Donderdag 28/05/2020

Heropbouw Irak

De muren van herrijzend Mosoel kleuren weer beige, maar lang niet overal

Hazem (l) en zijn neef Zaid ­ver­huren zich als dagloners in ­Mosoel. Zaids huis werd opgeknapt met hulp van de VN. Dat van Hazem ligt nog steeds in puin. Beeld Hawre Khalid

Drie jaar na de oorlog tegen IS werkt Mosoel hard aan de wederopbouw. Maar lang niet elk huis komt aan de beurt.

In het puin van herrijzend Mosoel staan twee mannen. Met hun blote handen sorteren ze brokstukken van wat eens een huis was in de oude stad. Zaid, in de bloei van zijn leven, pakt de stenen op. Zijn oom Hazem, een tengere figuur met nog maar een paar tanden in zijn mond, voert ze af in een kruiwagen.

Zaid Tariq Racheed (41) en Hazem Mohammed Mustafa (70) verhuren zich als dagloner in de bouwput die Mosoel is geworden, drie jaar na de oorlog tegen Islamitische Staat (IS). In de zomer van 2017, toen IS hier net verdreven was, bood Mosoel de aanblik van onafzienbare verwoesting. Platgebombardeerd. Overal lijken. Ruïnes in zwart-wit.

Nu hebben steeds meer muren in Mosoel weer kleur. Beige.

Niet zomaar beige, maar historisch verantwoord beige. Beige dat past bij oude Iraakse huizen. Beige dat is gekozen in overleg met een deskundige van de VN.

Wie een beige huis heeft, wordt geschrapt van de lijst met circa 150.000 ontheemden die Mosoel nog steeds telt. Beige betekent dat een huis gerehabiliteerd is. Bewoonbaar. Hersteld. De verf ruik je van verre. In de straat waar Zaid en Hazem deze ochtend werken, zijn meerdere gevels beige geverfd. Een 69-jarige vrouw toont trots haar woning, die van ruïne weer stadsvilla is geworden. “Het dak lekt. Maar we zijn zo dankbaar.”

Maar niet alle huizen worden herbouwd. Even verderop, dicht bij de rivieroever, wijst een man die nog gediend heeft als beroepsmilitair in het leger van Saddam Hoessein vanaf zijn dak naar de zee van puin om hem heen. Zijn familie is hier als enige overgebleven. “Vroeger waren dit steegjes, zo nauw dat je er niet met de auto door kon. En al die plekken waren huizen.”

Welke huizen worden in Mosoel herbouwd en welke niet? Het verhaal van Zaid en Hazem laat zien dat de wederopbouw van Iraks tweede stad voor de inwoners kan lijken op een loterij. De twee dagloners weten uit eigen ervaring: wie in Mosoel nu geen huis heeft, gaat er voorlopig ook geen krijgen.

De huizen van Zaid en Hazem liggen op loopafstand van elkaar in dezelfde volkswijk. Beide huizen liepen zware schade op bij een luchtaanval. Na de oorlog inventariseerden experts van de VN de schade. Zaid had geluk: zijn huis is hersteld. Maar het huis van zijn oom, een paar straten verderop, is nog steeds een puinvlakte.

IS-bolwerk

Weinig steden zijn sinds 1945 zo door oorlog verwoest als Mosoel, dat 1,5 miljoen inwoners had. Mosoel, door de rivier de Eufraat in tweeën verdeeld, is een ‘verhaal van twee steden’, zei toenmalig VN-gezant Lisa Grande na de herovering op IS: relatief ongedeerd Oost-Mosoel en verwoest West-Mosoel.

Mosoel was het belangrijkste IS-bolwerk in Irak. In oktober 2016 opende het Iraakse leger, gesteund door de internationale anti-IS-coalitie, de aanval, die zou uitdraaien op een maandenlang stadsgevecht. Doordat de elite-eenheid van het Iraakse leger, de Counter Terrorism Forces, zware verliezen leed bij huis-tot-huisgevechten in Oost-Mosoel, besloten de militaire leiders in West-Mosoel tot een andere tactiek.

