Zondag 17/10/2021

De mysterieuze moord op de schoonbroer van Bin Laden

Op 30 januari 2007 werd de schoonbroer en vroegere boezemvriend van Osama bin Laden in het zuiden van Madagaskar vermoord. Mohammed Jamal Khalifa, die er van verdacht werd de Filippijnse terroristische organisatie Abu Sayyaf te hebben gefinancierd, bezat in Ilakaka een saffiermijn en handelde er in kostbare stenen. Eric Bracke, ooit zelf gekidnapt door Abu Sayyaf, zocht in het Malagassische wilde Westenstadje antwoorden op onopgeloste vragen.

"Tourbussen rijden zonder te stoppen door Ilakaka, de vensters gesloten uit vrees voor bandieten." Zo staat het in de gids over Madagaskar van Hilary Bradt. Een uitstekend reisgids, al overdrijft de auteur hier wel een beetje. In het gelukzoekersstadje, dat ongeveer 30 procent van de wereldmarkt voor saffier bevoorraadt, moet je op je tellen passen. Maar je riskeert je leven niet als je er op klaarlichte dag uitstapt.

Zodra een medewerker van de Franse stenenhandelaar Marc Noverraz ons komt vergezellen, kunnen we ongehinderd onze gang gaan. Enthousiaste kindjes begroeten de blanke pottenkijker met 'Salu vazaha' en vanuit een bar wuift een wulpse prostituee me met haar lange wimpers zwoelte toe. De mannen tegen de gevel van het café vangen meesmuilend mijn blik. Een auto rijdt met veel kabaal voorbij, in de laadbak dansende militanten met spandoeken voor de burgemeestersverkiezing van volgende week. Tijd nemen om foto's te maken, durf ik niet goed. Ik druk hier en daar stiekem af, zoals iemand die probeert om ongezien in zijn neus te peuteren.

Er gaat veel geld om in dit stadje. In de haastig in elkaar getimmerde barakken langs de kant van de weg is zoveel te koop als in de Malagassische hoofdstad Antananarivo. Ook luxegoederen zoals laptops, i-pods en flatscreens staan in de winkels te blinken. In het casino kun je het fortuin dat je hebt opgegraven meteen verspelen. Aan de meeste barakken hangen uithangborden met de woorden 'sapphire' of 'gems'. Achter de planken, stenen gebouwen zijn nog in de minderheid, worden edelstenen verhandeld en soms bewerkt. De markt van de roze saffier is vooral een Amerikaanse aangelegenheid terwijl de blauwe saffier elders het meest begeerd is. De mooiste stenen gaan naar ervaren specialisten in Sri Lanka of Thailand om te snijden en te slijpen. Een kleiner deel komt ook in Antwerpen terecht, waar naast diamant ook saffier wordt bewerkt en verhandeld. Het kleine grut blijft ter plaatse.

Ilakaka lijkt op een nederzetting van goudzoekers in het wilde Westen, maar dan wel met centraal een witte moskee. Voor het nieuws over de saffieraders in de ondergrond zich in 1998 verspreidde, stonden hier alleen maar een paar hutten. Van overal, later ook uit Sri Lanka, Thailand en Afrika, kwamen de fortuinzoekers afgezakt. Ze vestigden zich langs weerszijden van de RN7, een van de weinige geasfalteerde wegen op het eiland. De stad groeide als kool en migranten hokten bijeen met streekgenoten, zodat ze hun eigen tradities, met zijn specifieke fadi's of taboes, in ere konden houden.

Na bijna tien jaar heeft het stadje nog steeds iets improvisatorisch. Lange tijd werd de benzine er per jerrycan aangevoerd maar nu heeft Ilakaka in het noorden toch een gloednieuwe benzinepomp. Voor de watervoorziening is een groot deel van de bevolking nog aangewezen op tankwagens. De mannen die de mijnen uitgraven, wonen met hun gezinnen in schamele hutten op het hete zand waar de kinderen tussen de kippen rondscharrelen.

Niemand weet hoeveel inwoners Ilakaka precies telt. De schattingen lopen uiteen van 20.000 tot 60.000. Feit is dat het aantal slinkt omdat de exploitatie van de mijnen minder rendabel is geworden. Er moet steeds dieper worden gegraven waarbij de kans om levens begraven te worden in de instortende schachten toeneemt. De vondst van olie hier in de buurt heeft de droom van de fortuinjagers weer aangeblazen.

