Dinsdag 24/11/2020

De Nederlandse Beatles

In de vroege jaren tachtig had Nederland zijn eigen Beatles. Doe Maar scoorde de ene hit na de andere, verbrak verkooprecords zoals playboys dat met gemaakte beloftes doen en veroorzaakte het soort massahysterie dat Vlaanderen later met Clouseau zou ontdekken. De platenperserijen konden de vraag naar Doe Maar-muziek niet bijhouden en gadgetfabrikanten deden gouden zaken. Zanger Ernst Jansz blikt met plezier terug. 'Ik vond het heerlijk om een tieneridool te zijn.'

DOOR BART STEENHAUT

In de eerste helft van de jaren tachtig leek het of er maar één groep echt ter zake deed. Henny Vrienten en Ernst Jansz sierden schoolagenda's, hingen aan slaapkamermuren en stonden op de cover van elk denkbaar tijdschrift. De populariteit had deels met de muziek te maken (de combinatie van ska, reggae en Nederlandstalige teksten werkte wonderwel), maar net zo belangrijk was het sterke, tot de verbeelding sprekende imago. De roze-groene buttons, haarbanden en T-shirts waren niet uit het straatbeeld weg te slaan en van platen als 4-US (de eerste Nederlandstalige cd) en Doris Day en andere stukken werden er elk zo'n half miljoen verkocht.

Op het hoogtepunt van het succes, in 1985, ging de groep uit elkaar, maar een reünie in 2000 was opnieuw goed voor een hype en zestien uitverkochte concerten in Ahoy. "De reünie was niet mijn idee", zegt Jansz, 55 intussen. "Voordien hadden we ook al regelmatig aanbiedingen gekregen om terug samen te komen. Maar eigenlijk kwamen we telkens tot dezelfde conclusie: laten we dat maar niet doen."

Welk argument gaf daarbij de doorslag?

"Simpel: niet bij iedereen in de groep leefde het idee dat zo'n reünie gewoon heel leuk kon zijn. Dan had de een geen zin, dan zag de ander het weer niet zitten. Of het aanbod kwam op een vervelend moment. Dat bleek de laatste keer niet anders, want ik had net een solotournee gepland, maar ik besefte wel dat het nu of nooit was. En inderdaad: die concerten in Ahoy waren een fantastische ervaring."

Ik heb het altijd vreemd gevonden dat een groep als Doe Maar destijds uit elkaar ging wegens te veel succes. Doorgaans splitten bands wegens de bekende 'artistieke meningsverschillen'.

"Oh, maar we hadden wel muzikale meningsverschillen, hoor. Er werd zelfs geknokt tijdens de repetities. Alleen wogen die meningsverschillen nooit zwaar genoeg om de groep ervoor op te blazen. Wij beschouwden Doe Maar als een huwelijk: je hebt discussies maar je komt eruit. Of niet. Al is uit elkaar gaan toch een enorme stap. Doe Maar was een enorm deel van mijn leven geweest, en ook een deel waar ik me helemaal mee kon identificeren. Maar daar zat het hem net. Doe Maar was een té groot deel van ons leven geworden."

De band was toen echt alomtegenwoordig.

"Ja, iedere week stond ons hoofd wel op de cover van een of ander blaadje en iedereen had het dus ook altijd over Doe Maar. Zelfs mijn eigen moeder. Het was alsof er over niets anders meer gepraat kon worden, terwijl we ook wel eens een gesprek wilden voeren dat niks met Doe Maar te maken had. Dat bleek helaas niet mogelijk. Dus leek het beter om er resoluut een punt achter te zetten."

Geen evidente beslissing, want Doe Maar genereerde veel geld. Plots vielen al die inkomsten weg.

"Bij dat financiële aspect hebben we nooit stilgestaan. Toen we de mensen van de platenfirma vertelden dat Doe Maar het voor bekeken hield, waren ze daar niet echt over te spreken. Voor hen was dat een ramp. Ze zagen een geldkraan die plots dicht ging. Maar geld is voor ons nooit een drijfveer geweest."

Gelukkig, want Doe Maar werd destijds flink genaaid door de platenfirma.

"Ach, je hebt altijd mensen die beter zijn in geld verdienen dan muzikanten. Die hebben het natuurlijk ook veel te druk met muziek maken. Als je je boekhouding op orde wil houden moet je dat leuk vinden en daar energie instoppen. Dat deden we gewoon niet, waardoor anderen met ons geld gingen lopen."

En dat heeft je niet verbitterd gemaakt?

"Neen. Ik heb vroeger veel geschaakt en daaruit heb ik geleerd dat je sterk staat zolang je zelf het initiatief neemt. Dan bepaal jij hoe het spel gaat verlopen. Wel, in het schaakspel van Doe Maar tegen de rest van de wereld lag het initiatief niet langer bij ons. We hebben het wel geprobeerd, hoor. Na een tijdje zijn we bijvoorbeeld gestopt met interviews geven en mochten er geen reportages meer over ons worden gemaakt. Geen radio en televisie. We wilden alleen nog concerten doen en platen maken. Op de duur zijn we ook opgehouden met optreden. Dus toen bleven er alleen nog die platen over. Maar het was gewoon te groot geworden. Er gebeurde te veel langs ons heen om het allemaal onder controle te houden."

