Zaterdag 16/01/2021

De nationale obsessie Waarom de topsport in Australië hoogtij viert

Twee van de laatste drie Australiërs van het Jaar kwamen uit de sport. Eén van de meest geciteerde presidentskandidaten bij een recente poll was Don Bradshaw, stokoud en licht seniel, maar wel cricketlegende. Zelfs het ontstaan van de Australische federatie had zijn wortels in de sport. In Australië is sport de superreligie waar elke Australiër in gelooft en te gepasten tijde zijn nationale trots aan ontleent.

Hans Vandeweghe

Wie ooit Melbourne bezoekt, mag de rondleiding in het olympisch museum van de Melbourne Cricket Ground (het olympisch stadion van 1956) niet missen. The Ashes, een cricketbeker, is de naam trofee niet eens waard, maar als de suppoost halt houdt bij de glazen kast, wordt het erg stil in de groep. "Hiermee is voor ons land alles begonnen." Een ouder echtpaar haalt de zakdoek boven. Een ander koppel drukt de kinderen - sproeten, rood haar, originals dus - dicht tegen zich aan. Tien minuten staart de groep adem- en sprakeloos naar de cricketbeker waarvan het nationaal belang door historici als onschatbaar wordt beschreven als het ontstaan van Australië als (min of meer) onafhankelijk land ter sprake komt.

In 1882 klopte een Australisch team op een oval in Londen voor het eerst de Engelse nationale cricketploeg. Het duurde zijn tijd voor dat nieuws de andere kant van de wereld bereikte, maar eenmaal zover brak er spontane volksvreugde uit. Door de overwinning op de Engelsen, aldus sporthistoricus Bill Mandle, veranderde de zelfperceptie van de Australiër en belangrijker nog, de wederzijdse relatie van moederland en kolonie. Als Australië kon winnen in de edelste aller sporten, dan kon het onmogelijk een verzameling geboefte en avonturiers zijn. In 1882 kwam een traag proces op gang dat negentien jaar later resulteerde in de Australische federatie met een beperkte vorm van zelfbestuur.

Iets meer dan honderd jaar later zou een sporttriomf de Australische fierheid een tweede impuls bezorgen. In 1983 won de Australia II de America's Cup voor de kust van Newport, Rhode Island. De combinatie van patriottisme en corporatisme was in een traditionele sport als zeilen erg succesvol gebleken. Australië klopte de Amerikanen en dus ook de misprezen zeilende buren uit Nieuw-Zeeland. Premier Bob Hawke sprak de legendarische woorden: "Dit is een van de grootste momenten uit de geschiedenis van Australië. Een nationale feestdag uitroepen is zinloos: we kunnen op deze dag voortaan een natie zombies zijn. Elke werkgever die dat niet begrijpt, is een domoor."

Enkele jaren eerder had Australië zich definitief van het Britse sportbestel afgescheurd. Dat ging hand en hand met de bewustwording van de eigen commerciële sportidentiteit, toen de Australische mediamagnaat Kerry Packer de macht in het cricket nam. Hij bood de spelers individuele contracten aan en hervormde de traditionele sport voor televisie: wedstrijden in één speeldag in plaats van vijf en zelfs dan nog beperkt in duur. De bedreiging die van de World Series Cricket en Packer uitging, was voor de Britten vergelijkbaar met die van het Derde Rijk en Hitler, maar de Australiërs lustten er wel brood van en Australië regeerde voortaan over cricket.

Hoewel cricket geen Olympische sport is, zal dat de Australiërs niet beletten om ook te scoren in de 28 sporten die in Sydney op het programma staan. De natie eist goud, veel goud. Of het nu Canberra, Perth, Sydney, Melbourne of Brisbane is, alle sportieve neuzen in Australië wijzen in dezelfde richting: succes, roem, glorie, uitgedrukt in medailles. In de hoop dat die afstralen op een natie die nog steeds op zoek is naar een eigen identiteit. In dat streven lijken Australië en de DDR erg op elkaar.