Zoals in een goudzoekersstadje uit een western lopen velen in Ilakaka gewapend rond. Toch ervaar ik de sfeer niet als vijandig. Of beter nog niet, want als de nacht valt neemt ook het geweld toe. Jaarlijks telt men een dertigtal moorden in Ilakaka. Een van de slachtoffers die in september de kranten haalde was een Malagassische zakenman (de politie gaf alleen zijn voornaam, Ernest, vrij) die een saffier had gekocht ter waarde van bijna 23.000 euro.

De moord eind januari 2007 op Mohammed Jamal Khalifa was meer dan regionaal nieuws. De Saoedische stenenhandelaar Khalifa, die volgens Agence de Presse Africaine (APA) vooral zaken deed met Antwerpen en Lausanne, bezat in Ikalala al sinds 2000 een concessie van een saffiermijn. De plaatselijke bevolking vernam pas na zijn dood dat hij een schoonbroer van Osama bin Laden was. Khalifa verbleef niet permanent in Ilakaka, hij kwam er alleen af en toe om zijn zaken te regelen.

Het lijk van Khalifa werd onder politie-escorte 800 kilometer noordwaarts naar de hoofdstad gereden. De Saoedische regering charterde een Boeing 777 om het lichaam van de 49-jarige man te repatriëren. Op de internationale luchthaven Ivato in Antananarivo bezwoer de minister van Buitenlandse Zaken de Saoedische delegatie, onder wie familieleden en een ambassadeur, dat alles in het werk zou worden gesteld om de daders te vatten.

Blijkbaar konden de Malagassische autoriteiten niet overtuigen want in Ilakaka streken later Saoedische geheime agenten neer. Volgens Khalifa's broer Malek was de plaatselijke politie niet te vertrouwen en heeft ze niets ondernomen om de aanslag te verijdelen. Een beschuldiging die nauwelijks wordt tegengesproken door plaatselijke bronnen. Integendeel, Philibert Andrianony, de jonge politiechef in Ilakaka gaf vorige maand in een radioreportage van de BBC toe dat sommige van de onderbetaalde agenten collaboreren met gangsterbenden. In de Arabische krant Al Hayet ging Malek Khalifa nog een stap verder. "Nadat ik de manoeuvres van de overheid had gezien, was ik ervan overtuigd dat de regering van Madagaskar Jamals lot verkocht had aan internationale inlichtingendiensten", verklaarde hij.

Dus zetten de Saoedi's maar zelf de jacht in. Naar verluidt zijn sindsdien vijf personen die mogelijk betrokken waren bij de roofoverval spoorloos. En de Saoedi's hebben de Malagassische autoriteiten verzekerd dat ze de berechting van andere arrestanten in deze zaak op de voet zullen volgen.

Ook de plaatselijke media hadden maandenlang een kluif aan de moord. Albert Rakondravao, directeur van het departement misdaadonderzoek verklaarde begin februari aan de Franstalige krant Midi Madagasikara dat het om een simpele misdaad ging. Eentje zoals je er in Ilakaka in zes maanden tijd dertien in een dozijn hebt. Dat deze versie van een loutere roofoverval in twijfel werd getrokken, hoeft niet te verwonderen. Mohammed Jamal Khalifa was niet alleen de echtgenoot van een van de zussen Bin Laden maar was ook de boezemvriend geweest van de Amerikaanse vijand nummer 1. En hij stond bekend als een vroegere financier van terroristische cellen.

De bewegingen van Khalifa werden door de Amerikaanse geheime diensten dan ook nauwlettend gevolgd. Interpol Washington zond hen enkele dagen voor de moord, op 22 januari 2007, nog informatie door over de schoonbroer van Bin Laden, aldus J.M. Berger van Intelwire.com. Deze freelance journalist gespecialiseerd in onderzoek naar terrorisme stelde onlangs het 'Mohammed Jamal Khalifa Sourcebook' samen, een bundeling met stukken uit overheidsarchieven die betrekking hebben op Khalifa. Na 11 september 2001 had de CIA ook al een paar mannetjes naar Madagaskar gestuurd om de mogelijke betrokkenheid bij de terroristische aanslagen op Amerikaans grondgebied te onderzoeken, zo blijkt. Volgens deze rapporten werd toen ook een zekere Amin, een mijnarbeider die voor Khalifa werkte, ondervraagd. De conclusie van de CIA: Khalifa kan in verband met de aanslagen 9/11 niets ten laste worden gelegd.

