Donderdag 23/09/2021

De nationale sport van Europa

De nationale sport van de Belgen is frauderen. Een gewezen eerste minister was zelfs 'corrupt tot in het merg', liet een andere ex-premier zich ontvallen. Het bedrijf FDI, dat de balansen, boekhouding en kredietwaardigheid van bedrijven in negen Europese landen controleert, heeft alvast een andere ervaring. 'België is een van de betrouwbaarste landen voor financiële cijfers. Frauderen is een nationale sport in gans Europa.'

Voor de Nationale Bank is juni waarschijnlijk een van de drukkere maanden van het jaar. Alle Belgische bedrijven moeten immers uiterlijk op 30 juni hun balansen van het voorbije boekjaar indienen bij de Nationale Bank. Ook voor concurrerende bedrijven is het een drukke periode, want zij krijgen een accurater beeld van de financiële gezondheid van hun rivalen.

"België is een van de betrouwbaarste landen voor bedrijfsbalansen", vindt Nicole Strebler. Strebler staat aan het hoofd van de nv Fiduciaire de Distribution Internationale (FDI). Het bedrijf waakt over de betaling van - meestal - boetieks aan producenten van dure merkkledij. FDI is een 100-procentdochter van de Franse logistieke reus Geodis, die in 1996 18.500 mensen werk gaf, en een omzet haalde van 100 miljard frank. De Fiduciaire de Distribution Internationale werd in 1984 opgericht. FDI startte in Frankrijk, op verzoek van Italiaanse producenten van badkamers, meubels en muziekinstrumenten. Afzetmarkten vonden de Italiaanse producenten genoeg in Frankrijk. Maar het innen van de facturen in de winkels was een ander paar mouwen. Geodis, die de logistiek verzorgde voor de Italiaanse fabrikanten, zorgde voortaan ook voor het innen van de facturen. Later werd die activiteit ook uitgebreid tot boetieks, die vandaag goed zijn voor driekwart van de omzet. Dezelfde problemen deden zich voor in andere Europese landen. FDI groeide mee met de stijgende export van de Italiaanse producenten. En telt inmiddels negen filialen in Europa. Sinds vorig jaar is het bedrijf ook in New York actief.

Het kantoor van FDI in Brussel staat in voor de Benelux. FDI onderzoekt of de boetieks in de Benelux, vaak eenmanszaken, voldoende kredietwaardig zijn om zaken te doen met kledingproducenten. 70 procent van die klanten zijn bovendien producenten van dure (Italiaanse) merkkledij: Versace, Armani, Ferre, Hugo Boss. "De financiële gezondheid van die boetieks achterhalen, is voor die producenten vaak een probleem. FDI groeide vooral na het openstellen van de Europese grenzen in 1993. Plots werd er niet meer gewerkt met één nationale distributeur. De producenten gingen onderhandelen met de boetieks in de diverse Europese landen. Maar naast taal creëert ook de afstand problemen." Een klein land als België maakt het weliswaar gemakkelijker om zich letterlijk een beeld te vormen van de kredietwaardigheid van boetieks.

Het product van Fiduciaire de Distribution Internationale heet Log-Box: het omvat het beheer van de klantenrekeningen, de opvolging, de aanmaning, het innen, de gerechtelijke procedures. Maar naast de eigenlijke facturering zorgt FDI ook voor de inning van de btw en eventueel het afhandelen van alle administratieve formaliteiten, zoals douaneformulieren. "Al wat wij doen, is vooraf afgesproken met de producent. Wij zullen bijvoorbeeld geen gerechtelijke stappen tegen wanbetalers ondernemen zonder het akkoord van de producent", duidt Nicole Strebler. In de Benelux wordt in 1998 2,5 miljard geïnd bij 3.000 boetieks, goed voor 30.000 facturen. Het levert de tien werknemers van FDI Benelux een omzet van 100 miljoen op.

Log-Box heeft natuurlijk ook z'n voordelen voor de boetiek: die kan in de eigen taal terecht in een kantoor in Brussel en vermijdt dure buitenlandse telefoonrekeningen. Bovendien kan de boetiek in de eigen munt betalen. Al verdwijnt dat voordeel met de invoering van de euro.

