Donderdag 02/12/2021

De muzikale mestiezen van het asfalt

Het valt in het rijke aanbod niet op, maar traditiegetrouw geeft Sfinks in zijn programma ook een plaats aan de flamenco. Dit jaar zijn de alhier relatief onbekende Belén Maya en Mayte Martín te gast. Het is de eerste keer dat die artiesten ons land bezoeken. Hopelijk resulteert hun optreden, net zoals dat van Miguel Poveda vier jaar geleden, in bijkomende tournees.

De vergelijking met Miguel Poveda komt niet uit de lucht vallen: net als Mayte Martín komt hij uit de periferie van Barcelona, hartje Catalonië dus. En daar laat momenteel een van de interessantste flamencogeneraties van zich horen. Een generatie jongeren die de traditie in ere houdt zonder dat ze haar als een keurslijf wil ondergaan. Hun experimenten en resultaten kun je niet onder één noemer plaatsen, ze hebben geen strikt omlijnde stijl waar je een naam aan kunt geven, enkel een aantal gemeenschappelijke kenmerken.

Zo situeren ze zich in de ongemakkelijke positie tussen traditie en moderniteit. Ze zijn niet allemaal van Andalusische afkomst, en de Andalusiërs onder hen leven in Catalonië als migranten van de tweede of derde generatie. Het zijn ook niet noodzakelijk zigeuners. Ze groeiden op in de omgeving van de grootstad, op het asfalt en de beton van industriezones, in alle opzichten ver weg van het landelijke Andalusië waar de oudste flamenco ontstond. Ze voedden hun muzikale passie in de peñas (flamencoclubs), leerden de flamenco van de grammofoonplaten en zagen hun illusies niet verbrijzeld door een misprijzende of zelfs repressieve omgeving. Voor hen is de flamenco een mogelijkheid tot expressie. Daarom staat deze generatie van muzikale en culturele mestiezen zo open voor evolutie en vernieuwing en kent ze geen nostalgie naar het verleden.

Zangeres Mayte Martín, geboren einde jaren '60, kun je als het symbool van die generatie beschouwen. Ze was nog piepjong toen haar vader ze in de peñas introduceerde, maar ze imponeerde al vlug door haar zelfverzekerdheid en onmiskenbaar talent. Ze maakte grote indruk op gitaarlegende Sabicas toen hij ze in een stadje van de provincie Girona zag optreden. In 1987 nam ze deel aan het Festival Nacional del Cante de las Minas in La Unión (Murcia), waar ze de hoofdprijs wegkaapte, de prestigieuze Lámpara Minera of mijnwerkerslamp.

Een erg belangrijk festival, dat van La Unión. Het ontstond in 1961 met de bedoeling om de cantes (gezangen) van die mijnstreek, of liever van de provincies Murcia, Jaén en Almería, van de vergetelheid te redden. Het jaar tevoren had het Spaanse zangidool Juanito Valderrama immers de ontgoocheling van zijn leven opgelopen. Toen hij in het theater van La Unión, vol eerbied voor de muzikale tradities van dat gebied, enkele streekcantes wilde zingen werd hij onderbroken door een wild publiek dat alleen op Spaanse cuplés en andere gemakkelijke modeliedjes aanstuurde.

Dat mocht nooit meer gebeuren, besloten enkele intellectuelen, en daarom werd een jaarlijks festival met bijbehorend concours georganiseerd. Met goed gevolg, want twintig jaar later zijn diezelfde cantes nu erg populair in Oost-Andalusië. Met haar prijs bewees Mayte Martin dat ze de tarantas, mineras en andere cantes van de 'Levante' meesterlijk beheerst. Ook de stijlen van Málaga, Granada en uiteraard Cartagena - want twee jaar later won ze de Prijs Don Antonio Chacón voor de beste zanger van malagueñas, granaínas en cartageneras in de belangrijkste van alle concoursen, dat van Córdoba. Het Concurso Nacional de Arte Flamenco ontstond in 1956, met de bedoeling dat van 1922 weer in het leven te roepen, in Granada opgezet door niemand minder dan De Falla en Lorca.

Er volgden vanzelfsprekend een hele reeks tournees door Europa voor Mayte Martín. Zeven jaar geleden zagen we haar een eerste keer in Rijsel, waar ze behalve haar geliefde mijnwerkersliederen en malagueñas ook nog tango's en zelfs siguiriyas zong. Iets later nam ze haar eerste cd op, Muy frágil, een paar jaar later gevolgd door een cd met de Catalaanse jazzpianist Tete Montoliu (Free Boleros). Het zou jammer zijn dat die getalenteerde cantaora alleen voor de dans in Sfinks zou zingen. De andere artieste op de affiche is immers een danseres, Belén Maya, de dochter van een van de grootste dansers en choreografen aller tijden, Mario Maya. Zij is te zien in de film van Carlos Saura, Flamenco, waar ze indruk maakt door haar zin voor compás (ritmegevoel eigen aan de verschillende flamencostijlen) en haar originele posturas (houdingen), die een esthetische vernieuwing lijken in te luiden.

André Fonteyne

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234