Maandag 25/10/2021

De NV Sportfabriek Aussie: niet kunnen is niet willen Op bezoek in het Australian Institute of Sport

Er is in Australië meer aan de hand dan zon en strand om de sportsuccessen te verklaren. Van de Spelen in 1976 in Montréal keerde Australië terug met amper vijf medailles, geen enkele in goud. Een kwarteeuw later wil het zestig medailles. De Morgen bezocht het zenuwcentrum van het Australische sportsysteem en sprak met coaches en directeurs. 'Het doel heiligt de middelen, maar niet altijd.'

Hans Vandeweghe

Het Australian Institute of Sport is Brave New World. Mooie mannen en vrouwen. Stevige body's steeds rechtop. Flinke tred. Modelvoeding: drie keer per dag, met twee tussendoortjes. Netjes gekleed in rood-wit-blauw. Logootje op het trainingspak. Wazige blikken op oneindig. Het podium op de netvliezen gebrand. Drie, twee en beter nog, één: voor minder doet een AIS'er het niet.

Eind 1998 stelde minister van Sport Jack Kelly een onderzoek in naar onheuse praktijken met kind-atleten op het AIS. De aanleiding was een verhaal in een krant. Vierentwintig tennisspeelsters die in de jaren tachtig in diverse programma's trainden, klaagden over de onmenselijke behandeling. De psychologische druk om te vermageren was zo groot dat er heel wat aankomende sterretjes met eetstoornissen op de bank van de psychiater belandden. Voor andere speelsters namen de coaches zelf het heft in handen en verordonneerden een zeven dagen durend water-en-brooddieet. De reactie van John Boultbee, directeur van het AIS, was veelzeggend: "We kennen één geval van eetstoornis, andere zijn ons niet bekend. Dat ligt inmiddels tien jaar achter de rug en we hebben onze opleiding herzien. Bovendien is het vandaag verboden om direct gewicht als doel te stellen. We proberen het ideale gewicht nu indirect te bereiken door het stellen van gevorderde fitnessdoelen."

"Wij hebben niets te verbergen", zegt de woordvoerder van het AIS. "Het AIS is een glazen huis, met jaarlijks duizenden bezoekers. Daarom gaat de vergelijking met de DDR niet helemaal op. Er zit een systematiek in wat wij doen, maar wie denkt dat wij achter gesloten deuren geheime sportproeven uitvoeren, is goed gek."

Toch gingen de deuren van de gymnastiekhal voor de gast uit de lage landen pas na aandringen open. De slogans op de muren lieten er geen twijfel over bestaan: hier is het buigen of breken.

'Go AIS chicks', kan er nog door.

'Can't means won't' of 'niet kunnen is niet willen', is al wat suggestiever.

'It's not the size of the man in the fight, it's the size of the fight in the man', is wel heel toepasselijk.

Het zijn ukjes die vanochtend de halsbrekende toeren uithalen. "Ons 2000-team is er nu even niet. Dit zijn de meisjes voor Athene 2004."

Voor Sydney wil men minstens één gymnastiekmedaille halen en dat in een sport waarin nog nooit een prijs werd behaald. Vladimir Vatkin, een Wit-Russische coach die in april 1997 uit Minsk naar Canberra kwam, kijkt zorgelijk. "De meisjes zijn het verste gevorderd. De jongens hebben nog veel te leren. Ze willen wel, maar ze weten niet hoeveel ze nog moeten afzien om er te komen. Ik had ze graag eens meegenomen naar Staiky, ons trainingsoord buiten Minsk, waar ze aan de opvolgers voor Tsjerbo werken."

Het Australische mannenteam bestaat gedeeltelijk uit buitenlanders. Australië hanteert strenge immigratieregels, maar voor getalenteerde coaches of voor medaillewaardige atleten (die zich willen naturaliseren) is een verblijfsvergunning makkelijk te versieren. Zo is Rustan Sharipov, die ooit goud won voor Oekraïne, tegenwoordig Australiër. Dat geldt ook voor de Rus Andrei Kravtsov, die in Australië rondtrok met een circus en ineens zin kreeg om te blijven. Zijn wens ging in vervulling toen hij een voormalig Russisch turntalent bleek te zijn.

Een Australiër leidt het hele gymnastiekprogramma voor de mannen. Hij heeft twee voormalige sovjetcoaches onder zijn hoede. Bij de vrouwen is de Chinese Yu Ping verantwoordelijk. Zij heeft nog drie Chinese en twee Russische vrouwelijke coaches met wie ze samen training geeft.

