Donderdag 22/10/2020

InterviewGeert Molenberghs

‘De nieuwe golf kan hoger pieken dan de eerste, maar ze zal trager stijgen’

Biostatisticus Geert Molenberghs.Beeld Photonews

Na een periode van bedrieglijke rust gaat het weer zeer hard met het coronavirus. De nieuwe regering was amper ingezworen of ze kondigde al een forse verstrenging van de maatregelen aan. Die waren zeer nodig: volgens een nieuw model van biostatistici Niel Hens en Steven Abrams zouden we zonder ingrepen tegen december aan meer dan duizend ziekenhuisopnames per dag zitten. Waar komt die tsunami plots vandaan? En wat staat ons nog te wachten?

Geert Molenberghs (biostatisticus UHasselt/KU Leuven): “Een belangrijk verschil met de eerste golf is dat we toen nog niet wisten dat er eigenlijk heel veel virus circuleerde. De snelheid waarmee de besmettingen toen stegen, gaan we waarschijnlijk niet meer halen. De piek kan zeer hoog worden, maar ze zal normaal gezien trager opbouwen. In februari waren er geen maatregelen, we leefden gewoon ons normale leven. Door maatregelen in te voeren hebben we de verdubbelingssnelheid van de epidemie toen tot twee, drie dagen zien krimpen. Vandaag zitten we op acht dagen. Met die iets tragere opbouw koop je wat tijd: er zullen minder mensen tegelijk in het ziekenhuis belanden.”

“Dat de piek nu hoger kan worden, komt omdat het virus al onder de bevolking waart en we dit keer niet van nul beginnen. In maart is het virus vanuit het buitenland binnengekomen. Dat kan niet anders, het moet érgens vandaan komen. Die eerste clusters van besmettingen zijn toen echter ontstaan in een populatie waar nog niemand het virus had. Als de cijfers nu blijven stijgen, onder andere door reizigers die eind augustus uit het buitenland terugkeerden en veel sociale contacten, is dat in een populatie waar sowieso al heel wat virus circuleert.”

Zijn die terugkerende reizigers de grote motor van de huidige stijging geweest?

Molenberghs: “Niet dé motor, maar wel één van de vele. Wat het exacte aandeel van die reizigers is, kunnen we niet zeggen. Bij de mensen die uit een rode zone terugkwamen en een formulier hadden ingevuld waren er 3 à 4 procent positieve gevallen. Er waren echter ook mensen die uit een rode zone kwamen of van buiten de Europese Unie en die geen formulier hebben ingevuld en van wie we het niet weten. Hetzelfde met de mensen die uit een oranje of groene zone terugkwamen en besmet waren, want die moesten geen formulier invullen. Het lijkt er wel op dat die reizigers een belangrijke factor zijn geweest, maar niet de enige.”

Met deze cijfers komt het er vooral op aan een tweede lockdown te vermijden, en dat kunnen we alleen door onze contacten te beperken. En hoe meer we die terugschroeven, hoe groter de impact op de curve.

Molenberghs: “Uit Nederlands onderzoek blijkt dat 70 procent van de clusterbesmettingen plaatsvindt binnen het gezin, bij mensen uit verschillende gezinnen maar binnen dezelfde familie, en binnen de vriendenkring. Bij zo’n cluster gaat het ineens om veel volk. Dat is dus een belangrijke bron van besmetting. Daarom moeten we inzetten op het beperken van de contacten. Met de bubbel van vijf van deze zomer hebben we niet de schoonheidsprijs gewonnen, maar het heeft wel gewerkt.”

De cijfers stijgen niet alleen bij ons. In zowat heel Europa is het weer alle hens aan dek. Hebben we te snel gedacht dat we de zaak onder controle hadden en de teugels te vroeg gevierd?

Molenberghs: “Je zult mij niks anders horen zeggen. Dat is een beetje het lot van de statisticus en de epidemioloog. Het virus heeft zijn natuurwetten. Als je het wat veel speelruimte geeft, neemt het ons in de tang. Daarom hebben biostatistici en andere experts zich begin juli ook laten horen. We waren toen al een maand bezorgd, omdat er geen beweging meer zat in de curves. En stilstand is nooit goed. Kijk naar New York. Daar is het na maanden ook weer opgeflakkerd. Uiteindelijk steekt het virus toch weer de kop op als je de regels versoepelt.”

