Zaterdag 27/02/2021

De nieuwe gekte

Twintigste-eeuws design gaat van de hand 'tot elke prijs'

Het overkomt iedereen weleens: het moment waarop de inboedel van overleden ouders, vrienden of partner getaxeerd en verdeeld moet worden. En wordt dan niet altijd het antiek behouden of geveild, terwijl die witte plastic eightieseetkamerstoelen aan een neefje worden gegeven dat net op kamers is gaan wonen? Hij blij, en u bent ervan af. Oeps. Think again!

door Ivo Weyel

Het zou zomaar kunnen dat die plastic stoelen van de Deense designer Verner Panton zijn en dat het neefje nu een fortuin in huis heeft dat vele malen groter is dan de waarde van dat beeldige Louis XV kastje dat u zo koestert. Want, om het heel scherp te stellen: antiek is uit en vintage is in. Op de meubelmarkt wordt alles wat ouder is dan een eeuw als antiek bestempeld. Daarna heet het eigentijds of modern, en in het beste geval vintage. Dat laatste predikaat wordt gebruikt als het om unieke of originele exemplaren gaat die toe te schrijven zijn aan een bekende ontwerper.

En laat die Verner Panton nu zo'n ontwerper zijn door wie uw neefje ineens schatrijk is geworden en u met dat lullige Louis XV-kastje zit opgescheept. Die stoelen prijken nu op een van 's werelds meest prestigieuze kunst- antiekbeurzen, de Grosvenor House Art & Antiques Fair in Londen, die in de wereld van antiek alleen de Maastrichtse Tefaf in aanzien voor moet laten gaan. Daar worden Brueghels te koop aangeboden en Andy Warhols, beelden van Henry Moore en George III chippendalemeubilair. Het neusje van de zalm, dus. En nu voor het eerst een plastic stoel van Panton uit 1982. Vraagprijs: 30.000 euro.

Duur? Welnee. De kans is groot dat dezelfde stoel over een jaar het dubbele oplevert. Modern design is namelijk hotter than hot, zegt Simon Alderson die in 1996 zijn inmiddels wereldvermaarde designshop Twentytwentyone oprichtte. "Toen raakte ik dit soort meubels aan de straatstenen niet kwijt. Niemand was erin geïnteresseerd." Ook Paul Johnson van de notoire New Yorkse galerie Phurniture kan erover meepraten: "Voor het jaar 2000 waren dit soort objecten min of meer van nul en generlei waarde. Ik kocht ze puur uit hobby. Daarna begon het ineens uit de hand te lopen." In 2003 verkocht hij een seventieskastje van Paul Evans voor 9.000 dollar. Johnson kon zijn geluk niet op.

Toch was het beter geweest als hij het nog even in zijn bezit had gehouden; in december 2005 bracht hetzelfde meubel op een veiling 60.000 dollar op.

Nog maar eens dezelfde vraag: duur? Nee nee. Echt niet. De lijst van onlangs geveilde of te koop aangeboden eigentijdse vintage meubelen levert namelijk opmerkelijke bedragen op. Een willekeurige greep: een paar stoelen in de vorm van schapen van het designduo François-Xavier en Claude Lalanne uit de jaren zeventig werd afgelopen december bij Christie's afgehamerd op 398.000 dollar. Een lage tafel van Eileen Gray uit de jaren vijftig: 300.000 euro. Een stoel van Armand-Albert Rateau uit de jaren twintig: 700.000 euro. Een houten bureautje dat kunstenaar/designer Donald Judd in 1978 voor de kinderkamer van zijn zoon in elkaar zette: 450.000 dollar. Een roomdivider van Pierre Székely uit de jaren vijftig: 350.000 dollar (gekocht door modeontwerpster Donna Karan). Een tafel van Isamu Noguchi (Model IN-62) op een veiling bij Sotheby's: 986.000 euro, bijna het dubbele van de geschatte opbrengst. En als klap op de vuurpijl: een tafel uit 1948 van Carlo Mollino: 3,8 miljoen dollar.