De zeven en negen gouden medailles van 1992 en 1996 zijn in historisch opzicht niet zo opmerkelijk. Op de eigen Spelen in Melbourne in 1956 haalde Australië nog dertien keer goud. Tot in 1972 zou Australië nog acht keer goud winnen. In 1976 zakte de sportnatie in een diep moeras: één zilveren en vier bronzen medailles, dat was de schaamte ver voorbij. Als gevolg daarvan opende in de heuvels buiten Canberra vijf jaar later het Australian Institute of Sports de deuren. Vervolgens presteerde de voormalige kolonie nog tien jaar ondermaats. Althans volgens de eigen (hoge) normen. Australiërs vergeten snel dat ze met achttien miljoen mensen net iets groter zijn dan Nederland.

In Barcelona '92 stonden ze er opnieuw als grote sportnatie met zeven gouden medailles en een tiende plaats op de medailletabel en één jaar later zouden ze de verkiezingsrace om de Olympische Spelen van 2000 winnen. In Sydney wil Australië weer aanknopen met wat in de nationale sportgeschiedenis als de 'golden age' wordt omschreven. Executive director Jim Ferguson: "Tot in de jaren vijftig volstond natuurlijk talent. We woonden in een goed klimaat, we aten goed en we leefden buiten. Het was de tijd van het pure amateurisme (zwemlegende Dawn Fraser zwom voor de lol en had drie jobs om haar sport te bekostigen, HV). Toen Europa en Amerika de trainingsmethodes ontwikkelden, bleven wij hopeloos ter plaatse trappelen. Daarbij veranderde onze levensstijl drastisch." vervolg pagina 10

Australië werd later gemechaniseerd dan Europa en in de jaren zeventig deed bijna niemand nog aan sport. Alleen de elite bleef zich uitleven in cricket, golf, rugby, tennis en squash. Pas met de komst van migranten werden andere sporten opgepikt. De cultuur van het rechtop surfen werd ontleend aan een Hawaiaan die op bezoek kwam en het volleybal aan Baltische migranten. Vandaag zou volgens de Australian Sports Commission 90 procent van de 'Aussies' aan één of andere vorm van actieve sport doen, maar ook dat mooie cijfer wordt nu betwist. Professor Kevin Norton uit Adelaide becijferde dat 41 procent van de 'Aussies' geen actieve sport meer aangeboden krijgt. Tien jaar geleden was dat maar 29 procent. Ooit ging de helft van de overheidsinvestering in sport naar breedtesport, vandaag is dat nog 11 procent.

In Atlanta werden 9 gouden, 9 zilveren en 23 bronzen medailles gewonnen; 41 medailles was het hoogste totaal ooit, beter dan de 35 die 40 jaar eerder werden behaald. Australië arriveerde in Atlanta met 425 atleten en 232 officials. In Sydney wil men 625 atleten inzetten en mikt men op 20 gouden plakken op een totaal van 60 medailles.

Nog steeds volgens de University of South Australia in Adelaide heeft één gouden medaille op de Olympische Spelen in de periode tussen 1980 en 1996 de belastingbetaler maar liefst 27 miljoen euro (1,09 miljard frank) gekost. Een gewone medaille kostte bijna 6 miljoen euro (242 miljoen frank). Op het Australian Institute of Sports werden de bevindingen van het rapport, de te hoge kost van de topsport, in twijfel getrokken. Over de bedragen zelf wilde men niet discussiëren en men gaf tegelijk toe dat een tweede conclusie ook steek hield: hoe meer staatssteun, hoe beter de resultaten.

Tijdens deze olympiade zal de verwachte gold rush van Sydney 9 miljard hebben gekost. In Moskou werden 9 medailles behaald, in Atlanta 41. Topsport in Australië is niet zelfbedruipend. De Australische sport wordt fel gesteund door het plaatselijk bedrijfsleven, maar sponsoring dekt slechts 10 procent van de financieringsbehoefte. Tussen 1980 en 1996 pompte de overheid via allerlei kanalen 25 miljard frank in de Australische eliteatleten. Geen ander land, ook niet de DDR, dat het met heel wat minder moest stellen, gaf ooit meer geld uit aan de voorbereiding voor de olympische atleten. Een nieuwe studie dit jaar waarschuwt voor een Amerikaanse spiraal: hoe meer geld voor de topsport wordt vrijgemaakt, hoe minder geld voor de breedtesport, hoe meer mensen op tv naar topsport kijken, hoe minder er zelf aan sport doen.