“Na de noodkreet van de experts heeft men deze zomer ingegrepen, en dat heeft de curve toen serieus doen afbuigen. Dat was ook nodig, vooral in Antwerpen, waar de toestand uit de hand dreigde te lopen. Daarna zaten we met wat wij noemen de preventieparadox. Door tijdig maatregelen te nemen, zijn bepaalde dingen níét gebeurd, waardoor mensen zich nu afvragen waarom we ons toen toch zo druk hebben gemaakt. Dat de cijfers nu weer de hoogte ingaan, heeft deels te maken met reizigers die eind augustus uit het buitenland terugkeerden. Maar een deel van het verhaal is toch ook wel het gebrek aan motivatie.”

Om de herfst- en vooral de kerstvakantie heelhuids door te komen, opperde de Duitse topviroloog Christian Drosten de mogelijkheid van een vrijwillige ‘prequarantaine’. Mensen zouden dan voor een familiebezoek gedurende een paar dagen of een week sociaal contact zoveel mogelijk vermijden. Goed idee?

Molenberghs: “We kunnen dat nu al doen om de curve naar beneden te krijgen. Grote nieuwjaarsfeesten waarbij veel volk samenstroomt op pleinen zijn in ieder geval geen goed idee. Nieuwjaar zal wat meer op Kerstmis lijken: het zal in kleinere kring moeten gevierd worden. We moeten niet allemaal thuisblijven, maar voorzichtigheid is toch de boodschap. En hou de generaties daar wat uit elkaar. Laat veertigers en vijftigers vieren met de kinderen, maar dan zonder de grootouders, of omgekeerd. De andere generatie ontvang je best apart, met een hele tijd ertussen. Misschien is het wel een goed idee om tussen de twee feesten een soort pre-quarantaine in acht te nemen, zoals Drosten voorstelt, maar reken dan toch op twee weken.”

Gezondheidseconoom en Celeval-lid Lieven Annemans pleitte er in Humo voor om groepsimmuniteit nog niet uit te sluiten als mogelijk oplossing. U bent één van de wetenschappers die daar zeer scherp op reageerde. Volgens u zou groepsimmuniteit leiden tot 60.000 en in het slechtste geval zelfs 240.000 doden.

Molenberghs: “Eind mei, op een moment dat ongeveer 10 procent van de bevolking besmet was of was geweest, hadden we bijna 10.000 doden. Als je op groepsimmuniteit mikt, waarvoor algemeen wordt aangenomen dat een besmettingsgraad van 60 procent nodig is, kom je uit op 60.000 doden. Omdat met zo’n hoge besmettingsgraad niet iedereen die een behandeling nodig heeft in het ziekenhuis kan worden opgenomen, en daar nog wat factoren op toepast, kom je op 240.000 doden uit. Het zou natuurlijk nooit zover komen - mensen passen sowieso hun gedrag aan.”

“Er zijn bovendien wel wat eigenschappen van het virus die we nog onvoldoende kennen. Het is bijvoorbeeld nog niet 100 procent zeker dat die 60 procent drempel echt wel nodig is. Er zijn ondertussen modellen die aangeven dat het voor dit virus mogelijk lager zou kunnen zijn, onder andere omdat niet iedereen er even vatbaar voor is of evenveel virus verspreidt.”

“Die doden zijn trouwens maar één aspect van het verhaal. Die groepsimmuniteit zou men willen bereiken met een soort omgekeerde lockdown: iedereen onder de 60 krijgt dan geen beperkingen opgelegd. Mensen boven de 60 zouden ‘beschermd’ worden. Maar eigenlijk wil dat zeggen: opgesloten worden. Zo’n omgekeerde lockdown werkt niet. Het klopt dat er niet veel jongeren zwaar ziek worden van het virus, maar het gebéúrt wel. Er zijn jongeren die in coma hebben gelegen. Er zijn er ook die minder zwaar ziek waren, maar maanden later nog altijd hartritmestoornissen hebben. Zo zijn er steeds meer getuigenissen. Ook bij de vijftigers zijn er heel wat ernstig zieken. Je moet je ook afvragen wat dat – voor die mensen en voor de gezondheidszorg – betekent op een termijn van vier, vijf jaar.”

