Maandag 10/05/2021

De ondergang van de familie Lambert

De Amerikaan Jonathan Franzen werd enkele jaren geleden bestempeld als een van fiction's fab four. In zijn nieuwe roman, De correcties, laat hij vijf gezinsleden alle leugens en geheimen blootleggen die zich in de loop van de jaren onder één dak hebben opgestapeld.

Het gezin is de hoeksteen van de samenleving, schijnt het, en het zal wel waar zijn. Het is in elk geval de plaats waar de meesten van ons leren hoe we ons tussen andere mensen moeten gedragen en het is ook de plaats waar een en ander lelijk fout kan gaan. Niet dat we zo nodig in Freud moeten gaan geloven: het is al te gemakkelijk om alleen onze ouders de schuld te geven van wat wij vandaag verkeerd doen.

Het is merkwaardig dat niet meer auteurs over het gezin schrijven en dat nog zoveel romans over man-vrouwrelaties gaan. Gemiddeld wonen we eerst twintig jaar in een gezin en gaan dan weg. De man of vrouw met wie we dan gaan samenwonen en zelfs de kinderen die we krijgen zullen we nooit zo goed kennen als dat kleine groepje mensen die erbij waren toen we alles geleerd hebben wat belangrijk is: eten, lopen, praten.

Echtscheidingen zijn voor iedereen emotioneel erg belastend (en voor schrijvers dus heel interessant) omdat we plots ruzie maken met iemand waarvan we niet alleen ooit gehouden hebben, maar die ons ook enorm goed kent en die dus als geen ander weet op welke knoppen hij of zij moet drukken om ons razend kwaad te maken. Maar zelfs de beste echtgenoot of echtgenote kent alleen maar die verbeterde versie van onszelf die we na onze puberteit hebben uitgevonden. Ouders, zussen en broers, kennen ook het kleine kind dat we in wezen altijd geweest zijn en altijd zullen blijven. Niemand anders kent je beter, en niemand kan je zo diep raken.

Tolstoj schreef in het begin van Anna Karenina dat alle gelukkige gezinnen op elkaar lijken, maar dat ieder ongelukkig gezin ongelukkig is op een heel eigen manier en Tolstoj wist dat laatste blijkbaar uit persoonlijke ervaring. Nabokov, die volgens eigen zeggen vooral ervaring had met gelukkige gezinnen, citeert deze uitspraak als eerste zin van zijn roman Ada, maar citeert de zin verkeerd: volgens hem schrijft de beroemde schrijver dat alle ongelukkige gezinnen op elkaar lijken, en het zijn de gelukkige gezinnen die gelukkig zijn op hun eigen wijze.

Buiten de werkelijkheid van de roman hebben beide auteurs ongelijk: geluk of het gebrek daaraan zijn beide uniek. Zelfs binnen de roman hebben de twee Russen het mis: ieder met zijn roman bewijst dat zijn collega ongelijk had. En natuurlijk is de hele vraagstelling belachelijk: wie is er nu buiten een roman helemaal gelukkig of helemaal niet gelukkig?

Schrijvers die vandaag over gezinnen schrijven, weten dat maar al te goed en dat geldt ook voor de Amerikaanse auteur Jonathan Franzen, die net zijn derde boek heeft gepubliceerd. Het gezin in zijn roman De correcties is gelukkig/ongelukkig op een wijze die de leden van het gezin zelf als uniek zien, maar die blijkbaar voor heel wat lezers uiterst herkenbaar is. Franzen wordt enerzijds tot de ernstige literatuur gerekend en zijn twee eerdere romans waren niet echt bestsellers. Maar dit boek werd al onmiddellijk door de beste critici geprezen en kreeg de ultieme populariteitskroon (en een gegarandeerde verkoop van honderdduizenden exemplaren) toen het door Oprah Winfrey op haar beroemde lijstje werd gezet. Als Mevrouw Winfrey het goed vindt, moet het wel heel herkenbaar zijn.