Het zal de Australiërs voorlopig een zorg wezen. Tussen 16 september en 1 oktober moet worden gewonnen en liefst meer dan de voorspelde twintig keer. In de editie van 7 juni, '100 Days to Go', wist de Sydney Morning Herald al waar het zou gaan gebeuren: acht keer goud in het zwemmen en vervolgens nog de hoofdvogel in wielrennen (1), atletiek (1), paardrijden (2), hockey (1), roeien (1), zeilen (2), schieten (2), triatlon (1) en waterpolo bij de vrouwen (1).

De sportconsumptie zal in Australië niet ophouden als de olympische fabriek haar deuren sluit. Cricket, rugby (met dertien of met vijftien), 'Australian rules football' en de life saving-competitie zijn oneindig veel belangrijker dan alles wat op het olympische programma prijkt, met uitzondering misschien voor zwemmen. In al die sporten gaat veel geld om. Zoals de plaatselijke fauna de eigen weg ging sinds de afscheuring van het oercontinent Gondwana, is ook de Australische sport - zij het dan miljoenen jaren later - een aparte richting ingeslagen. Uit de zomersport cricket ontstond de wintersport 'Aussie rules football', ook gespeeld in een ovaal. Rugby kreeg een aparte variant en lang voor in Hawaï de Iron Man was uitgevonden, organiseerde Australië voor zijn strandredders triatloncompetities: lopen in het zand, zwemmen in zee, peddelen op een surfboard, niet noodzakelijk in die volgorde.

Vandaag zijn Australische topsporters megasterren in eigen land. De top in het triatlon verdient per maand makkelijk 120.000 frank netto (2.974 euro). De beste cricketspelers halen veelvouden. Sport is business in Australië, maar de markt blijft natuurlijk beperkt. In 1988 besteedden de Australische bedrijven 1,5 miljard frank (37,2 miljoen euro) aan sponsoring. Vandaag benadert men de 16 miljard frank (396 miljoen euro).

Zwemmen is niet toevallig een grote specialiteit van de Australiërs. Negentig procent van de achttien miljoen 'Aussies' woont maximaal op twintig minuten van het strand. De helft daarvan kan het hele jaar door in de oceanen zwemmen. De stranden zijn echter levensgevaarlijk door de sterke stroming. In de vakantiemaand januari is één verdrinkingsdode per dag een normaal gemiddelde. Zwemmen is voor de gemiddelde Australiër overlevingskunst. De hele zwem- en strandcultuur ontstond in de jaren zestig op Bondi Beach, het strand waar straks het beachvolleybal wordt georganiseerd.

Met 'Kevin the Head' Brennan begon de machocultuur van mooie lijven, blonde lokken en rechtop surfen op de muziek van de Beach Boys, die oneindig populair waren in Oz. Hij beheerste als eerste de 'cycling-techniek', met twee voeten naast elkaar op de plank. Bondi, nu in handen van de yuppen, was toen nog een verlopen oord, dat zou worden getransformeerd tot een flowerpowerwijk met alles erop en eraan. Kevin-met-het-mooie-lijf verloor de pedalen en crepeerde als 25-jarige heroïneverslaafde op een zolderkamer. Bondi werd schoongeveegd maar overal in Australië werd de beach-cultuur als nationaal erfgoed ingepalmd.

Toen ook de politieke overheden in sport een edele vorm van vrijetijdsbesteding of amusement zagen, lag de weg open voor een totale commercialisering en Amerikanisering. Amerika is het grote voorbeeld. De sportieve relatie met de VS is er echter één van haat en liefde. In 1990 stonden de twee landen tegenover elkaar in de VS voor een Davis Cup-ontmoeting. In Australië brak een echte haatcampagne uit tegen de VS, toen bekend raakte dat de Amerikanen uit Duitsland van het traagste gemalen baksteen hadden geïmporteerd om de Australische grasspelers zoveel mogelijk dwars te zitten. In het zwemmen was de gemeenschappelijke vijand lang China, maar nu dat land heeft moeten afhaken, kan men er gif op innemen dat er in het olympisch jaar een zwemoorlog wordt uitgevochten. Op de WK in 1998 in Perth is gebleken dat Australië met 18,5 miljoen inwoners een beter zwemland is dan de VS met 275 miljoen inwoners. Dat zal tussen 16 en 22 september niet anders zijn.