“We zijn er bovendien zelfs tijdens de lockdown nog niet in geslaagd om de ouderen te beschermen. Hoe zou het dan lukken met een bevolking onder de 60 die volledig vrij contact mag hebben? De virusdruk onder de jongere populatie wordt dan zo groot dat zorgverleners vroeg of laat in elk woon-zorgcentrum het virus wel binnenbrengen. Dat hebben ze meegemaakt in Zweden. Daar zeggen ze dat hun aanpak heeft gewerkt, ware het niet dat er dat schoonheidsfoutje in de woon-zorgcentra was. Je kunt het ook omdraaien en hun probleem in de woonzorgcentra als het gevolg van hun aanpak zien. Het was gewoon te voorspellen. Je kunt de oudere bevolking simpelweg niet volledig isoleren van de jongeren. Crisissen in woon-zorgcentra zijn alleen maar vermeden in landen waar men de viruscirculatie altijd zeer laag heeft gehouden en goed aan contactopvolging heeft gedaan, zoals in Duitsland. Contactopsporing kun je trouwens ook vergeten als de circulatie zo hoog is. Als je ervoor kiest om het virus bij het grootste deel van de bevolking exponentieel te laten stijgen, vaar je eigenlijk blind.”

“Je mag over die aanpak wel praten, maar dan moet je ook heel duidelijk zeggen wat de voor- en de nadelen zijn. Ik denk dat je er dan voor kiest om een heel grote fractie van de oudere populatie ziek te laten worden en ook te laten overlijden. In Amerika hebben sommige Republikeinen zich al laten ontvallen dat ze verwachten dat de oudere generatie zich opoffert voor de economie. Bij ons maakt de politiek een andere keuze, en gaat men voor het ombuigen van de curve. Ieder heeft natuurlijk recht op zijn mening, maar persoonlijk vind ik dat de beste optie.”

De verplichte sluiting van cafés in Brussel heeft ondertussen ook voor een hoop discussie gezorgd. Wat weten we eigenlijk over de rol die cafés spelen bij de verspreiding van het virus?

Molenberghs: “Niet zoveel als we zouden willen. Maar uit de contactopsporing in het Brusselse blijkt toch dat 55 procent van de mensen die men opvolgt zegt op café te zijn geweest, of in een theehuis of aanverwante. Brussel is natuurlijk niet Retie, maar ik kan me wel voorstellen dat het in de grote steden – waar zich ook de meeste gevallen voordoen – inderdaad wel zo is. Met de situatie zoals ze in Brussel is, vond ik het wel verdedigbaar om de cafés te sluiten.”

Het ziet ernaar uit dat we langer met dit virus zullen moeten samenleven dan we aanvankelijk dachten. Durft u al verder te kijken dan de feestdagen? Gaan we een tweede abnormale zomer tegemoet?

Molenberghs: “Dat is moeilijk. Alles hangt ervan af of er tegen die tijd al dan niet een werkend vaccin is ontwikkeld en ook toegepast. Er kunnen natuurlijk ook nog onverwachte dingen gebeuren. Het virus heeft ons al een paar keer flink verrast. Dat antilichamen zo snel verdwijnen hadden we bijvoorbeeld niet helemaal verwacht. Dat wil niet zeggen dat je niet immuun bent, want je B- en T-cellen spelen ook een rol.”

“Ook belangrijk is dat we op lange termijn geen groepsimmuniteit opbouwen. Verkoudheden laten we al tientallen jaren passeren en we zitten er elk jaar opnieuw mee. Vergeet niet: dit virus is van dezelfde familie. Een jaar later komt het terug, hè. Het zou kunnen dat wie het gehad heeft, het volgend jaar niet fel krijgt, maar je kan het wel doorgeven aan de bomma of bompa die het nog niet gehad hebben. Zo eenvoudig is het dus niet.”

“Er kan ook een mutatie optreden, die dominant wordt en veel zwakker is dan de huidige versie van het virus. Dan zitten we in een heel andere situatie. Ook een mogelijkheid is de ontwikkeling van zeer goede antivirale middelen: als we de ziekte niet kunnen voorkomen, kunnen we in dat geval toch een groot deel van de zieken redelijk goed genezen. Ik denk toch dat we vooral op het vaccin zullen moeten rekenen. Veel verder kijken dan Nieuwjaar heeft dus nog weinig zin.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234