Dat Franzen goed was met families wisten we al uit zijn eerste roman. The Twenty-Seventh City gaat over St. Louis, de hoofdstad van Missouri, vroeger een belangrijke stad maar nu verworden tot de zevenentwintigste stad van de Verenigde Staten. Maar er gebeuren plots merkwaardige dingen: de stad kiest als nieuwe chef van de politie een vrouwelijke commissaris, en dan nog een die uit India komt. Als dan ook nog een van de rijkste mannen van de stad trouwt met een Indiase vrouw, duiken er plots overal Indiërs op en begint iedereen zich ongerust te maken. De roman is een spannend boek dat tjokvol personages en soms vergezochte en bijna magische avonturen zit, maar dat tegelijkertijd ook een prachtig beeld schetst van het leven in de gegoede voorsteden van St. Louis. Centraal staat echter het gezin van een typisch Amerikaanse zakenman uit het Mid-Westen die niet de glamour heeft van zijn collega's aan de Oostkust en zeker niet dat van zakenlui uit Californië, maar die ondanks dat alles de interessantste personages van het hele boek zijn.

De familie Lambert, vader en moeder Alfred en Enid, zonen Gary en Chip, en dochter Denise, zijn verwant met het personage uit The Twenty-Seventh City. De ouders wonen nog altijd in St. Jude, een niet-bestaande spiegelstad van St. Louis waar Franzen zelf ook opgroeide voor hij als jonge schrijver naar New York trok. Alfred Lambert is een vader van de oude stempel die hard werkt bij de spoorwegen en altijd en overal the right thing wil doen, zonder compromissen te sluiten, zonder ooit op zijn beslissingen terug te komen en helaas zonder eerst met anderen te overleggen. In zijn werk is die ouderwetse houding een handicap, zijn ondergeschikten vinden hem een uitslover en ook voor zijn collega's is hij niet soepel genoeg. Hij is een vertegenwoordiger van het oude kapitalisme, toen je nog hard moest werken om geld te verdienen en hij heeft niets dan minachting voor de overgrote meerderheid van de Amerikanen die vandaag de dag steeds rijker worden omdat ze ergens een mooie aandelenportefeuille hebben staan. Daardoor heeft hij in zijn leven heel wat kansen gemist om snel rijk te worden en ook na zijn pensionering zit zijn geld in veel te conservatieve verzekeringen en spaarbewijzen.

Zijn vrouw Enid heeft geen beroep, zoals dat vroeger heette, maar wel een heleboel opinies waar eigenlijk niemand op zit te wachten, haar vriendinnen niet, want die zijn allemaal rijker dan zij, en ook haar kinderen niet, want die leiden een eigen leven waarin voor haar nauwelijks plaats is, hoe hard ze ook haar best doet. Haar man luistert al helemaal niet naar haar. Zeker niet nu hij heel de tijd thuis zit en steeds minder uitvoert, zelfs de kleinste klusjes worden hem te veel. Dit heeft niet alleen te maken met zijn koppigheid, maar ook met allerlei ouderdomsziekten die speciaal gewacht hebben tot hij ophield met werken. Zijn bevende handen, slaapproblemen, vergetelheid en hallucinaties worden steeds erger. Daardoor dienen er belangrijke beslissingen te worden genomen, over de verzekering, over het huis, over de rechten op een uitvinding, maar er is op de duur niemand meer die die beslissingen kan nemen. Hij wil het niet, zij kan het niet, en vooral de oudste zoon wordt steeds kwader omdat hij dit alles moet aanzien en niets kan doen.

Gary heeft grotere problemen dan zijn ouders. Zijn vrouw en twee van zijn drie zoons spannen tegen hem samen. Zoals dat wel vaker gebeurt, kan zijn vrouw haar schoonmoeder eigenlijk niet verdragen en als Enid dan ook nog eens probeert om alle kinderen en kleinkinderen voor een "laatste kerstfeest" samen in St. Jude te krijgen, wil Gary's vrouw al helemaal niet meer gaan. Gary meent het allemaal heel goed: hij heeft zijn leven zo georganiseerd dat hij veel thuis is en eigenlijk altijd kookt, enkel en alleen omdat hij zijn kinderen een betere vader wil geven dan hij zelf heeft gehad. Maar het loopt allemaal mis: zijn moeder probeert via zijn zoon het hele gezin naar St. Jude te krijgen, zijn vrouw wil dat op allerlei manieren verhinderen. Zij verwijt hem dat hij depressief is en dat zelfs niet wil toegeven en daar krijgt hij dan weer verschrikkelijke dorst van. Door zo hard niet op zijn vader te willen lijken, gaat hij zijn vader juist achterna.

