Maandag 23/05/2022

De mysteries van Grâce-Hollogne, 24 juni 1995

Vraag tien Belgen wie Julie en Mélissa ontvoerde en ze zeggen alle tien: 'Marc Dutroux'. Maar neem het strafdossier erbij, blader er wat in, en alles wordt plots minder zeker. Een reconstructie met niets dan gaten van die ene dag vol mysteries in het Luikse. Wie wou Vanessa en Dijana kidnappen? Wie was de man in wiens auto Julie en Mélissa vijf uur later stapten?

door Douglas De Coninck

Rond de huizen op het einde van de rue Diérain Patar in Grâce-Hollogne heerst achtenhalf jaar later een Hitchcock-sfeer, al is dat zo'n gevoel dat zich op elke plaats van elk groot misdrijf al snel ontwikkelt. Maar hier zijn de huizen leeg en verlaten. In de nieuwbouw om het nummer 69 zijn nog slechts enkele ruiten heel. "De luchthaven van Bierset", legt iemand uit. Onteigeningen terwille van de koerierdienst TNT. Ook het nummer 71, het huis met het schuine dak dat een uitzicht biedt op de Chemin de Fexhe, is helemaal verlaten.

Hier woonden in 1995 Francine Vergauwe, haar echtgenoot Jean Blach en haar toen al lichtjes bedlegerige 69-jarige moeder Marie-Louise Henrotte. De vrouw deelde, zoals oude mensen doen, haar dagen in volgens een vast patroon: "Ik heb de gewoonte om rond vier uur naar mijn kamer te gaan. Alvorens mijn toilet te maken, spendeer ik een halfuur met voor het raam te gaan zitten en naar buiten te kijken."

De persoon die op zaterdag 24 juni 1995 aan het uiteinde van de de smalle Chemin de Fexhe zijn auto liet stoppen, moet hebben gedacht dat hij geen enkel risico liep. Geen huizen in de omtrek. Helemaal niemand te zien. Eén huisje slechts, 400 meter verderop. Rue Diérain Patar 71. Het moest al heel erg toevallig zijn als iemand van achter dat raampje de omgeving zou zitten bespieden. Maar zo toevallig kan het soms gaan.

Marie-Louise Henrotte: "Ik situeer het tijdstip rond vijf uur 's namiddags. De twee meisjes stapten langs de kant van de weg, dicht bij elkaar, in de richting van de brug over de autosnelweg. Ik ben voor het raam blijven zitten de kinderen met het oog blijven volgen. Kort daarna zag ik een auto in dezelfde richting rijden. De auto is gestopt ter hoogte van de kleine meisjes, daar waar die bomen staan. Een man, de bestuurder, is uitgestapt en heeft de linkerportier achteraan geopend. De meisjes zijn achteraan ingestapt. Ik zou u niet kunnen zeggen of ze alleen zijn ingestapt of dat de bestuurder hen daarbij heeft geholpen, maar ik heb geen enkele herinnering aan geweld. Ik dacht toen dat de meisjes de bestuurder moesten kennen. Hij sloot de portieren en de auto is op normale wijze vertrokken. De auto was ongeveer dezelfde als die van mijn dochter, een Toyota Starlet. Iets donkerder. Grijs, metaal." (1)

Het duurt een poosje voor de speurders in Seraing en Grâce-Hollogne zich bewust zijn van de ernst van de verdwijning van Julie Lejeune (8) en haar vriendinnetje Mélissa Russo (8). Er zijn al acht dagen verstreken als mevrouw Henrotte tijdens een buurtonderzoek voor het eerst haar verhaal mag doen. Ze zal in de maanden die volgen nog een keer of vier worden ondervraagd.

Speurders zullen haar bladen met fotootjes van auto's van de meest uiteenlopende merken en types voorschotelen, waar ze eentje moet uitkiezen. De speurders zullen concluderen dat de wagen misschien wel donkerblauw was, of blauwgrijs. Of zwart. Een Ford Sierra misschien. Of toch een Toyota Starlet, of een Peugeot 205. Of 309. Op het eind is Marie-Louise Henrotte van nog slechts één ding zeker. Langs achteren was die auto "verticaal". Er was geen "koffer", het was een break.

