Vrijdag 09/12/2022

'De naaktheid van het Nederlands is heel opwindend'

Rocken in je moedertaal? Raymond van het Groenewoud, Stijn Meuris en Luc De Vos bewijzen al meer dan een decennium lang dat het kan. Hun voorbeeld krijgt de jongste tijd steeds meer navolging. Van rockers als Tom Barman, maar ook van 'discokikkers' als Stijn en Daan Stuyven.

DOOR KURT BLONDEEL EN BART STEENHAUT

BRUSSEL l Daan, Tom Barman, Sarah Bettens: allemaal bouwden ze hun reputatie op in het Engels en allemaal schreven ze de laatste jaren of pas recentelijk hun eerste song - excuseer: liedje - in de taal waarin ze werden opgevoed.

Of hoe je de rockartiest wel van onder de kerktoren krijgt, maar de kerktoren niet uit de rockartiest. Alleen al door het feit dat Poppunt, het landelijke steunpunt voor jonge muzikanten, in de nieuwste uitgave van zijn gelijknamige magazine een artikel aan songschrijven in het Nederlands wijdt, mogen we stellen dat zich onder Vlaamse rockmuzikanten waarschijnlijk een mentaliteitswijziging heeft voltrokken. Een voorzichtige weliswaar, want vaak wordt dat Nederlandstalige werk geschreven in opdracht, of als spielerei, of blijft het tot een los nummer beperkt.

Overigens laten niet alleen de gitaarminnaars zich door het Nederlands in bekoring brengen. Ook elektrofunker Stijn, bekend van de singles 'Wiezeddegij?' en het veel gedraaide 'Grandaddy' (een samenwerking met, ja hoor, de peetvader van de Nederlandstalige rock in Vlaanderen, Raymond van het Groenewoud), liet zich onlangs op Radio 1 ontvallen dat een volledig Nederlandstalige plaat een grote droom van hem is. Tenminste, als Raymond weer meedoet. Als dan ook nog popintellectueel Daan Stuyven steeds vaker laat verstaan dat hij zijn probeersels in onze taal op een dag ook effectief wil uitbrengen, weet je dat de 'alternatieve' dEUS-generatie een lang gebarricadeerde deur vandaag op een kier heeft gezet.

Het is een gang van zaken die Stuyven niet onlogisch vindt. "Ik denk dat het met de leeftijd te maken heeft, met een heimwee naar vroeger. Je moet het ook puur praktisch bekijken: als je je carrière begint in de Nederlandstalige muziek, zal je nooit een Tom Barman of Sarah Bettens worden. Dan kom je toch heel gemakkelijk in het circuit van de culturele centra terecht."

dEUS-voorman Tom Barman, die jaren geleden al meeschreef aan Gorki's 'Ik ben aanwezig', leverde onlangs met 'De doorgedachte' zijn eerste zelfgeschreven Nederlandstalige liedje af. Het belandde weliswaar op de jongste plaat van Henny Vrienten, maar toch, daar zal het volgens de Antwerpenaar beslist niet bij blijven. Want of hij zich nu van de taal van Shakespeare, Molière of Conscience bedient, voor Tom Barman telt in de eerste plaats de kwaliteit van het nummer. "Eigenlijk is in het Nederlands schrijven niet zo anders", schokschoudert hij. "Je moet er enkel voor zorgen dat je geprogrammeerd staat op je eigen taal wanneer je je gitaar vastpakt, en dat vergt niet meer dan een eenvoudige klik." Barman voegt er echter aan toe dat het Nederlands zich weliswaar uitstekend leent voor een traag nummer, maar voor het uptempo werk moeilijker te beteugelen is. "Dan moet het spitser en energieker en kun je het sowieso niet over dezelfde dingen hebben."

Barman onderschrijft Daans stelling dat er voor een Vlaamse zanger-muzikant minder risico op geloofwaardigheidsverlies bestaat wanneer die van het Engels naar het Nederlands overschakelt. "Puur geografisch is in het Nederlands beginnen dus een vernauwing, maar dat kan volgens de perceptie blijkbaar wel. Omgekeerd komt het al gauw over als een carrièrezet, en ik ken eerlijk gezegd niet veel voorbeelden die daarmee weggekomen zijn. Kijk maar naar Clouseau."

Een niet onbelangrijke consequentie van schrijven in de moedertaal is wel dat je als tekstschrijver zogoed als naakt komt te staan. Maar dat is net opwindend, ondervindt Barman. "Al mijn teksten zijn immers persoonlijk. Alleen is het niet meer dan normaal dat men hier in Vlaanderen of in Nederland automatisch beter zal luisteren naar een Nederlandstalige tekst. Dat plots een barrière wegvalt, dat je je in een song kunt uitdrukken zoals je dat in het dagelijkse leven doet, maakt het des te spannender."

