Vrijdag 03/12/2021

De Napoleon van de Formule 1

Snelle motoren en knallende champagnekurken: de autosport is showbizz. Dat heeft Bernie Ecclestone meer dan wie ook begrepen. Het kleine Formule 1-opperhoofd wordt in het circuit zonder ironie 'Big Bernie' genoemd. Zijn 160 centimeter zijn goed voor een persoonlijk vermogen van minstens 3,6 miljard euro, een achtste stek in de rijkste-Britrace, en een meer dan gezonde portie tirannie, chantage en arrogantie. 'Praten met Bernie is luisteren naar Bernie', bibberen zijn gesprekspartners. De Waalse regering heeft het dezer dagen aan den lijve ondervonden.

Marjan Justaert

Langs het circuit van de Hongaarse hoofdstad Boedapest is een speciaal weggetje aangelegd. Er mag niemand rijden, behalve één man. Juist, Bernard Charles Ecclestone, de 74-jarige paus van de Formule 1-wereld. De naam van het onooglijke pad? 'Bernie's avenue'. Zo is Ecclestone ten voeten uit: een opdonder met grootheidswaanzin. "Ach ja, laat ze maar praten", schokschoudert de multimiljardair. De 'tactloze buldog die iedereen naar zijn pijpen laat dansen' weet wel beter: "Met mijn lengte? Hoe kan dat nu?"

Humor heeft hij wel, Bernie Bear. Zo steekt hij al eens de draak met zijn veertig jaar durende 'monopoleposition' in de autosport, al steigert hij als er iemand in zijn vaarwater zit. "Ik ben indertijd de baas geworden omdat niemand anders in autosport geïnteresseerd was. Dat dat nu wel zo is, verandert niets aan mijn positie. Democratie? Onzin. Dat staat snelle beslissingen in de weg en dat is vaak nefast. Ik wil in mijn vak de beste zijn. Dat succes meet je af aan het aantal nullen op de bankrekening." Een uit brons gesmolten stapeltje bankbiljetten siert de vensterbank van zijn Londens kantoor.

"Ecclestone is een dictator van de oude stempel. Zijn vader was kapitein op een vissersboot", fluistert een insider. "Als je het mij vraagt, stamt hij rechtstreeks af van Attila de Hun. Folterpraktijken noemt hij een ouderwetse manier om dingen gedaan te krijgen." Op 16-jarige leeftijd verlaat Ecclestone de schoolbanken om als verkoper van tweedehands wagens te werken. In zijn vrije tijd waagt hij zich af en toe op de piste, zonder veel succes. Als coureur trekt hij maar één keer de aandacht: wanneer hij in 1949 met zijn Formule 3-wagen tegen een andere auto botst. Die naast de omloop geparkeerd stond.

Eind jaren 60 heeft Ecclestone zijn eerste managementbaantje te pakken in de F1-wereld. Hij wordt raadgever van de klasbak Jochen Rindt. Wanneer de talentvolle piloot in 1970 een crash op het circuit van Monza niet overleeft, laat hij de autosport even voor wat ze is. Even later plant hij er wederom een voet in, deze keer om definitief te blijven. De machtsovername van Ecclestone in de F1 begint in 1972 met de aankoop van het Brabham-team.

Een jaar later richt hij samen met Max Mosley, de voorzitter van de internationale autosportfederatie (FIA), de Foca (Formula One Constructors Association) op en behartigt de belangen van de F1-teams. Onder hem groeit de in amateurisme badende sport in een pijlsnel tempo uit tot een goed geoliede machine. Ecclestone onderhandelt met de Grand Prix-organisatoren, exploiteert de tv-rechten en bombardeert zichzelf tot commercieel promotor. Vooraleer iemand er erg in heeft, is Ecclestone de baas van de Formule 1.

"Alle miljonairs die je op en naast het circuit ziet rondlopen, zijn rijk geworden dankzij mij", is zijn stelling. In de jaren 70, 80 en 90 worden de F1-inkomsten verdeeld tussen Ecclestone, de FIA en de Foca. Het geld stroomt binnen. In 1994 verongelukt Ayrton Senna. "Een drama", blikt de F1-baas later terug. "Het was een soort publieke kruisiging, omdat het allemaal live op tv te volgen was. Ayrton was een vriend."

