Maandag 21/06/2021

De nieuwe dramaturgie van de Tour

'Een dramatische rit', dat was de unisone conclusie bij alle toppers uit het Tourpeloton na een rit vol valpartijen, opgaven en aanrijdingen. Daar houdt de eensgezindheid op. Iedereen heeft zijn eigen lezing van de vreselijke feiten. Of beter: elke nationale groep. En dat is niet nieuw. Elk jaar zijn er valpartijen, opgaven, is er heroïek, tragiek en dramatiek in de Ronde van Frankrijk. Iedereen herinnert dat anders. Namelijk: zoals hem dat best uitkomt.

Op 11 juli herdenkt Vlaanderen zijn Guldensporenslag, een historische gebeurtenis waarover historici blijven discussiëren over de juist draagwijdte, en de vraag of het eigenlijk een overwinning of een uitgestelde nederlaag was voor de Vlamingen. In de Ronde van Frankrijk is 11 juli dit jaar een rustdag, tevens een dag dat het peloton de wonden likte, de herinneringen een plaats geeft. En dat herdenken van wat gebeurd is, kleurt elkeen anders in. Neem alleen de kranten. In België waren de breuken en de opgave van Jurgen Van den Broeck voorpaginanieuws. In Frankrijk was Van den Broeck een randverhaal: L'Equipe besteedde pagina's als l'héro Thomas Voeckler, die geel veroverde. De Nederlandse situatie viel slechts te vatten in de kaartterm 'abondance' - overvloed: zoomde men in op het stille lijden van Robert Gesink, of gaf men ruim plaats aan het spectaculaire ongeval van Johnny Hoogerland?

De drama's van de Tour dragen ook bij tot de romantiek. En net zoals in de romantische traditie van de literatuur ruim plaats wordt gemaakt voor grote passies en intense smarten (én voor ongeremde liefde voor het vaderland, hier liggen ook de kiemen van de nationalistische koorts), zo staat in de Tour de France elke pakkende gebeurtenis in dienst van het vertoog dat men zijn publiek kwijt wil.

Een legende zou als volgt kunnen ontstaan. Jurgen Van den Broeck, vorig jaar vijfde in de Tour en sindsdien alsmaar beter geworden, stond op het punt nog beter te doen. Hij had tot dusver nog geen fout gemaakt, hij reed voortdurend vooraan mee, attent en soepel, het was een kwestie van tijd of we zouden weten of hij zou bevestigen (weer vijfde worden, dat was eigenlijk het minimale wat verwacht werd) of zou verbeteren (en dan dacht men alleen aan het podium). Helaas, oh gruwel, in de eerste bergrit vond er een onverwachte valpartij plaats, nog wel voorin het peloton, en een fractie van een seconde later spatte de droom van Van den Broeck uiteen, een nachtmerrie waarde rond.

Dat klinkt als een boos sprookje. Maar geen erg: zoals alle sprookjes is ook dit niet waar, en het product van hardnekkige volkslegenden. Vorig jaar was Jurgen Van den Broeck inderdaad vijfde in de Tour de France. Mogen we het geheugen even opfrissen: op de kasseienrit in Noord-Frankrijk, in het begin van de Tour, viel Fränk Schleck uit met een sleutelbeenbreuk, en tijdens de eerste zware Alpenetappe naar Morzine-Avoriaz werd gele trui Cadel Evans slachtoffer van een valpartij: hij moest door met een barst in het schouderblad. Twee jammerlijke gevallen, al vond het Belgische en/of Vlaamse publiek vooral de pech van Evans allesbehalve spijtig. Er was nog medelijden met het uit elkaar gerukte broederpaar toen Fränk Schleck zo ruw ten val kwam - zo vroeg in de Tour van 2010 was de vijfde plaats eigenlijk nog geen issue (toen was het al vermetel om publiek te mikken op 'top tien'. Een dikke week later, toen Van den Broeck hoog bleef staan, was het dat wel. En toen Cadel Evans op zijn noodlot stuitte, reageerde het land niet bepaald meelevend of compassievol, maar eerder met enige perverse zakelijkheid: 'Evans gevallen? Dat hebben we dan genoteerd'.