De Amerikanen, en de Filippijnen, zijn wel altijd overtuigd geweest van Khalifa's betrokkenheid bij het moslimterrorisme in het zuiden van de Filippijnen. Volgens hun inlichtingendiensten zou hij de voormalige leider en oprichter van Abu Sayyaf, wijlen Abdurajak Janjalani, hebben aangezet om in de jaren tachtig in Afghanistan te gaan vechten. Khalifa, die getrouwd was met een Filippijnse, zou Janjalani later geld hebben gegeven om af te scheuren van de Moro National Liberation Front (MNLF), een andere rebellenorganistie in het zuiden van de Filippijnen. Eind jaren tachtig, begin jaren negentig zou Khalifa Abu Sayyaf fondsen hebben toegestopt via islamitische liefdadigheidsproject in de Filippijnen. In zijn laatste interview, voor hij op 4 september bij een vuurgevecht om het leven kwam, bevestigde Khadaffi Janjalani, de jongere broer van de oprichter van Abu Sayyaf, dat de organisatie financiële steun kreeg van twee mannen die dicht bij Bin Laden stonden. Een van hen was Jamal Khalifa.

Over de band tussen Al Qaida en Abu Sayyaf bestaat onduidelijkheid. Volgens sommige bronnen is het iets waar de Filippijnse rebellenorganisatie alleen maar van droomt en is er geen sprake van daadwerkelijke samenwerking of contacten. Toen ik in juni 1999 op de Filippijnen was, en enige tijd gekidnapt werd door Abu Sayyaf op het eiland Basilan, ging onder de plaatselijke bevolking het gerucht dat Osama bin Laden af en toe naar het zuiden van de Filippijnen kwam en dat hij daar zelfs een minnares onderhield. Het is moeilijk na te gaan in hoeverre dergelijke geruchten op waarheid berusten en of het hier misschien om een verwisseling tussen Bin Laden en zijn schoonbroer gaat. Maar het blijft verwonderlijk dat Bin Laden toen al, meer dan twee jaar voor 9/11, onder de bevolking een bekende figuur was.

Jamal Khalifa heeft zijn betrokkenheid bij terrorisme, in de Filippijnen en elders, altijd ten stelligste ontkend. De zaterdag voor zijn dood publiceerde de Filippijnse krant The Daily Inquirer zelfs nog een brief waarin hij expliciet stelde: "Ik heb nooit enige som geld aan een persoon of een groep gegeven en zeker niet aan Abu Sayyaf." Khalifa verliet Afghanistan in 1986, naar eigen zeggen na onenigheid met Bin Laden. Ze zouden elkaar sindsdien niet meer hebben gezien.

Voor de VS was Khalifa ook de 'onaangeklaagde medesamenzweerder' van de bomaanslag van 1993 op het World Trade Center in New York. Het brein achter deze aanslag, Ramzi Yousef, had zowel banden met Abu Sayyaf als met Khalifa. Toen Khalifa in 1994 op de luchthaven in San Francisco werd gearresteerd omdat zijn visum niet in orde was, bevond hij zich in het gezelschap van het Al Qaidalid Mohamed Loay Bayazid. Wat in de bagage van Khalifa werd aangetroffen was niet min: zelfgeschreven terrorismehandboeken en een adres- en telefoonboekje waarin ook de elite van Al Qaida, inclusief Osama bin Laden zelf, stond vermeld. Dankzij nog andere documenten van Khalifa kwamen de speurders Ramzi Yousef en Khan Amin Shah op het spoor. Beiden heren werkten op dat moment aan een scenario om in januari 1995 een dozijn vliegtuigen boven de Stille Oceaan te laten ontploffen.

