Vrijdag 07/10/2022

De negen levens van Tina Modotti

Is het een speling van het lot dat vrouwelijke kunstenaars eerder om hun knappe verschijning dan om de kwaliteit van hun werk worden gewaardeerd? Het overkwam twee belangrijke fotografen die toevallig ook zowat de mooiste vrouwen van hun tijd waren. Lee Miller (1907-1977) en Tina Modotti (1896-1942) danken hun relatieve bekendheid vooral aan de mannen die hun leven deelden - Man Ray ontdekte Miller, Modotti trok op met Edward Weston. De vrouwen waren hun model, minnares en leerlinge. De geschiedenis heeft Tina en Lee een voornaam gegeven en een plaatsje op de tweede rij toegewezen: in de schaduw, onder de hoede en tussen de lakens van de jongens die wél beroemd mochten worden.

M isschien is het genre van de populaire, geromantiseerde biografie hen wel op het vege lijf geschreven. In 1993 ondernam Marc Lambron een poging om het levensverhaal van Lee Miller op te tekenen, maar zijn roman L'oeil du silence, die de Prix Fémina kreeg, was vooral het slome relaas van Millers tocht door het verwoeste Europa in het kielzog van het Amerikaanse leger anno 1944. Elena Poniatowska (°1933), een van de invloedrijkse auteurs uit Mexico, schreef een jaar eerder de biografische roman Tinisima over het rebelse leven van Tina Modotti. Van het toegankelijke, meeslepende boek verscheen ook een Engelse versie. Deze ietwat ingekorte tekst werd onlangs in het Nederlands vertaald: vierhonderd onderhoudende bladzijden zijn het, klaar om verfilmd te worden. Dat is geen toeval. Tinisima zou een bioscoopfilm worden, maar het project liep spaak. Ooit komt het er wel van: ligt zelfs Madonna niet op vinkenslag om een film lang in de zachte huid te kruipen van de Italiaanse migrante die achtereenvolgens actrice, fotografe en communistische militante werd?

Tinisima begint dan ook als een film, midden in de actie. Julio Antonio Mella, revolutionair uit Cuba en Modotti's minnaar, is door een onbekende neergeschoten. Shot van Tina bij de deur van de operatiezaal in de Rode-Kruispost. Even later zoomt de camera in op de betraande ogen van de fotografe die de lens van haar toestel op de dode Mella richt en scherpstelt. Het portret duikt wat verder in het boek op; de vijfendertig hoofdstukken worden ingeleid door kleine en niet altijd zorgvuldig afgedrukte foto's van Modotti of Weston. Ze geven de tekst diepte en doen naar meer verlangen.

Filmisch zijn ook de trucs uit Poniatowska's biografische toverdoos. Na de passage met Mella uit 1929 krijgen we het min of meer chronologische relaas van Tina's leven: van de bohème in Los Angeles en de Mexicaanse jaren met Weston belandt de vrouw, die intussen een volgzame communiste is geworden, in Berlijn, Moskou en het inferno van de Spaanse burgeroorlog. De liefdevolle brieven die Modotti naar Weston blijft sturen, zorgen voor een rode draad van flashbacks. Ook het lichaam van de zinnelijke Tina, die in de jaren twintig "de aantrekkelijkste vrouw van heel Mexico, de verleidelijkste" moet geweest zijn, is een tema con variazioni dat door Poniatowska vaak virtuoos en met een groot inlevingsvermogen wordt uitgevoerd, al laat de schrijfster zich vooral in de eerste hoofdstukken wel eens verleiden tot melige passages met een hoog Flair-gehalte: "Als hij in haar was, werd ze overweldigd door een bijna ondraaglijk genot, de lucht om hen heen werd met iedere ademtocht onder stoom gezet, opgeladen met een mysterieuze impuls als ze tot hoogten stegen waarnaar ze niet bewust hadden gereikt." Het is niet makkelijk om begeerte in woorden te vatten zonder lachkramp of ander ongemak; toch blijft het boek overeind.

De biografe kruipt wel eens in de huid van haar studieobject, en daar is het goed toeven. Ze heeft ook Modotti's lichaam 'gedacht' als een film waarin close-ups en trage travellings elkaar opvolgen. Hoe de vrouw voor de rechtbank getuigenis aflegt over de moord op Mella, bijvoorbeeld: ze praat met haar handen, likt langs haar lippen "en de mannen staren naar haar mondhoeken, haar roze tong, haar wangen die kleuren in het vuur van het verhoor, de strengen haar die losraken uit haar knot."

De foto's die Weston op het dakterras van hun huis in Tacubaya maakte, worden in de kranten te grabbel gegooid: "het zijn niet zozeer haar borsten die voor opschudding zorgen, maar eerder die dichte bos, die donkere driehoek waarachter de grootste hekserij van de wereld schuilgaat. Heeft iemand ooit eerder dergelijk schaamhaar gezien?" De soap in de krant loopt als een trein, de oplage stijgt.

Bij het ontwikkelen van de legendarische foto met de aronskelken had Modotti het gevoel dat ze aan het bevallen was - van de begeerte van het lichaam naar de fotografie is voor Tinisima slechts een kleine stap, en zo krijgt Modotti's artistieke werk zijn plaats in een menselijk en herkenbaar verhaal. We vernemen dat de beroemde typemachine aan Mella heeft toebehoord; de tekst op het papier is een citaat van Leo Trotski. Op de markt koopt Weston de poppetjes die in zijn foto's zullen opduiken; even later gaat hij op de tegelvloer van de badkamer liggen om de wc-pot te bestuderen. Het is voor Poniatowska een mooie gelegenheid om nog een citaat uit zijn dagboek op te diepen: "Ik heb onze wc gefotografeerd, dat glanzend geëmailleerde vat van buitengewone schoonheid... Nooit hebben de Grieken een betekenisvoller hoogtepunt van hun cultuur bereikt."

