Dinsdag 03/08/2021

De mullah Omar van Bangladesh

Bangladesh wordt meestal in verband gebracht met overstromingen, overbevolking en grote armoede. Veel minder bekend is dat zich in het noordwesten van dat land een man ophoudt die zich de nieuwe mullah Omar noemt. Bangla Bhai heeft zo'n 10.000 volgelingen, die de dorpelingen afpersen, al wie de kledingvoorschriften overtreedt straffen en op extreem-linkse activisten jagen.

Catherine Vuylsteke

De Taliban mogen dan in Afghanistan zijn onttroond, hun gedachtegoed leeft verder bij islamistische milities als de Jagrata Muslim Janata Bangla (JMJB), die wordt geleid door Siddiqul Islam, beter bekend als Bangla Bhai. Hij behoorde tot in 1998 tot de islamistische, en momenteel in de regeringscoalitie zetelende Jamaat-i-islami maar zei de partij vaarwel toen die geen groot probleem bleek te hebben met vrouwelijke leiders. Voor Bangla Bhai zijn die uit den boze en met minder dan een Taliban-staat wil hij geen genoegen nemen.

Bovendien, verscheidene van zijn medestanders weten erg goed wie mullah Omar en de zijnen echt zijn: ze volgden destijds, met de hulp van de Pakistaanse inlichtingendienst ISI een opleiding in een Afghaans trainingskamp en participeerden in de jihad tegen de sovjetbezetting van Afghanistan (1979-'89).

Bangla Bhai werkte zich de voorbije maand fors in de Bengaalse media, met de gruwelijke moord op acht linkse activisten in het noordwesten van het land. Nog in mei werd Bangladesh opgeschrikt door de aanslag op het schrijn van Hazrat Shah Jalai in Silhet, waarbij vier doden vielen en de Britse hoge commissaris Anwar Choudhury gewond raakte. Wellicht was hij het voornaamste doelwit, als vertegenwoordiger van een land dat deel uitmaakt van de bezettingsmacht in Irak. Ook werd in april een gigantische hoeveelheid wapens aangetroffen bij razzia's op onderduikadressen van islamisten en luidden de Ahmadiya (een in 1889 ontstane islamitische scheurgroep) de alarmbel wegens de voortdurende aanvallen van islamisten.

Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat de VS-vice-minister van Buitenlandse Zaken voor Zuid-Azië, Christina Rocca, zich tijdens een bezoek aan Bangladesh vorige maand "erg ongerust" toonde over de ontwikkelingen in het land.

De Bengaalse premier Khaleida Zia, die sinds het najaar van 2001 aan de macht is in een coalitie met de islamistische Jamaat en de JP van ex-militair dictator Ershad (1982-1990), wil zich graag profileren in de strijd tegen het terrorisme. Ze moet evenwel nog bewijzen dat ze van goede wil is, want in december van vorig jaar stelden de Canadese inlichtingendiensten in een rapport dat de "premier niet voldoende initiatieven neemt om te verhinderen dat haar land een toevluchtsoord wordt van islamistische terroristen". Bijgevolg gaf de premier eind vorige maand opdracht om Bangla Bhai te arresteren.

Dat die intentie niet zo welgemeend was, zou evenwel algauw blijken. Vooreerst zei de politiecommandant in Rajshahi dat hij met de JMBJ volstrekt geen problemen had. Integendeel, zei de man, die militie is erg goed in het opsporen van zogenaamde sarbahara (leden van een verboden linkse partij). "En daarom proberen we zoveel mogelijk met hen samen te werken."

Luttele dagen later schreef de Bengaalse The Daily Star dat de jacht op Bangla Bhai al was afgeblazen. De autoriteiten in het noordwesten zeiden telefoontjes te hebben gekregen van hoge functionarissen en zelfs van een minister in Dhaka, die verklaarde dat het onnodig was om de man het leven zuur te maken. The Daily Star is er ondertussen niet gerust op. Het Engelstalige blad bracht eind vorige maand verslag uit van een trainingssessie van Bangla Bhais volgelingen. Ze kregen een video te zien die veelbetekenend 'De oplossing, de voorbereiding' heette en waarin het Afghaanse trainingskamp Al-Farooq te zien was. Twintig van de topkaders van Bangla Bhai zouden destijds voor Osama bin Laden hebben gewerkt, aldus nog het blad.

