwoordelijken in de voorbije twintig jaar. Leraren die me letterlijk zeggen: omwille van gelijke kansen, om toe te laten dat er meer leerlingen over de lat zouden raken, heb ik de lat naar omlaag gebracht. Dat is dramatisch. Dat was ook nooit de bedoeling. Ik blijf bij de slogan die Frank Vandenbroucke hanteerde: gelijke kansen op hoge kwaliteit.”

Als leerkrachten het zelf toegeven, is het probleem dan niet duidelijk?

Jacobs: “Ik zou ook gechoqueerd zijn als ik een leerkracht hoor zeggen dat de lat omlaag moet omwille van gelijke kansen. Die attitude is dan bij die persoon inderdaad een probleem. Maar ik zou wel graag data zien waar effectief aangetoond wordt dat bepaalde elementen van het gelijkekansenbeleid een impact zouden hebben gehad op de kwaliteit, en hoe dan. Gelijke kansen en kwaliteit staan los van elkaar en zijn perfect combineerbaar.”

Dirk Jacobs: ‘Vlaamse leerlingen kunnen minder goed lezen dan vroeger. Zorgwekkend. Maar vergelijk het met Franstalig België: dát is slecht.’ Beeld Illias Teirlinck

Van Damme: “De boodschap die scholen en leraren kregen, is 10 tot 15 jaar lang geweest: je moet het niet te moeilijk maken, want dan draag je bij aan schoolse mislukking, en stimuleer je het zittenblijven. Die boodschap is gegeven, lang en consistent – daar blijf ik bij. Je ziet uit de reacties van leerkrachten die in de pers komen dat ze hier nu tegen revolteren.”

U bent heel kritisch voor het onderwijsbeleid, maar u bent natuurlijk mee verantwoordelijk. Vorig jaar hebt u daar als het ware mea culpa voor geslagen.

Van Damme: “Dat klopt niet echt. Het probleem zit in de manier waarop onze boodschap in de praktijk vertaald werd door de onderwijskoepels, inspectie en begeleidingsdiensten. Vandaar dat ik zo kwaad ben op dat middenveld, zij dragen een heel grote verantwoordelijkheid. Ik pleit wel mea culpa dat we dat niet hebben zien gebeuren.”

Het valt op dat u in interviews vaak benadrukt: ik reken mezelf nog steeds tot de progressieven. U zei het in de eerste minuut van dit gesprek. Moet u dat verdedigen?

Van Damme: “Toch wel, omdat ik ondertussen de slippendrager van de N-VA word genoemd. Ik krijg het daarvan op mijn heupen. Het is hun verdienste dat zij het kwaliteitsprobleem politiek op de kaart hebben gezet. Ik herhaal: het is een schande dat de linkerzijde dat niet doet.”

Was de consensus in het onderwijs te veel ingedommeld om het probleem onder ogen te zien?

Van Damme: “Ja. Dat denk ik wel.”

Jacobs: “Ik begrijp dat niet. De klemtoon op kwaliteit is er altijd geweest, ook bij links. De school dient toch om op te leiden? En iedereen deelt het idee dat we elk kind het maximum van zijn talenten moeten laten ontplooien.”

Beeld Illias Teirlinck

Van Damme: “Maar de vertaling daarvan is geweest: als een kind niet ver raakt, moet je het ook niet nodeloos ver uitdagen, om mislukking te vermijden. Dat is een mentaliteit die echt bestaat, bij leerkrachten maar ook bij ouders. Het is niet toevallig dat ons land in de laatste PISA-resultaten (internationaal onderzoek naar de leesvaardigheid en wiskundige geletterheid van scholieren, red.) helemaal onderaan bengelt qua prestatiemotivatie. Onze leerlingen worden met andere woorden in veel scholen niet meer gemotiveerd om op hoog niveau te presteren.”

Jacobs: “Ik snap die redenering echt niet. Wouter Duyck (cognitief psycholoog aan de UGent, red.) heeft die link ook gemaakt, tussen de motivatie om te presteren en de resultaten: de zesjescultuur als verklaring voor de dalende kwaliteit. Maar Vlaanderen scoort binnen Europa nog steeds het hoogst voor wiskunde, op basis van het PISA-onderzoek. Hoe kan de lage motivatie dan een verklaring zijn? Dat zijn simpele correlaties, terwijl je ze in complexe modellen moet stoppen en kijken in hoeverre dat echt een impact heeft. Maar het komt er niet uit – natuurlijk niet, want er is geen link.”