Er zijn nog getuigen van de ontvoering, en die laten toe, door de beschrijvingen van de kleren die de meisjes die namiddag droegen, aan te nemen dat mevrouw Henrotte inderdaad een rechtstreekse getuige was van de ontvoering. Maar er zijn er nog.

Julie en Mélissa kruisen tijdens hun wandeling Raphaël Massin en Nancy Dans, een koppel uit de buurt. Zoals vaker, is het de bedoeling dat de meisjes van op de nutteloze brug wat gaan wuiven naar het drukke verkeer onder hen, op de E42-autosnelweg. De meisjes vinden dat leuk. En dat is ook wat ze hebben gezegd aan Carine Russo, de moeder van Mélissa bij wie ze de namiddag hebben doorgebracht, spelend met poppen en de hond.

De kinderen hebben de brug niet bereikt. Aangenomen wordt dat de donkergrijze auto via de Chemin de Fexhe met de kinderen op de achterbank is doorgereden tot aan de verkeersrotonde, om daar de E42 op te rijden, die Luik verbindt met Charleroi.

Vanaf dat moment zijn er geen feiten meer, alleen verklaringen en interpretaties daarvan. Tussen 24 juni 1995 en 17 augustus 1996, de dag waarop de stoffelijke resten worden opgegraven in de tuin van Marc Dutroux in Sars-la-Buissière, gaapt een gat. De synthesenota waarmee onderzoeksrechter Jacques Langlois op 8 januari 2002 dit deel van het onderzoek afsluit, telt twintig pagina's. Eén pagina vermeldt feiten, zoals de getuigenis van mevrouw Henrotte. De overige negentien bevatten verklaringen, niets dan verklaringen.

Marc Dutroux: "Michel Lelièvre zei altijd dat hij alles kon krijgen wat hij wou. Ik stelde hem voor de uitdaging: breng me een meisje (...). Mijn verbazing was enorm toen ik op een goede dag thuiskwam. Er zaten twee meisjes in huis. Ze waren wakker. Ik vernam dat het ging om Julie en Mélissa. Michel Lelièvre zei dat hij de klus had geklaard met Bernard Weinstein." (2)

Michelle Martin: "Indien mijn geheugen goed is, moet het midden of eind juni 1995 geweest zijn, of misschien zelfs iets later, toen Marc me het vertelde. Hij zei dat hij Julie en Mélissa had ontvoerd samen met Weinstein." (3)

Michel Lelièvre: "Ik kende Marc Dutroux in juni 1995 nog niet eens." (4)

En dat is het zo ongeveer: het resultaat van acht jaar onderzoek naar de ontvoering van Julie en Mélissa. In de synthesenota laat Langlois verstaan dat er maar één versie ernstig kan worden genomen: die van Michelle Martin. Langlois concludeerde uiteindelijk dat de wagen die mevrouw Henrotte zag, de blauwe Ford Fiesta was van Bernard Weinstein en wees Dutroux aan als ontvoerder. Op het proces is hij straks ook de enige die officieel wordt beschuldigd van de ontvoering.

Langlois dacht er ooit anders over. Toen de ouders van Julie en Mélissa in juni 2000, na een slopende procedure tot bij het hof van beroep in Luik, een wedersamenstelling wisten af te dwingen, achtte Langlois de deelname van Dutroux niet nodig. Als ontvoeringswagen werd toen een Peugeot 205 ingezet. Maar uiteindelijk koos Langlois voor de simpelste weg. Michelle Martin zegt dat Dutroux zei dat hij het had gedaan. Dus heeft hij het gedaan.