Zo is de Tour de France: op een paar supertalenten als Alberto Contador en Andy Schleck na, raken de meeste andere klassementrijders maar hoog als de concurrentie om diverse redenen lager eindigt. En de meest frequente manier in het wielrennen om diep te vallen, is tot tegen het asfalt te kwakken.

Deze Tour vond tot nu toe trouwens net dezelfde selectie plaats, ook in het hoofd van de staf van Omega Pharma-Lotto. De ploegleiding van Van den Broeck besefte dat er zeker vijf renners zijn met intrinsiek meer talent dan hun eigen kopman: Contador, de Schlecks, en mogelijk Cadel Evans, Andreas Klöden en Ivan Basso, al kan het dat het laatste trio te oud is. Na hen volgt een peloton van een man of tien (met inderdaad Jurgen Van den Broeck, Samuel Sanchez, Robert Gesink, Bradley Wiggins, Ryder Hesjedal, Levi Leipheimer, Janez Brajkovic en nog wat anderen) die allen toptienpotentie hebben. Bij Lotto hield men de voorbije dagen bij wie 'uitviel' (letterlijk dus), en men had uit de voorlopige rangschikking van de 'op-de-fiets-blijvers' afgeleid dat Van den Broeck zich op een virtuele vijfde plaats bevond. Men kan dat cynisch noemen maar ook realistisch: het inschatten van de posities van de tegenstand. Maar het is niet dat in het peloton elke valpartij tot tranen leidt.

Gebogen achterwiel

Ook niet bij het publiek. Valpartijen van de eigen kampioenen heugt men zich nog lang. Lucien Van Impe die, alleen voorop op Alpe d'Huez in 1977, langs achter aangereden wordt door (toen al) een wagen die daar eigenlijk niet moest zijn, en terwijl hij zwaaiend met zijn gebogen wiel wacht op depannage, ziet hoe eerst Hennie Kuiper, vervolgens Bernard Thévenet hem voorbij fietst. Dat Van Impe op dat moment op het punt stond ingelopen te worden (vandaar dat zijn ploegleider niet vlak achter hem zat, maar aan de kant was moeten gaan staan: de achtervolgers waren te dicht genaderd) is dan weer gewist uit het collectieve geheugen.

Soms wordt de geschiedenis ook gewoon verdraaid. Neem de dramatische Tour de France van 1971. Volgens de Vlaamse overlevering werd Merckx daar door Ocaña uit de gele trui gefietst toen hij op de Alpenklim naar Orcières-Merlette een fameuze inzinking kreeg, 'onze Eddy' vocht echter terug met de moed der wanhoop: hij viel aan in de eerstvolgende vlakke etappe (naar Marseille), hij klauwde terug in de tijdrit (te Albi) en nu zou hij de Spanjaard ook de in bergen bestoken. De Pyreneeënrit over onder meer de col de Mente vatte dus aan in een broeierige sfeer, en alsof de natuur de gespannen sportieve strijd wilde accentueren, barstte er een geweldig onweer los in de beklimming van de col. In een gordijn van regen en over spekgladde wegen dook Merckx naar beneden. Ocaña achter hem aan. Merckx, een uitstekend en zelfs roekeloos daler, probeert uit te lopen; Ocaña, een beperkt daler want een renner met weinig stuurmanskunst, overtreft zichzelf in de achtervolging. Een linke bocht: Merckx valt. Over de gevallen Merckx knalt Ocaña tegen de grond. Merckx staat op, als Ocaña recht wil krabbelen, vliegt Zoetemelk tegen hem aan. Ocaña gaat knock-out en moet - in het geel - de strijd staken. Merckx is niet blij zo op voorsprong te zijn gekomen en weigert aan de aankomst in Bagnères-de-Luchon de nieuwe gele trui te omgorden.

