Zaterdag 05/12/2020

De nieuwe Noorse don van het peloton

Het is altijd riskant om nog voor de eerste echte test een renner al uit te roepen tot ‘man van het seizoen’. Maar het gebeurt dan ook niet veel dat zich een onstuimig toptalent als Edvald Boasson Hagen aandient. Ze noemen hem nu al de Nieuwe Noorse Merckx, maar dat is overdreven. Boasson Hagen klimt (nog) niet goed. Maar verder is hij verschrikkelijk sterk. Als hij Het Nieuwsblad wint, of nadien Milaan-Sanremo of Parijs-Nice, zal hij de wielerwereld nog altijd verrassen, maar niet meer verbazen.

Beresterke superbelofte Edvald Boasson Hagen (22) kan de grote man van het seizoen worden

Echte talenten kloppen altijd vroeg aan de poort. Eddy Merckx (°1945) was 21 toen hij in 1966 in Milaan-Sanremo zijn eerste grote klassieker won. Frank Vandenbroucke (1974 -2009) was ‘the new kid in the block’, zelfs tot latere leeftijd ‘bimbo d’oro’ bijgenaamd - het gouden kind. Maar dat zijn de niet-evidente uitzonderingen. Merckx werd al snel een vent, Vandenbroucke bleef een ‘belofte’. Wat Edvald Boasson Hagen met Merckx en Vandenbroucke gemeen heeft, is dat ook hij een niet-evidente uitzondering is op welke rij dan ook. Voor een profwielrenner is hij met zijn 22 jaren nog piepjong. In de jaren 70 en de vroege jaren 80 mochten Belgische sporters pas vanaf hun 22ste verjaardag een profcontract tekenen - renners als Fons De Wolf, Daniël Willems, Claude Criquielion, Marc Sergeant of Dirk De Wolf zagen zo hun loopbaan eigenlijk wat laat op gang komen.

Dan heeft Hagen zijn tijd mee. Hij werd al prof in 2006, dus op zijn 19de. Afhankelijk van de telling, en of puntenklassementen en dergelijke in rangschikkingen worden opgenomen, heeft het jongmens sindsdien ten minste 45 (vijfenveertig!) overwinningen achter zijn naam. Goed, daarbij zitten er natuurlijk ook ritten in wedstrijden die beperkt waren tot min-23-jarigen en dus niet zo hoog genoteerd staan, zoals de Thüringen-Rundfahrt. Maar al snel reed Boasson Hagen wél een voortreffelijk palmares bij elkaar. Drie ritten in de Ronde van de Toekomst in 2006, twee ritten in de Ronde van Bretagne in 2007, ritten in Parijs-Corrèze datzelfde jaar, drie ritten in de Ronde van Groot-Brittannië in 2008, vier opeenvolgende ritten plus het eindklassement in de editie van 2009; twee ritten plus de eindzege in de Eneco-Tour vorig jaar, en nu al voor de derde keer op rij het Noors kampioenschap tijdrijden, wat dat ook voorstelt. Waarbij vooral het meervoud opvalt: Boasson Hagen is een veelvraat. Eén rit is geen rit, twee ook niet, vanaf drie ritten in één etappekoers komen we onder de mensen. Boasson Hagen komt vaak en graag onder de de mensen. En nogmaals: hoe onverstandig het is om renners met Merckx te vergelijken (je vergelijkt beloftevolle rocksterren ook best niet met The Beatles, of een aardige voetballer met Pelé of Cruijff), ook Eddy Merckx noemden ze in zijn tijd ‘de kannibaal’. En om even evidente redenen als Boasson Hagen vandaag.Ook het niveau van de overwinningen van Hagen steeg. In 2008 won hij de lastige en hoogaangeschreven tijdrit van het Critérium International, nota bene voor Tony Martin, een renner waarvan we zeker sinds de Tour 2009 weten dat zijn potentieel indrukwekkend is. Hij won dat jaar ook de GP van Denain, een traditionele, vlakke Noord-Franse slechtweerkoers. Boasson Hagen won ook prompt een rit in zijn eerste Giro. De zevende etappe ging van Innsbruck naar Chiavenna, verliep over een lastig parcours, maar het was debutant Boasson Hagen die zijn medevluchters afdroogde in een snedige sprint.En Boasson Hagen won vorig jaar natuurlijk ook Gent-Wevelgem. Het was een bijzonder barre editie, waar Boasson Hagen en zijn gezel Aliaksandr Kuchynski er bij de tweede passage over de Kemmelberg vandoor gingen, en ondanks het felle koersen nog bijna een minuut uitliepen op de achtervolgers. De eerste achtervolgers, wel te verstaan, want het veld lag totaal verbrokkeld.Meer nog dan tientallen ritten, zelfs de tijdritten, die hij tot dan al won, was Gent-Wevelgem een eye opener. Er zijn namelijk wel al wat jonge, beloftevolle renners die Gent-Wevelgem ooit op hun palmares zetten. Maar die jonkies waren niet de eerste de besten. Gent-Wevelgem is een wedstrijd met een wat apart karakter - en laten we de vingers kruisen dat de nieuwe en uiterst ambitieuze organisators dat zo zullen houden. Het is een redelijk lange wedstrijd, vlak en winderig, met kasseien en hellingen, en toch winnen er net zo vaak sprinters als rouleurs. Een jong talent dat zich voor het eerst openbaart in de Ronde van Vlaanderen: het komt niet zo gek vaak voor, want de Ronde is dubbel zo kloek, onbarmhartig, een koers voor echte venten, veel meer dan voor getalenteerde jonkies. In Gent-Wevelgem mogen de renners nog wat jongensachtig zijn.

