Zaterdag 19/10/2019

'De nieuwe xenofobie is gericht tegen blanke Fransen'

In mei '68 stond hij op de Parijse barricaden, vandaag krijgt hij het verwijt het spel van het Front National te spelen. In zijn nieuwste boek wijst filosoof Alain Finkielkraut (65) op het gevaar van ongecontroleerde migratie. 'Frankrijk is het contact met zijn cultuur kwijt.'

Onheilsprofeet of realist, reactionair of helderziend? Volgens zijn goede vriend Milan Kundera verstaat de Franse filosoof Alain Finkielkraut als geen ander "de kunst om vijanden te maken". Misschien heeft Finkielkraut het in de eerste plaats aan zijn fysieke zelf te danken: de passie waarmee hij zijn stem door radio- en televisiestudio laat galmen, het gebarenspel van handen en haardos, of die getormenteerde trekken, een heel gezicht vol.

Finkielkraut, dat is je reinste Sturm und Drang. Eerst op de barricaden van Parijs, in mei '68; later als typische belichamer van alles waar dat tijdvak nu eens níét voor stond: behoudsgezindheid, wet en orde. Kom je daar in Frankrijk zo al niet mee weg, dan schreeuwt Finkielkraut het nog eens van de daken. Sinds de late jaren zeventig al.

Finkielkraut klieft middendoor. Voor sommigen is hij de wijze denker die het allemaal zag aankomen: de crisis in het onderwijs, de malaise in de multiculturele samenleving, het oprukken van extreem rechts, de etnische schoonmaak op de Balkan. Bij anderen roept hij dan weer donkere aversie op. Alain Finkielkraut, telg van een Joodse familie die gedeeltelijk Auschwitz als eindstation had, heeft een obsessie met verval en barbarij. Hij heeft, zo verwijten ze hem, nauwelijks oog voor de krachten van uitsluiting en discriminatie die in Frankrijk aan het werk zijn.

Maar voor of tegen, wat je Finkielkraut in geen geval kunt verwijten is een gebrek aan intellectuele precisie of wijsgerig sérieux. Bij elk interview, ook dat met ons, eerder deze week in het Brusselse literatuurhuis Passa Porta, brengt Finkielkraut een kleine bibliotheek met zich mee. Voor het geval hij zich het saillante citaat van deze of gene auteur niet zou herinneren dat zijn discours moet schragen. Als weinig anderen wikt en weegt Finkielkraut ook zijn woorden. Hij corrigeert en herneemt zichzelf, en last lange, gewijde pauzen in.

Het is zijn jongste boek, L'identité malheureuse - vertaald als Ongelukkige identiteit. De ontsporing van de multicultuur - dat Finkielkraut naar Brussel brengt. Veel meer dan als een polemisch essai over de risico's van ongecontroleerde migratie laat het werk zich lezen als een nieuwe kennismaking met, onder anderen, Blaise Pascal, Emmanuel Levinas, Hannah Arendt, Claude Lévi-Strauss en Charles Péguy; als een krachtige literaire schets ook van een Frankrijk dat deemstert onder druk van globalisering en verandering. Alain Finkielkraut zou zichzelf niet zijn als ook dit boek weer geen heisa had veroorzaakt. Maar zelfs zijn bitterste tegenstanders geven het hem na: Finkielkrauts stem is onmisbaar, al was het maar omdat ze ook hén tot denken dwingt.

U krijgt het verwijt het bedje te spreiden voor Marine Le Pen, reactionair en islamofoob te zijn. Uzelf vindt dat een karikatuur.

Alain Finkielkraut, met forse stem: "Meer nog, ik voel me beledigd en gesmaad. Natuurlijk, het is de prijs die ik betaal voor mijn volstrekte weigering om het heden in antifascistische categorieën te vatten.

"Ik moet daar koppig in zijn, want het is nonsensicaal om te zeggen dat de islamofobie (denkt na) de voortzetting van het antisemitisme is. Het gaat in tegen elke gezonde logica om de relatie tussen Frankrijk en de islam als islamofoob te bestempelen. Het geeft ook geen pas om de zogenaamde islamofobie als het equivalent te beschouwen van wat de Joden sinds het einde van de negentiende eeuw in Europa hebben meegemaakt.

