Zaterdag 23/01/2021

De nuttelozen van de macht

Officieel zijn het op 10 juni parlementsverkiezingen. Maar wat die dag echt telt, is niet het parlement, wel dat de kiezer de politieke macht tussen de partijen verdeelt. De verkozenen in Kamer en Senaat fungeren daarbij als een feitelijk korps van kiesmannen. Zij zijn zich inmiddels bewust geworden van hun dienende rol, hun vervangbaarheid, of - voor de onverbeterlijke positivo's - hun 'signaalfunctie'. Door Walter Pauli

Vraag parlementsvoorzitter Herman De Croo of het parlement een instelling in crisis is, en hij zal vanzelfsprekend- ontkennen. Maar vraag diezelfde De Croo of hij de voorbije vier, zelfs acht jaar één parlementaire interventie zag met de politieke intensiteit van zijn eigen 'Swap'-speech in 1996 (toen hij Maystadt en Dehaene vanop de Kamertribune in de grootste verlegenheid bracht), en hij lacht eens vriendelijk. Hij weet namelijk dat zo'n speech er niet is geweest.

Nu moet paars niet verweten worden dat het zichzelf niet in de problemen bracht. 'The duty of Her Majesty's opposition is to oppose', weet u wel. En die oppositie was ten eerste numeriek te klein om even gevaarlijk te zijn als in de jaren negentig. Paars beschikte bijna over een tweederdemeerderheid. De oppositie kon dus niet de tanden tonen zoals Verhofstadt en Gol dat in 1993 deden, toen Dehaene in de Kamer amper stemmen op overschot had voor zijn Sint-Michielsakkoord.

Bovendien hebben de christendemocratische fractieleiders 'hun karakter'. Pieter De Crem is welbespraakt, zij het iets té. De grote parlementaire debaters als Louis Tobback gebruiken hun retorische kracht om hun politiek punt aan te scherpen. De Crem is zich onafgebroken bewust van de aanwezigheid van tv-camera's. Meestal lost hij ergens halfweg zijn target en spreekt dan vooral om gehoord te worden - versta: gefilmd. Een klassieke De Cremtoespraaak begint goed - scherp, to the point - en verstrikt zichzelf dan in gekrulde zinnen en beeldspraak. Net té, en dus zelden helemaal raak.

De Crem werd vooral niét geholpen door zijn cdH-collega Melchior Wathelet jr.. Een ervaren parlementslid: "Laten we zeggen dat Wathelet voortdurend een mousserend bolletje aan de punt van zijn degen steekt, opdat hij toch maar niemand zou kwetsen. Zelfs niet als hij steekt."

Waar zijn de dagen dat Eric Van Rompuy zijn CVP-fractie leidde? Als een socialististische minister hem irriteerde, dan zag je dat aan Van Rompuys lijf. Een hoekig gebaar, een nors gezicht, en ineens blafte hij, heel nijdig, door de microfoon wat hij van deze of gene vond. Zo wist elke waarnemer - zonder dat het 'opendebatcultuur' heette - waar de politieke pijnpunten lagen.

Nu is dat niet meer zo.

Er is de keuze van de fractieleiders. Dat zijn CD&V'er Pieter De Crem (de meest ambitieuze, maar voor zijn fractie ook de meest zenuwachtige), VLD'er Fons Borginon (de rustigste, maar voor zijn fractieleden ook de minst daadkrachtige) en sp.a'er Dirk Van der Maelen (de meest coachende, maar ook de meest schoolmeesterachtige).

Zij bepalen de kwaliteit van de debatten, de toon, de scherpte ook, en dragen zo in belangrijke mate bij tot gezag van de instelling. Een parlement dat op gezette tijden de tanden laat zien, dwingt meer respect af bij een regering dan een getrouwe instelling. Dan loopt de sowieso almachtige uitvoerende macht er nog sneller overheen.

Sinds een paar jaar worden de fractieleiders van de meerderheid niet meer gekozen op hun talent om een punt te maken, maar vooral op hun bekwaamheid om de eigen troepen in de hand te houden. Als er aangevallen wordt, is dat op commando - niet van de fractieleider, maar van 'de partij', of wie ook de feitelijke politieke leider is.

