Dinsdag 30/11/2021

De nobele kunst om een goed compromis te sluiten

Philippe Van Parijs, filosoof aan de de UC Louvain en de KU Leuven - tevens medeoprichter van de Re-Bel (rethinkingbelgium.eu), legt uit waar en waarom nota van Bart De Wever tekort schiet.

Een compromis waar alle burgers van dit land beter van worden, is ook voor Bart De Wever het ultieme streven. Van Parijs legt uit waarom de nota van de clarificateur tekortschiet.

Bood de nota van Bart De Wever een compromis? Wie dat ontkent, is het slachtoffer van een veel voorkomende optische illusie. Een compromis is een akkoord waarin wederzijdse toegevingen zitten. Iemand doet een toegeving als hij zich bereid verklaart een akkoord te aanvaarden dat afwijkt van datgene waarop hij oprecht recht meent te hebben - eerder dan van wat hij heimelijk wenst of openlijk eist. Wanneer een compromis voorgesteld wordt, merkt men vaak heel goed en zelfs heel pijnlijk de afstand met datgene wat men in alle eerlijkheid zelf meent te mogen opeisen, maar ziet men veel minder of helemaal niet de toegeving die de andere doet, vooral als beide partijen elkaar weinig zien, als ze weinig moeite doen om elkaar te horen en nog minder om elkaar te begrijpen. In de aldus verduidelijkte zin bood de nota van Bart De Wever zeker een echt compromis.

Was dat compromis 'evenwichtig'? Absoluut niet. Dat kon ook niet. Want het ging niet uit van een onpartijdige waarnemer maar van een van de onderhandelaars, van diegene zelfs die de positie verdedigt die het verst verwijderd is van het status-quo. Daaruit volgt dat alle toegevingen die hij doet in zijn nota door hem uiteraard worden voorgesteld als maximaal, maar door iedereen inclusief hijzelf noodzakelijkerwijs worden begrepen als minimaal. Aan de andere kant mag geen enkele toegeving die de nota eist van de andere onderhandelaars, in zoverre dat ze verder gaat dan de eerder gesloten akkoorden, beschouwd worden als verworven. Elke onderhandelaar weet dat, en Bart De Wever beter dan alle anderen. Het was voor hem in dit stadium dus even onmogelijk om een 'evenwichtig' compromis voor te stellen als om publiekelijk toe te geven dat het dat niet was.

Maar door het op te stellen heeft hij wel degelijk zijn rol als verduidelijker gespeeld, op voorwaarde dat de anderen doen wat hij hun gevraagd heeft te doen, namelijk per hoofdstuk precies aangeven wat ze willen wijzigen. En dat er veel gewijzigd moeten worden, is vanzelfsprekend als je wilt komen tot iets wat begint te lijken op een goed compromis, oftewel een compromis "waar alle burgers van dit land beter van worden", zoals Bart De Wever dat zelf meer dan eens ambitieus formuleerde tijdens zijn persconferentie op 4 oktober.

Als de nota er geenszins in slaagt dat doel te bereiken, dan is dat niet vanwege het compromis dat ze voorstelt om het probleem B-H-V te regelen, een in se minder belangrijk probleem, maar waarvan de emotionele geladenheid begrijpelijk is zolang er Vlamingen zijn die het Frans nog opvatten als een bedreiging voor het Nederlands en Franstaligen die menen zich te mogen gedragen als kolonisten in de Vlaamse rand rond Brussel. Als je B-H-V splitst, dan bevestig je symbolisch - zonder daardoor effectief te garanderen - dat wie zich blijvend wil vestigen in Vlaams-Brabant de moed en de deemoed moet hebben om Nederlands te leren.

Maar het spreekt voor zich dat een compromis wederzijdse toegevingen veronderstelt, in dit geval in de vorm van een versterking van het apart statuut van de zes faciliteitengemeenten. Er zal ooit een dag komen waarop de Vlamingen zullen begrijpen dat het in hun belang is dat kleine stukje grondgebied bij het drietalig Brussels Hoofdstedelijk Gewest te voegen, net zoals de Walen uiteindelijk begrepen hebben dat het in hun belang was dat de UCL buiten werd gegooid in Leuven.