"Wie dat wel doet, kent de geschiedenis slecht en wil de simpelste rol in het theaterstuk spelen. Vanuit een legitieme bezorgdheid dat de wreedste misdaden van de generaties vóór ons zich kunnen herhalen, verwerpen velen de idee dat zich binnen Europa een beschavingsschok aan het voltrekken is. Zij die de islam willen houden aan de wetten van de Republiek, in plaats van omgekeerd, krijgen het stempel islamofoob. Helaas, met die redenering zullen onze politici, vrees ik, nooit winnen tegen extreem rechts."

Wat is die ongelukkige identiteit waar u naar verwijst?

Een land dat zijn eigen verandering niet aanvaardt?

"Onze politici beloven voortdurend dat, als we voor hen stemmen, alles anders en beter zal worden. In werkelijkheid ís alles al anders geworden, zonder dat zij er voor

iets tussen zaten, en zonder dat het samenleven erop verbeterd is.

"Van alle veranderingen die we ondergaan is de spectaculairste van demografische aard: in luttele decennia tijd, en ondanks zichzelf, is Europa een continent van immigratie geworden. (stilte) In Frankrijk gingen de grenzen voor arbeidsmigratie in 1974 al dicht, het is vooral het beleid van gezinshereniging, daarna, dat de migratie een nieuw elan gegeven heeft. Het gevolg is dat in sommige buurten van sommige Franse steden burgers met ontzetting vaststellen dat ze zich niet meer thuisvoelen."

U verwijst graag naar het getuigenis van Christine C., een vrouw uit de Parijse banlieue die na de

rellen van 2005 haar verhaal deed in Le Monde.

"Journaliste Marion Van Renterghem is toen naar La Courneuve getrokken, een gevoelige voorstad, zoals dat vandaag heet. Daar heeft ze de voormalige caissière Christine ontmoet, een veertigster die haar malaise verwoordde. Christine had altijd voor links gestemd, nu wist ze niet naar wie haar stem nog zou gaan. Vroeger ging ze met plezier muntthee drinken bij haar Algerijnse buurvrouw. Stukje bij beetje begonnen de dingen echter te veranderen: cassette na cassette hoorde ze de Koran afspelen, de buurt begon opmerkingen te maken omdat ze rookte tijdens de ramadan, en haar zoon bekeerde zich.

"Christine ging door de vreselijke beproeving dat ze in de minderheid gedwongen werd op de plek waar ze altijd had gewoond. Ongelukkig genoeg is het bij haar getuigenis in Le Monde gebleven. Geen enkele politicus of ander medium ging erop in.

"Weet u waar ik haar verhaal wél teruggevonden heb? In het politieke testament van Dominique Venner, de extreem rechtse denker die zichzelf vorig jaar doodde in de Parijse Notre-Dame. Het is pijnlijk dat alleen een Venner door Christines getuigenis aangegrepen werd. Haar leed was legitiem, er was niets verdachts aan. Heel Frankrijk had haar verontwaardiging moeten delen. Het omgekeerde is gebeurd. Weldenkend links vond zelfs dat Christines verhaal naar racisme rook."

Maar er ís toch ook racisme in Frankrijk?

"Ja, en de geschiedenis moet ons alert houden. Maar deze vrouw is niet racistisch. Zeggen dat we het scenario van de jaren dertig herhalen en dat het fascisme om de hoek lonkt door wat Christine zegt, is oneerlijk. Wat deze vrouw meemaakt, heeft volstrekt niets te maken met de xenofobe gevoelens van veel Fransen vóór de Tweede Wereldoorlog.

"Het is correct dat er in Frankrijk een xenofobe traditie bestaat en daar moeten we niets op toegeven. Anderzijds mogen we dat evenmin doen als er een nieuw soort xenofobie ontstaat, waarbij sale Français plots het scheldwoord wordt en dat gericht is tegen blanke Fransen."