Drie weken later werd Yousef door de Filippijnse politie opgepakt. Ook Shah liep in de val die de politie met behulp van Khalifa's documenten had gespannen. Later zei Yousef aan een celgenoot dat Shah verraden was door een informant. Hij zwoer dat de verrader zou worden berecht. Was de schoonbroer van Bin Laden die informant? In elk geval werd hij door de Amerikanen niet voor de rechter gebracht. Hij kreeg al zijn bezwarende bezittingen terug nadat Yousef was gearresteerd en tijdens het proces tegen Yousef werd de naam van Khalifa nooit voluit gebruikt.

Terug naar Madagaskar, waar de schoonbroer van Bin Laden op 30 januari in Sakaraha, een tachtigtal kilometer buiten Ilakaka, om het leven kwam. De versies over de gebeurtenissen lopen uiteen en de krantenverslagen spreken zichzelf op sommige punten ook tegen. Aanvankelijk hadden de bladen het in februari over een roofmoord uitgevoerd door een in de streek beruchte 'dahalo' of gangsterbende. Onder commando van een bendeleider die bekend stond als 'Dr. Olivier' zouden ruim twintig bandieten Khalifa hebben aangevallen. Hij kreeg een kogel in de borst en een in de rug en werd volgens een ander bericht ook nog bewerkt met een bijl. Zijn laptop, twee mobiele telefoons en een aktetas werden meegenomen.

Toen de politie de volgende ochtend op Dr. Olivier afging, sloeg de gangster op de vlucht. Hij werd in de rug geschoten en overleed. Bij hem thuis werd een nieuw paspoort gevonden en zijn oude papieren leken verdwenen te zijn. Er werd ook een safe aangetroffen maar het was niet duidelijk of de gestolen bezittingen van Khalifa ook in het bezit van Dr. Olivier waren. Een ander lid van de bende werd levend ingerekend. Volgens een krant bekende hij zijn betrokkenheid maar beschreef hij de overval als het werk van zes bendeleden. Ten slotte was er ook nog een ooggetuige die gezien had dat de aanvallers een soort militaire uniformen droegen. Desondanks bleven de meeste kranten vasthouden aan de versie van een aanval met meer dan twintig gangsters.

Het onderzoek liep omstreeks 8 februari vast omdat drie van de vier verdachten die de politie had opgepakt Arabieren waren. Volgens Midi Madagasikara kon de lokale politie geen tolken vinden die het Arabisch machtig waren. Een van de verdachten zou zelf een tolk zijn geweest maar de politie vreesde voor manipulatie bij de vertalingen van de ondervragingen. Daarop werd een speciale eenheid belast met het verder onderzoek en droogden de perslekken stilaan op.

Eind februari kwam Midi Madagasikara met een nieuw element. Ooggetuigen zouden een vrouwelijke verdachte hebben geïdentificeerd die bij Khalifa was op de nacht van de moord. Bij de aanval zou de vrouw in de voet geschoten zijn. Omdat er aanvankelijk geen vermoeden van haar betrokkenheid was, liet de politie haar gaan.

Later concludeerden onderzoekers uit de gevonden voetafdrukken rond de plaats van de misdaad dat de vrouw de moordenaars naar de kamer van Khalifa had gebracht. Mogelijk zou de vrouw, die voortvluchtig is, de aanvallers ook van wapens hebben voorzien. Volgens de berichten was ze een partner van Paul Fils, die Khalifa zijn Peugeot 405 ter beschikking had gesteld om van Ilakaka naar Sakaraha te rijden. Ook Fils is sindsdien een verdachte.

Een jaar na de moord blijven vele mogelijkheden en motieven open. Achter de aanslag op Khalifa zouden geheime diensten kunnen schuilgaan, zoals CNN-analist Nic Robertson suggereerde. Of misschien heeft de wraak die Yousef had gezworen Khalifa getroffen. Een afrekening in de saffierwereld is evenmin uit te sluiten. Zelfs met een banale roofmoord, zoals ze er in Ilakaka dertig per jaar tellen, moet rekening worden gehouden, maar dat is wel het minst waarschijnlijk.

Voor de moord blijven vele mogelijkheden en motieven open. Wraak, een afrekening, een banale roofmoord. Maar ook de geheime diensten zouden erachter kunnen schuilgaan

n Een saffiermijn, zoals ook Mohammed Jamal Khalifa er een bezat. Misschien gebruikte hij de opbrengst wel om terreur te financieren.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234