Dat was trouwens al zo voor de aantrede van paars. Tijdens de laatste regering-Dehaene kregen binnen de CVP 'jonge honden' als Pieter De Crem, Luc Willems en Servais Verheirstraeten het maagzuur van het sussende optreden van Paul Tant, "die om de week eens bij Jean-Luc op de 16 voor een maaltijd werd uitgenodigd, van een glas Sauternes mocht nippen en vervolgens weer in de pas liep, om zijn volgende uitnodiging niet te missen".

En omgekeerd kreeg Tant halvelings een zenuwinzinking van de 'stouterds' bij de CVP. De drie herinneren zich levendig hoe ze op een zomerdag op het matje werden geroepen, waarbij Tant ineens begon te huilen, maar wel op de schouders van één 'booswicht', en daarbij zoveel tranen liet dat diens zomers vestje naar de stomerij moest. Maar dit terzijde.

Bij de sp.a lijkt discipline de regel, en niet alleen in de Kamer. Zelfs politici met temperament, zoals Caroline Gennez, merken op dat het Vlaamse fractieleiderschap een stage in zelfbeheersing is.

Dirk Van der Maelen beheerst deze kunst tot in de perfectie. Van der Maelen is een minzaam man en hoort zelfs bij de progressieve vleugel van zijn partij. Maar dat is geen synoniem voor rebels. Als Van der Maelen aanvalt, dan is hij scherp. Het gaat dan om een voorbereide en weloverwogen aanval. Hij gruwt van relletjes à l'improviste, van verbale krachtpatserij die 'het doel' niet dient. En zo modelleert hij ook zijn fractie.

Parlementsleden die een vraag willen stellen of een wetsvoorstel indienen moeten vooraf ter goedkeuring een fiche invullen. Zo houdt Van der Maelen zijn fractie 'in de hand', tot tevredenheid van partij en regering, maar vaak tot frustratie van jonge parlementsleden. Moet het allemaal zo ongevaarlijk voor de coalitie?

Zacht naar buiten, met de karwats naar binnen. Toen Johan Vande Lanotte zijn plannen voor de afslanking van het leger bekendmaakte, wilde het jonge sp.a-kamerlid David Geerts met - voorzichtige - kritiek naar buiten komen in een interviewtje in De Morgen. Hij lichtte daarover zijn fractieleider in, zoals dat volgens de interne afspraken hoort. Van der Maelen floot hem terug: "Als je dit doet, riskeer je de volgende keer een verkiesbare plaats mis te lopen." Geerts trok zijn interview in, met bovenstaande uitleg.

Het pikante is natuurlijk dat David Geerts geen verkiesbare plaats heeft gekregen. Braaf zijn loont niet, zoals inmiddels ook duidelijk is geworden voor een paar ándere parlementsleden die vier jaar lang perfect deden wat van hen werd verwacht: geen heibel maken, niet uit de pas lopen. Dylan Casaer ging zelfs zo ver om collega's-parlementsleden van de spa.a met minder discipline een boos sms'je te sturen: "Zo zul je er niet raken." Ook Dylan Casaer kreeg geen verkiesbare plaats.

Dat is de echte boobytrap voor de paarse parlementsleden: niet opvallen, omdat ze denken dat dat van hogerhand geapprecieerd wordt - en die signalen krijgen ze ook wel. Maar zo profileren die parlementsleden zich natuurlijk niet. En ook dat wordt afgestraft. Gewogen en te licht bevonden, want te grijs. De groep der backbenchers, het peloton der achtervolgers.

Na 10 juni zal dus ongeveer een derde deel van de Kamerleden zijn of haar brood moeten verdienen met een eerbaar beroep.

En wie komt in de plaats? Nemen we de nieuwkomer die het meest en vogue was: Christine Van Broeckhoven, sp.a-lijsttrekker in Antwerpen, een van de sleutelposities op het electorale schaakbord. Niemand die haar wetenschappelijke verdienste in twijfel trekt. En wie haar kent, bevestigt dat de dame uit hardhout is gesneden.

Maar op vragen naar haar politieke ambitie is ze ook onthutsend eerlijk: de vergrijzing, alzheimeronderzoek. Met andere woorden: ze zou graag een politiek verlengstuk breien aan haar wetenschappelijk werk. Christine Van Broeckhoven is niet bezig met politique politicienne, en geeft ook niet de indruk dat ze de ambitie heeft om de wetgevende macht op de vingers te kijken - behalve op haar eigen domein.