Michelle Martin wordt jarenlang verhoord door twee speurders van de gerechtelijke politie (GP), die actief zijn bij de Autonome Vakbond van de Gerechtelijke Politie (AVGP). Met het oog op juiste geschiedschrijving is dat - hoe gek het ook mag lijken - een niet onbelangrijk gegeven. Begin 1997 presenteert de commissie-Verwilghen haar eerste rapport met aanbevelingen voor een betere wereld: te beginnen met een fusie van de elkaar beconcurrerende politiediensten. Dat is niet echt naar de zin van de AVGP, die vreest - niet ten onrechte - dat de zoveel grotere rijkswacht de GP zal opslorpen. Terwijl dat hele Dutroux-drama toch in de eerste plaats te wijten is aan het geblunder van de rijkswacht.

Binnen de AVGP circuleert halfweg 1997 een zoveelste bezwarend document tegen de rijkswacht en zijn Operatie Othello. Op 10 juni 1995, twee weken voor de ontvoering van Julie en Mélissa, zo blijkt, is Dutroux in Namen ei zo na betrapt bij een poging tot diefstal van een Citroën. Hij kon vluchten, maar iemand noteerde zijn nummerplaat. Dat, zo vindt men bij de AVGP, is het toppunt. De processen-verbaal steken in het dossier-Othello. De rijkswachters die achter Dutroux aanzaten wisten het. Dat had hen moeten doen inzien dat Dutroux de ontvoerder was. Want: op 24 juni 1995 is in de buurt van het station van Namen een... Citroën BX gestolen. Een blauwe.

Bij de AVGP ziet men die ontdekking als een 'bom', aardig om pal midden in de onderhandelingen over die nieuwe eenheidspolitie te doen ontploffen in de media. Wat ook gebeurt, waarna de commissie-Verwilghen tot een extra nachtelijke zitting overgaat en de rijkswacht live op televisie, nog maar eens afgaat als een gieter.

Nu is het interessant om te kijken naar de verklaringen die Michelle Martin in die dolle dagen tegenover de twee GP'ers aflegt. Te beginnen op 28 augustus 1997. Ze zit al iets meer dan een jaar in voorarrest en is al een keer of dertig ondervraagd. 28 augustus is, toevallig, de dag waarop de voltallige commissie-Verwilghen op retraite zit in Knokke-Heist en er in de Wetstraat over weinig anders wordt gesproken dan de politiehervorming.

Michelle Martin: "Het schiet me nu te binnen dat ze (Dutroux en Weinstein, ddc) in die periode samen in Namen een auto hebben gestolen, op een parking in de buurt van het station. Ik kan niet precies zeggen of het echt op de dag van ontvoering was, maar dat is goed mogelijk (...). Ik geloof zelfs dat deze auto een Citroën moet geweest zijn en misschien een BX." (5)

Dat heeft alles van een à la carte afgelegde verklaring, want in de media of elders is op dat ogenblik nog met geen woord over de gestolen BX gerept. Na enkele weken wordt er ook helemaal niet meer over gesproken, want de speurders in Neufchâteau zijn erachter dat die BX van een soort blauw was waar zelfs de oude ogen van mevrouw Henrotte geen donkerblauw of grijs in kunnen hebben gezien. En schuiner dan de achterkant van een Citroën BX is geen enkele auto. Fout spoor, jammer. Op 21 oktober 1997 wordt Martin opnieuw ondervraagd. Michelle Martin: "Toen ik sprak over een Citroën BX was dat slechts deductie van mijnentwege (...). Marc heeft mij nooit iets gezegd over een welbepaald type voertuig waarmee hij Julie en Mélissa ontvoerde." (6)

