Woensdag 21/10/2020

De Nederlandse Briek Schotte reed voor de poen

'Geld, geld moest ik hebben, dan was het plezier. Wat heb je nou aan eer? Poen in de zakken, dat is eer'

Theo Middelkamp

1914 - 2005

Hij was de eerste Nederlander die een Tour-rit won, hij was de eerste Nederlander die het wereldkampioenschap won, en in de Honderd beste Nederlandse wielrenners aller tijden van Jean Nelissen bekleedt hij een keurige vijfde plaats, en gaat bekende namen vooraf als Gerrie Knetemann, Michael Boogerd en Peter Post. In eigen land is Theo Middelkamp een halve legende.

Walter Pauli

Er zijn twee Theo Middelkamps: er is een Nederlandse geschiedenis van deze wielrenner, en een Belgische overlevering. Die verschillen danig. Nederlanders laten hem geboren worden in Nieuw-namen, in Zeeuws-Vlaanderen. Belgen in Kieldrecht, op vijftig meter van de Belgisch-Zeeuwse grens. Belgen noemen hem 'de koning van de kermiscoureurs', Nederlanders benadrukken dat hij wellicht de capaciteit had om een Tour te winnen, maar dat het leven anders besliste.

Nu ja, het leven. Als er één wielrenner geweest was die zijn leven en loopbaan zelf in handen had, dan wel Theo - voluit: Theofiel - Middelkamp. In Nederland heeft hij eenzelfde status als Briek Schotte bij ons: die van de oerwielrenner, een immer levende legende uit een allang vervlogen tijd. Bij Briek was het vooral de idee dat hij een oerflandrien was. Maar dat was Briek niet: Lucien Buysse koerste al twintig jaar voor Briek. Of Cyriel Van Hauwaert, die won nog eens twintig jaar voor Buysse al klassiekers. Het Belgische wielrennen gaat terug tot de eeuwwisseling, Nederland volgde decennia later. De eerste Nederlandse ploeg nam pas in 1936 deel aan de Tour de France. Daarbij de jonge Theo Middelkamp. In tegenstelling tot onze Briek stond hun Theo wel aan de basis van hun wielrennen, hun cyclisme, zeggen ze zelf graag.

Nu ja, 'hun' Theo. Middelkamp was een kind van de grens. Waar hij ook geboren is, hij zou wel zijn hele leven in Kieldrecht wonen, en tegelijk zijn Nederlandse identiteit behouden. Vandaar dat Middelkamp in 1936 met dat eerste oranjeteam in de Tour startte. Nu ja, 'team'. Ze waren met vier: de broers Albert en Antoon Van Schendel, de notoir onbekende Albert Gijzen, en Theo Middelkamp. De selectieheer was sportjournalist Joris van den Bergh. Ze wisten van de wereld niet, laat staan van de bergen, die jongens, en eigenlijk ook niet van Frankrijk zelf. Middelkamp daarover: "De eerste rit ging van Parijs naar Rijsel. Ik zie een bord waarop staat: 'Lille, 11 km'. Ik denk bij mijn eigen: hoever zal Rijsel dan nog zijn?"

Maar ze deden het steeds beter. Zeker Middelkamp. Op foto's van toen staat een mooie, grote atleet, heel aantrekkelijk, de Tom Boonen van zijn tijd. Hij was snel, en kon zelfs goed bergop. Hij komt samen met de Belg Félicien Vervaecke boven op de Ballon d'Alsace. Vervaecke gold als een van de beste klimmers van zijn tijd, hij zou dat jaar trouwens derde worden in de Tour, na twee beroemdheden als Sylvère Maes en Antonin Magne. Een paar dagen later slaat Middelkamp toe, en hij kiest daarvoor een van de zwaarste bergritten uit, Aix-les-Bains-Grenoble, met de beklimmingen van de Télégraphe en de legendarische Galibier. Van de 130 vertrekkers reden er dat jaar 43 de Tour uit, Middelkamp werd 23ste.

