Zondag 29/11/2020

De omgekeerde verzorgingsstaat

Het is een van de grootste mythes van onze tijd: dat welvaart aan de top wordt gecreëerd en de rest van de samenleving daarvan profiteert. In werkelijkheid is het precies andersom.

Dit artikel gaat over de olifant in de kamer. Over een waarheid die zelden aan de oppervlakte komt, en die toch - als je er wat langer over nadenkt - onontkoombaar is.

We leven in een omgekeerde verzorgingsstaat.

Het zijn juist de vuilnismannen, de verplegers en de leraren die solidair zijn met de mensen aan de top. Zij zijn de 'sterke schouders' die de zwaarste lasten dragen. En een steeds groter deel van de zogenaamd 'succesvolle' en 'innovatieve' mensen is rijk geworden op kosten, of zelfs ten koste, van anderen.

Je kunt het gerust een van de grootste taboes van onze tijd noemen. De duurste groep van uitkeringstrekkers bevindt zich niet aan de onderkant, maar aan de top. Hun immense afhankelijkheid van anderen blijft verborgen. Er is geen discussie over; zelfs linkse politici hebben er nauwelijks oog voor.

Om te begrijpen hoe dit mogelijk is, moeten we ons realiseren dat er twee manieren zijn om geld te 'verdienen'. De eerste is waar de meesten van ons op zijn aangewezen: werk. In dit geval gebruiken we ons talent en onze kennis (economen zouden zeggen: ons 'menselijk kapitaal') om iets nieuws te maken. Het kan van alles zijn: een app om een pizza mee te bestellen, een taart voor een bruiloft, een fris kapsel of een mooi getapt pintje.

Wie werkt, creëert iets nieuws. Werk is dan ook de bron van nieuwe welvaart.

Maar er is nog een andere manier om geld te krijgen, en dat is rentenieren. Hierbij gebruik je de controle over iets wat al bestaat - denk aan land, kennis of geld - om je rijkdom te laten groeien. Je produceert niets nieuws, maar profiteert toch. Dit betekent dat de rentenier per definitie leeft op de kosten van anderen. Hij gebruikt zijn macht om een uitkering naar zich toe te trekken.

Bij het woord 'rentenier' denken we al gauw aan de geluksvogels die een fortuin hebben geërfd. En inderdaad, wie Thomas Piketty heeft gelezen, weet dat er in de negentiende eeuw een grote klasse van nutteloze renteniers was, en dat die klasse nu weer groeit.

Maar tegenwoordig is het onderscheid tussen werken en rentenieren niet meer zo duidelijk als in de negentiende eeuw. Sterker nog: de meeste renteniers zijn harde werkers. Talloze mensen in bijvoorbeeld de financiële sector gebruiken hun talent en doorzettingsvermogen om hun rijkdom als rentenier te laten groeien. Zelfs de grote innovaties van onze tijd, denk aan bedrijven als Facebook en Uber, zijn grotendeels gericht op het vergroten van de rentenierseconomie.

Het probleem van de meeste rijke mensen is dus niet dat ze labbekakken zijn. Menig CEO werkt tachtig uur per week om zijn uitkering nog groter te maken. Dat verklaart waarom veel rijken ervan overtuigd zijn dat ze recht hebben op hun welvaart.

Lintworm in ziek lichaam

Ik begrijp dat dit nogal een denkstap is: België ineens zien als een land dat solidair is met de rijken, in plaats van met de armen. Laat ik dan ook beginnen met het duidelijkste voorbeeld van een uitkeringstrekker aan de top: de bankier.

Uit onderzoek van zowel het Internationaal Monetair Fonds als de Bank voor Internationale Betalingen - bepaald geen linkse denktanks - blijkt dat grote delen van de financiële sector parasitair zijn geworden. Ze creëren geen welvaart, ze slokken die op.

Begrijp me niet verkeerd: banken kunnen helpen risico's in te schatten en geld op de juiste plek te krijgen - en daar gaat een economie beter van draaien. Maar als de financiële sector verder groeit, zal dit geen extra welvaart opleveren, maar juist vernietigen.

Het overgrote deel van ons bankwezen is als een groeiende lintworm in een ziek lichaam. Het creëert niets nieuws, het zuigt anderen leeg. De bankier heeft honderd-en-een manieren gevonden om dit voor elkaar te krijgen, maar het mechanisme is steeds hetzelfde: je leent steeds meer geld uit, blaast zo de prijs van bijvoorbeeld huizen en aandelen op, pakt op die opgeblazen prijzen een leuk percentage (als rente, provisie en noem maar op) en mocht het allemaal verkeerd aflopen, dan laat je Vadertje Staat de troep opruimen.