Het nochtans gereputeerde Franse wielertijdschrift Velo maakte een blundertje door te beweren dat Eddy Merckx hier zijn eerste klassieke zege behaalde. Het klopt dat hij in de verregende Gent-Wevelgem 1967 zijn eerste Vlaamse klassieker over kasseien won, maar toen had hij er al twee spectaculaire zeges in Milaan-Sanremo (1966 en 1967) op zitten. Voor Merckx was Gent-Wevelgem geen koers waar hij zich voor het eerst toonde - dat had hij al gedaan. Het was wel de wedstrijd die een leemte opvulde: tot dan kon hij niet imponeren op Vlaamse wegen.Het jaar voordien was er tussen Gent en Wevelgem wel een echte youngster doorgebroken. Neoprof Herman Vanspringel reed alles en iedereen eraf, behalve zijn ploegmaat Noël Van Clooster, die hem van tijd tot tijd wat hulp bood. Vanspringel was nochtans zo bescheiden dat hij met de finish in zicht even parool ging halen bij sportbestuurder çois Cools: “Wie van ons mag winnen?” Sterke Herman ‘mocht’. Pittig detail: het bescheiden neo-profje uit de Kempen was een paar weken eerder al derde geworden in Milaan-Sanremo, op een paar centimeters van winnaar Merckx, en zou later dat jaar in zijn debuut in de Tour als zesde eindigen, amper een minuut of vijf na gele trui Aimar. Dat is zelfs nog een straffer debuut dan Boasson Hagen maakte. Een neoprof die vandaag een Vanspringel-achtige prestatie zou neerzetten, was ter plaatse miljonair.Een klein decennium na Merckx en Vanspringel was Gent-Wevelgem het decor van een echte Openbaring, een visioen van een nieuwe messias. Zoals zo vaak ging het in 1977 om een druilerige, kille, winderige dag, met veel renners die weinig zin hadden om te koersen. Behalve eentje. Een voor het toen rotverwende Belgische publiek al te onbekende Fransman, een jonge maar stugge Bretoen met Gitanetrui om de lenden. Geen windvlaag was te sterk, geen helling te steil, geen kasseistrook te gemeen, geen tegenstander fysiek in staat om Hinault tegen te houden, die op zijn 23ste zijn allereerste klassieker binnenhaalde. In de Belgische pers was er openlijk gemor en awoert: een mister nobody als Hinault die een Vlaams monument als Gent-Wevelgem kwam devalueren, dat leek er toch niet op. Het was Hinaults eerste buitenlandse raid, tot dan had hij in eigen land een resem rittenwedstijden gewonnen-- Ronde van de Limousin, van de Aude, van de Indre en de Loire, Circuit de la Sarthe, koersen met minimale impact in het buitenland maar van nationaal belang voor de Fransen. Vergelijk het met Boasson Hagen, die grossierde in ritten in Polen, in Engeland, in de Eneco-Tour, in de Ronde van de Toekomst: dat trok wel de aandacht van de gespecialiseerde wielerliefhebber, maar werd daarom niet genoteerd bij het grote publiek.In het geval van Hinault zou men hem trouwens snel kennen. Kort na Gent-Wevelgem won hij in datzelfde seizoen 1977 ook Luik-Bastenaken-Luik, en later dat jaar de Dauphiné Liberé en de Grote Landenprijs, toen een prestigieuze tijdrit. Het