En dan valt Finkielkraut even stil. Hij is een voorkomend heerschap, maar hij is ook moe. Wie hem kent, zegt dat hij grandioos aan zichzelf twijfelt, doodsangsten uitstaat als hij voor de camera of op een podium moet. Finkielkraut klinkt hard, maar hij voelt schroom. In zijn boek vraagt hij eerherstel voor de aidos, waarmee de Grieken een door opvoeding verkregen pudeur omschreven. Eerherstel vooral voor de hoge cultuur, die in zijn denken haast synoniem is met het leven zelf.

Finkielkraut: "Frankrijk heeft het moeilijk om nieuwkomers te integreren nu het zijn contact met de eigen cultuur kwijt is. De integratiecrisis wordt uitvergroot door wat ik de crisis van de overdracht noem, la transmission. Het demografische proces gaat met een onverbiddelijk democratisch proces gepaard. Dat laatste houdt niet van hiërarchie, het verdraagt geen bewondering en meet alles af aan gelijkheid. In die sfeer raakt het hele denken opgelost. Niet de kennis of belezenheid telt nog, wel het spel der meningen. Iedereen heeft over alles een mening en elke mening is aan de andere gewaagd. Ook ons onderwijs kreunt onder de gevolgen van deze tendens."

Hoe herinnert u zich uw eigen jaren op de schoolbank?

"Ik ben een zoon van migranten. Maar ik heb genoten van een school die die naam waardig was. Een school die de cultuur van haar leerlingen als finaliteit had. Dat is vandaag niet langer zo. De leerkracht is niet langer, zoals (de Franse katholieke essayist, 1873-1914, LD) Charles Péguy het omschreef, 'de enige en onschatbare vertegenwoordiger van kunstenaars en dichters'. Neen, zijn enige doelstelling bestaat erin de ongelijkheid weg te vlakken. In naam van deze nobele zending wordt zelfs de cultuur geofferd. Ik zeg niet dat de leerkracht de vertegenwoordiger moet zijn van staat of samenleving, wel van wat de mensheid groot maakt.

"(denkt na) Zoals de cultuur ons heeft bevrijd van het juk van de religie, zo ontvoogdt de democratie ons vandaag, helaas, van wat we kennelijk als het juk van de cultuur percipiëren. De gelijkwaardigheid tussen leerling en leraar, tussen goede en slechte leerlingen, tussen ouders en leraar, tussen jongere en volwassene, dat maakt de overdracht kapot waar een samenleving uitgerekend zo'n behoefte aan heeft. We reduceren de democratische idee tot een proces van neerwaartse nivellering."

U hekelt het feit dat de massacultuur de klassieken van hun sokkel heeft gehaald.

"Jean-Paul Sartre schreef bijvoorbeeld over het vreemde plezier dat hij ervoer toen hij zich voor het eerst waagde aan Madame Bovary, het meesterwerk van Gustave Flaubert. Het plezier dat hij ontleende aan het feit dat hij dat boek niet meteen snapte.

"Het is niet slecht om op jonge leeftijd aan een oeuvre te beginnen, je op verheffende wijze ingehaald te weten door de personages en de plot, de transcendentie te beleven waar ouders hun kinderen vandaag van beroven door hun op te vroege leeftijd keuze- en meningsvrijheid te bieden. De jongere wordt als een afgewerkt wezen beschouwd, dat geen lessen meer moet nemen, maar integendeel zijn kritische geest moet aanscherpen, want dat heet gunstig voor zijn ontwikkeling. Intussen vergeten we dat we in een ruk door ook zijn capaciteit tot verwondering en bewondering wegnemen."

Welk verband is er tussen letteren en politiek?

"Schrijvers zijn schrijvers, politici politici. De meeste schrijvers zijn belabberde politici en vice versa. Wat de politiek in de eerste plaats moet doen is het onderwijs redden van de ramp die het tegemoet gaat. Ook de taal moet gered. In het Frans zie je de syntaxis dag na dag verder instorten, het vocabularium krimpt. En natuurlijk, onze politici moeten opnieuw goede redenaars worden. Ik wil politici die meer liefde voor de taal betuigen."

U bent tegen het primaat van de technologie, van het onmiddellijke en van het snelle gewin. Denkt u dat er nog een weg terug is? Welke oplossing staat u voor?

"We moeten onze zin voor actie terugvinden. We zullen de verandering niet tegenhouden, neen, maar we kunnen haar wel begeleiden om te vermijden dat ze te ver gaat. Men noemt mij conservatief, ikzelf zie me veeleer als een bewaarder van de dingen.