Die van de verschroeide aarde.

Oftewel: luchtaanvallen op elk verondersteld IS-doelwit. Mosoel was het toneel van de meest precieze luchtaanvallen in de wereldgeschiedenis, als je Amerikaanse legerwoordvoerders mag geloven. Maar een schone oorlog bestaat niet. De internationale coalitie tegen IS is terughoudend met het doen van onderzoek naar burgerslachtoffers. Schattingen lopen uiteen van 341 tot vele duizenden slachtoffers.

Drie jaar na de oorlog is nog steeds niet duidelijk hoeveel gebouwen in Mosoel zijn beschadigd of verwoest. Uit de eerste satellietbeelden die de VN maakten nadat het stof van de precisiebombardementen was opgetrokken, bleek dat bijna 20.000 huizen zijn getroffen, vooral in West-Mosoel. Dit getal is mogelijk een onderschatting, want de eerste telling is nooit herhaald. In de oude stad, die dateert uit de Ottomaanse tijd, is meer dan de helft van de huizen platgebombardeerd.

Voor de internationale gemeenschap is het een ongemakkelijk feit, dat maar zelden hardop wordt uitgesproken: de verwoesting van Mosoel is niet alleen het werk van IS, maar vooral te wijten aan westerse bombardementen.

Hoe los je deze ereschuld in?

De herbouw

Zes VN-organisaties met evenveel duizelingwekkende afkortingen zijn betrokken bij de herbouw: UNDP (ontwikkelingswerk), UN Habitat (stedenbouw), UNHCR (vluchtelingenopvang), Unesco (cultureel erfgoed), Unmas (ontmijning) en Unicef (kinderhulp). In hun kielzog werkt een klein leger aan hulporganisaties.

Met een budget van ruim een miljard euro voor geheel Irak is VN-ontwikkelingsorganisatie UNDP de motor achter de herbouw. Circa een vijfde van het UNDP-budget is bestemd voor Mosoel. Terwijl de oorlog nog in volle gang was, trokken de eerste UNDP-teams achter het leger aan de stad in. Dat was zo gevaarlijk dat de veiligheidsregels die normaal bij de VN gelden eerst overboord moesten worden gezet. Vanaf het begin was de aanpak: handen uit de mouwen. Waterleidingen repareren. Elektriciteit herstellen.

Mosoel herbouwen betekent harde keuzes maken, vertellen UNDP-medewerkers die in de stad werken. De easy wins pakken. Oftewel: eerst de huizen opknappen met relatief lichte schade. Daarmee breng je met hetzelfde geld meer families onderdak. Aan het eind van dit jaar zullen acht- à negenduizend huizen door UNDP zijn hersteld. Duizenden andere liggen nog in puin. Onzeker is of UNDP voldoende subsidie krijgt om volgend jaar verder te gaan in Mosoel.

Tussen het puin in West-Mosoel zijn de winkels weer geopend.Beeld Hawre Khalid

Huis in puin

Als zijn werk als dagloner erop zit, laat Hazem het restant zien van zijn woning. Het huis van twee verdiepingen is nu een grijze puinbult. Luchtaanval. Voltreffer. Een militair geslaagde actie: IS gebruikte de woning als schuilplaats. Gelukkig hadden de strijders Hazem, zijn vrouw en drie kinderen eerst verjaagd. Zelfs naar spullen zoeken had achteraf geen zin. “Er is hier niets meer.”

Zaid en Hazem komen uit Al Zanjili, een volkswijk in West-Mosoel. “Het is een goede buurt,” zegt Hazem, “maar wel met veel terroristen, ook al voor de oorlog.” Na de val van dictator Saddam Hoessein, die hier tot op de dag van vandaag geldt als groot leider, zagen bewoners hun laatste welvaart verdampen. Extremisme stak de kop op. In Al Zanjili weet men niet beter dan dat sommige buren eerst met Al Qaida waren en zich later aansloten bij IS. In 2014 stapten deze mensen uit de schaduw en namen ze de stad over.