En wees nou eerlijk: klinkt ook maar één naam van deze designers u bekend in de oren? Waarschijnlijk niet. Ze zijn eigenlijk alleen bekend bij de liefhebbers, de cognoscenti van het moderne design. Misschien dat de Barcelonastoel van Ludwig Mies van der Rohe wel een belletje doet rinkelen. Er zijn daarvan namelijk miljoenen exemplaren verkocht sinds het patent door Knoll International werd gekocht. Maar er bestaan er maar twaalf originele van, die Mies van de Rohe voor de Barcelona Expo in 1929 ontwierp. Geschatte waarde per stuk: 150.000 euro. Mocht u erover denken er een aan te schaffen: jammer, maar helaas. Ze zijn alle twaalf reeds door musea over de hele wereld voor uw neus weggekaapt. Dat is spijtig, want het zou een goede investering zijn geweest. Beter dan welke aandelen op de beurs dan ook. Twee voorbeelden: een kamerscherm van Edgard Brandt (1924) werd in 2000 verkocht voor 1,4 miljoen euro. Dit jaar werd het bij het Franse veilinghuis Camard & Associés afgehamerd op ruim een miljoen euro meer. En dan de zes eetkamerstoelen van Eileen Gray. Leuke stoelen, daar niet van, zes identieke stuks uit de art-décoperiode. Zij brachten tien jaar geleden 200.000 euro per stuk op. Toen een ongekend en absoluut topbedrag. Dit jaar verkocht Camard ze voor 1,75 miljoen euro per stuk. Vertelt Jean-Marcel Camard van het gelijknamige veilinghuis: "Bieders rolden over elkaar heen. En zij die er uiteindelijk naast grepen, hingen de volgende dag aan de telefoon met de vraag of ik de nieuwe bezitters zou willen vragen ze alsjeblieft aan hen door te verkopen. Tegen elke prijs!"

De vraag waarom de waarde van eigentijds meubilair de laatste jaren zo'n enorme vlucht heeft genomen, is niet zo gemakkelijk te beantwoorden. Het is een combinatie van verschillende factoren. Een niet onbelangrijke rol hierin spelen de media. Internationale gezaghebbende woon- en designtijdschriften als Elle Deco, Blueprint, Wallpaper, Architectural Digest begonnen zo'n tien jaar geleden met het oprakelen van design uit de twintigste eeuw. Het zogenaamde retrogevoel werd erdoor aangewakkerd. Hun doelgroep: jonge designliefhebbers. Deze zijn niet zozeer geïnteresseerd in antiek, als wel in het fenomeen design, dat per definitie onlosmakelijk is verbonden met de naam van de ontwerper. Antiek is anoniem, design juist niet. Heldenverering is deze groep dan ook niet vreemd. De faam van ontwerpers als Eileen Gray, Verner Panton, Isamu Noguchi, Jean-Michel Frank, Ludwig Mies van der Rohe, Ettore Sottsass, Joe Colombo, Charles en Ray Eames (om er maar een paar te noemen), steeg hiermee tot ongekende hoogte. Tegelijkertijd begonnen interieurfirma's als Conran, Vitra en Knoll deze 'moderne klassiekers' in massaproductie te nemen waardoor bijvoorbeeld de Lounge Chair (1956) van het echtpaar Eames en de Barcelonastoel van Van der Rohe tot ware stijliconen uitgroeiden. Geen verantwoord interieur kon nog zonder. Ook uitgevers hapten toe en gaven massaal boeken uit over dit onderwerp. De Duitse uitgeverij Taschen haalt er miljoenenomzetten mee. Net als Phaidon, dat in het vuistdikke boek Design Classics de - volgens hen - 999 beste designs van de vorige eeuw belicht. Waaronder stoelen en tafels van Marcel Breuer, Castiglioni, Panton en Saarinen.

Door al deze voorbeelden laaide de liefde voor dit soort meubels op en kon de hang naar het origineel natuurlijk niet uitblijven. Zolders werden afgestruind. Kelders leeggehaald. Veilinghuizen zagen er ineens brood in. Gerenommeerde antiekbeurzen verlaagden hun 'antiekgrens' en lieten voor het eerst meubels toe uit de twintigste eeuw. De laatste lichting babyboomers - en hun kinderen -, toch al een generatie die verslaafd is geraakt aan voortdurend veranderende trends, duikt er fanatiek op. Het ene jaar zijn de sixties gewild, dan weer de jaren veertig, vervolgens de houten ontwerpen van Scandinaviërs als Arne Jacobsen, Eero Saarinen en Hans Wegner (die, volgens president Kennedy, de enige stoel maakte waar hij zonder rugklachten in kon zitten). Momenteel lijkt de hang zo groot dat er steeds weer nieuwe ontwerpers worden opgediept uit de krochten van de meubelopslag. De vraag ernaar is bodemloos. Zo groot zelfs dat nu ook moderne kunstbeurzen en beroemde kunstgalerieën zich op dit fenomeen storten. Nog nooit keurden zij meubilair ook maar een blik waardig, maar nu is het hek van de dam. Art Basel, een van de belangrijkste moderne kunstbeurzen van dit moment, en zijn Amerikaanse tegenhanger Art Basel Miami ruimen steeds meer plaats in voor vintage uit de twintigste eeuw. Men deed er afgelopen juni uitstekende zaken. Een tafel van Carlo Mollino: 150.000 euro. Houten roomdivider van Joaquim Tenreiro: 135.000 euro. Lamp van Jeff Zimmerman: 40.000 euro. Wereldberoemde en trendsettende kunstgalerieën als Sonnabend Gallery en Gagosian uit New York laten kunst af en toe voor wat het is en organiseren meubelexposities van Poul Kjaerholm, Le Corbusier en Maria Pergay. Gagosian organiseert dit najaar zelfs een tentoonstelling van de nog levende eenentwintigste eeuwse designer Marc Newson, waarbij nu al door de galerie wordt meegedeeld dat sommige van zijn ontwerpen een prijskaartje van twee miljoen dollar zullen krijgen.