Fiscale autonomie

De aanspraak van de nota dat ze een goed compromis aanreikt, is een stuk problematischer waar ze de financieringswet behandelt. Meer fiscale autonomie, zegt de nota, en meer financiële responsabilisering. Om de inzet te begrijpen, moet je eerst het verschil vatten. De financiële responsabilisering bestaat er hierin dat je de ontvangsten van een regionale overheid laat afhangen van de personenbelasting die wordt geheven in het gewest. Fiscale autonomie bestaat erin dat je de regionale overheid vrij laat om het niveau en de modaliteiten van de belastingen op haar grondgebied te bepalen. Beide worden maximaal gerealiseerd in het geval van soevereine staten.

Maar een maximale financiële responsabilisering kan gepaard gaan met een onbestaande fiscale autonomie: de federale staat bepaalt dan de grondslag en de tarieven van alle belastingen maar keert aan elk gewest de op zijn grondgebied geheven belastingen uit. En een totale fiscale autonomie kan gepaard gaan met een onbestaande financiële responsabilisering: elke regionale overheid bepaalt dan vrij de modaliteiten van elke belasting, maar een systeem van herverdeling tussen de regio's trekt het gemiddelde netto-inkomen in elke regio gelijk.

Hoe verdedig je de financiële responsabilisering? Voor wie beweert dat de voorgestelde hervorming alle burgers van het land ten goede komt: niet door te zeggen dat ze het rijkste gewest rijker zal maken en de andere armer. Wél door te zeggen dat een koppeling van de ontvangsten van een gewest aan zijn economische prestaties een manier is om zijn regering te motiveren om het beter te doen. Uiteraard heeft een regionale overheid tal van andere redenen om zich te bekommeren over het materiële welzijn van haar bevolking, en wordt dat welzijn door veel meer factoren bepaald dan het beleid van de regering. Dat is de reden waarom alle hervormingsvoorstellen die financiële responsabilisering sterk inperken.

In het voorstel dat in de nota van Bart De Wever gesimuleerd wordt, wordt het verschil tussen de belastbare grondslag van de armste regio's en het rijksgemiddelde gecompenseerd tegen 80 procent. Die compensatie is onvoldoende - en dus gaat de responsabilisering al te ver - om aan de voorwaarde van niet-verarming te voldoen, blijkbaar een van de twaalf principes waarover een akkoord bestond. Maar er is een fundamentelere limiet aan elke ernstige responsabilisering in deze zin.

Onze drie gewesten delen een centrale metropool waaraan het land vast een derde van zijn bbp te danken heeft. Tot wat zullen we het Brussels Gewest aanzetten - dwingen zelfs - als we zijn ontvangsten sterk afhankelijk maken van de personenbelasting die geheven wordt op zijn klein grondgebied? Niet tot het voeren van een krachtig beleid dat erop gericht is banen te creëren, waarvan vele ingenomen zullen worden door mensen die in de rand wonen of er zullen gaan wonen als ze eenmaal werk gevonden hebben. Veeleer zal het reglementen moeten uitvaardigen omtrent onbewoonbare panden, de inzet van schoolbussen of de verhuring van koten, om de immigranten uit te drijven naar Halle en Vilvoorde, de eurocraten naar Tervuren en Overijse en de studenten naar hun ouders. En het zal dringend het leven in de stad aantrekkelijker moeten maken voor de grote belastingbetalers die ervoor kiezen in de stad te leven, en het pendelen nog veel moeizamer voor mensen die buiten Brussel willen blijven wonen.

Gewesten die een metropool delen 'responsabiliseren' door hun ontvangsten afhankelijk te maken van het belastbaar inkomen van zij die er slapen, is een povere manier om de economische dynamiek aan te zwengelen. Om perverse effecten te vermijden, zal die responsabilisering dus heel beperkt moeten blijven.