Op de kop van de wijk ligt het immense terrein van de Pepsi-fabriek. Vrachtwagens met flesjes cola reden voor de oorlog af en aan door Al Zanjili. Op 1 juni 2017 haalde de fabriek het wereldnieuws door de gruweldaad die hier plaatsvond. Strijders van IS openden het vuur op burgers die langs de fabriek probeerden te vluchten. 163 inwoners werden gedood. Hazem en zijn gezin waren op dat moment al veilig op de andere oever.

Na de oorlog kwamen inspecteurs van een internationale organisatie de schade opnemen. “Ze documenteerden alles. Ze zeiden: we gaan dit herbouwen. Jullie krijgen twee slaapkamers en een badkamer. Maar ze zijn daarna nooit meer geweest.”

Helaas voor Hazem: zijn huis is verwoest. En daarmee vist hij achter het net. Het is een van de harde keuzes die in Mosoel zijn gemaakt: alleen beschadigde huizen worden hersteld. 

Taxaties in Mosoel zijn geen harde wiskunde. Maar met de natte vinger is dit het uitgangspunt: bij schade tot 60 procent krijgt de eigenaar hulp bij herstel. Meer dan 60 procent schade? Helaas. Geen herbouw.

Het ontbreekt de VN-afdelingen en hulporganisaties aan geld om verwoeste panden te herbouwen. Het maximale budget per huis ligt rond de 5.000 Amerikaanse dollar, te weinig om een huis vanaf de grond op te trekken. In de statistieken van UNDP, de motor achter het stadsherstel, worden verwoeste huizen niet meegeteld. UN Habitat constateerde al in 2018 dat voor eigenaren van verwoeste huizen “in de meeste gevallen” geen hulpfonds beschikbaar is. Shelter Cluster Iraq, dat de hulpverlening in Mosoel coördineert, raadt organisaties af om verwoeste huizen te herbouwen: dit zou indruisen tegen het uitgangspunt dat “zo veel mogelijk families” onderdak moeten krijgen tegen zo laag mogelijke kosten.

Waar eindigt een verwoest huis in het puin van de buren? Vaak is dat onduidelijk. Na de val van Saddam Hoessein is in de overbevolkte stad veel illegaal gebouwd. De plattegronden liggen soms letterlijk onder het puin. “Tienduizenden documenten zijn weg”, vertelt Zayyed Hamooshi, het hoofd stadsplanning aan de universiteit van Mosoel. “Ik heb alleen nog de documenten die op mijn laptop stonden. En de kaarten die we terugvonden in het puin na twintig dagen graven. Maar van de kaarten die we nog hebben, weten we niet of het de laatste versie is.”

Zelf herbouwen

Westerse landen hopen dat de Iraakse overheid met een oplossing komt voor gedupeerden zoals Hazem. Maar de lokale autoriteiten in Mosoel zien dat niet als hun taak. “Nee”, zegt viceburgemeester Mohammed Khasem. “Want het gaat om privégrond. De internationale hulporganisaties helpen mensen daarmee. De overheid heeft geen rol bij het herbouwen van huizen. Dat zou zelfs illegaal zijn. Wij kunnen alleen geld uitgeven aan publieke werken.”

“Mensen herbouwen zelf hun huis, want de overheid doet dat niet”, zegt Ahmed Mohammed Abdelrahman, een mokhtar in de zwaar getroffen oude stad. Een mokhtar is een Arabische gezagsfunctie die zich het best laat omschrijven als wijkoudste. Twee derde van zijn inwoners is drie jaar na de oorlog nog steeds niet in staat om terug te keren. De Iraakse regering is een programma gestart om schadevergoeding en leningen te verstrekken aan gedupeerde huiseigenaren. Daarmee kunnen ze zelf herbouw bekostigen. Maar de betaling laat op zich wachten.