Van Damme: “Voor wiskunde zitten we relatief gezien nog goed, maar wel in een sterk dalende lijn. Voor lezen en wetenschappelijke geletterdheid zitten we in de subtop en dalen we eveneens.”

Jacobs: “Maar de hele industriële wereld kent zo’n daling. Alleen is de discussie nog bezig over wat de oorzaak daarvan is. De enige studie die echt een Vlaams probleem toont, is PIRLS: Vlaamse leerlingen kunnen minder goed lezen dan vroeger. Zorgwekkend. Maar vergelijk het met Franstalig België: dát is slecht.”

Zitten we aan de start van een nieuwe onderwijsstrijd?

Van Damme: “Kwaliteit is volop bezig een nieuwe breuklijn te worden. Zolang de progressieve zijde de kwaliteitsproblematiek niet erkent en er geen antwoord op formuleert, is het onderwijsveld voor politiek links compleet verloren. De politieke electorale strijd van de voorbije 15 jaar is verloren in onderwijs, en is daar gewonnen door N-VA.”

N-VA heeft zich in Vlaanderen opgeworpen als behoeder van het onderwijs. Zij willen dat de beste leerlingen kunnen excelleren en hebben daarvoor geen onderwijshervorming nodig.

Jacobs: “Er is iets heel vreemds gebeurd in de onderwijshervorming. Na 10 jaar debat wordt die opgenomen in het regeerakkoord. Op het moment dat Kris Van Dijck het zelf zit te verdedigen in het Parlement namens de N-VA en namens de regering, staat Bart De Wever in de coulissen bij Villa Politica: ‘Tene quod bene’ (‘Behoud wat goed is’, red.). Gedaan met de hervorming. Plots wordt het idee gelanceerd dat de elitecolleges in gevaar zijn. Terwijl de onderwijshervorming juist de nefaste invloed van het watervalsysteem moest tegengaan, waarbij onderwijs een afvallingskoers wordt in plaats van het stimuleren van talenten. In het beroeps- en technisch onderwijs zitten we nu vooral met leerlingen die er omwille van een negatieve keuze zitten. Ze hebben het eerst in het ASO geprobeerd, ook omdat veel ouders denken dat het zo beter is. De kwaliteit in het beroeps- en technisch onderwijs laat daardoor te wensen over, door de futiliteitsgevoelens bij leerlingen en leerkrachten.”

Van Damme: “Dat is het standaard linkse verhaal over de hervorming, maar dat klopt in de feiten niet helemaal. Op zeker moment heeft het buikgevoel van Bart De Wever de bovenhand gehaald en de koerswijziging ingezet. Maar er was toen al een enorme dynamiek op gang in het onderwijsveld. Colleges begonnen zich te roeren, maar veel belangrijker nog was de weerstand van het technisch onderwijs. Dat laatste wordt altijd onderbelicht. De technische scholen vreesden voor de teloorgang van hun instroom als het ASO met de kroonjuwelen van het TSO zou gaan lopen. Daar kwam volgens hen de hervorming – met het afschaffen van het ASO, TSO, en BSO – op neer, en ik denk dat ze daar gelijk in hadden. Ook bedrijfsleiders hebben gepleit voor het behoud van het TSO. De weerstand bij VTI’s en bedrijven heeft Bart De Wever overhaald.”

Dirk Van Damme: ‘De daling op kwaliteit zie je echt scherp. Het is onverantwoordelijk om de link met het gelijkekansenbeleid niet te maken.’ Beeld Illias Teirlinck

Jacobs: “De bedoeling was toch juist om met de domeinscholen de schotten tussen de richtingen op te heffen?”

Van Damme: “Dat concept was absoluut niet doordacht. Je zult geen enkele tekst vinden waarin de domeinschool goed uitgelegd wordt. Het is een vaag concept dat sympathiek oogt. Pas op, ik ben ook heel lang pro geweest. In principe is het een heel goed idee, veel beter dan het afschaffen van de onderwijsvormen: in domeinscholen kun je dingen samen organiseren. Veel scholen in Vlaanderen ontwikkelen zich al stil naar domeinscholen.”

Jacobs: “Dan is het dus toch concreet? Zo vaag is het dan niet, als het bestaat.”

Intussen is in Franstalig België wel een diepgaande herstructurering van het onderwijssysteem op poten gezet.