Een half leven later tracht zijn vroegere geliefde in Berlijn foto's te maken, maar het lukt niet. Het dikke Duitse echtpaar in de dierentuin, ja, maar het gezelschap op die foto stond lang genoeg stil om rustig scherp te stellen. In de grote stad gaat alles te snel, zijn er al beelden genoeg. Wat kan Modotti anders doen dan lange brieven schrijven aan haar 'lieve Edward'? "Ik weet dat er op straat fantastisch materiaal in overvloed te vinden is (...) Tegen de tijd dat ik de compositie of de expressie voor elkaar heb, is het beeld verdwenen."

Zo lang zij fotografeert, zal hij haar toetssteen zijn: Edward Weston, "de man die in vervoering kon raken over een gevlochten mand" en sprakeloos staarde naar het witte dons in het hartje van de artisjok. "Vanaf het moment dat hij zijn ogen opende, was Weston op zoek naar schoonheid. Hij begroette de hemel vanaf het dak, richtte zich op de transparante lucht, de warmte van het licht, de wolken: dat was zijn credo. De rest was allemaal retoriek." Driehonderd bladzijden verderop zijn Westons wolken er weer. Ze drijven boven het terras van het dakappartement waar Tina en haar laatste minnaar, de beroepsrevolutionair Vittorio Vidali, hun wonden likken na het Spaanse debacle. Weston begreep het niet, de 'zinloze uitputting' van het werken voor de Partij, de toewijding aan een zaak die niet de zijne was. Communisten waren mensen die dachten dat ze het recht hadden zich met andermans leven te bemoeien, zo simpel is dat. Hun engagement benauwde hem net zo erg als de roekeloosheid van de Mexicaanse taxichauffeurs.

De vrouw die hij had bemind kwam terecht tussen lieden die kleren droegen alsof ze een vijfjarenplan realiseren; hun schoenen en jassen moesten duurzaam zijn en niet te snel vuil worden. Wanneer Tina op het partijsecretariaat verschijnt met een uitbundige bloem in het haar, vraagt een militante haar of ze in een trio gaat zingen. Westons nieuwste opnamen van paprika's en schelpen doen haar nog even de ellende vergeten, maar de partij heeft documentaire beelden nodig, foto's die "een klap in het gezicht van het burgerlijke geweten" zijn. Modotti gaat voor de krant El Machete werken en verliest zich in de strijd voor een betere wereld. "Ik kan mezelf de luxe van mijn verdriet niet permitteren. Ik weet heel goed dat dit niet de juiste tijd voor tranen is (...) ik leef in een andere wereld."

Ook de andere wereld van de kritiekloze volgelinge van Stalin en agente van de KP wordt door haar biografe met veel empathie in beeld gebracht. De frêle vrouw die vriend en vijand verrast met een frase als "ik ben ervan overtuigd dat de uitspraak 'de Partij heeft altijd gelijk' correct en noodzakelijk is", belandt aan het front in Spanje. We zijn getuige van de vertwijfeling die woedt in het republikeinse kamp én in de dichtgeschroefde keel van de activiste die ook nog door haar minnaar wordt bedrogen. "De nederlaag is traag, zo traag." Ook Poniatowska's Spaanse relaas is zo lang en uitzichtloos dat we de beklemming haast kunnen ruiken. In Technicolor, maar dat mag. Onderwijl, onderweg van Westons zonnige terras naar de laatste snik in de taxi die Modotti naar het ziekenhuis van Mexico-stad voert, maken we kennis met de fauna aan bekende figuren die haar pad heeft gekruist: de schilder Diego Rivera, Sandino, Eisenstein, Frida Kahlo, La Pasionaria, Robert Capa en Gerda Taro, Octavio Paz, Pablo Neruda, die een vers voor haar grafsteen schrijft, de fotograaf Manuel Alvarez Bravo...

Tien jaar lang heeft La Poniatowska aan haar boek gewerkt. Bij vrijwel iedereen die Modotti gekend heeft en nog in leven is, kwam ze over de vloer. De Robespierre-achtige revolutionair Vittorio Vidali heeft de schrijfster in Triëst een week lang zijn leven verteld. Al op de eerste bladzijde van Tinisima komt de man in beeld; hij heet dan nog Enea Sormenti. Tweehonderd pagina's stroomopwaarts laat de biografe hem eindelijk Vidali worden. Hij was de laatste levensgezel van de vrouw die in slechte Hollywoodfilms acteerde en een groot fotografe werd, maar altijd een redeloos, verloren meiske bleef dat tussen de raderen van de geschiedenis werd fijngemalen.

Poniatowska's meeslepende roman is inderdaad het mooiste eerbetoon dat haar kon overkomen. Nu de film nog, en misschien krijgen we daarna zelfs ooit nog een fraai retrospectief van Modotti's foto's te zien. God en Stalin zijn dood, maar de wonderen zijn de wereld niet uit.

Eric Min

Elena Poniatowska (vertaald door Kathleen Rutten), Tinisima, De Geus/Epo, Breda/Antwerpen, 427 p., 998 frank.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234