Dinsdag 15/10/2019

De Noordpool doet raar

Nooit smolt het noordpoolijs zo ver als deze zomer. Dat duidt op blijvende veranderingen en misschien wel een ijsvrije pool, op termijn. Eigenlijk is het grote probleem: de wereld van het wijkende ijs doet niet wat wetenschappers hadden verwacht.

Als er iemand is die weet hoe het staat met het ijs op de Noordpool, is het Julienne Stroeve van de universiteit van Colorado. De laatste jaren zijn het vooral haar studies, aan de hand van satellietdata, die snoeihard aantonen dat zich gestaag een drama voltrekt rond de Noordpool. Haar baas, Mark Serreze van het Amerikaanse Sneeuw- en IJsdata Centrum NSIDC in Boulder, haalde vorig jaar alle media met de voorspelling dat tegen 2030 een ijsvrije poolzee goed denkbaar is. Stroeve zelf is voorzichtiger. "Ergens deze eeuw", zegt ze, "maar niemand weet wanneer."

Sinds deze week ziet Stroeve het voor het eerst met eigen ogen, dat noordpooldrama. Vorige week is ze vanuit het Noorse havenstadje Tromsø vertrokken, aan boord van de Greenpeace-ijsbreker Arctic Sunrise (als naar eigen zeggen 'nadrukkelijk apolitieke' passagier), voor een wetenschappelijke tocht van drie weken door het poolijs. Observeren. Monsters nemen. IJsdiktes meten. Smeltmeren en drijfijs tellen. En vooral: gewoon kijken. Op haar blog iceedge2012.wordpress.com beschrijft ze dagelijks wat ze ziet. "Geen ijs, waar is het ijs?"

Steeds verder weg, is het antwoord dat al in haar papers stond; het laatste is drie weken geleden verschenen in Geophysical Research Letters. Satellieten observeren sinds 1979 het oppervlak van het poolijs, dat jaarlijks aan het eind van de zomer een minimale omvang bereikt, waarna het in de koude, donkere poolwinter weer aangroeit. Die observaties vertonen sindsdien een ontegensprekelijke trend: per tien jaar pakweg 10 procent minder zomers noordpoolijs.

Het jaar 2012 onderstreept dat nog eens. Het NSIDC publiceert op zijn website dagelijks de omvang van het ijsoppervlak rond de pool. Dat oppervlak lijkt dezer weken zijn jaarlijkse septemberminimum te gaan bereiken: 3,5 tot 3 miljoen vierkante kilometer zeeijs. Dat is een kwart minder dan bij het minimum van 2007, dat toen al 40 procent lager lag dan normaal zou zijn geweest.

"Ik ben geen alarmist, maar dit is echt schokkend", zegt glacioloog prof. Michiel van den Broeke van het Institute for Marine and Atmospheric Research in Utrecht (IMAU). "Vooral omdat dit jaar geen absurd warm seizoen is geweest."

Dat baart niet alleen de wereldburger zorgen. Het brengt ook de wetenschap in een lastig parket. Internationaal probeert zeker een dozijn computermodellen aan te geven wat er met het poolijs gebeurt bij opwarming van de aarde. Smelt, is steevast de uitkomst. Maar geen van die modellen lijkt de huidige gebeurtenissen boven de poolcirkel goed in de greep te hebben. Om kort te gaan, zegt Stroeve: het ijs smelt significant sneller dan alle huidige modellen voorzien, zeker de laatste jaren.

In feite, zegt ze, spelen er zelfs twee problemen. Ten eerste lijkt de onzekerheid in de voorspellingen maar niet kleiner te willen worden, hoe er ook aan de modellen wordt gesleuteld. De meeste zitten er zomaar een paar miljoen vierkante kilometer septemberijs naast. Daar komt bij dat de modellen vooral het tempo van de zomerse smelt niet reproduceren. Vrijwel allemaal onderschatten ze het verdwijnen van het ijs, soms wel met een factor twee. Wat is er mis?

Kijk, zegt Van den Broeke, en hij draait de monitor op zijn bureaublad een slagje. Op het beeldscherm is iets te zien wat nog het meest oogt als een pulserende bak lichtblauw zeepsop. Het zijn waarnemingen op basis van satellietbeelden van het ijsdek rond de Noordpool, aaneengeplakt tot een YouTubefilmpje over de jaren 1987-2011 (bit.ly/Laqdrf). Naarmate het ijs meer jaren oud is, en dus dikker, kleurt de computer de betreffende ijsschots witter.

