Woensdag 23/06/2021

De nv België: veel managers, weinig ondernemers

Als buitenlandse kranten de voorbije jaren al eens over het Belgische bedrijfsleven schreven, dan was het meestal om een doodsstrijd of een uitverkoop te melden. De nv België liet zich maar moeizaam met positief nieuws opmerken, ondanks de roadshow die premier Verhofstadt begin dit jaar opzette om tot in Singapore en New York de voordelen van de hervormde vennootschapsbelasting uit te leggen.

Brussel

Eigen berichtgeving

Jan Scheidtweiler

De fraude bij Lernout & Hauspie, de machtsgreep van het Nederlandse ING bij de BBL, de klopjacht op klanten van KB-Lux en het faillissement van Sabena. Dat moeten zowat de belangrijkste 'Belgische' verhalen zijn die lezers van de Financial Times of de Wall Street Journal de jongste jaren te zien kregen.

Sinds kort zijn daar ook de afkeurende commentaren op de genocidewet bij gekomen. Dat Amerikaanse beleidsmakers 'zomaar' aangeklaagd konden worden in een klein Europees land zette kwaad bloed bij bedrijfsleiders die eraan dachten hier te investeren. Zelfs nu de wet helemaal opgedoekt wordt, reageert Amcham, de Amerikaanse kamer van koophandel in België, nog altijd ijzig. Amcham zei begin deze week dat het verdwijnen van de wet "een betekenisvolle stap" is om het investeerdersvertrouwen te herstellen.

De internationale rel omtrent de genocidewet was brute pech voor premier Verhofstadt en minister van Financiën Reynders. Zij gaven begin dit jaar de aftrap voor een grootscheepse imagocampagne van twee miljoen dollar - mét reclamespot op CNN - waarmee zij er buitenlandse bedrijfsleiders, advocaten en consultants van wilden overtuigen dat de hervorming van de vennootschapsbelasting ook voor hen voordelen had.

Hadden Verhofstadt en Reynders zich die moeite maar beter kunnen besparen? Keren Amerikaanse bedrijven België toch massaal de rug toe, nu ons land zich een paar keer als een dwarsliggende bondgenoot heeft laten kennen? Natuurlijk niet. Amerikaanse multinationals zijn dan misschien wel patriotten, ze zijn ook nuchtere cijferaars. Wanneer ze in Europa willen investeren, blijven ze ook nu nog kijken naar de gunstigste belastingvoorwaarden en andere voordelen.

Om buitenlandse bedrijven ter wille te zijn, hebben Reynders en Verhofstadt de voorbije maanden ook erg hard hun best gedaanom coördinatiecentra tot eind 2005 van een fiscaal gunstregime te laten genieten. In zulke centra brengen multinationals ondersteunende diensten samen. Onder meer Boeing, Pfizer en General Motors hebben hier een coördinatiecentrum opgezet, aangelokt door de belastingvoordelen. Reynders riskeerde zelfs een ruzie met de Europese Commissie om het regime voor coördinatiecentra nog drie jaar te handhaven, ook al noemde de Commissie het systeem 'verdoken staatssubsidie'.

Op een top waarop de Europese ministers van Financiën eerder dit jaar een akkoord wilden bereiken over buitenlands spaargeld dreigde de liberale minister zelfs dwars te liggen, mocht hij van zijn collega's niet de garantie krijgen dat ze instemden met het uitdoofbeleid voor het gunstregime. Na 2005 hoopt Reynders dan bedrijven te lokken door hen aan te bieden het vooraf op een akkoordje te gooien met de fiscale administratie (het zogenaamde ruling-systeem).

Natuurlijk hebben we ook nog prins Filip achter de hand. De overheid schakelt de prins in om een paar keer per jaar een prestigieuze handelsmissie naar het buitenland te leiden. Zijn daadkracht en charisma zouden er niet alleen voor moeten zorgen dat de deuren van buitenlandse klanten gemakkelijker openzwaaien, de prins moet buitenlandse bedrijven ook beter de weg wijzen naar ons land. Om die belangrijke taak te kunnen blijven uitvoeren, raakten de onderhandelaars het er bij het Lambermont-akkoord (dat de facto het buitenlands handelsbeleid regionaliseerde) over eens dat er nog altijd een Federaal Agentschap voor de Buitenlandse Handel mag blijven bestaan.