"Een Australische aversie voor Chinezen? Die bestaat helemaal niet. Als wij geen coaches vinden voor het niveau dat we willen bereiken, dan halen we buitenlandse coaches. Zijn de Chinezen toevallig de beste, dan halen we Chinezen. Maar, toegegeven, in het zwemmen zou dat veel gevoeliger liggen. Zijn het toevallig coaches uit Duitsland of de voormalige DDR die goed zijn, dan halen we die. En dat die toevallig Australiër willen worden als ze ons klimaat en levenskwaliteit hebben leren kennen, dat kan ik ze echt niet kwalijk nemen." Jim Ferguson is executive director van de Australian Sports Commission, de koepelorganisatie van alle sportbonden en de voornaamste partner van het AIS in de topsportprojecten. Boultbee en Ferguson zijn als tandem een begrip in de Australische sport. Boultbee is jurist en voorzichtig. Ferguson werkte als militair voor de spionagedienst en is meer uitgesproken. Ze zijn behuisd in een kantorencomplex dat zijn beste tijd heeft gehad. "Dit volstaat. We stoppen het geld liever in de sportvelden dan in bureaus."

Het AIS, op tien minuten rijden van het centrum van Canberra, beslaat 65 hectare. Het onooglijke dorpje werd in 1908 de hoofdstad om de eeuwige rivaliteit tussen Sydney en Melbourne uit de weg te gaan. In 1977, na het slechte presteren op de Spelen van Montréal, werden de plannen voor het AIS gemaakt. In 1981 namen de eerste atleten uit acht verschillende sporten hun intrek. Vandaag leven vijfhonderd topatleten op het AIS. Zeventig coaches zijn tewerkgesteld in twintig verschillende sporten. "Ik denk dat we een van de betere trainingscentra hebben ter wereld", zegt John Boultbee. Dat is valse bescheidenheid: de Australiërs weten goed dat niets aan het AIS kan tippen. Alleen het US Olympic Training Center in Colorado Springs komt in de buurt. Het AIS heeft een outdoorstadion met 29.000 plaatsen. De atletiekbaan werd gebouwd voor de World Cup van 1985 en wordt elk jaar aangepast met de modernste technologie. Het indoorzwemstadion is overdekt, met een vijftigmeterzwembad en een trainingsbad. Als niemand traint, kan het publiek zich vermaken in het water waar even tevoren Popov en Klim hun kilometers hebben afgemaald. "Ik weet dat het hier acht maanden van het jaar goed weer is en dat zwemmers liever buiten trainen, maar indoor heb je alle omgevingsfactoren in de hand. Als het ze te bar wordt, trekken we wel eens voor een maandje naar een mooi zwembad aan de oceaan", zegt de bijna mythische zwemcoach Gennadi Touretski, "dan kunnen ze weer een paar maanden binnen trainen en heb ik een mooi kleurtje."

In de indoorhal kunnen vijfduizend toeschouwers. Voor voetbal en hockey zijn er gewone gras- en kunstgrasvelden. Het tenniscomplex heeft terreinen in drie verschillende speeloppervlakken, binnen en buiten. De powerzaal omvat twee basketbalvelden: van elk toestel of vrij gewicht zijn drie sets beschikbaar. Alleen voor het roeien moet men van de campus af en richting Lake Burley, het kunstmeer dat Canberra doormidden snijdt.

Na het debacle van Atlanta, waar slechts één gouden medaille werd behaald door een Britse atleet, stond de Britse pers vol verhalen over het Australische model en hoe dat te kopiëren. John Boultbee heeft ze ook gelezen. Hij gelooft niet in een terugkeer van Groot-Brittannië als sportnatie op de Olympische Spelen. "Men kan dit niet zomaar kopiëren en overplaatsen naar een ander land. Hoe we zijn begonnen twintig jaar geleden en waar we nu staan, dat is een wereld van verschil. Vroeger wilden we alles concentreren in Canberra. Elke staat heeft nu zijn eigen AIS om de jeugd voor te bereiden, maar ook voor sommige eliteprogramma's. Hockey bijvoorbeeld is het beste af in Perth omdat het daar altijd goed weer is om te trainen."

