Maandag 30/01/2023

De nieuwe renner leest Geert Mak

Geert Mak? Dat is een turf!" Interviewer Lieven Van Gils kon deze week in Vive le vélo zijn verbazing niet onderdrukken, toen de Nederlandse renner Laurens Ten Dam bekende welk boek er op het nachttafeltje lag. Even tevoren had ook al zijn teammaat Bauke Mollema gezegd dat hij net een boek uit had, een thriller van David Baldacci. Ook van de Duitser Jens Voigt en Gert Steegmans is bekend dat ze 's avonds wel eens een boek ter hand durven nemen.

En toch, een renner die een boek leest, of gewoon zijn weg in de wereld weet: sportjournalisten blijven hen behandelen alsof het roze olifanten op een fietsje zijn.

Na zijn ritoverwinning in Corsica werd Jan Bakelants door de ongelovige verslaggever van de organiserende sportkrant L'Equipe gevraagd "of het waar is dat hij een intellectueel is, die niet in auto's en meisjes geïnteresseerd is." "Auto's en meisjes interesseren me ook. We heben hier een paar mooie exemplaren op het podium," stelde de schrandere Bakelants de journalist gerust. "Ik denk alleen dat er meer in het leven is dan enkel fietsen, ook al krijgt de fiets nu voorrang."

Landbouwingenieur

Slim, welbespraakt, assertief: de nieuwe Vlaamse wielerheld Jan Bakelants is het schoolvoorbeeld van de gedaanteverwisseling in het wielerpeloton. De nieuwe renner leest niet alleen Geert Mak, hij volgde ook steeds vaker een opleiding hoger onderwijs. Ga maar na: de drie best geklasseerde Belgen in de einduitslag van de Tour hebben een universitair diploma. Jan Bakelants is landbouwingenieur ("Stelt niks voor, onze ploegwoordvoerder Philippe Maertens is zelfs doctor", zegt hij daar zelf over met kenschetsende ironie). Maxime Monfort is communicatiewetenschapper en Bart De Clercq is master in de Lichamelijke Opvoeding.

Dat is geen toeval want ook elders rijden renners rond met een hoger diploma op zak. Dat Nick Nuyens communicatiewetenschapper is, is onderhand wel bekend. Maar ook bijvoorbeeld Dries Devenyns mag zich master in de Lichamelijke Opvoeding noemen en Serge Pauwels master in de Toegepaste Economie.

"Wij raden jonge renners aan om eerst zo hoog mogelijk te mikken in het onderwijs", zegt coördinator Jos Leys van de Vlaamse Wielerschool in Herentals. Leys begeleidde de jonge Bakelants destijds. "Jan was altijd een topper, maar na een valpartij in de jeugdcategorieën begon het te dagen dat het goed zou zijn om iets achter de hand te houden."

De wielerschool in Herentals werkt samen met een centrum voor deeltijds onderwijs in de stad. Jonge rennertjes kunnen er training combineren met een opleiding als bijvoorbeeld fietshersteller, zodat ze tenminste niet ongeschoold aan hun wielerloopbaan beginnen. "Maar wie het aankan, raden we aan eerst hoger onderwijs te proberen", zegt Jos Leys. "Dat is hard werken, maar juist zo'n hogere opleiding biedt studenten veel vrijheid om hun dagen in te delen."

Dat het beeld van de onmondige, met moeite aan de Vlaamse klei onttrokken coureur niettemin standhoudt in vele journalistenhoofden, komt natuurlijk doordat dat cliché in de pers ontstond. Karel Van Wijnendaele, aartsvader van het Vlaamse wielrennen, boetseerde zowat eigenhandig het beeld van de flandrien. In de bundel Het rijke Vlaamsche wielerleven (1943) schreef hij "dat het meesterschap der Flandriens op de Franschen, voortkwam van 't feit dat ze de zonen waren van menschen die te wroeten en te slaven hadden, voor de magere brokken van het bestaan."

Van Wijnendaele dikte de beeldspraak om ideologische reden graag aan: de eenvoudige, godsvrezende kasseistamper die toch zegevierde was het toonbeeld voor de gewenste ontvoogding van Vlaanderen als geheel.