Hield je rekening met dat soort overwegingen toen Doe Maar na zestien jaar weer een cd ging maken?

"Absoluut niet. Toen dachten we gewoon: we gaan weer lekker samen spelen en twee optredens in Ahoy doen. Niemand kon vermoeden dat we die zaal uiteindelijk zestien keer zouden uitverkopen. Dat leek een belachelijk idee. Ik heb wel even gedacht dat er weer een prijs betaald zou moeten worden, maar ik kon onmogelijk inschatten welke. We zagen het als iets prettigs om weer met zijn vieren een cd te maken en achteraf een paar keer samen op het podium te staan. Door de jaren zijn we elkaar altijd blijven zien en kwamen we ook af en toe samen. Dan gingen we naar het strand en brachten we onze akoestische gitaar mee. Ik bewaar heerlijke herinneringen aan die samenkomsten. Gewoon samen wat pielen."

Begon het dan nooit te kriebelen? Op dat soort momenten moet de zin om weer met Doe Maar naar buiten te treden toch enorm zijn geweest?

"Voor ons was het een bevestiging van de wetenschap dat de magie nog steeds aanwezig was. Ook al zaten we dan als vier idioten op tafel te timmeren omdat er geen drumstel was. Het contact verliep altijd ontzettend lekker. Heel ongedwongen ook. Ik had dan meestal een accordeon bij me, of een mondharmonica. Dan jamden we wat, maar daar kwamen we niet mee naar buiten, want dat leek ons eng. Dan moest er een enorme organisatie uit de grond worden gestampt. Het enige doel was: er onszelf van overtuigen dat we nog mee konden."

Was het tijdens de reünietournee bizar om te zien hoe de bakvissen die vroeger op jullie optredens samentroepten volwassen waren geworden?

"Vreemd genoeg maakte dat niet uit. Ik vond het veel minder leuk dat er tijdens de reünieoptredens vooral jongens kwamen kijken, terwijl het vroeger allemaal meisjes waren. En ik vond het mooi dat die grietjes, die intussen vrouwen geworden waren of zelfs moeders, toch weer een kaartje hadden gekocht"

Ik herinner met dat Kinderen Voor Kinderen op het hoogtepunt van jullie succes een nummer over jou gemaakt hebben: 'Brief aan Ernst (van Doe Maar)'. Eigenlijk een kritisch liefdesliedje aan jouw adres.

"(schatert) Dat was ontzettend leuk, ja. Ik voelde me destijds heel vereerd. Het was trouwens best vreemd om plots zoveel groupies te hebben. Al werden we daar naarmate de zalen groter werden ook meer van afgeschermd. Op de duur raakten ze niet meer tot bij ons. Dat vond ik jammer, omdat het contact met het publiek daardoor anoniemer werd."

Wat vond je er destijds eigenlijk van om een tieneridool te zijn?

"Heerlijk. De bevestiging is geweldig en je ego wordt gestreeld. Iedere artiest die zegt dat hij niet van dat soort aandacht geniet, is niet echt eerlijk met zichzelf. Natuurlijk stonden daar ook minder aangename facetten tegenover. Soms kon de eenzaamheid bijvoorbeeld verschrikkelijk toeslaan."

Kon je dan niet op elkaar terugvallen? Binnen de groep maakte iedereen uiteindelijk hetzelfde mee.

"Als het goed ging wel, maar vroeger konden Henny en ik enorm in de clinch gaan met elkaar. Dat ging hard tegen hard. Intussen zijn we allemaal veel milder geworden en is er meer respect. Als Henny vroeger iets goed vond, had ik niet genoeg vertrouwen in hem om ervan uit te gaan dat hij het ook werkelijk bij het rechte eind had. En omgekeerd."

Had Doe Maar verantwoordelijkheden waarmee je rekening moest houden omdat de groep zo populair was? Is een nummer als 'Heroïne' bijvoorbeeld bewust geschreven?

"Zeker. We wisten dat we die macht hadden. Als er een groot aantal mensen bereid is te luisteren naar wat je te zeggen hebt, kan je daar niet nonchalant mee omgaan. Een Doe Maar-nummer dat waarschuwde voor de gevaren van harddrugs had trouwens meer effect dan een grootschalige preventiecampagne."

Henny Vrienten en jij waren de belangrijkste songleveranciers, maar jullie schreven zelden samen. En jij nam haast altijd de expliciete liefdesliedjes voor je rekening.