Een andere vaderlandse rockgrootheid die af en toe van het Engels afstapt, is Stef Kamil Carlens. In het verleden componeerde hij al enkele Nederlandstalige nummers voor theater en film. "De keren dat ik die songs live heb gebracht, heb ik inderdaad ook gemerkt dat het publiek zich veel aandachtiger opstelt", beaamt hij. "Wanneer ik in Frankrijk een Franstalig nummer zing, valt het me trouwens telkens weer op hoe heel de zaal meteen muisstil wordt en intens naar de tekst staat te luisteren. Voor een tekstschrijver is dat natuurlijk een groot plezier."

Tot nu toe componeerde Carlens enkel in het Nederlands in opdracht van Toneelgroep Amsterdam, Het Toneelhuis en actrice-filmmaakster Hilde Van Mieghem. "Voorlopig hou ik veel te veel van toeren om een volledige set in het Nederlands te brengen", zegt hij. "Daarmee kun je maar moeilijk veel verschillende landen aandoen, en ik wil mijn actieradius toch zo groot mogelijk houden." Maar als Carlens ooit de overstap zou wagen naar een uitgebreid Nederlandstalig project, dan zou hem dat net als zijn vroegere dEUS-broeder makkelijk afgaan. "Het enige waar ik over zou kunnen vallen is de juiste uitspraak van het Nederlands. Ik voel me een beetje geplaagd door het mixtaaltje dat ik spreek van plat Antwerps en zogenaamd beschaafd Nederlands. Eigenlijk is dat een non-dialect dat ik helemaal niet mooi vind. Ik woon in Antwerpen en het Antwerpse dialect leeft hier nog, maar het is totaal verbasterd door een of andere nitwit die ooit eens heeft bedacht dat iedereen maar algemeen Nederlands moest spreken. Terwijl de taal van mijn grootmoeder of die waarin Wannes Van de Velde zingt een prachtig dialect is. Maar helaas, ik beheers het te weinig om daar verder veel mee aan te vangen."

Sarah Bettens, die vorig jaar voor de film Leef de Nederlandstalige titelsong bedacht, ondervindt eveneens dat ons taaltje maar moeilijk met rock-'n-roll te verzoenen valt. "Ik vind mijn eigen Antwerps-Kapelse accent ook niet zo mooi. Maar toen ik 'Leef' schreef, had ik wel het gevoel dat ik een totaal andere wereld binnenstapte. Na dertien jaar voelde ik me weer debutant."

Met het muzikale naturisme dat zingen in het Nederlands meebrengt, heeft Bettens het echter moeilijker. "Het schrikt me wel een beetje af. Je publiek moet geen enkele moeite doen om te verstaan wat je zingt, hé? De afstand die dankzij het Engels bestaat, valt helemaal weg."

Volgens dirk Blanchart - tot nog toe de enige die de daad bij het woord voegde en met Schietstoel in 1998 uitpakte met een volledig Nederlandstalige plaat - is de behoefte om meer in de eigen taal te zingen een teken van deze tijd. "Naarmate de globalisering toeneemt, krijg je ook een beweging die daar haaks op staat. Als producer werk ik geregeld samen met jonge groepen die niet alleen in het Nederlands zingen, maar ook nog een stapje verder gaan door voor hun eigen dialect te kiezen. Zelf heb ik uiteindelijk voor het Nederlands gekozen omdat ik in die taal meer nuance kan leggen. Ik kan er een soort humor, een gevoel voor ironie in kwijt dat ik in het Engels niet meester ben." Volgens de Gentenaar komt daar wel een aantal praktische problemen voor in de plaats. "Onze taal heeft een boel woorden met lelijke uitgangen en moeilijke klanken. Het Engels heeft daar veel minder last van. Op de koop toe moet je bij ons opletten dat de tekst de melodie niet opslokt. Nederlands is trouwens een taal die heel slecht past bij het tempo en de attitude van rock-'n-roll. Vandaar dat je hier zo snel in kleinkunst en folk terechtkomt."

Waarmee we bij de hamvraag uitkomen: is het eigenlijk wel mogelijk om onbedaarlijk te rocken in het Nederlands, om het schuim, het zweet en de seks van het genre op overrompelende wijze gestalte te geven en zo bij de luisteraar rillingen teweeg te brengen, en geen lachstuipen? Niemand beter om die vraag aan voor te leggen dan podiumgigant Stijn Meuris. "Wel, ik heb ooit het genoegen gehad om Mauro Pawlowski iets in het Nederlands te horen zingen, en ik kan je zeggen: mijn haar ging recht overeind staan", zegt hij over Vlaanderens baarlijkste rockduivel. "Eigenlijk is het simpel: je moet het durven. Want 'rocken in het Nederlands' (monkelt) kan wel degelijk. Het vergt alleen een beetje moed: je wordt immers uitgedaagd om ook effectief een inhoud te geven aan wat je maakt.

"Anderzijds blijft het wel kantje boord met dat Nederlands. Een zinsfragment als "een heel klein beetje oorlog" heeft een bepaalde lading die ook fout begrepen kan worden, net omdat het zo direct is. Maar als je daar eenmaal door geraakt, krijg je een echte gevoelsbonus. Puur artistiek-literair boek je dus winst door in het Nederlands te werken."

Een heel klein beetje durven, is het dat maar? Tom, Stef, Daan, Mauro: we wachten vol ongeduld.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234