Er zit wel vaker rek op het geheugen van Martin. Nu eens zegt dat ze zich echt niet kan herinneren wanneer Dutroux het 'vertelde' over Julie en Mélissa, dan weer weet ze dat heel precies: zondag 25 juni. Eerst zegt ze: "Ik weigerde dit te geloven." In een latere verklaring: "Ik was er ziek van en was zelfs niet meer in staat om mijn zoon Frédéric naar school te brengen." Dit wordt een makkie, straks, voor de advocaten voor Dutroux. De enige die hem ervan beschuldigt Julie en Mélissa te hebben ontvoerd, zo zullen zij aanvoeren, was een buikspreekpop in de handen de speurders: een impressie die bevestigd wordt door het feit dat de twee GP'ers halfweg 2000 op staande voet uit het onderzoeksteam zijn verwijderd, na verdenkingen over een 'te grote vertrouwensband' met hun verdachte. In Neufchâteau gaan geruchten als zou Martin 'tot alles bereid' zijn geweest in ruil voor een paar breinaalden waarmee ze sokken kan breien.

Groot-Brittannië stond in de zomer 2002 op zijn kop na de moord op Holly Wells en Jessica Chapman, allebei tien jaar oud. Begrijpelijk. Kinderaanranders heb je overal ter wereld, maar over gevallen waarin er twee tegelijk worden geschaakt bestaan amper statistieken. Het gebeurt haast nooit. In België gebeurde het in de jaren negentig drie keer kort na elkaar. Eerst Kim en Ken Heyrman, daarna Julie en Mélissa, en kort daarna An en Eefje.

Zaterdag 24 juni 1995 was een bijzondere dag, zeker in het Luikse. Niet alleen worden in Grâce-Hollogne Julie en Mélissa ontvoerd. Enkele kilometers verderop probeert iemand rond het middaguur in Ougrée nog twee andere kinderen te schaken. Ze heten Vanessa R. en Dijana D. Ze zijn acht en zeven jaar oud. Leeftijdgenootjes van Julie en Mélissa. Ze zien er ook hetzelfde uit.

Vanessa R. tijdens een politieverhoor: "Het was zaterdag 24 juni, rond de middag. Ik zat op de stoep in de rue des Noidans. Samen met Dijana. Op zeker ogenblik stopte er een rode auto met het raam open aan de kant van de passagier. De bestuurder sprak ons aan: 'Kom, we gaan een grote toer maken.' Verder zei hij niks. Dijana stapte naar de auto en zei: 'Kom, we gaan kijken of het een leuke toer is.' Ik heb toen geroepen: 'Nee! Nee! We kennen die man niet.' Intussen was mijn mama genaderd. Ze heeft ons bij de arm weggetrokken."

Dijana D. "Ik kon zien dat hij een natte zakdoek vasthield. Het vocht droop eraf en het rook niet lekker. Het had een vreemde geur." (7)

Strikt genomen, was het misschien geen ontvoeringspoging, maar de moeder van Vanessa R. vond het ernstig genoeg om naar de rijkswacht te stappen. Dezelfde man had haar dochter al twee keer eerder benaderd, in maart en mei 1995. Dat alles liet de speurders toe een robotfoto te tekenen. Ook het wagentype kon worden bepaald: een rode Ford Fiesta. Een van de kinderen had een nummerplaat onthouden, maar die bleek vals.

Wie zien we op de robotfoto? Marc Dutroux? Lijkt er niet echt op. Bernard Weinstein? Nog minder. Michel Lelièvre? Helemaal niet. Natuurlijk werden ook de meningen van Vanessa R. en Dijana D., tieners inmiddels, gevraagd. Een lijn is in hun verklaringen echter niet te trekken. Beide meisjes zeggen dat ze in hun belager niet meteen Marc Dutroux konden herkennen. De moeder van Vanessa deed dat wel, de moeder van Dijna R. is ervan overtuigd dat het ging om... Bernard Weinstein.

Het staat nu al min of meer vast wat de verdediging van Marc Dutroux op het proces zal doen. Verwarring scheppen. Aan gelegenheden geen gebrek. Ze zal de verklaring bovenhalen van Guy Lieutenant uit Grâce-Hollogne. Hij liet de speurders al in 1995 acteren dat hij die bewuste dag om 17.15 uur aan de verkeersrotonde een verdacht sujet in het struikgewas opmerkte en een auto met "donkere kleur, misschien donkerblauw". (8) Hij identificeerde de man later formeel als Pierre R., een van de kompanen van Dutroux in autozwendel.

