Zondag 27/09/2020

De mythen van moeder natuur

In onze verbeelding hebben we drie ogen, kunnen we over water lopen en rijzen we op uit een vuurzee. Maar onder de groene bladeren van het regenwoud, in diepe oceanen en verre grotten leven wezens met eigenschappen die we alleen maar goddelijk kunnen noemen. Basilisken, vissen en slangen hebben van moeder natuur krachten cadeau gekregen waar Prometheus, Jezus en Shiva alleen maar jaloers op kunnen zijn.

Katrijn Serneels

Jim Morrison is geen echte lizard man. De zoon van God wel. Als Jezus een hagedis was geweest, dan had niemand eraan getwijfeld dat hij echt over water kon lopen. De groene basilisk heeft niet de kracht van God nodig om met droge voeten een meer over te steken; een dieet van insecten, bloemen en kleine vogels volstaat. In het regenwoud van Costa Rica steekt hij zonder natte voeten meertjes en rivieren over met een vaart van 12 kilometer per uur, de snelheid van een goede jogger.

Eigenlijk loopt de groene basilisk niet op water, maar op lucht. Onder zijn gekromde pootjes vormt de groene basilisk een reservoir van lucht, zodat hij voortdurend op een kussen van luchtbelletjes loopt. Het enige wat nat wordt, zijn de uiteinden van zijn pootjes. Watervrees is niet de reden waarom de basilisk deze messiaseigenschap ontwikkeld heeft. Hij kan ook zwemmen, maar dan wel tegen een lagere snelheid.

Over water lopen is trouwens kinderspel. Het is niet iets wat de vader de zoon moet leren, al op de dag van hun geboorte zie je de babybasilisken rondrennen, in bomen klimmen en hun eerste stapjes op het water zetten. Een volwassen basilisk, die zo'n 70 centimeter groot is, denkt elke dag eigenlijk maar aan drie dingen: zon, water en land. Een derde van zijn tijd brengt hij op het land door: onder en in de bomen van het regenwoud gaat hij op jacht naar lekkere bloemen of sappige kleine vogeltjes. Een frisse duik in het water, waar hij een ander derde van de dag doorbrengt, doet altijd deugd in de tropische hitte van het regenwoud. Al doet het iets minder deugd voor de kleine visjes die de basilisk tijdens zijn duik doorslikt. Dan is het tijd om een plekje om nog wat te zonnen te zoeken om daar de rest van de dag te relaxen en zijn glimmend groene huid te laten opdrogen. Terwijl hij over meertjes en riviertjes loopt, en af en toe nog wat insecten uit de lucht hapt als waren het borrelnootjes, zoekt de basilisk een plekje in de zon. Dit is leven... als een god in het regenwoud.

Als Shiva en Durga alleen zijn, dan praten ze onder zes ogen. Sinds de zesde eeuw voor Christus hebben deze twee hindoegoden allebei een derde oog: niet op hun rug, maar op hun voorhoofd. Als Indiase vrouwen elke morgen een rode stip tussen hun ogen zetten en koningen met muskus hun voorhoofd aanstippen, willen ze wijsheid en kracht uitstralen en het ongeluk afschrikken. Het derde oog zou een zesde zintuig zijn.

Maar sinds 200 miljoen jaar voor Christus, nog voor de dinosaurussen leefden, opende de sphenodon punctatus ook elke morgen drie ogen. Vandaag doet hij dat nog steeds. De Maori noemen hem tuatara, rug vol doornen. Hij is de laatste van de rhynocephalia, reptielen met een snavelkop, die 100 miljoen jaar geleden uitstierven. Echt zien doet hij niet met zijn derde oog, hij gebruikt het om lichtgevoeligheid en temperatuur mee te regelen. Hij jaagt meestal 's nachts, wat de nood aan een extra lichtsensor kan verklaren. Hij leeft even lang als de moderne mens, zo'n 100 jaar, maar aan seks doet hij op prehistorische wijze. Daar heeft hij geen apart orgaan voor, in tegenstelling tot de krokodil en de schildpad die een penis hebben. De tuatara doet het met een cloacakus: dat betekent gewoon dat hij de lipjes van zijn aarsopening of cloaca stevig op de hare drukt en zijn zaad laat stromen. Na negen maanden, net als bij de mens, ziet een kleine tuatara met drie ogen het levenslicht.

Krokodillen hebben hun andere organen meer ontwikkeld, maar hun derde oog zijn ze nog niet verloren: in de huid tussen hun ogen zit de epifyse verdoken. Ook bij andere reptielen, vissen en vogels vind je de epifyse terug. Bij de watersalamander fungeert ze als een radar, om de weg naar de vijvers terug te vinden. Het licht zou als vier punten van een kompas de richting aanwijzen. Bij mensen is de epifyse als een erwt in de hersenen gekropen, waar ze manager is van ons lichaam. Ze doet aan homeostase, het op elkaar afstemmen van basisfuncties aan de hand van een interne klok. Die klok is afhankelijk van de lichtgevoeligheid, een erfenis van de tuatara. Het derde oog van de mens regelt onze tijdsbeleving en onze lichaamsfuncties en is dus een wijs en krachtig mechanisme. Maar of het nu een zesde zintuig is waarmee je de tijd kunt voorspellen of ongelukken voorkomen, is maar de vraag. Er bestaan wel theorieën over de rode stip, die als ze uit rood lood bestaat een neurotoxisch effect kan hebben dat de werking van de epifyse kan beïnvloeden.