Maar vooral de producenten hebben baat bij de activiteit van FDI. Boetieks, vaak eenmanszaken, hebben niet de beste financiële reputatie. Het verloop is sterk, een sluiting of faillissement na zes maanden is geen zeldzaamheid in deze sector. En betalingen gebeuren nu net om de zes maanden: bij de aanschaf van de zomer- en de wintercollectie. "Een betaaltermijn van 60 dagen is de regel. Maar die loopt soms op tot 150 dagen. De producent kan echter geen bank spelen. Wij waken over de correcte naleving van de betaaltermijnen. Bovendien garanderen we de terugbetaling aan de producent, in het geval van een faillissement. De verkoop via vele boetieks spreidt immers ook het risico van de betaling." Die terugbetaling bedraagt 70 tot 85 procent van het bedrag van de schuldvorderingen.

Voor FDI komt het er dus op aan om de kredietwaardige klanten eruit te pikken. De wetgeving over de financiële informatie vormt vaak een bijkomende handicap, bij de financiële analyse van vennootschappen. "België is een van de betrouwbaarste landen voor informatie over bedrijfsbalansen. De balans van het vorige boekjaar moet al na een half jaar worden ingediend. In Nederland moet dat pas na twee jaar. Eind april moesten in Nederland de balansen binnen van het boekjaar 1996. Maar boetieks zijn winkels in een zeer fluctuerende sector. Na zes maanden kunnen zich al belangrijke wijzigingen voordoen."

Bij eenmanszaken wordt het nog delicater. Die moeten immers geen balansen indienen. "We bellen hen op. In België krijgen we bij negen van de tien boetieks een antwoord. Maar in Frankrijk, Italië of Spanje gooien ze in negen van de tien keren meteen de hoorn op de haak", zucht Nicole Strebler. "In de Duitstalige landen gaat dat evenmin gemakkelijk. Soms is het daar nog moeilijker, door de wat afstandelijke houding van de Duitse zaakvoerders. Je kan hen er heel moeilijk van overtuigen dat het geven van de juiste cijfers in hun eigen voordeel is. Nogal wat zaakvoerders hebben er moeite mee om te zeggen hoeveel ze verdienen. Vooral als het om veel geld gaat."

Angst voor de fiscus is de hoofdoorzaak. "Frauderen is niet alleen in België een nationale sport. Men wil in heel Europa zo weinig mogelijk belastingen betalen. In Spanje werkt men zelfs openlijk met een officiële en een echte balans. Die worden toch nauwelijks door de fiscus gecontroleerd."

Slechte of rommelige balansen zorgen ook voor weinig strikte betalingstermijnen. Die worden nauwelijks nageleefd. Opnieuw tonen de Belgische boetieks zich als de betere leerlingen binnen Europa. Ook al valt de score heel mager uit. "Slechts een op vijf boetieks in België betaalt stipt. Eén op twee boetieks betaalt pas nadat we hen nog eens extra hebben aangepord." Maar met die 20 procent goede betalers behoort België nog tot de koplopers. Samen met Groot-Brittannië, Nederland en de Duitstalige landen. Al gaat het in de Duitstalige landen duidelijk bergaf: vijf jaar geleden waren er 40 procent stipte betalers. Volgens Nicole Strebler is dat fenomeen gelinkt met de zwakke conjunctuur in Duitsland. Helemaal onderaan bengelen Frankrijk, Italië en Spanje. "Daar heb je 5 procent stipte betalers. De anderen moet je heel nauwlettend opvolgen. Je mag al blij zijn dat er betaald wordt." De producenten geven nochtans kortingen aan stipte betalers. "De lage rentestand maakt lenen om stipt te betalen zelfs financieel interessanter", besluit Nicole Strebler. "De kortingen bedragen 3 tot 4 procent op de verkoopprijs. Terwijl de rente op jaarbasis 6 procent bedraagt."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234