Dat ten minste prins Filip nog over het imago van het Belgische bedrijfsleven in het buitenland waakt, is een goede zaak. Want van de Belgische bedrijven zelf zal het niet komen. Zij haalden de jongste jaren vooral het nieuws met fraude (Lernout & Hauspie) en faillissementen (Sabena, City Bird), al zorgde een overname af en toe nog voor afwisseling: zo kwam de BBL in 1998 in de handen van het Nederlandse ING, nam Axa Royale Belge over en verkocht Albert Frère Petrofina aan het Franse Total. Ondertussen verstevigde de Franse groep Suez haar greep op de ketting bedrijven (Electrabel, Tractebel) die ze hier via de Generale Maatschappij controleert. De nv België was vanouds al voor een groot stuk in buitenlandse handen, en dat is sinds 1998 alleen maar vermeerderd.

Ook van de jonge, agressieve bedrijven die vanaf het eind van de jaren negentig - surfend op de golf van de it- en beursgekte - de wereld gingen veroveren, horen we niet veel meer. Real Software en Ubizen, twee van de succesvolste Belgische beursintroducties aller tijden, zitten in moeilijkheden. Ontex, het luierbedrijf van de familie Van Malderen, heeft zichzelf laten overnemen door de Britse investeringsgroep Candover. Kinepolis, de bioscoopgroep die haar concept van 'megaplexen' doorheen Europa ging exporteren, heeft moeten inbinden na een ongelukkige overname in Duitsland. Hetzelfde overkwam fotofinisher Spector, cateringgroep Carestel en Mitiska, de Vlaamse holding die winkelketens als Fun (speelgoed), Cera Mega (tegels) en AS Adventure (kleding, vrije tijd) overkoepelt. Allemaal konden ze eind jaren negentig, tijdens de beurshausse, hun zakken vol geld tanken. Maar de expansie die ze toen aan hun investeerders beloofden, bleef uit.

Wat overblijft, zijn oude, getrouwe waarden. De Belgische bedrijven met een opgemerkte aanwezigheid in het buitenland zijn bijna stuk voor stuk ondernemingen met een lange traditie, van Delhaize en Interbrew over Solvay tot Umicore en UCB. Nieuwkomers hebben amper een poot aan de buitenlandse grond gekregen. Een van de uitzonderingen daarop is Omega Pharma, de leverancier voor apothekers die Marc Coucke in 1987 samen met een studiegenoot begonnen is. Hun eerste product was toen een vijfliterfles shampoo. Vandaag verkoopt Omega Pharma doorheen Europa 700.000 producten per dag, van vochtinbrengende crème tot make-up.

Misschien heeft die beperkte aangroei van Belgische multinationals te maken met de algemene economische malaise die sinds een paar jaar is ingezet. Misschien heeft het te maken met de kleinschaligheid van België: Amerikaanse, Franse of Duitse bedrijven kunnen eerst op hun grote thuismarkt kostenefficiëntie bereiken; Belgische bedrijven moeten al uitwijken naar het buitenland nog voor hun schaalvoordelen zijn beginnen te spelen, nog voor hun concept geoptimaliseerd is.

Maar misschien heeft het ook te maken met het aard van het Belgische ondernemerschap. Relatief weinig Belgen beginnen een eigen zaak, zo leren internationale statistieken. En wie dan een bedrijf opgericht heeft, lijkt na een tijd vooral rond te kijken om het zo snel mogelijk weer te verkopen. Heel weinig ondernemers houden de droom levend om een multinational uit de grond te stampen, en die te blijven controleren. Marc Coucke is zo iemand (hij houdt nog steeds 30 procent van Omega Pharma in handen) en ook Jo Lernout en Paul Hauspie behoorden tot dat zeldzame slag mensen - al liep het bij hen iets minder goed af. Belgische ondernemers lijken al te graag langs de kassa te passeren: kijk maar naar de familie Van Malderen, of, in een andere generatie, André Leysen of Albert Frère (voor wie schuiven met bedrijven een hobby is).

Goeie managers daarentegen, die lijken we in overvloed te hebben. François Cornelis (de ex-baas van Petrofina die nu tot de top van Total behoort), Antoon Dieusaert (BASF), Julien De Wilde (Bekaert), Jo Cornu (Alcatel), Theo Dilissen (die het vak leerde bij het Deense ISS en daarna het ontspoorde Real Software weer rechtzette), allemaal hebben ze het tot een hoge functie bij buitenlandse multinationals geschopt: de nv België levert geen ondernemers, maar wel goede conciërges.

Keren Amerikaanse bedrijven België massaal de rug toe, nu ons land zich een paar keer als een dwarsliggende bondgenoot heeft laten kennen ? Natuurlijk niet

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234