De 'financiële innovatie' van al die rekenwonders die tegenwoordig bij banken werken (in plaats van bij een universiteit of een bedrijf waar echte welvaart wordt gecreëerd), komt in de praktijk neer op het creëren van zo veel mogelijk schuld. En daar wordt weer over gerentenierd.

De bankier is, kortom, het duidelijkste voorbeeld van een verkapte uitkeringstrekker.

Maar hij is lang niet de enige. Zo heeft menig accountant of advocaat een vergelijkbaar verdienmodel.

Ook de golf aan privatiseringen van de afgelopen dertig jaar heeft het veel makkelijker gemaakt om te rentenieren. Een van de rijkste mensen ter wereld, Carlos Slim, heeft zijn miljarden verdiend door monopolist te worden op de Mexicaanse telecommarkt en vervolgens torenhoge tarieven door te rekenen. Voor de Russische oligarchen die opkwamen na de val van de Muur, geldt precies hetzelfde: zij kochten voor een habbekrats waardevolle staatsbedrijven om op te rentenieren.

Platformkapitalisme

Maar nu komen we bij het lastigste punt: de meeste renteniers zijn niet zo gemakkelijk te herkennen als een graaiende bankier of bestuurder. Veel van hen zijn vermomd. Op het eerste gezicht zien ze eruit als harde werkers, omdat ze parttime ook echt iets nuttigs doen. Maar daarmee leiden ze de aandacht af van hun enorme uitkering.

Neem de farmaceutische industrie. Bedrijven als GlaxoSmithKline en Pfizer komen regelmatig met een nieuw medicijn, maar de échte doorbraken in de medische wereld komen doorgaans uit laboratoria die door de overheid zijn gefinancierd. Private bedrijven vinden vooral medicijnen uit die lijken op wat we al hebben. Daar vragen ze vervolgens een patent op aan, waar ze met een fikse dosis marketing, een leger advocaten en een stevige lobby nog jaren op kunnen teren. Dat wil zeggen: de gigantische inkomsten van de farmaceutische industrie komen voort uit een klein beetje innovatie, en heel veel rentenieren.

Zelfs de toonbeelden van vooruitgang in onze tijd - Apple, Amazon, Google, Facebook, Uber en Airbnb - zijn ten diepste renteniersbedrijven.

In de eerste plaats teren ze op uitvindingen die door de overheid zijn gedaan. Zo is ieder stukje fundamentele technologie in de iPhone - van het internet tot de batterij, van het touchscreen tot de stemherkenning - uitgevonden door onderzoekers die op de loonlijst stonden van Vadertje Staat. Vervolgens doen ze er alles aan om zo min mogelijk belastingen te betalen - iets waarvoor ze talloze bankiers, advocaten en lobbyisten in dienst hebben.

Maar belangrijker nog is dat veel van deze bedrijven 'natuurlijke monopolisten' zijn. Als ze groeien, worden ze steeds waardevoller door het simpele feit dat steeds meer mensen (gratis en voor niets) aan hun platform bijdragen. Het is heel moeilijk om met zulke bedrijven te concurreren, omdat ze alleen maar sterker worden naarmate ze groeien.

De schrijver Tom Goodwin heeft dit 'platformkapitalisme' eens krachtig samengevat: "Uber, het grootste taxibedrijf ter wereld, bezit geen voertuigen. Facebook, het grootste mediabedrijf ter wereld, maakt geen content. Alibaba, de grootste retailer, heeft geen inventaris. En Airbnb, 's werelds grootste hotelketen, bezit geen vastgoed."

Maar wat bezitten al die bedrijven dan wel?

Het antwoord luidt: een platform waar veel mensen op willen. En waarom willen zo veel mensen erop? In de eerste plaats omdat ze mooi en gebruiksvriendelijk zijn - wat dat betreft voegen ze echt iets toe. Maar de belangrijkste reden waarom we gratis content leveren aan een website als Facebook, is omdat onze vrienden ook op Facebook zitten, net als hun vrienden op Facebook zitten omdat ook hun vrienden op Facebook zitten.

Het overgrote deel van het inkomen van Mark Zuckerberg is dus gewoon een kwestie van rentenieren op de miljoenen foto's en filmpjes die wij iedere dag gratis posten. En natuurlijk, dat doen we met liefde. Maar we hebben ook geen alternatief, omdat iedereen al op Facebook zit. Zuckerberg heeft een website waar adverteerders dolgraag op willen, en daar moet grof voor worden betaald. Vergis je niet: ondanks sympathieke experimenten met gratis internet in Zambia hebben we het hier over een ouderwets advertentiebedrijf. Vorig jaar ging maar liefst 64 procent van alle onlineadvertentie-inkomsten in de VS naar Google en Facebook.