Maar zo zien de nabestaanden van de Braziliaanse toppiloot het niet. Ecclestone werd geweigerd op de begrafenis, omdat hij kort na het ongeluk in Imola valse informatie over de toestand van Ayrton Senna zou hebben verstrekt. "Hij stelde de situatie rooskleuriger voor, puur om ervoor te zorgen dat de race zou doorgaan", aldus broer Leonardo Senna.

Midden jaren 90 gelooft geen kat dat er een tweede godenkind zal rechtstaan. "En plots is daar ene Michael Schumacher", weet Ecclestone. "Een monument." De Duitser draagt zijn sympathie weg, net als Alain Prost en tegenwoordig Fernando Alonso. Van de Amerikanen moet Ecclestone niet weten. " In de VS word je al aangeklaagd als je om vijf over twaalf nog goedemorgen zegt. De Amerikanen willen nu geld spenderen om een deftig circuit op poten te zetten. Mooi, prachtig, maar waar doen ze dat dan? (windt zich op) In de woestijn! Ik heb die mensen laten weten dat we niet met kamelen racen."

Met politiek en geloof heeft Bernie Ecclestone zich nooit ingelaten, op een slippertje in 1997 na. Hoewel, slippertje... Hij slaagt erin Tony Blair en zijn Labourpartij met 1,5 miljoen euro om te kopen om politici die het verbod op tabaksreclame willen goedkeuren, het zwijgen op te leggen. Wanneer het schandaal uitlekt, geeft Labour de donatie netjes terug, met het schaamrood op de wangen. Ecclestone zit er niets mee in. Wie hem wel stoort is kwelduivel Karel Van Miert, op dat moment eurocommissaris. Die heeft lucht gekregen van de zaakjes van Ecclestone, waarbij de regels van de vrije markt grondig worden verwaarloosd. Van Miert blijft Ecclestone achtervolgen, maar wordt in 2000 tot grote opluchting van het F1-opperhoofd vervangen door de makkelijkere Mario Monti.

"Ik ben een simpele verkoper", pretendeert Ecclestone nog altijd. "Ik ben begonnen met broodjes en snoep tijdens de speeltijd. Dan auto's. Nu Formule 1. Er is niemand die beter dan ik beseft dat dit entertainment is. Ze hebben het allemaal veel te druk om bloedserieus met hun autootjes te spelen. Formule 1 is te veel als seks geworden: het verlangen naar de koers duurt langer dan het genot dat je eraan hebt."

Als Ecclestone in de buurt is, lijken de geblindeerde ruiten van 'het Kremlin' nog zwarter dan anders. 'Het Kremlin' is Bernies persoonlijke luxemotorhome, zijn 'mobiel kantoor'. De antracietkleurige bus is een onverwoestbare vesting. Ecclestone onderhandelt het liefst in het duister. "Hij voert wat uit tijdens die geheime bijeenkomsten", zei de Britse rechter Langmore vijf jaar geleden. "En zet nooit iets op papier."

Geen wonder dat de renstalbezitters meer dan ooit klagen dat ze te weinig geld krijgen uit de F1-pot. Een aantal teambazen heeft zich verenigd in de GPWC (Grand Prix World Championship) om zich van de Formule 1 af te scheiden. "Ik ben niet bang", reageert Ecclestone. "Geen enkele sport heeft er baat bij als een tweede, alternatief kampioenschap ontstaat." Hij ziet tot zijn grote tevredenheid dat Ford en de twee Japanse spelers, Toyota en Honda, zich niet in het debat mengen. De GPWC blijft even later verweesd achter met slechts drie teams (BMW, Renault en Mercedes) wanneer ook Ferrari, McLaren en Williams overstag gaan.

Ecclestone blijkt ze omgekocht hebben, en verstevigt zijn positie. Zijn tegenstanders zijn woest. Ferrari komt nog even terug op zijn besluit, maar kruipt in januari van dit jaar definitief onder de vleugels van Ecclestone. "Ferrari en Formule 1 zijn synoniemen", beweert de autobouwer. Grotendeels klopt dat ook, al was Ferrari niet aanwezig tijdens de allereerste F1-wedstrijd in 1950. Waarom? Omdat Enzo Ferrari de onkostennota voor de transportkosten te laag vond.