Het is een tendens die al langer is ingezet. Vooral de sp.a rekruteert graag gespecialiseerde niet-politici: Flor Koninckx (verkeer), Bart Martens, Wendel Trio (milieu), Christine Van Broeckhoven (alzheimer, vergrijzing), Marleen Temmerman (derde wereld, gezondheidszorg). Op hun specifieke domein is hun gezag groot, en wint de sp.a dus aan politiek gewicht, alsook aan zichtbaarheid. Dat deze parlementsleden niet meteen de ruggengraat zullen gaan vormen van een fractie die tegenwicht moet bieden aan een regering, is geen punt. Dat is namelijk niet meer de bedoeling van die fracties. Misschien volgt de politieke rekrutering wel de maatschappelijke actualiteit. De Leuvense politoloog Wilfried De Wachter toont al tientallen jaren aan dat de politieke macht steeds minder ligt bij Kamer en Senaat. Je zou je kunnen afvragen: waarom dan blijven beantwoorden aan een fictie? Waarom dan geen interne modernisering doorvoeren?

De nieuwe 'bekende politici' raken in het parlement wegens hun persoonlijke verdiensten, en dus als individuen. In tegenstelling tot vroeger hebben ze niet meer de steun van een stand of een sociale organisatie, wat hun positie zou verzwakken. Theoretisch klopt dat, in de praktijk minder. Was CD&V'ster Greta D'Hondt geen ACW-coryfee? Werd zij niet geroemd om haar technische expertise inzake arbeid en sociale zekerheid? Maar heeft iemand ACW-voorzitter Jan Renders gehoord met een publieke verdediging van D'Hondt, toen bleek dat zij niet meer, zeg maar, in de hoogste lade lag bij de partijtop? Waar was het ACW toen een van haar deskundigste parlementsleden hulp en steun nodig had? Of staan goede relaties met de CD&V-top steeds hoger op de prioriteitenlijst van de christelijke arbeidersbeweging? Goed, Jan Renders is geen tafelspringer. Maar dat niémand van het ACW of ACV het nodig vond om voor D'Hondt op de barricaden te klimmen - wat in die dagen zeker weerklank zou hebben gekregen in de publieke opinie - blijft merkwaardig, én veelzeggend.

In de praktijk wordt het de parlementsleden soms zelfs moeilijker gemaakt dan vroeger. 'De Antwerpse praktijk' illlustreert dat. Bij de Antwerpse sp.a werd in 2003-2004 een hartig woordje gepraat, omdat Patrick Janssens wilde dat de parlementaire medewerkers niet in het parlement zouden werken, maar in de eerste plaats in Antwerpen. Een uitzondering hield het been stijf, anderen gaven toe: Greet Van Gool, Mimount Bousakla. Weer dezelfde redenering: geen heibel maken, want heibel maken helpt de carrière niet vooruit. Wat blijkt nu: het zou al een mirakel zijn indien deze mensen op 10 juni nog verkozen geraken.

Hoe dan ook kijken we toe op het eindpunt van een ontwikkeling die al lang voor paars ingezet werd, maar nu stilaan zijn beslag krijgt. Is dat 'dé' schuld van paars? Neen. Een fundamentele versnelling kwam er in de tweede helft van de jaren negentig, toen de herauten van de Nieuwe Politieke Cultuur (NPC) het parlement onderhanden namen. In vijf jaar tijd braken zij meer af dan wat de voorbije 150 jaar was opgebouwd. Politiek gezag, bijvoorbeeld, of waardigheid.

Volg even mee.

* Einde van het dubbelmandaat. Op het eerste gezicht de meest logische keuze: gedaan met én Kamerlid of senator zijn, én Vlaams Parlementslid. In de praktijk leidde het wel tot een dunnere spoeling van politiek talent, zowel in Kamer, Senaat als Vlaams Parlement. In een klein gebied van vijf miljoen inwoners zijn er plots niet dubbel zoveel bekwame politici.