"Dat laatste is erg moeilijk. Onlangs zag ik in een reportage hoe door de klimaatverandering en bouwwoede zelfs het zand een schaars goed aan het worden is. Als ook het zand op dreigt te raken, dan hebben we echt wel een probleem. Dan mag de eis niet langer klinken dat de wereld moet veranderen, dan ís die wereld al veranderd en moeten we redden wat er te redden valt. We moeten het zand dus redden, zoals we de schoonheid moeten redden. Eigenlijk moeten we het ecologische eisenpakket uitbreiden naar alle essentiële domeinen van het leven."

Daar behoren ook stilte, eenzaamheid en traagheid toe, schrijft u.

"De nieuwe technologieën zorgen voor permanente verbondenheid. We dreigen de ervaring van de ongebondenheid te verliezen. Die voortdurende connecties? Het is het lawaai van de levenden. De stilte daarentegen is de muziek van de doden, van hen die ons zijn voorgegaan."

Om op de identiteit terug te komen: is het probleem niet net een inflatie aan identiteiten? Moeten we niet los van al dat identitaire?

"Ook ik koester geen bijzondere affectie voor het begrip identiteit. Maar laten we dan tenminste het woord beschaving behouden. In de jaren zestig gebruikte een absoluut onverdachte historicus als Georges Duby het volop. Hij had het over de Franse beschaving, want ja, die bestaat en het loont de moeite haar te kennen, te erkennen, te onderhouden en over te dragen. In Frankrijk hebben we een waaier aan gemeenschappen en identiteiten, het zou goed zijn als die allemaal onder hetzelfde dak terechtkonden. Maar dan moeten ook wij bereid zijn de waarde ervan weer in te zien. We leven in een tijdperk van grote openheid. Als we de liefde niet terugvinden voor ons broze geestelijke en materiële erfgoed, dan zijn we het straks kwijt."

Maar Europa's complex tegenover de eigen cultuur heeft uiteraard veel te maken met de 19de en 20ste eeuw, met kolonialisme en totalitarisme, realiteiten waar de cultuur ons in geen geval voor heeft behoed.

"Goed, maar het proces dat sommige kinderen van migranten Frankrijk aandoen door te zeggen dat we blijvend moeten betalen voor een koloniaal systeem, en dat terwijl de betrokken landen allang hun vrijheid hebben bedongen, vind ik problematisch. Mensen die Frankrijk geen enkele legitimiteit gunnen, rancune verkiezen boven erkentelijkheid, die moeten consequent zijn en gaan wonen in het land waar hun ouders vandaan komen. Joden die nog altijd vinden dat het Vichyregime de essentie is van Frankrijk? Ze bestaan, maar ze hebben het land verlaten en zijn naar Israël vertrokken. Wat de horror van de 20ste eeuw ook is geweest, het mag geen vrijbrief zijn voor haat jegens een land waarvan vervolgens permanente reparatie wordt geëist."

Frankrijk is ongelukkig. Bent uzelf dat ook?

"Neen, want ik ken de liefde en de vriendschap. Mijn privéleven is, gelukkig genoeg, in geen geval ondergeschikt aan de evolutie van de wereld. Wat Frankrijk betreft, dat heeft het moeilijk om de tijd nog als een vorm van vooruitgang te ervaren. Frankrijk heeft de wilskracht altijd in het hart van zijn politieke project gesitueerd. Verandering was een kwestie van wil, niet van lot. Dat is omgeslagen. Ik pleit niet voor arrogantie of superioriteitsgevoel, wel voor een land dat zichzelf terugvindt."

"Le temps presse", zo luidt de laatste zin in Finkielkrauts boek. "Er is haast bij." De filosoof kijkt strak voor zich uit, en knikt.



Alain Finkielkraut, Ongelukkige identiteit. De ontsporing van de multicultuur, De Bezige Bij Antwerpen, 235 p., 19,99 euro. Vertaald door Katrien Vandenberghe.

Wie de islam wil houden aan de wetten van de Franse Republiek, in plaats van omgekeerd, krijgen het stempel 'islamofoob' opgekleefd

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234