Woensdag 18/09/2019

De nieuwe wereldorde

G20-top in teken van machtsverschuivingen in mondiale economie

De leiders van de grote mogendheden beslissen dit weekend op de G20-top in het Canadese Toronto welke koers de wereldeconomie moet varen. De oude economische grootmachten VS en Europa voeren nog het hoge woord, maar de stem van de opkomende economieën als China, India en Brazilië klinkt almaar luider. Een nieuwe economische wereldorde is in de maak. En die komt er sneller aan dan u denkt.

he times, they are a-changin’. In een niet zo ver verleden was niet de G20, maar de G7 nog het hoogste internationale overlegplatform. Dat verzamelde de zeven grootste industrielanden: de VS, Japan, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Italië en Canada. In 1997 kwam het communistische Rusland er nog bij en werd het overleg omgedoopt tot G8.

De G8 kwamen gisteren bijeen in Huntsville, 200 kilometer boven Toronto. Maar niemand maalt er nog om. De vergadering is gedegradeerd tot het voorspel voor het echte werk dat vanavond in Toronto zelf begint: de G20, het nieuwe topoverleg waarin ook opkomende economieën als China, India, Zuid-Korea en Brazilië zetelen.

De toenemende impact van de G20 illustreert hoe snel de financieel-economische macht zich in de wereld heeft verspreid. Het is niet meer zo dat een select clubje de plak zwaait. Simon Johnson, voormalig hoofdeconoom van het Internationaal Muntfonds, pleit zelfs voor de afschaffing van de G8. “De G8 had zin toen het ging om Rusland dichter bij het Westen te brengen. Maar die tijd is voorbij. De G8 is tijdverspilling.”

Nog meer klassieke denkpatronen uit de economische handboeken raken achterhaald. Volgens de experts van de OESO, de denktank van een dertigtal geïndustrialiseerde landen, moet het Westen zijn traditionele noord-zuiddenken vaarwel zeggen. “Om de verschuivingen in de wereldeconomie te begrijpen, moeten we voortaan uitgaan van een wereld in vier snelheden”, schrijven ze in het net verschenen Perspectives on Global Development 2010.

In navolging van voormalig Wereldbankvoorzitter James Wolfensohn ziet de OESO vier landencategorieën. Het economische leiderschap is nog steeds in handen van de driehoek die de voorbije decennia het hoge woord voerde: de VS, Europa en Japan. Maar die rijke regio’s lijken hun verzadigingspunt te naderen en kampen met een structureel lage economische groei.

Zij voelen de hete adem in hun nek van de tweede categorie landen: de rijzende sterren die van een laag niveau vertrekken, maar jaar na jaar sneller groeien dan de gevestigde waarden. Daardoor convergeren ze richting de rijke kopgroep. De BRIC-landen - Brazilië, Rusland, India en China - sleuren aan de kop van de achtervolgers.

De Chinese economie groeide in 2008 met 9,6 procent en vorig jaar met 8,7 procent. De Indiase economie liet in dezelfde periode groeicijfers van 6,1 en 6,8 procent noteren. De financieel-economische crisis die in Europa en de VS een ware ravage aanrichtte, ging dus volledig aan hen voorbij.

Ook een derde peloton probeert nog aan te klampen, maar hangt aan het uiteinde. Het gaat om landen met een middelgroot nationaal inkomen die topprestaties afwisselen met diepe crisissen. Latijns-Amerikaanse landen als Mexico en Argentinië behoren tot die categorie. De Mexicaanse economie kromp vorig jaar met een forse 6,6 procent, na een groei van 1,5 procent het jaar ervoor.

Een vierde groep landen is er in de voorbije tien jaar niet in geslaagd om winst te puren uit de globalisering en is arm gebleven. Zij ondervinden alleen de nadelen ervan op het vlak van milieuvervuiling en lagere exportprijzen, waardoor ze verder achterop dreigen te raken. Grote delen van sub-Sahara Afrika blijven in datzelfde bedje ziek, stelt de OESO vast.

Volgens de OESO slagen almaar meer landen met lage inkomens er wel in om de grillige jojobewegingen van zich af te schudden en een duurzaam groeipad in te slaan, in navolging van de BRIC-landen (Brazilië, Rusland, India en China). “Het nieuwe millennium zag de terugkeer, voor het eerst sinds de jaren zeventig, van een trend naar convergentie met de landen met hoge inkomens. Het aantal convergerende landen is gestegen van 12 naar 65, terwijl het aantal arme landen gehalveerd is van 55 naar 25.”