Ook gewichtheffen is niet langer (welkom) in Canberra, officieel omdat ze beter af zijn in Melbourne. Officieus omdat gewichtheffen een dermate met doping besmette sport is, dat men die beter uit een nationaal centrum weghoudt. Ferguson beaamt noch ontkent. Hij vult aan: "Gewichtheffers passen niet tussen de andere sporters. Ze hadden af en toe last van hun potentie, wat vervelend was voor de anderen. Dat behoort ook tot de kleine dingetjes die je in de loop van de jaren leert."

Het Australische model is ook niet meer te kopiëren zolang er niet opnieuw een aantal topsportlanden in duigen vallen. In 1991 betaalde Australië 850.000 euro (34,3 miljoen frank) voor de Russische knowhow op sportgebied. De betere Russische coaches waren welkom om het down under te komen uitleggen. Vierentwintig zijn er gebleven, maar ze zijn niet allen in dienst van het AIS. Anderen zijn later gekomen, zoals de Russische worstelcoach, die er nu drie jaar aan de slag is. De man kan nog geen woord Engels en nog steeds loopt een tolk alles te vertalen. Maar wel een schitterende coach, weet Ferguson, die ook hoge verwachtingen had in de komst van Ekkart Arbeit, de voormalige atletiekcoach van de Oost-Duitse en Italiaanse werpers. De agressieve Australische pers kreeg er lucht van en Arbeit werd als een soort Mengele achternagezeten. "Jammer, erg jammer", zegt Ferguson. "Het is uit de hand gelopen, we konden hem niet meer handhaven", vult Boultbee aan. Ferguson: "Hij is oneerlijk behandeld. De man is nooit van dopinggebruik beticht. In geen enkel proces is zijn naam gevallen."

Het begrip doping werkt in Australië als een rode lap op een stier. Het klinkt een beetje simplistisch, maar de gemiddelde Australiër denkt zoals de Franse wielerwereld: ze pakken allemaal, maar die van ons niet. De feiten spreken dat alvast tegen. Bij een telling begin dit jaar kwam men uit op 376: het aantal Australische topsporters dat de afgelopen tien jaar werd betrapt op dopinggebruik. Op het AIS werd het voortouw genomen in de strijd tegen het onopspoorbare epo. Dit voorjaar werd de epo-test, gebaseerd op indirecte bloedparameters, gepresenteerd. Het IOC zal hem gebruiken in Sydney.

Mooie opsteker, maar die werd overschaduwd door ene Werner Reiterer, een vroegere discuswerper die een boek schreef. Positive verhaalt over hoe hijzelf een dopingprogramma volgde aan het AIS en hoe andere atleten in Canberra werden opgefokt. De huidige Australische topgeneratie reageerde verontwaardigd, maar de twijfel die de Australiërs graag met betrekking tot buitenlandse topatleten hanteren, keerde zich nu tegen hen. Iets later werd een medewerker van de New South Wales Sports Academy betrapt bij het smokkelen van androstenedione en DHEA, beide verboden middelen.

Sportieve successen komen niet uit de lucht vallen. Dat in sporten als gymnastiek kindjes van nog geen tien op internaat aan een ritme van dertig en meer uren training per week worden onderworpen, wordt door de AIS-top met de nodige dosis machiavellisme benaderd. "Het doel heiligt de middelen, maar niet altijd. In de gymnastiek weet je dat de concurrentie het zo doet, want je hebt trainers die bij de concurrentie hebben gewerkt. Wij proberen het voor die kinderen zo leuk mogelijk te maken. Sommigen zijn hier komen wonen met hun moeder en we hechten enorm veel belang aan schoolresultaten. Maar het is werken op het scherp van de snee. Goud wordt soms duur betaald."

Geen detail wordt veronachtzaamd in het streven naar de perfectie die uiteindelijk moet leiden naar zestig medailles in 2000. Twaalf sportpsychologen vergezelden het team naar Atlanta. "Voor Sydney zullen we het dubbele aantal moeten accrediteren", zegt Ferguson. Bijna elke sport heeft er wel één. Sommige sporters hebben zelfs elk hun eigen psycholoog.

Ronduit verbazend is de snelheid waarmee de Australische sportwetenschap zich heeft ontwikkeld. Resultaat en praktijkgerichtheid staan centraal. Het onderzoek om het onderzoek, het schaamlapje van de West-Europese sportwetenschappers om het zinloze detail te onderzoeken, daar doet men in Canberra niet aan mee.

