Maandag 30/11/2020

De negen levens van de schilderkunst

In het Museum van Elsene is werk van veertig schilders en schilderessen samengebracht onder de noemer Fading, een begrip met meer dan één betekenis. Curator Sven Vanderstichelen deed een ruime greep uit de ‘middengeneratie’ Belgische schilders: geen Raoul De Keyser noch Roger Raveel, maar ook geen debutanten. door Eric Rinckhout

Fading gaat over de invloed van de fotografie op de schilderkunst. ‘Ik heb kunstenaars geselecteerd die zich baseren op secundaire bronnen als foto en film’, zegt Vanderstichelen. ‘Ze bouwen er een nieuwe, eigen realiteit mee op.’

In Fading zie je het verdwijnpunt van de schilderkunst. In sommige werken vervagen vorm en kleur tot er alleen nog een schim overblijft. De nulgraad van het schilderen, zeg maar. In andere schilderijen is het dan weer de betekenis die vervaagt, het verhaal dat samengepuzzeld moet worden of de werkelijkheid die onpeilbaar wordt. Sommige kunstenaars wissen gezichten uit, bij anderen keert het model de toeschouwer de rug toe. Nog anderen schilderen geen verdwijnende maar een verhevigde werkelijkheid. Maar altijd stelt de kunstenaar de werkelijkheid ter discussieEén conclusie kan meteen getrokken worden: het gaat zeer goed met de Belgische schilderkunst. Wie zei ook weer dat de schilderkunst dood was? Fading is een imposante tentoonstelling die veel kwaliteit en diversiteit biedt en waar bovendien enkele opvallende ontdekkingen gedaan kunnen worden. Behalve grote namen als Luc Tuymans, Michaël Borremans en Jan Vanriet zijn er schilders te zien die te vaak en ten onrechte in de schaduw blijven, zoals Bert De Beul, Guy Van Bossche, Marc Vanderleenen en Hugo Heyrman. Er zijn jongere schilders aanwezig die al internationaal zijn doorgebroken, zoals Koen van den Broek en Cindy Wright. En er hangt uitstekend werk van Jan Van Imschoot, Ronny Delrue, Virginie Bailly, Maryam Najd en Robert Devriendt.Het is al een hele tijd geleden dat er nog zo’n groot overzicht van recente Belgische schilderkunst geboden werd. Het gaat om veertig kunstenaars die met twee, soms drie werken vertegenwoordigd zijn. Alleen al om die reden is Fading een bezoek overwaard. De jonge curator Sven Vanderstichelen is er bovendien in geslaagd om die brede waaier van schilders, stijlen en kleuren op een strakke manier te ensceneren. Hij verfde eigenhandig de wanden van het museum in Elsene spierwit en stelde, samen met scenograaf Marc Godts, op de begane grond een reeks tussenschotten op die de ruimte strak verdelen, op zo’n manier dat elk schilderij op zich voldoende ruimte krijgt en de kijker van op verschillende plekken steeds wisselende perspectieven krijgt. Zo ontstaan er nieuwe samenhangen en contrasten.Voorts bracht hij werken samen in kleinere, zinvolle ensembles op de begane grond. De mezzanine, waar hij de landschappen ophangt, biedt dan weer fraaie uitzichten over het grootste deel van de op het gelijkvloers tentoongestelde werken.Ook zijn tentoonstellingsconcept getuigt van een strakke, duidelijke aanpak. “Ik trek me niets aan van politiek”, zegt Vanderstichelen. “Of van wat de Vlaamse musea doen. Ik trek me ook niets aan van ingesleten concepten als ‘de grijze Antwerpse school’ en ik heb die schilders ook niet samengehangen. Ik heb geprobeerd er een tentoonstelling met Belgischekunstenaars van te maken, hoewel er onvermijdelijk een overwicht is van Vlaamse schilders. En ik heb het op neutraal terrein willen doen, niet in Antwerpen, niet in Gent. Dit museum in Brussel is daarvoor ideaal.”