"Dat klopt. Al mijn wereldproblemen situeerden zich in de relatiesfeer, dus daar schreef ik over. Ik probeerde fundamentele problemen altijd te sublimeren tot iets kleins en herkenbaars. Dat was toen de uitdaging. Henny schudt de songs gewoon uit zijn mouw alsof het niets is, en het ene idee is nog ongelooflijker en fantastischer dan het andere. Zijn productiviteit is niet te stuiten. Sinds de split heeft hij twee soloplaten gemaakt, maar zijn soundtracks vallen nauwelijks bij te houden. Hij componeert voor documentaires, voor Sesamstraat. Het houdt niet op."

Het valt wel op dat jullie na Doe Maar allemaal bewust heel low profile bezig zijn gebleven. Jij trad wel met Boudewijn de Groot en Bram Vermeulen op, maar altijd op de achtergrond.

"Tja, kennelijk hadden we daar heel erg behoefte aan. Het heeft uiteindelijk zestien jaar geduurd voor we ons weer wat wilden profileren. Henny is duidelijk een frontman, terwijl ik ervoor zorg dat alles in de achtergrond ook goed geregeld is. Dat iedereen zich lekker voelt. Maar tegelijk wil ik ook wel eens op de voorgrond staan. Meer nog: de reden waarom ik Doe Maar destijds heb opgericht was omdat ik zélf Nederlands wilde zingen. Voor Henny erbij kwam speelden we ook hoofdzakelijk mijn liedjes.

Waarom vond je dat Nederlands zo belangrijk?

"Toen lag het nog niet zo voor de hand om je emoties ook in je eigen taal te verwoorden. In het Nederlands had je op dat moment enkel satire, carnavalskrakers of levensliederen. Aan de ene kant had je André van Duin, aan de andere André Hazes. Maar tussen die twee uitersten gaapte een enorme leegte."

Boudewijn de Groot was er toch al?

"Jawel, maar die maakte toch vooral luisterliedjes. Popmuziek met power, dat bestond helemaal niet in Nederland. Dus wilde ik me op dat vlak manifesteren. Op dat moment vond ik het ook niet erg om een frontman te zijn."

Heb je een verklaring voor de enorme impact die Doe Maar in Nederland en Vlaanderen heeft gehad?

"We waren gewoon de eersten. En we waren goed. Door ons succes zijn er later veel andere goeie bands bijgekomen: Toontje Lager, Frank Boeijen Groep, Het Goede Doel... Bovendien had Doe Maar een sterk imago. Ik had in een vroeg stadium al stapels stickers laten maken met schreeuwerige kleuren. Toen de elpee Skunk uitkwam, wilde ik twee kleuren die zo lelijk waren als je ze bij elkaar zette, dat het pijn deed aan je ogen. De mensen moesten onze hoezen van 100 meter ver zien hangen. Toen is Henny met dat groen en dat roze komen aandraven, en dat werkt nog steeds. Henny was erg begaan met de vorm en ik spitste me op de inhoud toe."

Dat is een uitspraak die hij je later wel eens kwalijk heeft genomen.

"Da's waar en het klopt dat hij zich ook om de inhoud bekommerde. Maar het eerste wat Henny tegen me zei toen hij in de band stapte was: je haar moet anders. Dus ik gelijk naar de kapper. En de kleren moesten anders. Hij had ook altijd gelijk, als het daarover ging."

Het ging er kennelijk hard aan toe in de groep. Waren twee grote ego's er niet één te veel?

"Dat denk ik niet. Ik wil Doe Maar niet met The Beatles vergelijken, maar daar hadden ze precies hetzelfde. Mijn zwakke songs en Henny's mindere nummers werden er genadeloos uitgemept, en daar kwam geen diplomatie of fluwelen handschoen bij kijken. Het was eerder: '(kordaat) Dit ga ik niet spelen'. Verschrikkelijk hard. En bij conflicten was het oordeel van gitarist Jan Hendriks altijd doorslaggevend."

Zijn er songs van Doe Maar die over vijftig jaar nog overeind zullen blijven?

"Absoluut. Voor mij zijn 'Tijd genoeg', 'Is dit alles?' en 'Sinds een dag of twee' de uitschieters. Dat zijn nummers waar ik nog steeds ontzettend trots op ben."

Hoe zie je de bijdrage van Doe Maar aan het Nederlandstalige lied?

"Ik zie wel eens groepjes optreden die in het Nederlands zingen en dan ben ik telkens ontzettend trots. Dan denk ik: zonder mij was dit niet gebeurd. Dat durf ik niet hardop te zeggen, maar ik dénk het wel. We hebben een weg geëffend. Een pad gebaand. Een songtitel als 'Je loopt je lul achterna' kon niet voor wij hem bedachten. Dat was ondenkbaar. Als je nieuwe dingen doet, staat het publiek daar eerst altijd heel weigerachtig tegenover, maar later wordt het normaal. Die cultuur, die traditie in het taalgebruik, dat lef om over je eigen emoties te zingen in een taal die je buurman en je postbode en je eigen moeder ook begrijpen, daar hebben we een belangrijke rol in gespeeld."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234