Het rommelt steeds harder in de wereld van de autosport. Formule 1 is een hallucinant imperium geworden, waarvan de keizer voortdurend op veroveringsoorlog is terwijl het volk mort en honger lijdt. Het enige wat in de vergelijking met de Romeinse keizer Caligula ontbreekt, is dat Bernie zijn paard tot consul benoemt. Zijn eigen vrouw heeft hij alvast gebombardeerd tot eigenares van het Ecclestone-fortuin. "Als men mij mijn geld afpakt, moet ik dus niet wanhopen. Ik ben rijk genoeg getrouwd om de rest van mijn dagen in luxe te slijten", grijnst de bejaarde tycoon graag.

Toch heeft Ecclestone niet alle financiële macht in handen. Hij moet nog steeds rekening houden met de drie banken die samen 75 procent van de Slec-aandelen in handen hebben; Slec staat voor Slavica Ecclestone, geboren Slavica Malic. Ecclestones familiestichting Bambino heeft de overige 25 procent van de aandelen in handen. Volgens naaste medewerkers broedt de geslepen businessman op een plan om na Ferrari ook de banken uit te kopen. Maar vast staat dat die hun portefeuille Slec-aandelen alleen aan de hoogste bieder zullen verkopen, wie dat ook mag zijn.

'Ik heb weinig en heb ook weinig nodig", is een van zijn mantra's. Zijn vrouw Slavica beheert het fortuin. Het voormalige Armani-model uit Kroatië is een kop groter dan de kleine generaal en ruim dertig jaar jonger. Bernie bezit villa's in Londen, Corsica en in de Franse Rivièra, een pittoreske herberg in het Zwitserse kuuroord Gstaad en twee privéjets. Vorig jaar verkocht hij zijn kast van een huis in Londen aan metaalmagnaat Lakshmi Mittal, en tekende meteen voor een plaatsje in het Guinness Book of Records. Met een kostenplaatje van 103 miljoen euro is het het duurst verkochte huis ooit.

Zijn vrouw en dochters Tamara (19) en Petra (16) zijn 'zijn alles', al durven ze daar zelf anders over te denken. Slavica: "Bernie vroeg laatst waarom onze dochter Tamara nou niet meer naar school ging en toen moest ik hem vertellen dat ze afgestudeerd was. Hij leeft voor zijn baan, heeft geen hobby's en de meeste mensen vervelen hem." Scheiden zal ze evenwel niet snel doen, want Slavica erft een goudmijn als Ecclestone er het bijltje bij neerlegt.

"Sterven staat voorlopig niet in mijn planning", aldus de steenrijke zeventiger. "De F1 is als een tuin, daar ben je ook nooit klaar mee." Niet dat hij het F1-bolwerk per se in de familie wil houden, want zijn twee dochters interesseren zich toch niet voor autosport. "Als ik thuiskom, stoppen ze mij in de kast. Ze laten mij er alleen uit om een cheque te tekenen." Ook in de sport pleit Ecclestone voor de aanwezigheid van dames. "Ik hou van vrouwen in de F1", laat hij zich regelmatig ontvallen. De onlangs uit het niets opgedoken Zwitserse Natacha Gachnang (16) is zijn hoop voor de toekomst. Niki Lauda ontfermt zich persoonlijk over haar carrière. "Deze dame kan het de jongens flink lastig maken", aldus de man.

Ecclestone beging in juni dit jaar de vergissing van zijn leven door na de race in Indianapolis te zeggen: "Weet je, ik droom ervan dat vrouwelijke piloten allemaal in het wit gekleed gaan, net als in andere huishoudelijke functies." Hij kreeg niet alleen pilote Danica Patrick, maar ook de hele Amerikaanse F1-wereld over zich heen. Gelukkig voor Bernie zijn de Europese vrouwen vergevensgezinder. Toch raakt hij ze, op een occasionele boomlange pitspoes aan zijn arm na, niet aan. "Een minnares?", aldus Ecclestone. "Nee, dat heb ik niet. Ik heb geen tijd voor een maîtresse. En (wijst op zijn lengte) zelfs als ik er tijd voor had, weet ik niet if I'd get the job done."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234