Zienderogen

Het resultaat is intrigerend. In de jaren negentig groeit en slinkt het Arctische ijsoppervlak met de seizoenen, waarbij zich steeds een heldere kern van meerjarig ijs handhaaft, vooral in de driehoek tussen Canada, Groenland en de magnetische noordpool. Na de millenniumwisseling wordt alles opeens anders. Niet alleen wordt het oppervlak van het zeeijs gedurende de zomers zienderogen kleiner, het beeld wordt tegelijk duidelijk minder wit. Rond 2006 overheerst lichtblauw. "Eigenlijk is het meerjarige ijs dan al bijna weg", zegt Van den Broeke. "Wat rest is een zieltogend plakkaatje ijs."

En juist in het gestaag verdwijnen van het meerjarige ijs ligt de verklaring voor de versnelling van de zomerse smelt in het noordpoolgebied, denken experts als Stroeve en Van den Broeke. Eenjarig zeeijs is pakweg een halve meter dik, en relatief kwetsbaar voor wind, stromingen en opwarming, zowel van de lucht als vanuit onderliggend zeewater dat opwarmt en dat mogelijk ook anders beweegt dan voorheen.

Dat de zomer van 2012 geen opmerkelijk hete is geweest, spreekt wat dat betreft boekdelen, denkt Stroeve. "Met relatief dun poolijs doet de aard van de zomer er steeds minder toe. Dan wordt iedere zomer warm genoeg om het ijs te laten verdwijnen", zegt ze vanuit Boulder.

De modellen, zegt in Utrecht Michiel van den Broeke, moeten hoe dan ook beter worden. "Niet eens zozeer om te kunnen voorspellen in welk jaar het ijs echt verdwijnt. Wel omdat de wetenschap het aan haar stand verplicht is. Onze modellen moeten deugen. Uiteindelijk hangt de kwaliteit van de klimaatmodellen ook af van de kwaliteit van de poolmodellen. Alles hangt met alles samen."

De route is niet eens zo moeilijk. Om te beginnen, denkt hij, moeten de poolijsmodellen beter op het vlak van het ijs zelf. "Zeeijs is ingewikkeld spul", zegt Van den Broeke. "De structuur, de afmetingen van de schotsen, hun interactie, de stromingen, alles doet ertoe en sterker dan we tot nog toe onderkennen. Het is precies als met een ijsblokje in je cola: versplinter het en het smelt harder. Dat mechanisme zit nog niet goed genoeg in de modellen."

Maar er is meer. De modellen waarmee het smelten van de polen wordt bestudeerd, gebruiken op hun beurt atmosfeermodellen die eigenlijk niet fijnmazig genoeg zijn om realistische effecten op het zeeijs te veroorzaken. Verfijnen vergt echter exponentieel veel meer rekenkracht, zodat dat alleen voor kleine gebieden kan. Het IMAU deed eerder een studie naar een ijsstroom die zich voor de kust van Groenland voordeed. "Dat zag er goed uit, maar voor de hele pool is zoiets onmogelijk."

Kunstmaan

Bovenal, zegt Van den Broeke, concentreren de modellenbouwers zich wellicht wat te veel op de verkeerde grootheid. "Het oppervlak van het ijs is goed waarneembaar en dus hebben we het altijd daarover. Maar de crux is de ijsdikte, of eigenlijk het ijsvolume. Dat is lastiger in een model te vangen, ook bij gebrek aan data. Maar het volume bepaalt uiteindelijk hoe hard het gaat."

Het wachten is op meer gegevens van de Cryosat-2, een in 2010 gelanceerde Europese kunstmaan die heel precies de dikte van het noordelijke poolijs meet. Officieel zijn er nog geen gegevens geopenbaard, laat staan dat er al trends zijn. Maar deze zomer lekten de eerste bevindingen uit. Er was in augustus 2012 zo'n 7.000 kubieke kilometer poolijs, verklapte Cryosat-2-onderzoeker dr. Seymour Laxon van het University College London tegen The Guardian. In 2004 was dat volgens schattingen van de toenmalige ICEsat-kunstmaan nog zeker 13.000 kubieke kilometer, bijna tweemaal zo veel ijs. "In acht jaar tijd. De dag komt dat we op de satellietbeelden kijken en alleen open water zien", zegt Laxon.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234