Een braambos dat opeens in de fik schiet, dat is wat Mozes ziet. Ook vuuraanbidders in Indië denken dat achter een plant die spontaan ontbrandt een goddelijke vlam zit, maar het is eerder brandende lust. Spontane zelfontbranding bij planten is een wrede vorm van voortplanting. Maar wel een succesvolle, want hij legt alle concurrenten in asse. De doordringende, citroenachtige geurwolk die rond het essenkruid hangt, is brandbaar. De geringste vonk, wanneer de hoef van een dier tegen een rots ketst, kan genoeg zijn om het gas te doen ontvlammen. Bij de citrusroos, die vooral in het Midden-Oosten voorkomt, zie je hetzelfde fenomeen.

Eenmaal de struik in brand staat, komen de zaden los en valt er een regen van zaad op de grond. Op de vruchtbare asse kunnen ze nu groeien zonder door ander opschietend groen gestoord te worden. Ook in Zuid-Afrika heeft de helft van de planten rook nodig om te ontkiemen. Niet de Afrikaanse proteusbloem of het Indische essenkruid, maar de citrusroos zou de echte brandende braamstruik kunnen geweest zijn. Misschien rolden onder Mozes' voeten gewoon wat stenen naar beneden die onder een struik tegen mekaar ketsten, waardoor het bosje voor hem in brand vloog. Het was niet de hand van Jahweh, maar zijn eigen sandaal.

Aan een rots hangt Prometheus en elke dag pikt een adelaar zijn lever uit zijn buik. De inspiratie voor deze straf moet Zeus wel in Canada bij de roodzijdeachtige kousenbandslang gehaald hebben. Wanneer de eerste lentezon in de natuurlijke kalksteenputten van Manitoba valt, ontwaken duizenden slangen uit hun winterslaap en komen ze uit hun spleten naar de zon gekronkeld. Daar wacht een leger kraaien hen op. Omdat de kraaien bij zo'n groot levend buffet wel kieskeurig kunnen zijn, pikken ze met chirurgische precisie de lever van de slang eruit. Al verraadt hun lange lijf niet waar hun lever zit, in een hap berooft de kraai hen van hun vitale organen. Maar in plaats van spartelend en sissend in de zon te sterven, groeit er in de roodzijdeachtige kousenbandslang opnieuw een lever aan. En de slang blijft lang genoeg leven tot de nieuwe lever terug volledig is.

Stenen beelden zouden als teken van leven bloed huilen. Een slang doet dat ook, maar dan om haar belager te overtuigen dat ze dood is. Wanneer de West-Indische bosslang in gevaar is, barsten de aders in haar ogen open en wordt alles rood, tot de tranen van bloed over haar bek stromen. Om de sterfscène compleet te maken, verspreidt ze de geur van ontbindend vlees over haar schubben terwijl ze zich in een spiraal opkrult. Ook de gehoornde hagedis doet geregeld aan autohemorragie of zelfbloeding. Als hij in gevaar is, verhoogt hij de bloeddruk in zijn oogholten tot de wanden barsten. Het bloed spat met zo'n kracht uit zijn ogen dat het een meter ver kan sproeien, waarop zijn aanvaller het van de schrik op een lopen zet. Ook lieveheersbeestjes kunnen bloeden als ze in het nauw gedreven zijn. Maar de insecteneter die zijn tanden in een weerloos lieveheersbeestje zet, vergist zich. Het bloed is giftig en doet zijn kaken dichtslibben, zodat de eerste hap soms ook de laatste is geweest.

Vuurvogels bouwen een graf van vuur, maar in het echte leven nemen ze een bad van vuur. Verhalen over vogels die uit hun asse verrijzen zijn ongeveer even verspreid over de wereldbol als de kraai. En dat is geen toeval, want vuurminnende vogels als de kraai, ekster, spreeuw en roek houden van rookbaden om het ongedierte in hun vleugels te verjagen. En waar rook is, is vuur. De illusie dat ze uit het vuur verrijzen, ontstaat omdat ze op en neer in de rook zweven, want stilhangen boven rook zou verbrande vleugels betekenen. Hun ogen beschermen ze door er een derde vlies over te laten vallen, terwijl de rook het ongedierte in hun vleugels doodt. Het is dus niet de liefde voor vuur, maar hun afkeer van ongedierte die hen drijft. Als is het een hardnekkig misverstand dat alle dieren bang zijn voor vuur. De meeste dieren staan er onverschillig tegenover en enkele vogels zoals kraaien houden er zo van dat ze hun nest vaak op een schoorsteen bouwen. Zelfs in Harry Potter komt er een vuurvogel voor die bij nader inzien een kraai blijkt te zijn die uit de rook van een schoorsteen vliegt.

Een walvis die je opslokt en je terug uit zijn mond laat ontsnappen als je braaf bent, bestaat niet. Maar de kempvis bestaat wel. Jonas werd op bevel van God door een walvis opgeslokt, die hem van een dood in de zee redde. De mannetjes van de Siamese kempvis slokken hun kleintjes in hun bek op als er gevaar dreigt, zwemmen zelf rustig voort naar een veiliger oord en laten de kleintjes terug uit hun bek als de situatie terug onder controle is. Deze geëmancipeerde vis heeft ook een heel goed waarschuwingssysteem ontwikkeld: om zijn kleintjes bij zich te roepen als er andere roofvissen op komst zijn, veroorzaakt hij speciale trillingen in het water met zijn vinnen.

Vanaf zondag 1 april op Canvas: Mysteries in de natuur naar de BBC-serie Supernatural: zes weken lang van 12.30 tot 13 uur.

Het boek van de BBC-serie is ook verkrijgbaar: Mysteries in de natuur door John Downer, Tirion Uitgevers, 192 pagina's, 795 frank.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234