Vergelijk even de CD&V-oppositiefractie van vandaag - met als zogeheten 'grote namen' Pieter De Crem, Carl De Vlies, Tony Van Parijs - met de SP-fractie die in 1987 klaar stond om de macht over te nemen: Karel Van Miert, Louis Tobback, Willy Claes, Frank Vandenbroucke, Luc Van den Bossche, Freddy Willockx, Norbert De Batselier, Louis Van Velthoven, Pierre Chevalier, Leona Detiège.

Er is zelfs sprake van een golfbeweging: vlak na de verkiezing is een assemblee op haar sterkst. De Kamer maakte een aderlating mee in 2004, toen een aantal van de beste parlementsleden (en ministers) zich in de Vlaamse, Waalse of Franstalige strijd wierp. Net zoals het Vlaams Parlement na 10 juni wat bekend volk dreigt te verliezen. And so on.

* De opvolgers. De ramp der rampen. De NPC-herauten vonden dat ministers zich moesten laten vervangen door opvolgers. Dit zou de onafhankelijkheid van de fracties verhogen. Net het tegenovergestelde gebeurde: een opvolger heeft er alle belang bij dat een minister in het zadel blijft. Oudere parlementsleden zien het verschil met vroeger: "Er zijn gewoon minder ministers in het parlement aanwezig. Vroeger waren die er automatisch tijdens de stemverrichtingen. Er hing toen elke week elektriciteit in de lucht omdat àlle ministers, de premier incluis, verplicht aanwezig waren wegens de stemmingen, en de oppositie hen voortdurend kon opjagen. Beeld u maar eens in dat de burgemeester en schepenen niet meer aanwezig moeten zijn in de gemeenteraad. Het debat zou veel flauwer worden."

Op de koop toe kregen de NPC'ers steun van de feministen, een dodelijk combinatie. De verplichte rits, weet u wel. Natuurlijk moesten er meer vrouwen in het parlement. Maar dat vrouwen, zoals de vrouwenbeweging altijd heeft beweerd, per definitie voor een 'betere' politiek zouden zorgen, want 'minder agressief' en 'meer inhoudelijk', dat is onwaar gebleken in de paarse legislatuur. Erger, parallel met de vervrouwelijking van het halfrond daalde ook het politiek gezag van de Kamer. Hiermee is geen oorzakelijk verband gesuggereerd. Wel integendeel: een aantal vrouwen hoort bij de betere parlementsleden.

Het leidde wel tot een gezelligere sfeer. Er werd vrolijk verbroederd over de fractiegrenzen heen, wat gemakkelijker is als het professionele debat minder antagonistisch is, met minder wederzijds gescheld. Bart Tommelein, de VLD'er die soms zijn luide stem laat horen, wekt vooral sympathie op bij leden van andere fracties. De meeste parlementsleden weten dat ze allemaal in hetzelfde schuitje zitten: een politiek leven bij gratie van de samenstellers van de verkiezingslijsten. Ze weten dat ze in het nieuws kunnen komen met concrete acties, maar weinig te vertellen hebben over de grote lijn. Dus kunnen ze er maar best samen het beste van maken.

En iedereen vult 'het beste' op zijn manier in. Volgens een hardnekkige urban legend zouden Rik Daems en zijn Vlaams-Brabantse buddy Stef Goris het halfrond in ogenschouw hebben genomen: "En wie vindt gij de knapste van den hoop?" Een paar maanden later was het koekenbak tussen Daems en Sophie Pécriaux, sindsdien een van de weinige PS-kamerleden met een in Vlaanderen bekende naam. En niet om haar politieke standpunten. Rik Daems had er meer publiciteit aan te danken dan aan zijn politieke activiteiten tijdens paars-II. En Daems was dan nog fractieleider.

Niet dat het altijd op die manier moet. Yves Leterme werd pas nationaal bekend in januari 2001, toen hij Marc Van Peel opvolgde als CVP-fractieleider in de Kamer. Amper drie jaar later was hij minister-president, en volgens kwatongen zou hij straks zelfs kandidaat-premier zijn.De ramp der rampen is het systeem van de opvolgers. Ministers moesten zich laten vervangen, dat zou de onafhankelijkheid van de fracties verhogen. Het tegenovergestelde gebeurde: een opvolger heeft er alle belang bij dat een minister in het zadel blijft

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234