Het lijkt erop dat elke kruk van Pastoe of ieder bijzettafeltje van Sottsass al een goede investering is. (Want - hoe oneerbiedig het ook moge klinken -, daar gaat het bij deze hype in eerste instantie toch om: niet zozeer de echte liefde voor het object als wel de financiële gekte die het teweegbrengt). Toch is dat niet waar. Er zijn een paar belangrijke richtlijnen waarop gelet moet worden bij de aanschaf van een eigentijdse klassieker. Ten eerste moet het een echte vintage original zijn, dus geen replica of een later in productie genomen, fabrieksmatige versie. Die zijn namelijk van nul en generlei waarde. Ten tweede is de herkomst belangrijk, de zogenaamde stamboom van het meubel: waar is het gemaakt, waar komt het vandaan, waar is het al die jaren geweest? Zo was bij de eerder genoemde Model IN-62 tafel van Noguchi bekend dat de huidige bezitters hem direct van Herman Miller hadden gekocht (met de papieren om het te bewijzen), de toenmalige producent van de prototypes. Natuurlijk telt ook het gewicht van de designer mee; een Rietveld scoort hoger dan een Paul Sumi (Paul wie?). Plus natuurlijk het aantal dat ervan bestaat: hoe minder hoe beter. Ten slotte moet men goed in de gaten houden wat er gebeurt op het vlak van exposities of boekuitgaven. De wereld van het moderne design is, zoals gezegd, uitermate onderhevig aan trends. Organiseert een vooraanstaand museum een expositie van een bepaald ontwerper, kun je er donder op zeggen dat de prijzen voor zijn meubels op veilingen ineens sky high gaan.

Ten slotte een tip. Er zijn slimmeriken die momenteel dit soort hypes voor proberen te zijn. Waarom wachten tot een bepaalde stoel beroemd is geworden om dan de hoofdprijs te betalen, en niet van tevoren al toeslaan? Vandaar dat zich nu de idiote situatie voordoet dat er voor het werk van jonge, veelbelovende ontwerpers al op voorhand exorbitante bedragen worden betaald. Voor een tafel van Jeroen Verhoeven, een nog maar net afgestudeerd Nederlands talent, is onlangs 68.000 dollar betaald. En de bekende rookstoel van Maarten Baas is voor 25.000 dollar van eigenaar gewisseld. Ook topstukken - of beter: waarvan men verwacht dat het ooit topstukken gaan worden - van designers als Ron Arad, Tom Dixon en Marc Newson brengen de laatste tijd goud op. Dit fenomeen heeft weer iets anders in werk gezet: fabrikanten die nieuwe meubels in limited editions op de markt brengen, voorzien van certificaten van echtheid en handtekening van de designer. Zelfs Simon Alderson van galerie Twentytwentyone, die er nu toch een dikke boterham aan verdient, vindt het "alarming" hoe snel iemands werk een verzamelobject wordt: "Verzamelaars struinen al op de designacademies de boel af op zoek naar toekomstige topstukken, en fabrikanten brengen gelimiteerde en gesigneerde edities van eetkamerstoelen op de markt, treating them like fine art."

De kans is groot dat dit soort op voorhand gehypete prototypes hun waarde niet zullen kunnen waarmaken. Dus maar niet aan me doen. Bedenk ook bij dit hele verhaal dat modern design - hoe ridicuul hoog de prijzen nu ook zijn - nog lang niet het prijsniveau benadert van het duurste antieke meubelstuk ooit: in december 2004 betaalde prins Hans-Adam II van Liechtenstein bij Christie's niet minder dan 27.463.250, euro voor een 18de-eeuws kabinet. In 1990 werd ditzelfde meubel nog voor 'slechts' 12.000.000 euro verkocht. Zegt Alderson: "Modern classics still have a long way to go." n

'In 2000 waren ze van nul en generlei waarde. Daarna begon het explosief uit de hand te lopen'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234