Het kantoor van mokhtar Abdelrahman bevindt zich vlak bij het icoon van Mosoel: de Al-Nuri-moskee uit de 12de eeuw, met haar beroemde scheve minaret. Vanuit deze moskee riep IS-leider Abu Bakr al-Bagdadi in 2014 het kalifaat uit. Tegen het eind van de oorlog werd de minaret verwoest door IS. De Verenigde Arabische Emiraten stellen ruim 50 miljoen dollar beschikbaar voor herbouw van de moskee en enkele kerken.

Maar onduidelijk is of de verwoeste huizen naast de moskee ook worden aangepakt. Volgens stedenbouwkundige Hamooshi toont dit aan waar het misgaat: er is geen plan. Niemand heeft een langetermijnvisie voor Mosoel. Hij verafschuwt IS, de groep die uit Mosoel “alles nam wat je je wel en niet kunt voorstellen”, waaronder volgens hem de beschaving van de bewoners, maar het moet gezegd: “IS deed wel aan stadsplanning. Ze planden wegen, banken, nieuwe woningen.”

Zeker, Hamooshi weet dat de zes VN-afdelingen, talloze hulporganisaties en de door corruptie geplaagde Iraakse overheid in theorie geolied samenwerken. “Op papier is er coördinatie. In werkelijkheid niet.” En dus krijgt de kapitale herbouw van een monumentaal godshuis voorrang, terwijl 150.000 mensen nog steeds ontheemd zijn. “Het is een voorbeeld van prioriteiten uit het oog verliezen. We zouden dat geld beter kunnen besteden.”

In vluchtelingenkampen rond Mosoel bivakkeren nog steeds 15.000 mensen, circa een op de tien ontheemden. Veel van hen kunnen nooit meer terug: zij zijn familie van IS-strijders. Niet alleen IS’ers zelf, maar ook hun ouders, vrouwen en kinderen zijn uit Mosoel verbannen. Hun huizen worden niet herbouwd. De mokhtars zien daar streng op toe. Alle VN-afdelingen en hulporganisaties in Mosoel werken verplicht mee aan het weren van IS-families. Het is hard en naar westerse normen onbestaanbaar, maar voor de bevolking is deze maatregel noodzakelijk om zich veilig te voelen.

Wilde huurmarkt

Voor alle andere ontheemden is een wilde huurmarkt ontstaan van beschadigde huizen die enigszins opgelapt zijn, al dan niet met geld van de VN. De oorspronkelijke eigenaar, die zelf in Oost-Mosoel blijft of buiten de stad, verhuurt zijn half herstelde pand vervolgens tegen woekerprijzen aan burgers met een verwoest huis.

Hazem huurt zo’n huis. Hersteld door UN Habitat, meldt een verschoten biljet naast de voordeur. Binnen klinkt gegil. Zijn oudste zoon, Bakr van acht jaar (‘In Mosoel trouwen mannen laat’, zal de 70-jarige Hazem verklaren), heeft epilepsie en een geestelijke achterstand. Tijdens de bezetting was Bakr niet bang voor de IS-strijders. “Hij pakte de lopen van hun geweren vast”, zegt zijn moeder Adra Hassan (35). “Zijn hersenen zullen altijd blijven als die van een klein kind.”

Als Bakr veel gilt, geeft Hazem zijn zoon een duw. “Wegwezen.” ’s Avonds in bed heeft Bakr zijn ergste epilepsieaanvallen. En juist ’s avonds komt ook de eigenares van dit huis klagen dat ze hier zelf weer wil wonen. Hazem dient met zijn gezin te vertrekken.

“Hoelang moet dit nog zo doorgaan?”, vraagt Hazems vrouw zich af.

Als Hazems huis alleen beschadigd was, zou hij vanwege zijn gehandicapte zoontje misschien in aanmerking komen voor snelle hulp. UNDP en andere organisaties werken met een kleurcodesysteem. Blauw voor de families die kunnen wachten. Rood voor de schrijnende gevallen, zoals oorlogsweduwen en invaliden.

Maar als eigenaar van een verwoest huis heeft Hazem geen kleurcode. Hij doet in de statistieken niet mee.