Invloed van fotografie

Vanderstichelen heeft jaren gewerkt aan deze tentoonstelling. Hij bezocht galeries en kunstbeurzen, consulteerde websites en bezocht, niet in de laatste plaats, de ateliers van de kunstenaars. Het is uit de vele gesprekken met de kunstenaars dat het idee voortkwam om te werken rond de invloed van fotografie. “Alle kunstenaars die ik heb samengebracht baseren zich op secundaire bronnen: foto’s en films, websites en de virtuele realiteit of afbeeldingen die ze aantreffen in magazines.”De fotografie is natuurlijk al langer een concurrent van de schilderkunst. Al sinds de negentiende eeuw zijn schilders bezig met het zoeken van strategieën en het formuleren van antwoorden, want de pure registratie van de werkelijkheid werd hen door de fotografie uit handen geslagen. Maar tegelijk was de komst van de fotografie een bevrijding voor de schilder: we hebben er het impressionisme en kubisme, de abstractie, de actionpainting en het hyperrealisme aan te danken.“Alle kunstenaars in de tentoonstelling bouwen een eigen, nieuwe realiteit op”, zegt Vanderstichelen. “Ik wil er echt de nadruk op leggen dat zij uitgaan van foto’s en films maar met hun schilderijen een nieuwe werkelijkheid construeren en vormgeven.”De expo begint met een reeks portretten, zoals het vrouwenportret van Jan De Maesschalck waar - in de verf - een litteken door loopt en een mansportret waarin Ronny Delrue het gezicht vervangen heeft door een grote, druipende, zwarte vlek. De vernietiging van het individu. Meteen confronteert Vanderstichelen ons ook met werk van Dirk Braeckman, een fotograaf en geen schilder. Maar Braeckman onderzoekt in zijn foto’s eveneens de grenzen van de vervaging. Zijn stillevens zijn vaak raadselachtig, menselijke figuren lossen op in een vreemdsoortige glans.

Niets is wat het lijkt

Wat verderop in de tentoonstelling hangt werk van Charif Benhelima, ook al een fotograaf die ons met zijn schilderkunstige composities vol schril licht en oplossende motieven in een valstrik wil lokken. Zijn het schilderijen of foto’s? Niet is wat het lijkt. In dat deel van de expositie brengt Vanderstichelen dan ook een stoeprandschilderij dat neigt naar de abstractie van de hand van Koen van den Broek samen met nagenoeg monochrome werken van Pieter Vermeersch (of zijn het luchtstudies?) en een indrukwekkend vleesschilderij van Cindy Wright - fotografisch realisme dat fors en brutaal geschilderd is.Zo bouwt Vanderstichelen clusters op: stillevens, stedelijkheid, landschappen. En overal zijn heerlijke ontdekkingen te doen. Een Degas-achtig werk van Reniere & Depla met een vage weerspiegeling van een landschap. Vervormde gezichten van Stephan Balleux, waar een video tussen blijkt te zitten. Niets dan een deur met fel strijklicht van Jan De Vliegher. Enola Gay, een schilderij van Maryam Najd, waar de atoomontploffing in Hiroshima vanuit twee perspectieven tegelijk te zien is: een verwarrende, explosieve grijsheid.Een met forse uithalen geschilderde landschapsmaquette van Virginie Bailly wordt geconfronteerd met een meticuleus geschilderde omloop van Francorchamps van Gery De Smet, een kraakheldere, overbelichte zwemscène van Luc Dondeyne hangt naast een vage, moeilijk te duiden scène van Karin Hanssen: is een vrouw gevallen of raapt ze zelf iets op?Misschien tonen een schilderij van Bert De Beul en een van Jean-Marie Bytebier nog het best waar deze tentoonstelling om draait: Bytebier schildert een duistere bomenpartij die zelf, als landschap, op een kier lijkt te staan en een doorkijk naar iets anders biedt. En De Beul, die in zijn Untitled 1990 een grijs gebouw vaag laat opdoemen achter drie heldere en kleurrijke rechthoekjes. Fascinerend. De schilderkunst verhult en verheldert. Tegelijkertijd.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234