In het iets verder en hoger gelegen Thredbo (1.360 meter) heeft het Australian Institute of Sport een filiaal, maar voor de echte hoogtestage kunnen de atleten van het Australian Institute of Sport even goed in Canberra (op 400 meter hoogte) zelf terecht. In de hypobare kamers van Canberra slapen atleten na hun dagtaak al maanden op een gesimuleerde hoogte van 3.100 meter. Het zijn de omgebouwde hittekamers die in de aanloop naar 'Hotlanta' dienst hadden gedaan. Eind november 1998 kwam ook de Australische pers achter het bestaan van de speciale slaapkwartieren en sprak meteen over epo-kamers.

Directeur John Boultbee was heel snel met een tegenbericht: "We doen niets illegaals."

Jim Ferguson was zoals altijd pragmatischer met zijn antwoord: "Het kan het verschil maken tussen brons en goud. Dus doen we het. Zolang het is toegelaten." IOC-lid dokter Jacques Rogge en ondervoorzitter van de medische commissie en commissioner van Sydney 2000 heeft er meer moeite mee. "De redenering van de Australiërs luidt: wij hebben geen bergen waar we kunnen trainen, we leven niet op hoogte, waarom atleten naar andere werelddelen sturen terwijl we hetzelfde effect kunnen bereiken in hun vertrouwde omgeving? Ik kan daar inkomen, maar ik vind het te ver gaan als je voor je sportieve resultaten in speciaal ontwikkelde kamers moet gaan slapen. Er valt niets tegen te beginnen, maar het is werken op de grens van de ethiek."

De slaapkamer is een ruimte van drie kamers die in totaal acht slaapplaatsen biedt. De bekendste atleten die er al gebruik van maakten zijn de zwemmers Michael Klim en Matthew Dunn. Voorlopig, aldus een tussentijds rapport, zijn de resultaten optimaal na elf nachten van elf uur. Langer op kunstmatige hoogte slapen, zou weinig zoden aan de dijk brengen.

De hypobare kamer en het overdekte zwembad waarin ongeveer alles meetbaar is wat kan gemeten worden, zijn geen alleenstaande gevallen. Dat bewijst de lijst met wetenschappelijke publicaties die in de plaatselijke sportbibliotheek ter inzage ligt. "Maar u begrijpt toch dat we pas publiceren als we al een stapje verder zijn dan de rest?"

In de afdeling biomechanica heeft men in de hoek van een soort fabriekshal een koepel gebouwd om astronomen jaloers te maken. "We vonden het moeilijk om de tests op de krachtenplatforms buiten te doen in steeds wisselende weersomstandigheden. Dus hebben we een atletiekbaan gebouwd die door de koepel loopt. Als we de koepel openen, loopt de sprinter of springt de springer zo bij ons naar binnen en kunnen wij alles netjes opmeten."

Bijna honderd buitenlandse coaches werken momenteel in de Australische topsport. Naast Touretski in het zwemmen en Yu Ping in de gymnastiek zijn de bekendste namen die van roeicoach Theo Korner en bokscoach Bodo Adreas, beiden afkomstig uit de DDR. Ongeveer veertig coaches werken regelmatig op het AIS in Canberra. De ratio atleet-trainer - bijna één op één in de individuele sporten - doet denken aan het DDR-model, zoals wel meer aspecten aan de Australische sport. "De DDR onder de zon. Dat is een goeie, die hadden we nog niet gehoord." Maar Ferguson heeft de hint begrepen. "Het oorspronkelijke idee om 'staatsgestuurd' in te grijpen hebben we gehaald uit Frankrijk, dat aan de Spelen van Rome '60 een kater had overgehouden. Voor de uitbouw van onze topsportpolitiek hebben we elementen uit de DDR-sport gehaald en uit de Amerikaanse universitaire sport. Uiteindelijk hebben we gezien dat alles begint bij de detectie van talent, waar de DDR goed in was, en begeleiding tot op het hoogste niveau met de meest geavanceerde methodes en daar waren de Amerikanen dan weer meester in."

In 1987 werd het eerste detectieproject opgezet. Vijfhonderd kinderen werden getest, 10 procent was anatomisch geschikt voor topsport, twee van die kinderen - inmiddels atleten - wonnen goud in Atlanta. De namen zijn nooit vrijgegeven.

'Wie denkt dat wij achter gesloten deuren geheime sportproeven uitvoeren, is goed gek'

Vandaag leven vijfhonderd topatleten op het AIS. Zeventig coaches zijn tewerkgesteld in twintig verschillende sporten

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234