En nóg een verdachte. Michel F.: meermaals door justitie verdacht van pedofilie, een persoonlijke kennis van Julie en Mélissa en mogelijk ook de man naar wie dat ene zinnetje verwees op datum van 24 juni 1995 in de agenda van Mélissa Russo: 'Julie 17H00 on ira au manaige' ('Julie, om vijf uur gaan we naar de manège.') Vlak bij de plaats van de ontvoering was een manège. Julie en Mélissa leerden F. in 1994 kennen op een vakantiekamp in Hoei. Dutroux trok al een paar keer met een gele marker een streep over de getuigenverklaring van Marie-Louise Henrotte: "Ik dacht toen dat de meisjes de bestuurder moesten kennen." F. heeft een twijfelachtig, mogelijk vals, alibi voor 24 juni en maakte zichzelf ook wel een beetje verdacht door her en der te verkondigen dat de meisjes "eigenlijk weggelopen" zijn en hem enkele dagen later nog hebben "gebeld vanuit Italië".

Veel sporen, veel hypothesen, heel veel kansen voor Dutroux om de twaalf juryleden straks toch op dat ene punt aan het twijfelen te brengen. En misschien spreekt hij wel de waarheid en loopt de ware ontvoerder nog vrij rond. Veel getuigen die kunnen helpen om opheldering te brengen, zijn niet echt voorhanden. De ouders van Julie en Mélissa, totaal gedesillusioneerd door de aanpak van Langlois, lieten al weten niet naar het proces te komen.

Op het proces zijn nog een paar afwezigen te betreuren. Het ex-vriendinnetje van Michel Lelièvre, door hem aangewezen als alibi voor 24 juni 1995, pleegde eind 1999 zelfmoord. Marie-Louise Henrotte, inmiddels de tachtig voorbij, werd officieel geconvoceerd als getuige op het proces, maar volgens haar schoonzoon is ze tegenwoordig meer plant dan mens. "Er kan geen sprake van zijn dat zij naar Aarlen komt", zegt hij. "Ze kan zich amper nog bewegen. En praten doet ze al helemaal niet meer." Zelf zijn de man en zijn echtgenote ook opgeroepen. "Dat kan wel zijn", zegt hij nog. "Maar ik kom niet. Na al die jaren ben ik het kotsbeu."

Het lijkt vast te staan wie de debatten zal leiden, straks. Het is de man die niet lijkt op de man op de robotfoto.

(1) Verhoor Marie-Louise Henrotte, rijkswacht Grâce-Hollogne, 2 juli 1995, pv 101.102.

(2) Verhoor Marc Dutroux, 17 augustus 1996, BOB Marche-en-Famenne, pv 100.226.

(3) Verhoor Michelle Martin, 28 augustus 1996, GP Aarlen, pv 1.063.

(4) Verhoor Michel Lelièvre, 13 november 1996, BOB Brussel, pv 116.212.

(5) Verhoor Michelle Martin, 28 augustus 1997, GP Aarlen, pv 8.179

(6) Verhoor Michelle Martin, 21 oktober 1997, GP Aarlen, pv 8.257.

(7) Verhoor Vanessa R., rijkswacht Seraing, 4 juli 1995, pv LI.40.72.100.498.

(8) Verhoor Guy Lieutenant, 27 juni 1995, rijkswacht Grâce-Hollogne, pv 101.073.

Tussen 24 juni 1995 en 17 augustus 1996, de dag waarop de stoffelijke resten van Julie en Mélissa worden opgegraven in de tuin van Marc Dutroux, gaapt een gat. Niets is zeker, helemaal niets

De robotfoto van de belager van Vanessa en Dijana. Is dit Marc Dutroux? Bernard Weinstein? Vul zelf in.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234