Jacobs: “Maar de dynamiek is er heel anders. In Vlaanderen is het onderwijsdebat een politieke strijd geworden. De discussie over het breken van de koepels gaat ook over het breken van de macht van het middenveld in het algemeen. Die politieke strijd loopt dwars door het debat. De Franstalige Gemeenschap is weggebleven van de polarisering. Vijf jaar geleden heeft de politiek na een lange fase van ontkenning onder ogen gezien dat er een torenhoog probleem was. Iedereen is rond de tafel gaan zitten om een eerlijke analyse te maken. Dat moeten we in Vlaanderen ook doen: wegsturen van de patstelling, en heilige huisjes in vraag stellen.”

Dirk Jacobs: ‘Veel jonge leerkrachten komen voor moeilijke klassen te staan, terwijl de meest ervaren leerkrachten juist in de makkelijkste klassen lesgeven.’ Beeld Illias Teirlinck

Welke dan?

Jacobs: “Bijvoorbeeld de competitie tussen scholen en netten. Daar gaat enorm veel geld in verloren. Nu bestaat er een regeling dat er binnen de 4 kilometer een schoolkeuze moet zijn. Dat zorgt ervoor dat er in bepaalde gebieden niet rationeel wordt omgesprongen met de middelen.”

Een onderwijsexpert als Wouter Duyck vreest ervoor dat het Franstalige pacte d’excellence enkel voor meer nivellering zal zorgen.

Van Damme: “Ik vrees dat ook. Ik ben inhoudelijk absoluut niet overtuigd door het Franstalige pacte d’excellence. Er zitten nog heel ouderwetse ideeën in die internationaal niet meer aanvaard worden, zoals de geforceerde brede eerste graad en een curriculum met een zware gemeenschappelijke stam. De analyse heeft niet echt de vinger op de wonde gelegd, denk ik.”

Jacobs: “Ik begrijp niet waarop die stellingnames gestoeld zijn. Honderden experts hebben eraan gewerkt, die zich ook internationaal hebben laten inspireren. De OESO, waar u voor werkt, gaat zelf de boer op met de idee dat de studiekeuze het best zo laat mogelijk kan plaatsvinden. Dat zit juist in die hervorming, net zoals bijvoorbeeld een veel grotere nadruk op kennis in plaats van competenties. Ook daar pleit de OESO voor. Het is heel erg jammer dat er in de Vlaamse pers zo’n karikatuur gemaakt wordt van die hervorming.”

Van Damme: “Daar heb je wel een punt. We moeten hun een kans geven om het te bewijzen. Ik zit echt niet te wachten op een mislukking.”

Moet de studiekeuze in Vlaanderen ook op een latere leeftijd gemaakt worden?

Van Damme: “De studiekeuze is bij ons niet het grootste probleem, wel dat de schoolkeuze op 12 jaar sociaal bepaald wordt door de ouders, in functie van hoe ze hun kinderen maatschappelijk willen positioneren. Op dat vlak ben ik fatalistisch: ik zie geen enkele manier om dat te doorbreken. Ouders hebben een totaal vrije schoolkeuze, en dat gaat niet veranderen.”

Jacobs: “Ouders hebben grosso modo een idee van wat de gereputeerde scholen zijn. En iedereen wil zijn kinderen daarheen sturen. Hoe los je dat op?”

Van Damme: “Door betere data beschikbaar te maken. Ouders kiezen nu een school op basis van reputaties, maar die zijn nagenoeg waardeloos. Ze zijn gebaseerd op ervaringen van mensen 20 à 30 jaar geleden. Soms zit achter die naam en faam een realiteit, vaak ook niet. Maar scholen die hun best doen om snel en stevig resultaat te boeken, krijgen daar pas 15-20 jaar later waardering voor wanneer hun reputatie zich aangepast heeft.”

U pleit dus voor een centraal examen?

Van Damme: “Ik zie niet in hoe je een verstandig schoolkeuzebeleid kunt voeren zonder dat het gevoed wordt door goede data. Weten waar zwakke scholen zitten, kan enkel door een centraal examen. Er is geen enkele andere methodiek die erin zal slagen om die ongeveer 17 procent scholen die echt onder de lat zakken, naar boven te halen.”