De Australiërs hebben voor hun teamsporten de Amerikaanse formats geadopteerd. 'Aussie rules', rugby of basketbal, je waant je in de VS. Luide muziek, cheer girls, acts tijdens de time-outs, het lijkt wel de NBA of de NFL. Bovendien worden in geen land zoveel Amerikaanse sporten op het scherm gedumpt als in Australië: de NBA, Major League Baseball, NFL, NHL, Superbowl, Kentucky Derby, World Wrestling Federation... Het is allemaal op één van de vijf nationale tv-stations te zien. Dat twee van de grootste mediamagnaten ter wereld, Kerry Packer en Rupert Murdoch, van geboorte Australiër zijn, is daar niet vreemd aan. Te bar is te bar, vond ook de Australische regering en toen het spook betaal-tv down under had bereikt, werd er prompt een wet gestemd over evenementen die nooit achter een betaalkastje mochten. Op de lijst stond alleen maar sport en bovenaan prijkte cricket.

De meest geamerikaniseerde sport in Australië is het basketbal. Terwijl de Australiër Luc Longley deel uitmaakte van de Chicago Bulls, de beste basketbaldynastie ooit, zijn drie van de vijf starters in de Australian Basketbal League van Amerikaanse origine.

Het is er de Australiërs op lange termijn om te doen hun sportief talent op eigen bodem te laten renderen. In navolging van de Amerikaanse universiteiten zijn ook de Australische hogescholen begonnen met het uitdelen van studiebeurzen voor begaafd sporttalent.

Ten slotte zijn ook de Australische media de grote broers uit de VS gevolgd. De sportprestatie staat niet langer centraal. De story rond de prestatie en de atleet is veel interessanter. De 'Aussie' vindt het allemaal prachtig en voor de buis met een Fosters-biertje in de hand legt hij heel even dat aangeboren minderwaardigheidsgevoel naast zich neer als weer eens een landgenoot de rest van de wereld een pak voor de broek geeft. Uiteindelijk moeten de Olympische Spelen in Sydney maar één doel dienen: derde of vierde worden in de medaillestand, en de wereld en vooral het moederland tonen hoe superieur de Australische samenleving wel is.

De sportverslaafdheid van de sportnatie Australië flirt af en toe met schizofrenie. Vooral als de aborigineskwestie ter sprake komt. Racisme is in Australië erg lang de officiële politiek geweest tegenover aborigines. Tot in de jaren zestig werden kinderen bij hun ouders weggehaald en in blanke pleeggezinnen geplaatst om daar de beschaving te leren en als goedkope arbeidskracht te worden gebruikt. De laatste stolen generation is nu volwassen en wil van zich laten horen. Aborigines hebben maar weinig topsporters. De jaarlijkse subsidie van 40 miljoen frank voor aboriginalsport zal daar weinig aan veranderen. Aborigines, geplaagd door drankmisbruik en een levensverwachting die 25 jaar lager ligt dan bij de blanke landgenoot, hebben wel andere katten te geselen dan sportspelletjes te spelen in de hoop de jackpot te winnen.

De bekendste abo-sporter is de atlete Cathy Freeman. Ze is ook de enige met een redelijke kans op goud. De aborigines zouden willen dat Freeman voor hun zaak opkomt, maar die blijft de boot afhouden, hoewel ze ooit in 1997 voor opschudding zorgde door als wereldkampioene op de 400 meter een ereronde met de aboriginesvlag te lopen in het stadion van Athene. Tot overmaat van ramp heeft Freeman zich nu ook de woede van haar ras op de nek gehaald. In een Nike-spot met een reeks andere atleten die zich excuseren voor hun asociaal gedrag tijdens hun jacht op goud, komt ze na de body copy 'Sorry', met de ongelukkige tekst 'can we talk about this later?'.

Extreem naïef, want laat nu net dat ene woordje 'sorry' de vlag zijn die een hele politieke lading dekt. De aborigines werden tot in de jaren zestig bij de fauna geteld. In ruil voor die eeuwenlange moorden en vernederingen willen ze graag van hun Australische regering 'sorry' horen, maar die heeft het nog niet over de lippen kunnen krijgen. Als op 25 september Cathy Freeman de finale van de 400 meter loopt, rust op haar tengere schouders het gewicht van een jonge natie, zonder staatshoofd, zonder eigen vlag, zonder eigen volkslied, op zoek naar een identiteit die ze hoopt te vinden met de hulp van de sport.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234