De herstelde huizen in West-Mosoel zijn fris beige gestuct. Beeld Hawre Khalid

Een beige huis

Een paar straten verderop heeft Zaid meer geluk gehad. Ook het huis dat hij bewoont met zijn broers en hun families werd getroffen bij een luchtaanval. Hij heeft de foto’s nog: van de tweede verdieping was niets meer over. Het dak lag als een ingestorte taartpunt op de grond.

Zaid was eerst niet van plan om terug te keren naar Mosoel. Hij is eigenlijk politieagent. IS maakte jacht op politieagenten. In het van terroristen vergeven Al Zanjili was dat levensgevaarlijk: de achterbuurman zat bij IS. Zaid vluchtte naar Turkije en Griekenland. Hij hoopte op een toekomst in Europa. Maar ja, toen werd Mosoel bevrijd. De achterbuurman leek in het puin verzwolgen.

Zaid kon veilig terug naar huis. Zijn vrouw en drie dochters, die in Irak waren achtergebleven, misten hem.

Het was geen gemakkelijke beslissing. Op zijn telefoon bewaart Zaid behalve de foto’s van zijn beschadigde huis ook een foto van de blonde Duitse toeriste naast wie hij ergens in de zomer van 2017 aan een Turks strand lag. Zijn blik was daar nog niet donker, zoals tegenwoordig. Maar hij kon zijn gezin toch niet in de steek laten?

Dus keerde hij terug naar Mosoel. De inspecteurs van de VN die langskwamen, moeten hebben geoordeeld dat zijn huis niet was verwoest, ook al lag het dak op de grond.

Maximaal 60 procent schade. Geschikt voor herbouw.

Zo woont Zaid met zijn hele familie – drie generaties – in een hersteld huis, met beige buitenmuren. De verwoeste etage bestaat nu uit twee losse kamertjes. Met vier gezinnen delen hij en zijn broers een badkamer. Toch is Zaid dankbaar. Hij hoeft maar bij zijn oom Hazem op de thee te gaan om te zien hoeveel geluk hij heeft gehad.

Opmaat naar nieuw drama

Maar in Irak is geluk niet altijd wat het lijkt. Voor Zaid bleek het herstel van zijn huis de opmaat naar een drama.

Zaid woont pal tegenover de Pepsi-fabriek, waar drie jaar geleden zoveel inwoners door IS zijn doodgeschoten. Van puinruimen bij de fabriek is het nog niet gekomen. Onduidelijk is wie daarvoor verantwoordelijk is. De buitenmuur van het complex staat nog deels overeind en werpt een schaduw over de herstelde woning. ’s Middags is er alleen pal tegen de fabrieksmuur zon.

Op 2 januari van dit jaar pakte Tareq, de 77-jarige vader van Zaid, een tuinstoel. Hij stak de straat over. Ging onder de fabrieksmuur van het winterzonnetje genieten. Zijn 29-jarige zoon Maher, als advocaat het hoogst opgeleid van de familie, voegde zich bij hem. Het had de dagen daarvoor hevig geregend. De regen moet het door oorlogsgeweld beschadigde metselwerk het laatste zetje hebben gegeven.

Ineens kwam de fabrieksmuur naar beneden, boven op de twee mannen in hun plastic tuinstoelen. Vader Tareq was op slag dood. Op twee video’s die vlak na de ramp zijn gemaakt, is te zien hoe zijn lichaam onder het puin vandaan werd gehaald.

Maher heeft een verbrijzeld onderbeen. Hij zal zeker een halfjaar niet kunnen lopen.

Zo gaan Zaid en Hazem hun weg in herrijzend Mosoel. Hazem sjokt voort achter een handkar met cement. Geld voor ander vervoer heeft hij niet. Zijn magere loon gaat op aan de huur. Als hij zijn half herstelde onderkomen moet verlaten, wacht de nog duurdere ruïne van een wijkbewoner. Een paar straten verderop gaat Zaid naar zijn herbouwde woning. De rouw om zijn gestorven vader is overal. Zijn broer ligt gewond op bed tussen de fris gestucte beige muren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234