Maken Google en Facebook dan geen handige producten? Natuurlijk wel. Maar de ironie is dat hun grootste innovaties de rentenierseconomie nóg groter maken. Ze hebben talloze programmeurs in dienst die nieuwe algoritmes maken zodat wij op nog meer advertenties klikken. Uber vaagt de oude taxiwereld weg, zoals Airbnb de hotelwereld sloopt en Amazon de boekenwereld heeft opgeslokt. De platforms worden hoe groter hoe machtiger, waardoor de landheren van deze digitale heerschappen steeds meer rente kunnen eisen.

Denk nog even aan de definitie van het rentenieren: je gebruikt de controle over iets wat al bestaat om nog rijker te worden. De middeleeuwse landheer deed dit door een tolpoortje neer te zetten en iedereen die langskwam grof te laten betalen. Eigenlijk zijn de technologiereuzen hier ook mee bezig, alleen dan op de digitale snelweg. Met technologie die is gefinancierd door de belastingbetaler, bouwen ze tolpoortjes voor de gratis content van anderen, om over de opbrengst nauwelijks belastingen te betalen.

De vampier-inktvis

De grote vraag is natuurlijk: waarom pikken we dat? Waarom werkt een groot deel van de bevolking zich uit de naad voor de uitkeringen van de renteniers?

Ik denk dat er twee verklaringen zijn voor het mysterie.

1. De moderne rentenier doet er alles aan om niet op te vallen.

Er was een tijd dat iedereen wist wie de uitkeringstrekkers waren. De koning, de kerk en de adel hadden bijna al het land in handen en lieten de gewone man er flink voor betalen. Maar in de moderne economie is het rentenieren veel ingewikkelder geworden. Wie weet wat een credit default swap of een collateralized debt obligation is? En wie weet welk verdienmodel schuilgaat achter die gezellige doodles van Google? En trouwens, werken die mensen op Wall Street en in Silicon Valley zich niet uit de naad? Dan zullen ze toch wel iets nuttigs doen?

Lang niet altijd dus. De werkdag van de CEO van Goldman Sachs ziet er heel anders uit dan die van koning Lodewijk XIV, maar hun verdienmodel is in wezen hetzelfde: een enorme uitkering trekken. "De machtigste bank ter wereld", schreef de Amerikaanse journalist Matt Taibbi eens over Goldman Sachs, "is een grote vampier-inktvis die zich om het gezicht van de mensheid heeft gewikkeld en alles wat naar geld ruikt, eruit zuigt."

Maar het punt is: de rijke uitkeringstrekker ziet er maar al te vaak uit als een vrome werker. Hij doet er alles aan zich te vermommen als 'banenschepper' en 'investeerder' die zijn inkomen 'verdient' vanwege zijn hoge 'productiviteit'. De meeste economen, journalisten en politici, van links tot rechts, gaan hierin mee. Keer op keer wordt de taal gemanipuleerd om uitzuigen en uitbuiten te vermommen als creëren en scheppen.

Ik heb het hier overigens niet over een ingenieus complot. Veel moderne renteniers hebben ook zichzelf overtuigd dat zij de echte waardescheppers zijn. "Het is de top 1 procent die waarschijnlijk meer bijdraagt aan de wereld dan de 99 procent", stelde de Amerikaanse multimiljonair Foster Friess enige jaren geleden bijvoorbeeld. "Dus ik denk dat we de 1 procent moeten eren en prijzen, zij die werkelijke waarde hebben gecreëerd."

Toen Lloyd Blankfein, de huidige CEO van Goldman Sachs, werd gevraagd naar het belang van zijn baan, antwoordde hij zonder blikken of blozen dat hij "Gods werk" doet.

Lodewijk XIV zou instemmend hebben geknikt.

2. We zijn zelf kleine renteniertjes.

De tweede manier waarop de renteniers uit de wind blijven, is nog venijniger. Ze hebben miljoenen mensen medeplichtig gemaakt aan hun verdienmodel.

Bedenk: wat zijn de twee grootste melkkoeien van de financiële sector? Antwoord: de huizenmarkt en de pensioenen - twee markten waar velen van ons volop aan meedoen.

In de afgelopen decennia hebben steeds meer mensen zich in de schulden gestoken voor een woning. Zo ontstond een machtige lobby voor de hypotheekrenteaftrek - de helft van de bevolking was immers rentenier geworden.