Ook met zijn zuster gaat alles fout. Denise was nochtans goed begonnen: na mislukte studies maakt ze een bliksemcarrière als chef, wordt door een dotcommiljonair uitgekozen om een nieuw restaurant te leiden en doet dat zo goed dat ze uiteindelijk zelfs een artikel met foto krijgt in het magazine van de New York Times. Maar ze heeft problemen met relaties, die er voor haar altijd op uitdraaien dat ze iemand een plezier doet. Als ze een verhouding begint met de eigenaar van het restaurant en met diens vrouw kan het niet goed aflopen.

De jongste zoon Chip zit nog het meest in nesten. Zijn carrière als hoogleraar literatuur in een goede universiteit wordt brutaal onderbroken als hij met een studente naar bed gaat en met haar drugs gebruikt. Hij leent geld van zijn zus, loopt opnieuw zijn pik achterna en gaat in New York bij een vriendin wonen, en begint een scenario te schrijven dat al zijn geldproblemen in één keer zal oplossen. Net als zijn ouders even langslopen voor ze inschepen op een herfstcruise is zijn vrouwelijke agent het werk aan het lezen, maar hij beseft ineens dat er nogal veel borsten in zitten en dat het ook op andere manieren niet echt een meesterwerk is. Hij begint halsoverkop aan een nieuwe carrière in de dotcomindustrie die hem in Litouwen doet terechtkomen.

Met uitzondering van de allerlaatste bladzijde speelt De correcties zich af in een dik half jaar en in flashbacks krijg je alle belangrijke details uit het leven van de vijf hoofdpersonages. En omdat het verhaal wordt verteld vanuit de vijf standpunten van de vijf gezinsleden, komen alle leugens en geheimen die zich in al die jaren hebben opgestapeld op een bepaald ogenblik boven water. Franzen is meedogenloos hard zoals alleen een liefhebbende zoon en een broer dat kan zijn: iedereen wordt in zijn of haar hemd gezet. Maar daardoor biedt dit boek de lezer ook een uitstekend en eerlijk portret van de Amerikaanse maatschappij in het begin van de eenentwintigste eeuw: de honger naar succes en macht en geld, de drugs, het vele vele geld, de twijfels, het redeloos geweld, de onverschilligheid, de oorlog tussen man en vrouw, de macht van een verleden dat officieel niet eens bestaat. En de liefde die de zon doet draaien, en de andere sterren.

De herkenbaarheid van dit boek in de Verenigde Staten heeft op de eerste plaats te maken met het feit dat heel wat mensen uit het Mid-Westen in deze roman de mensen uit hun eigen streek herkennen. Net als Franzen zijn ze lang geleden naar beschaafde streken verhuisd (niemand van betekenis woont in het Mid-Westen), alleen hun ouders wonen er nog. Maar die herkenbaarheid heeft niet met plaats te maken, en alles met het feit dat de meeste lezers ouders hebben of hebben gehad en broers en zussen. En dat ze zich met een even diepe als onuitgesproken passie nooit echt van hen kunnen losmaken.

In 1997 werd Franzen door Time nog een van fiction's fab four genoemd. Samen met David Foster Wallace, Rick Moody en Donald Antrim was hij Amerika's hoop in bange dagen. Maar in hetzelfde jaar schreef Franzen in een essay dat de crisis in Amerika alleen maar in lange romans kan worden geanalyseerd, waarvoor helaas, door die crisis, niet langer een leespubliek bestaat. Daarin heeft hij zich in elk geval vergist: zowel zijn eigen dikke romans, als recente kolossen zoals Infinite Jest van Wallace en House of Leaves van Danielewski bewijzen dat de Grote Amerikaanse Roman nog altijd springlevend is en nog altijd lezers vindt. Er is dus voorlopig nog geen koerscorrectie nodig.

Geert Lernout

Jonathan Franzen

De correcties Uit het Engels vertaald door Marian Lameris, Gerda Baardman en Huub Groenenberg

Prometheus, Amsterdam, 505 p., 1.071 frank.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234