Jacobs: “Stel dat we betere data hebben en die publiek maken – waar ik absoluut tegen ben – dan geef je ouders de facto een rangorde. Iedereen die de moeite neemt om zich te informeren, zal dan zijn kind naar de beste plek willen sturen. Zo creëer je een plaatstekort, want iedereen wil zijn kinderen naar een handjevol scholen sturen. Scholen zelf moedigt het niet zozeer aan om goed onderwijs te geven maar wel het soort onderricht te geven dat leidt tot goede testresultaten. Het uitgangspunt is dat ouders moeten kunnen zorgen dat ze hun kinderen niet naar een zwakke school sturen. Maar je moet gewoon zorgen dat er geen zwakke scholen zijn.”

Dat blijkt in Vlaanderen heel moeilijk. Zelfs als we weten dat een school slecht presteert, duurt het jaren voor er ingegrepen wordt.

Van Damme: “Maar liefst 15 jaar. Ik heb ze zelf op mijn bureau gekregen: inspectierapporten over de manifest dramatische onderwijskwaliteit op een school. Er volgt dan een heel traject, en uiteindelijk duurt het 15 jaar voor een minister kan beslissen om een school te sluiten. Er worden dus in Vlaanderen eigenlijk nooit scholen gesloten.”

Mijnheer Jacobs, uw kinderen zitten in het Nederlandstalig Brussels onderwijs. Ooit overwogen om ze naar het Franstalig onderwijs te laten gaan?

Jacobs: Euh, neen. (lacht) Het is duidelijk dat het Nederlandstalig onderwijs in Brussel kwalitatief hoogstaander is. De Brusselse situatie is natuurlijk een bijzonder gegeven. 90 procent van de Brusselaars zou graag de keuze hebben om hun kinderen naar een tweetalige school te sturen. Maar wettelijk is dat volledig vergrendeld. Het is vandaag onmogelijk om in Brussel meertalig onderwijs aan te bieden. Dat negeert de Brusselse meertalige realiteit.”

Mijnheer Van Damme, u hebt in het verleden weleens gesproken over ‘het dogma van de meertaligheid’.

Van Damme: “Het debat over meertaligheid is vaak zeer oppervlakkig en simplistisch. Ik ben voor meertaligheid, maar politiek komt het debat vaak neer op: je moet de moedertaal beschermen. Maar dat mag niet betekenen dat het Nederlands minder belangrijk wordt. Die tendens is er duidelijk in Gent en Antwerpen, waar er meer aandacht is voor de thuistaal. Je moet kinderen juist van jongs af aan stimuleren om de schooltaal op een hoog niveau te ontwikkelen. Heel veel allochtone jongeren beheersen daarentegen twee of drie laagontwikkelde talen. Daardoor wordt ook de cognitieve ontwikkeling belemmerd. Dat is perfect aangetoond door wetenschappelijk onderzoek.”

Wetenschappelijk onderzoek heeft ook aangetoond dat je door een beter begrip van de thuistaal ook het Nederlands beter kunt beheersen.

Van Damme: “Daar is inderdaad onderzoek over, onder andere door de onderzoeksgroep van Piet Van Avermaet (directeur van het Steunpunt Diversiteit & Leren, verbonden aan de vakgroep taalkunde, Universiteit Gent, red.). Ik ben het weliswaar meestal oneens met hun werk. De impliciete conclusie is zeer vaak: het Nederlands is minder belangrijk. En daar ben ik het niet mee eens. De mate waarin ouders die hier al lang zijn het Nederlands beheersen, is bij ons bedroevend laag. Ondanks de inburgering zijn we er niet in geslaagd hun het Nederlands bij te brengen. En dat straalt af op het taalgebruik van hun kinderen, die eigenlijk nog altijd Turks spreken.”

Dirk Van Damme: ‘‘Iedereen weet bij het leerkrachtenprobleem waar de tere plekken zitten en dat is niet zozeer de vaste benoeming, maar wel de vakbonden en de koepels.’ Beeld Illias Teirlinck

Zijn we te laks geweest in ons inburgeringsbeleid?

Jacobs: “Op zich is de nadruk leggen op taalbeheersing en -verwerving heel legitiem. Maar het verzandt vaak in een ander extreem: verbieden dat kinderen op de speelplaats nog een andere taal gebruiken. Dat zou bij Vlaams-nationalisten nochtans slechte herinneringen moeten oproepen. Er zijn scholen waar kinderen gestraft worden omdat ze een woordje in een andere taal praten.”

Van Damme: “Dat is inderdaad onnozel. Al ik vind het jammer dat zo veel onderwijsdiscussies worden vertaald in de heilige oorlog tegen N-VA, en de schrik dat het weer zal worden gebruikt in een nationalistisch verhaal. De linkerzijde is kregelig over alles wat geïnterpreteerd kan worden als steun voor N-VA. Wat dat betreft ben ik absoluut niet tevreden over de kwaliteit van het debat: het is te sterk politiek gekleurd. Ook in veel wetenschappelijk onderzoek is politiek activisme vaak niet ver weg.”