Wat nu met de fiscale autonomie? Wie beweert een hervorming voor te stellen waar alle burgers van het land beter van worden kan die moeilijk verdedigen door te zeggen dat die een belangrijke stap is naar onafhankelijkheid, maar kan wel de volgende twee plausibele argumenten gebruiken: 1. De overheid die het geld uitgeeft, zal het beter uitgeven als zij het is die het ophaalt bij de mensen die ze beweert te dienen. 2. Elk gewest beschikt over fiscale instrumenten om zijn doelen te bereiken.

Maar wie fiscale autonomie zegt, zegt ook fiscale concurrentie. Of het nu gaat om de personenbelasting of de vennootschapsbelasting, de opdeling van de fiscale macht tussen verschillende autonome entiteiten verhoogt onvermijdelijk de onderhandelingsmacht van de rijkste, de machtigste, de meest mobiele, en verzwakt de meest kwetsbare en minst mobiele. Het is hier niet de solidariteit tussen de gewesten die bedreigd wordt, maar de solidariteit tussen burgers binnen elk gewest. Dit gevaar bestaat al in situaties waarin de deelstaten zeer omvangrijk zijn. Maar het wordt een bekommernis van prioritair belang wanneer ze zo innig met elkaar verweven zijn als bij ons, tenminste voor zij die naar eigen zeggen het belang van de hele bevolking voor ogen hebben en niet alleen van de leden van Voka.

Dat wil niet zeggen dat elke fiscale autonomie opgegeven moet worden. Om tegemoet te komen aan het eerste argument zonder zich bloot te stellen aan het gevaar, kun je bijvoorbeeld elk gewest, zonder enige beperking, het recht geven om een forfaitair terugbetaalbaar belastingkrediet toe te kennen aan al zijn inwoners. Om tegemoet te komen aan het tweede argument kun je zoals de nota suggereert wijzigingen aan het belastingstelsel toestaan in verband met de bevoegdheden van het gewest, op voorwaarde dat de beperkingen verder gepreciseerd worden en dat het Belgische belastingsysteem er niet nog complexer van wordt dan het al is.

Gewesten

De verdere zoektocht naar een goed compromis over de financieringswet maar ook over tal van andere aspecten van de nota, zal allen die het nog niet beseffen er zeker van overtuigen dat elke 'copernicaanse omwenteling' gestoeld moet zijn op de gewesten. De gezinsbijslag - zij het maar zeer gedeeltelijk - defederaliseren bijvoorbeeld heeft enkel zin op het niveau van de gewesten. Door die toch aan de gemeenschappen proberen te schijnen toe te kennen levert de nota een karikaturaal voorbeeld van het soort "ingewikkelde constructies die de problemen nadien alleen maar vergroten", terwijl ze net beweert dat ze er ons van wil verlossen.

Om compromissen te bedenken en te verwezenlijken die iedereen ten goede komen, is het hoog tijd om zich te ontdoen van een achterhaalde bi-etnische lezing van de Brusselse realiteit en om zich te bevrijden van het bicommunautaire Belgique de papa dat ermee samenhangt. Het onhoudbare onderscheid tussen 'persoonsgebonden' en 'plaatsgebonden' materies mag onze drie gewestregeringen niet verder verhinderen om op efficiënte wijze het ruim en coherent pakket van alle bevoegdheden uit te oefenen die best aan de deelstaten toevertrouwd worden.

Is het om moeizaam tot goede compromissen te komen echt nodig dat we telkens na de verkiezingen op die eindeloze blokkeringen botsen? Helaas wel, zolang we niet het verstand hebben om ons kiessysteem zo te veranderen dat zij die ons willen regeren, gedwongen worden vóór de verkiezingen tegenover alle burgers van het land de compromissen te formuleren, uit te leggen en te verdedigen waarvan ze beweren dat ze er allemaal beter van zullen worden. Elke intelligente staatshervorming vandaag moet de creatie van een federale kieskring voor de federale verkiezingen bevatten. Niet om een voorgoed gestorven Belgische natie proberen te reanimeren. Maar om de talloze toekomstige staatshervormingen die onze federatie nog nodig zal hebben te vergemakkelijken.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234