Hetzelfde proces zien we bij de pensioenen: in de afgelopen decennia hebben we een enorme pensioenpot bij elkaar gespaard. Pensioen- spaarfondsen en groepsverzekeraars staan onder grote druk om in zee te gaan met de grootste uitbuiters, omdat ze anders niet genoeg rendement voor hun deelnemers behalen.

De grote truc is, kortom, dat het feodalisme is gedemocratiseerd. We zijn allemaal kleine uitkeringstrekkers geworden. We zijn op grote schaal medeplichtig gemaakt aan de uitbuiting door de renteniersklasse. Er is een politiek verbond ontstaan tussen de rijke renteniers, de huizenbezitters en de gepensioneerden.

Begrijp me niet verkeerd: de meeste huizenbezitters en gepensioneerden verliezen uiteindelijk meer dan dat ze winnen. Ze worden harder uitgebuit door de banken dan ze zelf rentenieren (met hun huis en pensioen). Toch blijft het lastig om verontwaardigd te doen over een kleptomaan als je zelf ook wel eens een rolletje snoep jat.

Verspilling van talent

Nog één keer de vraag: waarom gebeurt dat?

Uiteindelijk kunnen we het antwoord in drie woorden samenvatten: omdat het kan.

Ten diepste is rentenieren een kwestie van macht. De Zonnekoning Lodewijk XIV kon miljoenen mensen uitbuiten omdat hij het grootste leger van Europa had. Zo is het ook met de moderne rentenier: hij heeft de wetten, de politici, de journalisten en de publieke opinie in voldoende mate achter zich gekregen. Zo kan het gebeuren dat bankiers minuscule boetes krijgen voor de grofste fraudes, terwijl een bijstandsgerechtigde totaal de pineut is als hij een formulier verkeerd invult.

Maar de grootste tragedie is dat steeds meer jong talent wordt opgeslokt door de rentenierseconomie. Gingen de studenten van topuniversiteiten vroeger nog de wetenschap, de ambtenarij of het onderwijs in, tegenwoordig gaan ze veel vaker naar de banken, de advocatuur of advertentiebedrijven zoals Google en Facebook. Als je er even over nadenkt, is deze verspilling ronduit gekmakend: we betalen miljarden aan belastingen voor de opleiding van onze grootste talenten, zodat ze leren hoe ze een zo groot mogelijke uitkering kunnen trekken.

Eén ding is zeker: een land dat door renteniers wordt overgenomen, raakt langzaam maar zeker in verval. Denk aan het Romeinse Rijk. Denk aan Venetië in de vijftiende eeuw. Denk aan de Republiek der Verenigde Nederlanden in de achttiende eeuw. Zoals een parasiet de groei van een kind belemmert, zo zuigt de rentenier de energie uit een land.

De innovatie die overblijft in een rentenierseconomie, richt zich vooral op het vergroten van die rentenierseconomie. Dat zou kunnen verklaren waarom de grote dromen van de jaren 70 (vliegende auto's, het medicijn tegen kanker, een kolonie op Mars) nog geen werkelijkheid zijn geworden, terwijl de technologieën van de bankier en de adverteerder duizend keer beter zijn dan toen.

Toch is dit niet onvermijdelijk. Tolpoortjes kunnen worden afgebroken, financiële producten verboden, belastingparadijzen ontmanteld, lobby's getemd en patenten ingetrokken. Hogere belastingen voor de rijksten kunnen het minder aantrekkelijk maken om te rentenieren, juist omdat de grootste uitkeringstrekkers zich aan de top bevinden. (Bedenk: in de jaren 50 liepen de hoogste belastingtarieven in de VS en het Verenigd Koninkrijk op tot boven de 90 procent, met als gevolg dat zulke lonen simpelweg niet meer werden uitbetaald.) Tot slot kunnen we de rentes van grond, olie en innovatie eerlijker verdelen door bijvoorbeeld werknemersaandelen in te voeren, of een basisinkomen voor iedereen.

Maar zo'n revolutie zal moeten beginnen met een ander verhaal over waar onze welvaart überhaupt vandaan komt. Het ouderwetse geloof in 'solidariteit' met een zielige onderklasse die de steun verdient van de 'sterkste schouders' met hun 'marktconforme' salarissen, kan de prullenbak in. Het gaat erom dat we de echte hardwerkende mensen geven wat ze verdienen.

En inderdaad, dan heb ik het over de vuilnismannen, de verplegers en de leraren - zíj hebben de sterkste schouders waar we allemaal op steunen.

Dit essay verscheen eerder - in een iets andere vorm - op nieuwsplatform De Correspondent, decorrespondent.nl

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234