Rekent u het werk van Dirk Jacobs daar ook toe?

Van Damme: “Ik vind Dirk een van de beste onderzoekers in België.”

Dat was niet de vraag.

Van Damme: “Goed, ik vind Dirk soms een beetje te politiek gemotiveerd. Misschien kan hij dat van mij ook zeggen. Qua onderzoek vind ik hem wel uitstekend.”

Er zijn steeds meer onderwijsexperts die deelnemen aan het publiek debat. Maar iedere partij schuift ook zijn eigen experts naar voren. Gwendolyn Rutten en N-VA hebben Wouter Duyck, sp.a heeft Orhan Agirdag. De wetenschap wordt door partijen selectief gebruikt en dan gelegitimeerd door een expert naar voren te schuiven.

Jacobs: “Ik ben al door bijna alle partijen gevraagd, op twee na. Alleen met Vlaams Belang was er geen contact en met N-VA nauwelijks communicatie. Maar het is belangrijk een onderscheid te maken tussen neutraliteit en objectiviteit. Ik krijg ook een beetje ‘de bollekes’ van collega’s die daarmee spelen. Alsof zij de échte wetenschappers zijn en anderen niet. Niemand is neutraal, maar we moeten allemaal objectief zijn. De data zijn wat ze zijn; je moet de methodes correct gebruiken. Ik zou graag willen dat we veel meer terug naar de onderzoeksdata kijken in plaats van met de vinger te wijzen wie al dan niet een serieuze wetenschapper is. Dat zijn spelletjes.”

Wat moet de grootste prioriteit zijn voor de partijen die de Vlaamse regering gaan vormen?

Jacobs: “Alles staat of valt met het oplossen van het leerkrachtenprobleem. Anders heeft heel de discussie die het afgelopen jaar gevoerd is geen zin. We hebben voldoende leerkrachten nodig, met de juiste profielen op de juiste plaats. Veel jonge leerkrachten verlaten het beroep heel snel. Ze moeten vakken geven waarvoor ze niet opgeleid zijn, en komen voor moeilijke klassen te staan. Terwijl de meest ervaren leerkrachten juist in de makkelijkste klassen lesgeven.”

Daarover staat geen woord in de startnota voor de Vlaamse onderhandelingen.

Van Damme: “Maar die problematiek komt ongetwijfeld op de onderhandelingstafel, want die is inderdaad fundamenteel. Ons systeem voor het alloceren van leerkrachten is absoluut slecht. We sturen de beste leraren naar de makkelijkste scholen. Daar moeten we anders over gaan nadenken. We kunnen bijvoorbeeld leerkrachten in moeilijke scholen beter verlonen. Het beroep moet aantrekkelijker gemaakt worden. Iedereen weet waar de tere plekken zitten – en dat is niet zozeer de vaste benoeming.”

Wat dan wel?

Van Damme: “De vakbonden die heilig blijven zweren bij het lerarenstatuut, en daar geen jota aan willen veranderen. Ook de koepels hebben boter op het hoofd. Ze willen de autoriteit van de school over de leerkracht niet alleen uitbreiden over de uren dat hij of zij lesgeeft maar over de volledige 38 uur. Dat is een waanzinnig idee. Het is een dovemansgesprek geworden. De voorbije drie ministers hebben niet gedurfd om knopen door te hakken, en Hilde Crevits heeft zich in de luren laten leggen met een onderzoek naar de tijdsbesteding van leerkrachten.”

Met een N-VA-minister zou het weleens kunnen dat de macht van de koepels aan banden gelegd wordt.

Van Damme: “Ik ben bang voor een situatie waar de hakken in het zand worden gezet. Dan verandert er ook niets, ondanks retoriek. Onderwijs is een complex systeem, maar om voor verandering te zorgen moet je wel een klein beetje het middenveld doorbreken in het onderwijs. Het is een veel te machtig systeem geworden.”

Jacobs: “Het middenveld is veel te waardevol om zomaar te willen breken. Maar samenwerking is inderdaad hard nodig. Als iedereen de hakken in het zand zet, krijgen we weer een standstill. Dan gaan we geen meter vooruit, of dat nu met een N-VA-minister is of met iemand van een andere kleur.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234