was zijn laatste ‘stagejaar’, want vanaf 1978 zou Hinault het internationale wielrennen domineren, het peloton een persoonlijke dwingelandij opleggen die hij tot 1986 kon volhouden. Al werden zijn laatste jaren geteisterd door blessures.Voor de volledigheid, en om Boasson Hagen met de voeten op de grond te houden. In Gent-Wevelgem 1998 won de jonge prins Frank Vandenbroucke zijn eerste belangrijke voorjaarsklassieker (hij had in 1996 wel de Scheldeprijs op imponerende wijze gewonnen, maar dat blijft anders). Vandenbroucke deed het een beetje à la Vanspringel: wegspringen met ploegmaat Mattan, zij het ook met Lars Michaelsen, maar die Deen werd door de twee Vrolijke Vrienden vakkundig geneutraliseerd.Om een lang verhaal kort te maken: voor de klassiekers over kasseien is Gent-Wevelgem vaak wat Parijs-Nice is voor ronderenners: een wedstrijd waar talent zich op weergaloze wijze kan manifesteren. Edvald Boasson Hagen deed dat vorig jaar. Als - àls - de Noor echt het talent is waar we hem met zijn allen voor houden, zou hij dit seizoen klaar moeten staan voor de grote stap. Hij combineert vier uitzonderlijke kwaliteiten. Hij kan tijdrijden - in de Ronde van Oman versloeg hij tegen de klok niemand minder dan Fabian Cancellara. Hij houdt van zware wedstrijden, ook de over kasseien (hij droomt van Parijs-Roubaix). Hij kijkt niet op tegen een helling. En hij is behoorlijk snel aan de finish.Het enige wat ons weerhoudt om hem met de ogen dicht op het niveau van Merckx of Hinault, of zelfs Vanspringel, te plaatsen, is het feit dat hij bij zijn debuut in de Giro eindigde op een 82ste plaats. Hinault won de eerste twee grote rondes waar hij startte, de Vuelta en de Tour in 1978. Merckx werd bij zijn Giro-debuut negende (en hij won twee ritten). Vanspringels zesde plaats bij zijn debuut-Tour kwam al ter sprake.Maar Boasson Hagen hoeft geen Tourwinnaar te zijn om zijn generatie te kunnen domineren. Sean Kelly of Laurent Jalabert waren ook geen ware ronderenners, en toch ontpopten zij zich tot de absolute tycoons van hun tijd. Dus verwacht nu al iedereen de jonge Noor op de eerste rij, vanaf de Omloop Het Nieuwsblad. Of dat zal lukken, is een andere vraag. Vorig jaar reed hij bij het ongemeen succesrijke Team Columbia. Maar net zoals zoveel andere toprenners koos hij voor (nog) meer geld, en dus een andere ploeg. Hij belandde in een uitstekende formatie - Team Sky - maar die jongens rijden soms te arrogant, waardoor andere ploegen samenspannen. Dat gebeurde in Oman, waardoor Boasson Hagen, ondanks dubbele ritwinst, kon fluiten naar de eindzege.Zeker in Omloop Het Nieuwsblad zullen de allrounders van Team Sky moeten afrekenen met de QuickStep-garde van Patrick Lefevere, waar Tom Boonen alvast diets maakte dat hij aast op de enige grote Vlaamse koers over kasseien die nog niét op zijn palmares staat: Omloop Het Nieuwsblad. Komt dat zien.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234