De opgang van Bangla Bhai past in een snel verslechterend algemeen maatschappelijk klimaat. De 140 miljoen Bengalezen hebben het nu in veel opzichten moeilijker dan voor het aantreden van premier Khaleida Zia in het najaar van 2001. Zakenlui worden gekidnapt voor losgeld, journalisten vermoord en vrachtwagenchauffeurs aangevallen. Volgens het Bengaalse Bureau voor de Mensenrechten zijn er in de eerste vier maanden van dit jaar niet minder dan 971 burgers vermoord. Het Bureau analyseert de malaise als een "samenspel van politiek, geweld en corruptie". Dat laatste euvel is niet nieuw, maar de huidige schaal is ongezien. Volgens Transparancy International doet Bangladesh het anno 2003 slechter dan alle andere landen.

"Vroeger", zo vertelt de voorzitter van de Nationale Transportbond aan Time Asia, "moest je ook betalen. Neem het traject van Dhaka naar de havenstad Chittagong, de drukste route van het land. Je betaalde één keer en kreeg een gekleurd briefje om achter je raam te plakken. Gedurende de rest van de reis werd je met rust gelaten. Sinds begin vorig jaar gaat het slecht. Onderhand worden vrachtwagenchauffeurs op dat traject acht tot tien keer tegengehouden en wie weigert te betalen, wordt afgetroefd."

Het is met de marktkramers en handelaren in het algemeen niet anders: afdokken of afgetuigd, zelfs vermoord, worden. Onlangs nog betoogden de leden van een plaatselijke kamer van koophandel voor het "recht om een natuurlijke dood te sterven". Die onveiligheid en instabiliteit vertaalt zich uiteraard ook in een verslechtering van het investeringsklimaat. Was er in 2000 nog voor 280 miljoen dollar aan buitenlandse directe investeringen, tegen 2002 was dat nog maar 45 miljoen.

Onderzoekers van de South Asia Analysis Group (SAAG) in New Delhi menen dat het islamisme in het nochtans door een erg gematigde islam gekenmerkte Bangladesh geen echt nieuw fenomeen is. Nochtans, de eerste grondwet van het in 1972 onafhankelijk verklaarde Bangladesh was duidelijk seculier en er stond zelfs expliciet in dat religie niet voor politieke doeleinden mocht worden gebruikt. En toch, 30 jaar later zouden islamistische organisaties zoals de Harkat-ul-jihad-al-Islami (HUJI) aanslagen plegen op bioscopen waar gezinnen genoten van een uitje aan het einde van de ramadan. Waar is het misgegaan? Volgens B. Rahman van Saag treft alle heersers van het onafhankelijke Bangladesh een schuld, maar de twee militairen die tussen 1975 en 1990 de plak zwaaiden, hebben een bijzondere verantwoordelijkheid. Zij probeerden hun gebrek aan politieke legitimiteit te compenseren met godsvrucht en steun aan islamistische organisaties. Generaal Zia ur-Rahman (1975-'81) haalde in 1977 het secularisme uit de grondwet en voerde de 'islamiyat', het verplichte islamonderwijs, in op de scholen. Generaal Ershad maakte van de islam in 1988 de staatsreligie.

Een andere factor is het feit dat het gros van de leiders van de islamistische formaties mensen zijn die tijdens de onafhankelijkheidsoorlog van 1971 tegen Pakistan aan Pakistaanse zijde vochten. Het treffendste voorbeeld daarvan is Golam Azam, een van de leiders van de zogenaamde Vredescomités, die in de hele samenleving agenten van India (dat de onafhankelijkheidsstrijd steunde) moesten opsporen en verdelgen. Die Vredescomités worden verantwoordelijk geacht voor duizenden moorden, maar werden daarvoor nooit vervolgd. Integendeel: in 1973 kwam er een algemene amnestie.

Golam Azam werd door de Jamaat uitgeroepen tot emir en hoewel uit opiniepeilingen bleek dat de meerderheid van de bevolking wilde dat hij berecht zou worden wegens oorlogsmisdaden, geniet de man grote invloed.

Volgens de South Asian People's Union Against Fundamentalism and Communalism werden de voorbije anderhalve maand minstens achttien mensen geëxecuteerd door islamisten. Ahmadiya's, christenen, hindoes of doodgewoon mensen die weigeren te betalen. Subash Kapila van de South Asia Analysis Group zegt dat de overheid het ernaar gemaakt heeft. "De BNP heeft zich opgesteld als glijmiddel van de jehadi's. De regeringspartij liet de Pakistaanse inlichtingendiensten toe om met Saoedisch geld islamisten te organiseren, ze gaf hen toevluchtsoorden en toleerde de wapenhandel in het hele grensgebied met India. Zolang daar niet tegen wordt opgetreden, blijft de kanker verder uitzaaien."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234