Dat wielrennen een sport van en voor gewone lieden was, klopte natuurlijk wel. Van Cyriel Van Hauwaert over Briek Schotte tot Roger De Vlaeminck en zelfs Johan Museeuw: tot diep in de twintigste eeuw was de koers voor vele profrenners van lagere komaf de snelste lift naar een hogere sociale klasse. Met name in Vlaanderen met zijn levendige kermiskoersbiotoop bleef die dynamiek lang doorleven.

Boerenpummels

Met excessen in de marge: "Onschuldige boerenpummels die middeleeuwse wurgcontracten tekenden waarbij ze de helft van hun loon onder tafel weer moesten afgeven aan de bullebak-sportdirecteur, ook dat was de realiteit van de flandrien", zegt Rik Vanwalleghem, directeur van het Centrum Ronde van Vlaanderen in Oudenaarde. "En ook dat is nu gelukkig grotendeels voorbij met deze nieuwe mondige generatie."

Zonder naïef te zijn doet die verschuiving ook hopen dat deze mondige generatie jongelingen ook echt meer van de doping zal afblijven. "Als Bauke Mollema, Marcel Kittel of Jan Bakelants zich uitspreekt tegen doping, geloof ik dat", zegt Vanwalleghem. "Die gasten laten zich echt niet meer manipuleren door een sportdirecteur of een soigneur."

Wat ook meespeelt: het is niet meer van moetens. Als je financieel overleven afhangt van winst of verlies, wordt bedrog een aanvaardbare optie. Vandaar dat de geschiedenis van de volkssport wielrennen vergeven is van doping, sabotage of combines. Met een diploma achter de hand is er een alternatief voor het nemen van gezondheidsrisico's.

Het gewijzigde profiel van het peloton is de spiegel van de algemene maatschappelijke omwenteling die de wielersport heeft doorgemaakt. "Toen ik in 1980 als universitair bij de krant kwam om over koers te schrijven, verklaarden mijn collega's me gek", herinnert Rik Vanwalleghem zich. "Op de redactie van De Standaard was er toen letterlijk niemand die naar de tour keek. Dat was voor het klootjesvolk. Vandaag staat het leven er ook stil als er een bergrit op tv aankomt."

Van tijdverdrijf voor de gewone man tot vaak obsessieve hobby voor de gegoede burgerij: het is een evolutie die massaal maar nog relatief jong is in het wielrennen. Met - wie anders - Lance Armstrong op de breuklijn. De vedette Armstrong heeft ervoor gezorgd dat vanaf het eind van de jaren negentig plots een ruimer, niet-gespecialiseerd publiek op het wielrennen afkwam. Dat leidde tot de verburgerlijking van de sport, ook bij ons. Zonder de Armstrong-buzz van weleer geen toeristische wielertalkshow als Vive le vélo aan de top van de kijkcijferlijsten .

En behalve excessief dopinggebruik onthouden we uit het tijdperk-Armstrong ook de technologische revolutie, die van wielrennen ook een erg dure sport gemaakt heeft. Ook dat speelt mee in de sociologische wijziging in het peloton. Een koersfiets kost algauw 2000 euro. De ouders van Jan Bakelants zijn dokters, die van Maxime Monfort hotelier. De tijd van de kinderarbeider Cyriel Van Hauwaert (1883-1974) die in een jeneverstokerij werkte, ligt ver achter ons.

De sociale upgrade van het wielrennen in Vlaanderen is bij uitstek ook een randstedelijk fenomeen. Logisch, aangezien het in Antwerpen of Brussel nog altijd niet zo gezond en handig is om met een koersfiets rond te toeren. Het verklaart wellicht ten dele waarom het nieuwe wielrennen in Vlaanderen nog altijd uitsluitend blank is.

Voor de stedelijke jeugd uit de lagere klassen is koersen te duur en te onpraktisch. De droom van sociale mobiliteit door sporttalent blijft evenwel ook in deze groep intact. Hij wordt nu gerealiseerd in het voetbal. Dat straalt dan weer af van het gekleurde plaatje van de Rode Duivels.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234