Er is dus reden tot enig optimisme, al waarschuwt de OESO voor euforie. “De diversiteit in de uitkomst per land blijft daarvoor te groot.” De vruchten van de nieuwe welvaart worden ook niet gelijk verdeeld over alle bevolkingslagen. Binnen sommige groeilanden neemt de inkomensongelijkheid daardoor toe.

De westerse economieën zijn niet meer incontournable om de wereldwijde groei aan te zwengelen. De banden tussen opkomende landen onderling worden immers almaar hechter. China werd vorig jaar de belangrijkste handelspartner van Brazilië, India en Zuid-Afrika. Het Indiase conglomeraat Tata is uitgegroeid tot de grootste private investeerder in sub-Sahara Afrika.

De handels- en investeringsstromen van China en India naar regio’s als Afrika en Zuid-Amerika zullen ook in de komende jaren fors aan belang winnen, verwachten kenners. “Zuid-zuidinvesteringen hebben een enorm, nog onaangeroerd potentieel voor lage-inkomenlanden”, schrijven de OESO-experts. “Zuiderse multinationals zullen meer geneigd zijn te investeren in landen met een vergelijkbaar of lager ontwikkelingsniveau, omdat ze vaak de technologie en zakelijke praktijken kennen die geschikt zijn voor landenmarkten die zich nog moeten ontwikkelen.”

De vermogensbeheerders van schatrijke families weten al langer in welke windstreek er de komende jaren de meeste centen te verdienen zijn. Nergens komen er zo snel nieuwe dollarmiljonairs bij als in Azië, zo blijkt uit het World Wealth Report van consultant Capgemini en vermogensbeheerder Merrill Lynch. In India nam de club van superrijken in een jaar tijd met 51 procent toe, in Hongkong gaat het zelfs om een verdubbeling.

De miljonairs van Azië zijn inmiddels hun Europese tegenhangers gepasseerd als het gaat om de centen die ze samen bezitten. De 3 miljoen Aziatische miljonairs hebben een gezamenlijk financieel vermogen van zo’n slordige 9.700 miljard dollar, de 3 miljoen Europese hebben 200 miljard dollar minder.

“Azië-Oceanië en de BRIC-landen zullen wellicht ook de komende jaren de gangmakers zijn van de groei bij welgestelde individuen”, verwachten ze bij Merrill. “In Azië-Oceanië zullen China en India de leiding nemen, met een economische groei die hoger zal liggen dan die in de ontwikkelde economieën. In die regio zal het aantal vermogenden het snelste in de wereld toenemen. In Latijns-Amerika zal Brazilië de groeimotor zijn. Rusland wordt ook verwacht sterk uit de hoek te zullen komen dankzij zijn grote voorraad aan grondstoffen.”

De snelle economische groei in China en India maakt die landen razend aantrekkelijk voor investeerders uit de hele wereld. In de strijd om getalenteerd personeel winnen de groeilanden snel terrein op de oude, traditionele economieën. Bovendien liggen de lonen er nog altijd een veelvoud lager dan in het Westen. De concurrentiepositie van westerse economieën gaat zo in snel tempo achteruit, zeker als het gaat om het aantrekken van industriële activiteiten.

In de deze week uitgebrachte rangschikking van consultantgroep Deloitte komt China uit de bus als meest competitieve industriële economie, voor India en Zuid-Korea. De consultants baseren zich op gesprekken met vierhonderd CEO’s en productiedirecteurs.

Terwijl de VS nog goed standhouden op plaats vier, lijkt de industriële competitiviteit van West-Europa in vrije val. “Zonder uitzonderlijke schokken of rampen zal het concurrentiële landschap er over vijf jaar aanzienlijk wijzigen”, verwacht Deloitte.

“Vijf van de toptienlanden voor industriële productie zullen in Azië liggen. China, India en Korea zullen aan de top van de piramide blijven zitten. Oost-Europa zal op stoom komen, maar West-Europa dreigt terrein te verliezen.”

De Chinese overheid zet intussen zwaar in op technologie, zodat de plaatselijke fabrieken in de komende jaren snel kunnen overschakelen naar hoogtechnologische productie. Het laagtechnologische bandwerk dreigt immers snel te verhuizen naar Aziatische landen waar de lonen nog lager liggen dan in Chinese fabrieken.

Een indrukwekkende technologiesprong is in de maak. China telt intussen 29 procent van ’s werelds telefoonlijnen, tegenover amper 1,3 procent begin jaren negentig. En een op de zes internetgebruikers ter wereld is een Chinees.

De belangen van de heerser van de 20ste eeuw, de VS, raken almaar inniger verstrengeld met die van zijn gedoodverfde opvolger in de 21ste eeuw, China. Dat is een gevolg van de opeenvolging van grote exportoverschotten, waardoor er jaarlijks tientallen miljarden Amerikaanse dollars richting China vloeiden.