Al had hij met die eerste Nederlandse etappezege ooit de Hollandse interesse voor de Tour definitief opgewekt - en wie het oranjelegioen ooit bezig zag op L'Alpe-d'Huez, weet dus met welk diep-cultureel verschijnsel Middelkamp dat mooie Frankrijk heeft opgezadeld - zou hij geen 'Tour-renner' worden. Hij kwam nog twee keer terug, in 1937 (een opgave) en in 1938, toen hij nog de Pyreneeën-rit Bayonne-Pau won.

Maar toen hield hij de Tour voor bekeken: te veel inspanningen die te weinig rendeerden. En 'renderen' verstond Middelkamp in zeer pecuniaire termen. In die zin beantwoordde de eerste naam van het Nederlandse wielrennen aan alle clichés over zijn nationaliteit: hij reed voor het geld. En vandaar richtte hij zich tot het meest lucratieve circuit, de Belgische kermiskoersen. In de jaren veertig vestigde Middelkamp onder de kerktoren een sportief terreurregime dat een vooruitlopen was op de Hollandse dwingelandij van de ploeg-Post in de Vlaamse klassiekers in de jaren zeventig en tachtig. Hij won meer dan honderd kermiskoersen, en verkocht er nog veel meer. "Godnomdelievedeugd, hoeveel koersen heb ik in mijn leven niet verkocht", vroeg hij zich af in een van zijn schaarse interviews. Het bleken er honderden. Dat was ook zijn credo: "Geld, geld moest ik hebben, dan was het plezier. Wat heb je nou aan eer? Poen in de zakken is eer."

Middelkamp had ook begrepen dat er heel wat geld kleefde aan kampioenentruien. Hij werd vijf keer kampioen van Nederland (driemaal op de weg) en zelfs één keer wereldkampioen, in 1947 te Reims, de allereerste Nederlandse regenboogtrui. En dat ging niet zomaar, daarvoor moest Middelkamp de sterkste - en de slimste - zijn uit een kopgroep met namen als Fiorenzi Magni of Rik Van Steenbergen, die zou uitvallen. Outsider Middelkamp won, voor snelle man Albert Sercu, vader van Patrick Sercu, ook een 'kermiscoureur'. Hoe goed Theo Middelkamp zich wel voor WK's kon prepareren, bewijzen zijn bronzen medaille in 1936 (Antonin Magne won) en zijn zilveren in 1950 (Briek Schotte won).

En dan zeggen dat Theo Middelkamp tot de befaamde 'lost generation' hoorde, een groep bijzonder getalenteerde renners die in wat normaal gezien fysiek hun beste jaren hadden moeten zijn, de Tweede Wereldoorlog meemaakten. De meesten onder hen compenseerden dat door ultralange carrières. Het is de generatie van Middelkamp, van Schotte en Van Steenbergen in België, Coppi en Bartali in Italië, Kübler in Zwitserland. Coppi was krijgsgevangene in Noord-Afrika, bij ons belandde Middelkamp in een Duitse nor. Niet omdat hij moedig de wapens had opgenomen tegen de vijand, wel omdat hij betrapt was op het smokkelen van graan. Want zo was Middelkamp wel: als tijdens de oorlog met smokkelen nog meer geld te verdienen was dan met koersen, dan werd de renner een smokkelaar.

Hij boerde er wel mee, ook na zijn afscheid in 1951. Middelkamp bleef in Kieldrecht wonen, al vielen de jaren uiteindelijk zwaar. Zijn mooie villa raakte in verval, hijzelf raakte niet meer goed uit de voeten. Maar zodra hij in een bejaardenhome werd opgenomen, fleurde de oude rakker weer helemaal op, kon hij de andere oudjes amuseren met sterke verhalen over zijn exploten.

Het was waardig ouder worden, helemaal tot zijn plotse dood. In een magistraal in memoriam in de Volkskrant beschreef Bert Wagendorp Theo Middelkamps laatste publieke optreden: "Twee jaar geleden was hij nog bij de begrafenis van wielerlegende Wim van Est. Hij was 89 jaar, had een kek rood dasje omgeknoopt en onder zijn spijkerbroek droeg hij een paar knappe leren laarzen. Theofiel Middelkamp, de eeuwige rebel, zag eruit als Mick Jagger op leeftijd, keek uitdagend in het rond en kauwde met een tevreden grijns op de hostie."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234