De Belgische pers vindt dat vanzelfsprekend een 'chique geste' van Merckx, maar is zelf weinig mededogend met Ocaña. Integendeel, de Spanjaard wordt weggehoond: het lag nu eenmaal niet in zijn talent om Merckx bij te houden, door dat te proberen, heeft hij zijn eigen kunnen overtroffen, en was het dus niet eens verwonderlijk dat hij viel. Een ontketende Merckx volgen in de afdaling: het idee alleen al is een getuigenis van hybris. En de oude Grieken wisten al: wie in zijn overmoed de goden uitdaagt, veroorzaakt zijn eigen val. Het werd net niet letterlijk neergeschreven, maar wel hardop gedacht: de val van Ocaña was terecht.

Zo'n uitleg verzint men nooit bij eigen renners. Men hoorde zondag bij Omega Pharma-Lotto niet zeggen dat de kop van het peloton te snel ging in de fatale afdaling - nochtans, zei Saxomanager Bjarne Riis, was dat wel wat zijn renners hem nadien vertelden: dat de mannen van Garmin (die de gele trui van Hushovd verdedigden) gek waren om in die afzink zo snel te jagen achter te vluchters, met nog zo veel kilometers te rijden. Lotto deed niet mee aan die jacht maar remde ze ook niet af: men hield zich staande op de eerste rij, en hield dus mee het tempo hoog. Te hoog.

En terwijl de romantische invulling van het Tourdrama een nuchtere afweging van het ongeluk van de eigen vedette vaak in de weg staat, slagen buitenlanders er dan soms wel in (voor zo ver het niet over 'hun' vedetten gaat, natuurlijk). In de Tour van 1983 viel gele trui Pascal Simon in een vlakke etappe, met een pijnlijke barst in het schouderblad tot gevolg. Le martyr (de martelaar), huilen de Franse bladen, en een week lang zoomen ze in op elke zucht, elke traan, iedere grimas van Simon. Als Simon toch opgeeft, zou het land aan de rand van een collectieve depressie hebben gestaan, ware het niet dat zijn jonge landgenoot Laurent Fignon de trui overneemt. De een valt, de ander klimt; het is van alle tijden.

Ook nu. Bjarne Riis en zijn kopman Alberto Contador waren niet betrokken bij de valpartijen, dus zij konden rustig analyseren waarom zo veel renners tegen de grond gingen. Wel, legden ze uit, omdat de Tourorganisatie een parcours met één doel voor ogen bouwt: suspense, en die spanning moet zo lang mogelijk aangehouden worden. Dus zijn er vooraf geen tijdritten meer, zelfs geen proloog. Die zorgen voor een vroege selectie, dus dat er al snel wat minder spanning overblijft. Wat betekent dat alle ploegen nog altijd denken hun kans te gaan. En als dan nog eens de ene na de andere vlakke etappe eindigt op een nijdige klim, dan willen in die ritten én alle sprintersploegen én alle klassementsploegen vooraan rijden. Riis: "Het probleem is niet dat de wegen te smal zijn, wel dat er te veel renners tegelijk vooraan willen zitten. Daarvoor zijn de wegen niet breed genoeg."

Kronkelige buik van Frankrijk

En dan krijgt men een passage door het Centraal Massief met verwoestende gevolgen. Ditmaal ligt dat Centraal Massief namelijk niet tussen of na Alpen en Pyreneeën, maar ervoor: dus een heel peloton, zonder enige selectie, wordt de kronkelige buik van Frankrijk ingejaagd. Dan volgt vanzelf wel een natuurlijke selectie. En die is nu eenmaal ruw en hardvochtig, en niet alleen in documentaires van 'National Geographic' is.

De parcoursbouwers van de Tour de France of andere grote rittenkoersen zijn dus langer hoe meer de echte dramaturgen van het spektakel. Dit jaar staat de eerste Alpen- of Pyreneeënetappe pas de twaalfde dag rit ingepland. De laatste twintig jaar is dat nog maar één keer gebeurd, meestal gaan de renners tussen de zevende of ten laatste de tien etappe het hooggebergte in. Nu niet: uitgestelde selectie, met het oog op ultieme spanning. In zekere zin zorgden ook de slachtoffers van de eerste week voor een aparte kick.

De een valt, de ander klimt

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234