China herinvesteerde die dollars massaal in Amerikaans schatkistpapier en werd zo de grootste lener aan de Amerikaanse staat. China heeft 24 procent van alle Amerikaans schatkistpapier in handen, goed voor maar liefst 900 miljard dollar. Ter vergelijking: alle grote olie-exporterende landen samen hebben ‘slechts’ 200 miljard dollar Amerikaans schatkistpapier in de kas.

De kisten van de Chinese centrale bank puilen overigens uit. Begin jaren negentig had ze slechts 2,7 procent van de wereldwijde deviezen- en goudreserves in handen. Vandaag is dat bijna 22 procent.

De VS liggen aan de levenslijn van de Chinese leningen. Dat verzekert paradoxaal genoeg ook de waarde van de Amerikaanse dollar. Omdat Peking zoveel waardepapier in dollar heeft, heeft het geen belang bij een forse daling van de Amerikaanse munt.

Een zware daling van de dollar tegenover de Chinese yuan zou nog een tweede probleem opleveren: de Chinese export richting VS wordt dan meteen duurder. Peking heeft dat twee jaar geleden handig opgelost. Toen werd beslist dat de yuan zich vastklikt aan de dollar. De waarde van 1 yuan werd vastgepind op 0,146 dollar. Of omgekeerd: 1 dollar is 6,8275 yuan.

Die vaste wisselkoers ergerde de Amerikanen, want zo bevoordeelde China zijn eigen exporteurs, vonden zij. Maar de VS zitten wel in een zwakke positie om daar groot kabaal rond te maken. China heeft de macht over het Amerikaanse staatspapier en de dollar.

In de aanloop naar de G20-top deed China een geste. Vorig weekend kondigde Peking aan de wisselkoers van de yuan tegenover de dollar te versoepelen. De yuan werd deze week stapsgewijs opgewaardeerd tot 0,147 dollar, wat betekent dat je nu 6,7896 yuan moet neertellen voor 1 dollar. Het lijkt niet meer dan een spel voor specialisten met cijfers na de komma, maar de diplomatieke impact op de Amerikaans-Chinese relaties is groot. Washington had woorden van lof voor Peking.

Dat China de handel in de yuan vergemakkelijkt, zou ook wel eens te maken kunnen hebben met de ambitie van Shanghai om tegen 2020 een belangrijk financieel centrum te worden dat wedijvert met New York, Tokio en Londen. “Shanghai staat momenteel ijzersterk in industriële productie, maar zijn financieel systeem is nog onvolwassen”, zo stelt Wall Streetbank Goldman Sachs deze week in een rapport over de havenstad.

Shanghai hinkt nog ver achter de grote financiële centra, zo blijkt ook uit de lijst van invloedrijkste wereldsteden, opgesteld door de vermogensbeheerders van Citi. Die ranglijst houdt rekening met het financiële en politieke gewicht, alsook met de levenskwaliteit. Shanghai haalt maar nipt de top twintig. De top vijf ligt nog steeds in de gevestigde economieën: New York, Londen, Parijs, Tokio en Los Angeles. Brussel staat overigens op plaats zes, dankzij zijn politieke gewicht.

Volgens kenners kan Shanghai alleen maar tot een grote financiële speler uitgroeien als de Chinese munt vlot verhandelbaar is. Zolang de yuan in de greep van de Chinese centrale bank zit, blijven de grote beleggers liever in New York, Chicago, Londen, Parijs of Frankfurt zitten.

Shanghai moet ook eerst afrekenen met de interne concurrentie van Hongkong, dat als financieel centrum bekender is bij de westerse investeerders. New York of Londen naar de kroon steken? Dat vinden de Goldmanbankiers alvast te hoog gegrepen voor Shanghai, zelfs in 2020.

Wie is vandaag de locomotief van de wereldeconomie? Volgens Dominique Strauss-Kahn, topman van het Internationaal Muntfonds, wordt het almaar moeilijker om een duidelijke leider aan te duiden. De VS en Europa zijn vermogend, maar groeien niet snel. China en India doen dat wel, maar zijn niet vermogend genoeg om de rest van de wereld op sleeptouw te nemen. Strauss-Kahn: “Wie staat er klaar om de Amerikaanse consument te vervangen als motor van de wereldeconomie? Die vraag zal nog jaren onbeantwoord blijven. Denk nu niet dat de Indiase consument straks de plaats zal innemen van de Amerikaan. We moeten de hele macro-economie herdenken.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234